Losse  aantekeningen

G. M. Tamson. Olieverf op doek, golfbreker aan de Zuiderzeekust, 35 x 46 cm.
Kint had Gemeente Giro Amsterdam K1414
Elgar Vioolconcert, op. 61, geschreven 1909-1910, tweede deel. It is dedicated to the Austrian virtuoso Fritz Kreisler who was the soloist at the first performance which took place on 10 November 1910.
Het etiket ziet er ongeveer zó uit:
Joh. Christian Hoffmann
Königl. Poln. nd Chrfl        =uund
Sächsl. Hof Instrument= nd      =und
Lautenmacher. Leipzig 1731.
D1388 (NOORDHOLLANDS PHILHARMONISCH ORKEST) KLERK, J. de Van harmonie tot philharmonie, verleden en heden van het Noordhollands Philharmonisch Orkest 1813-1963 Gottmer, Haarlem, 1963, gebonden, geïïllustreerd 10,00
Frits Ham M1122 (UTRECHT) PAAP, W. Muziekleven in Utrecht tussen de beide wereldoorlogen Spectrum, Utrecht, 1972, gebrocheerd, geïïllustreerd, register, 112 pp. 12,00
Naamlijst voor den Telefoondienst 1915 — Telefoongids van Nederland 1950
/PURCELL/ - RAVENZWAAIJ, G. v. Purcell Gottmer, Haarlem, 1954, gebonden,
illustraties, muziekvoorbeelden C1239 15,00
Kint-Couperus, Mevr. J. Toonkunst. en Journal., studio 2e Weteringdw.str. 58a. C. [Tel.boek 1950.]
Kint (Cor) Roelof Hartplein 9. 3e Etage, Vioolleeraar.
Tel. 27048. GIRO K 1414. Adresboek.
Couperus (O.) Ruysdaelstraat 68. Concertzanger. Tel. 27028.
GIRO C 2071. Adresboek.
Roos (Jacob) Frederik Hendrikplantsoen 66. GIRO R 3599-
Roos (Jules) Apollolaan 189. Tel. 29482. Kantoor: Heerengracht 554«. Tel. 32290, 33630. GIRO R 2313.
mevr. A.J. Zeiler-Seijffardt, Alexander Gogelweg 5, 2517 JD den Haag, 070 - 427 82 74 kleindochter
I. Waning, J. Lussenburg & M. Meerkotter 31 aug. 1905 Haarlem http://www.corkint.info
Zahlen der Bibel. Ihre Symbolik, aufschlußreichen Zusammenhänge und mathematischen Hintergründe
Salomon, Gerhard Lahr. 1989. Salomon, Gerhard: Zahlen der Bibel. ISBN: 978-3-501-01112-6 Wschl raar boekje. STIJL GOLF Improvisation DOORGETROKKEN
Nederlands Muziek Instituut | Collecties | Muziekarchieven |
Overzicht TKmitjorn1 FIbreva2011 MImigjorn9
Artprice Tamson Dorfstrasse Olieverf op doek, marouflé, 24 x 35,5.
Kint-Couperus, Jenny archief HGM 334 periode 1930 - 1982 omvang 24 cm ... Kuiler, Kor ( 1877 - 1951 ) componist, dirigent archief HGM 081
Behalve kleine oplagen kan het feit dat Kint ‘Frans’ Belgisch’, ‘Brussels’ schreef reden voor het relatief onbekend gebleven zijn van zijn orgelwerken. Zwelkasten. Eigen stijl en harmonieën, geen conservatoriumharmonieën. Brahms, Mendelssohn, Cuypers. Gedrukt Vaste Burg, Andante, Prélude pastoral, Berceuse romantique, [Hymne]. Niet gedrukt Adagio religioso, Sonate, Fuga over b-a-c-h. De twee nogal contrasterende delen van Prélude pastoral (1. modulerend, cresc. naar sterke climax, tegenover 2. constant vredig A dur) tellen 48 resp. 32 maten ; 48 : 32 = 3 : 2, het quint(Kint)interval.
Broer Christiaan in dienst geweest?
Chris Blom had kantoortje op het Hoofd bijbaantje in havenkantoortje accijnshuisje de rederij had boot genaamd Stamfries, die legde aan op het Urker hoofd, de Urker boot legde daar ook aan en wat vrachtdiensten. Blom had hoofdbaan bij de post. Schilderde met Freek Sietses in het groepje Paulus Potter.
Gerardus Olivier Koop, geb 13.12.1885 te Hoorn, van beroep musicus KOOP, OLIVIER (SAMENST.), Methode voor het pianospel (tot en met de octavenspanning).
Amsterdam, Metro, n.d. ca.1940. Bladmuziek. 2 vols. 47 pp. Softcover. Omslag 1e deel iets beschadigd. - Uitgeverij Metro Muziek bestaat nog. Heeft Aan de Amsterdamse grachten’ uitgegeven. Jeugdconcert bij Johann Strauss
Uitg. Metro Muziek Amsterdam. Metro's Blokfluitserie band V.
Johanna Maria Kloek, geboren op 15 maart 1885 te Hoorn, Ferdinand Kloek, geboren op 18 december 1887 te Hoorn en Jacoba Kloek, geboren op 30 december 1889 ...
Ferdinand Kloek, geb. 18-12-1887 Hoorn, toonkunstenaar (1918), Leraar te Amsterdam (toen 19), organist te Almelo, later Hilversum, 5 jaar muziekverslaggever Hilversumse krant, 20 jaar werkzaam Omroepen, dirigent diverse koren, enz. (Who's Who in the Netherlands 1962/63), overl. 16-7-1976 Hilversum (88), tr. (1e) Hilversum, 1-10-1918, gescheiden 28-4-1938 Maria Paulina Cornelia Pirée (Mia), geb. 6-2-1884 Antwerpen, overl. 17-7-1959 Amsterdam?, begr. Renesse, dochter van Carolus Nicolaas Pirée en Joanna Maria Henrica van de Meulenhof, tr. (2e) ?, 1939 Anna Berendina Schuppers, geb. +/- 1899 ?, overl. 17-6-1986 Hilversum (87), dochter van ? en ?. site dekievita.googlepages.com/Bakkerbaltus
Uit het eerste huwelijk Kloek/Pirée min. 1 kind

Bert van der Veen. Voorwoord.
Wit sr J J de, Westerstraat 243, 1601 AJ Enkhuizen, (0228) 31 33 09
Slager Kroeb kreeg in 1908 toestemming om de paardekoppen aan de winkelgevel te hangen.
Wanneer sloot Seyffardt zijn deuren? 1929 uitgeverij over aan Alsbach.

A 2 Curricula. 3. Artikelen van en over Kint
4 Afkomst, familie 5 Jeugd, opleiding, eerste optredens tot 1909.
6 Beroepsleven 1909 – 1940 7 1940-1944. Werkzaamheden 8 Crevecoeur
9 Gé van Doornik. 10 Dick Greiner. A. Kint 11 Litt.lijst.
12 Radioprogramma's 13 Jeanne Couperus
B 14 Werklijst Composities voor orgel. 15 Andere composities.

1 Werklijst, geschreven achter op Résignation pour Violon & Harmonium par Cor Kint, Fine 19 Sept. 17 A'dam. Opschrift : Cor Kint S [= S e y f f a r d t ]

Werken t/m op 28 a, b, c

Werklijst van 1928.

[ Gedrukte Werklijst, opgesteld tussen 1925 en 1935, wschl. 1926 [1928, zie boven]
̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄̄
LIJST VAN WERKEN VAN COR KINT [ ±1926-27, uitgaafje in eigen beheer van Kint ]
NB In deze lijst komt Alsbach nog niet voor.
Opus 1 6 leichte stücke für Violine und Klavier (manuscript).
Leicht und melodiös, in der ersten Lage spielbar, werden sie eine dankbare Aufgabe für junge Violinspieler sein.
w.g. Felice Togni.
… teile ich Ihnen mit, daß ich die Stücke reizend finde und sie jedem Violisten aufs Wärmste anempfehlen kann.
w.g. Heinrich Fiedler.
Musikalisch und geschmackvoll geschrieben werden sie für junge Schüler ein sehr nützliches Übungsmaterial neben jeder Violinschule sein. w.g. Louis Zimmermann.
Opus 1a madrigale voor viool en piano. 2e druk in voorbereiding. [1e druk De Nieuwe Muz Handel?]
Geschikt voor eenigszins gevorderden. Uitgave ‘Seyffardt's Muziekhandel’, Amsterdam. Prijs ƒ 0,60. Is nagenoeg uitverkocht doch wordt herdrukt. [Naam : Cor. Kint]
Opus 2 suite voor strijkorkest (manuscript). [Ms. : Juli 1911]
Eerste opvoering in 1910 te Enkhuizen. [ Niet bij Crevecoeur te vinden ; huisconcert? ]
Opus 3 berceuse voor viool en piano (manuscript). [Ms. : opus 4, gedateerd 7 April 1914]
Dankbare voordracht voor meergevorderden, i–vii positie.
Opus 4 Drie liederen voor een zangstem met pianobegeleiding (manuscript).
No. 1. Liedje
No. 2. Nacht A. v. Scheltema
No. 3. Smart 
Opus 5 konzertstück für Bratsche & Orchester (manuscr.).
1ste opvoering (1913) door den componist met het Concertgebouworkest.
Opus 6 suite voor viola d'amore met piano (manuscr.).
… “De Suite van den Heer Kint vond ik mooier. Hierin bleek dat de componist zijn instrument door en door kent en te woekeren weet met de eigenaardigheden der Viola d'amore.” Bolswardsche Courant.
Opus 7 Liederen voor een zangstem met piano.
No. 1. Ze wisten het wel (G. W. v. Loovendaal). Opgenomen in Eigen Haard, jaargang 52, no. 28. []
No. 2. Zaansch Liedeken (N. Beets) (manuscript).
Uitgave in voorbereiding.
Opus 8 hymne voor viool en orgel, opgedragen aan Louis Zimmermann. Uitgave Seyffardt's Muziekhandel. Prijs ƒ 1,50. [1915] ; vlg Donemus uitgegeven 1918 [Site: catalogus.donemus.nl]
… Kortom een uitstekend opus. Ik zal het werk gaarne in mijn repertoire opnemen. w.g. Louis Zimmermann.
… een aanwinst voor de niet rijke litteratuur voor viool en orgelbegeleiding. w.g. Felice Togni.
… er klinkt in de Hymne een geluid dat verrukkingen geeft door de nobele afronding van de stijgende en dalende melodische lijn.
w.g. Frans Hasselaar.
Op laatste bladzijde van Vredesdanklied :
beoordelingen / cor kint : opus 8 hymne voor viool en orgel
… De Heer Felice Togni, viool-leraar aan 't Conservatorium te Amsterdam schrijft :
In opus 8 „Hymne” voor Viool en Orgel van de Heer Cor Kint, leerde ik een mooi muziekstuk kennen. Gevoelige zangrijke thema's en een knappe polyphone bewerking met volkomen kennis der beide instrumenten, maken het geheel tot een zeer dankbaar concertnummer. Het is bepaald een aanwinst voor de niet rijke literatuur voor Viool met Orgelbegeleiding, enz.
… De Heer Louis Zimmerman, Concertmeester van het Concertgebouw-orkest te Amsterdam schrijft :
“Kortom een uitstekend opus, dankbaar en met veel zaakkennis voor de beide instrumenten geschreven. Daar er weinig werken voor Viool en Orgel geschreven zijn, moet de „Hymne” van Cor Kint vooral den violisten die in Kerk-Concerten optreden zeer welkom zijn. Ik zelf zal het werk gaarne in mijn repertoire opnemen.
Opus 8a Hier invoegen (T.K.) Adagio religioso (1914 ; zonder opusnummer) als op. 8 A.
Opus 9 kerstzang. Tekst Dr. W. Zuidema. Solostemmen en orgel (orkest) (manuscript). Koor, orkeststemmen en partituur (in huur). 1913]
Opus 10 grande sonate (f-moll) pour orgue (manuscript).
Het was voor mij een waar genoegen Uwe "prachtsonate" te mogen aanbevelen. w.g. A. W. Rijp.
Te beginnen met het volgend jaar zal de Sonate blijvend op mijn programma's prijken. w.g. Willem de Vries. [ ]
Opus 11 Chant religieux 24/8/1917 Opus 12 douleur.
Opus 13 consolation. Opus 14 légende.
Opus 15 chant du soir. Opus 16 résignation.
Duos modernes pour Violon et Orgue ou Harmonium.

6 binnen het bereik der 3e positie liggende stukken. Ter perse bij Seyffardt's Muziekhandel.
Opus 17 andante (Des-dur) voor orgel met pedaal. Seyffardt's Muziekhandel. Prijs ƒ 0,75.
Dit Andante is zoo in alle opzichten werkelijk mooie muziek, zoo rijk en geniaal van vinding, dat ik wel zou wenschen het alle ernstige en fijnvoelende musici te kunnen voorspelen. w.g. A. W. Rijp.
Opus 18 no. 1 Feuille d'Album (Harmonium), Bes gr. Opgenomen in Internationaal Harmonium Album, Band I, pag. 1-3, Seyffardt's Muziekhandel, 1919. Prijs ƒ 1,20. Opgenomen in The Reed Organ Treasury, Band 7 onder de titel Album-Leaf. London, Bayley & Ferguson, Great Marlborough St. W. Price 4 sh. Copyright 1924 by Bayley & Ferguson. B
Opus 18 no. 2 tristesse (Harmonium). Opgenomen onder de titel Tristesse in The Reed Organ Treasury, Band 5, London, Bayley & Ferguson, Great Marlborough St. W. Price 4 sh. Copyright 1924 by Bayley & Ferguson. c
Opus 19 no. 1 Rèverie pour Harmonium, A gr. Opgenomen in Internationaal Harmonium Album, Band III, pag. 11-13, Seyffardt's Muziekhandel, 1919. Prijs ƒ 1,20. Tevens in Band IV, 2e druk, pag. 3-5. A
Opus 19 no. 2 Solitude pour Harmonium, b kl. Opgenomen in Band II van het Internationaal Harmonium Album, pag. 10-12, Seyffardt's Muziekhandel, 1919. Prijs ƒ 1,20. Tevens in Band IV, 2e druk, pag. 19-21. h
De stukjes van Cor Kint zijn alle goed van structuur, melodieus, harmonisch interessant, hier en daar een tikje geavanceerd, juist geschikt als tegengif te dienen voor de hopeloos suffe en duffe en enerveerende harmoniummuziek, waarin saaiheid doorgaat voor statigheid. Arn. Martens in Symphonia.
Opus 20 vredesdanklied, voor een zangstem met pianobegeleiding. Opgedragen aan H. M. de Koningin der Nederlanden. Tekst van Jeanny Couperus. Seyffardt's Muziekhandel – Amsterdam. Prijs ƒ 1,–.
Dubbelomslag, teksten oranje op lichtbruine achtergrond.
[Tweede oplaag :] Prijs ƒ 1. Vereeniging van Muziekhandelaren en Uitgevers in Nederland. Oorlogstoeslag 20%. Thans ƒ 1, 20.
Opgedragen aan H. M. de Koningin der Nederlanden
Boven eerste muziekpagina VREDES-DANKLIED.
DRUKKERIJ SENEFELDER, AMSTERDAM PLAATNUMMER 214
Dank voor de toezending van Uw werkelijk mooi Vredeslied. w.g. Joh. Schoonderbeek.
Gaarne zal ik het stuk zoveel mogelijk aanbevelen. w.g. Henri Tijssen. []
Ons Volkslied als basis van uw lied maakt een heel goed gevonden effect. w.g. A. C. Brouwer.
De pianobegeleiding is een soort klavieruittreksel, de partij komt er bekaaid af ; heel anders geschreven dan zijn pianocomposities. T.K.
Opus 21 no. 1 au printemps pour piano. Opgenomen in Band II der Pensées Lyriques. Seyffardt's Muziekhandel. Prijs ƒ 1,50.
Opus 21 no. 2 danc■es des gnomes pour piano. Opgenomen in Band II druk- of mijn typefout, band I der Pensées Lyriques. Seyffardt's Muziekhandel. Prijs ƒ 1,50.
Opus 21 no. 3 bagatelle pour piano. In voorbereiding bij Seyffardt's Muziekhandel. [ ]
Opus 21 no. 4 valse diabolique pour piano. Opgenomen in Band I der Pensées Lyriques. Seyffardt's Muziekhandel. Prijs ƒ 1,50.
Opus 22 no. 1 mazurka pour piano. Opgenomen in Band II der Pensées Lyriques. Seyffardt's Muziekhandel. Prijs ƒ 1,50.
Opus 22 no. 2 papillons. In voorbereiding bij Seyffardt's Muziekhandel.
Opus 23 improvisation pour Violon, Alto (ou Violoncello) et Orgue. Manuscript. 23/3/21
Opus 24 fantasie over een vaste burg is onze god voor groot orgel.
[De Nieuwe Muziekhandel] - Seyffardt's Muziekhandel. Prijs ƒ 1,50.
Deze Fantasie acht ik een aanwinst voor de Nederlandsche Orgelmuziek. w.g. W. Petri. []
Een violist die orgelwerken schrijft en nog wel zulke, als hier een voor ons ligt,
mag wel als een buitengewoonheid gelden. w.g. Jan Zwart.
Een werk dat ik mijne collega's warm aanbeveel. w.g. R. G. Crevecoeur.
De rijke fantasie van den componist maakt dat nergens gewrongenheid te bespeuren is. w.g. Willem de Vries.
C'est une très belle œuvre qui fait honneur à son auteur. w.g. Charles Quef.
Op laatste blz. Vredesdanklied Beoordelingen / cor kint : fantasie over het koraal : „een vaste burg is onze god” voor orgel.
De Heer W. Petri te Utrecht schrijft : Een vaste Burg is onze God, acht ik een aanwinst voor de Nederlandsche Orgelmuziek.
De Heer R. G. Crevecoeur … schrijft : … Een werk dus dat een aanwinst voor de Nederlandsche orgelliteratuur mag heeten en ik mijn collega's warm aanbeveel.
De Fransche Componist Charles Quef schrijft over de Fantasie : C'est une très belle œuvre qui fai honneur à son auteur, je verrai s'il est possible de la jouer dans une église et la mettrai alors à mes programmes.

Opus 25 Vier Nachtliedjes uit Ellen (Fr. v. Eeden) voor een zangstem met pianobegeleiding (manuscript).
Opus 26 het is volbracht (Marie. Metz-Koning). Lied voor één zangstem met piano (in manuscript).
Opus 27 Vier Lieder für eine Singstimme mit Klavierbegleitung (manuscript).
heimkehr (H. van Brummelen), ich liebe dich (H. E. Andersen), Gebet (Möricke), waldseligkeit (Rich. Demel). H.C. Andersen vlgKintGeschrWerklijst
Opus 28 no. 1 pastorale Opus 28 no. 2 adagio [Op. 28 zijn ook cadenzen bij]
Opus 28 no. 3 scherzino/menuetto Opus 28 no. 4 nocturno [vioolconcerten van Mozart,]
[In ms opus 29 1-2-3-4, gecomponeerd aug. - oct. 1922] [gehectografeerd (Seyffardtlijst)]
Vier middel-zware stukjes voor harmoniumsolo. Uitgave in voorbereiding bij Seyffardt's Muziekhandel.
De stukjes die Kint in ms als een Suite heeft verzameld zijn verspreid opgenomen in de bundel Church Voluntaries [Original Compositions and Arrangements for the American Organ or Harmonium Book 5, Bayley & Ferguson, London, 1926, 2 Great Marlborough T. W. ; Glasgow, 54 Queen St.
Bagatelle (Bes) op. 21 no. 3, pag. 3-5 (openingsstuk van de bundel, is echter voor piano geschreven)
Pastorale (F) op. 29 no. 1, pag. 46-49 Scherzino (F) op. 29 no. 3, pag. 58-60
Nocturne (bes) op. 29 no. 4, pag. 71-74 Adagio (Des) op. 29 no. 2, pag. 100-102
Check Opus 29 Cadensen
Opus 30 marche funèbre voor groot orgel!?!?!?!. Opgenomen in De Nederlandsche Muziek van 1600 tot heden (Seyffardt's Muziekhandel) voor orgel of harmonium.
Opus 31 le début du violon. 6 morceaux mignons pour Violon avec accompagnement de piano (d'après le système du demi-ton). [De] Nieuwe Muziekhandel, Amsterdam. Prijs ƒ 1,50.
Dank U voor de toezending van Uw opus 31 en 35, welke ik gaarne aanbevelen zal. w.g. Prof. Bram Eldering.
Van Uw opus 31 en 35 zal ik zeker gebruik maken, want ik ben op zoek naar geschikt materiaal op die hoogte
en deze lijken mij bijzonder. w.g. Sepha van Beinum-Jansen.
Opus 32 concertino in g mineur voor viool en piano (manuscript) in de 1e positie speelbaar.
[gedagtekend 30/12/24 — "|Uitgave Broekmans & van Poppel - Amsterdam|" z.j.]
Opus 33 prélude pastoral pour grand orgue. Seyffardt's Muziekhandel. Prijs ƒ 1,–.
Sehr klangschön und warm empfunden. w.g. Prof. Sauer. []
Cor Kint : Prélude Pastorale in A gr. terts, pour Grand Orgue op. 33. N. V. Seyffardt's Boek- en Muziekhandel, Amsterdam.
De naam van den componist is borg voor degelijk en mooi werk. Deze Prélude Pastorale moet gerekend worden onder de beste repertoire-nummers van den laatsten tijd. J. H. Besselaar in "De Muziek".
[In autograaf ex. is de titel Prelude pastorale voor orgel met pedaal]
Opus 33
Opus 34 berceuse romantique pour grand orgue (manuscript).
Opus 35 le violon chante. 4 morceaux faciles pour violon et piano. Uitgave "[De] Nieuwe Muziekhandel", Amsterdam. Prijs ƒ 1,50.
[no1. Romance ; no2. Gavotte ; no3. Menuet ; no4. Chanson du Printemps].
Beide werkjes (zie ook opus 31) behooren tot het beste wat er op dat gebied verschenen is. Felice Togni in "Symphonia".
Ik wensch U van harte geluk met deze zeer geslaagde uitgave. w.g. Ferdinand Helmann. []
Opus 36 concertino nationale pour violon et piano (manuscript). Met gebruikmaking van eenige Ned. volksliederen in de 1e positie zeer goed speelbaar. [100 jaar België? 1930?]
[ Kints manuscript vermeldt Opus 37 ]
[Ital. Concertino Nazionale ; Fr. concertino national]
[ Volgt nog moeders wiegelied zonder opusnummer en zonder jaartal [1924-25]]

Geschreven werklijst op binnenzijde omslag achterzijde
̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅̅
Opus 10 Sonate of Grande Sonate?
Opus 28 a Cadensen bij het G dur Viool-Concert van W. A. Mozart [gedrukt]
Opus 28 b Cadensen bij het A dur Viool-Concert van W. A. Mozart Manuskript
Opus 28 c Cadensen bij het D dur Viool-Concert van W. A. Mozart Manuskript
Zonder nummer, zou 29 kunnen zijn/worden. Moeder's Wiegelied, Zangspel (1924-25), tekst van P. A. Bruinsma. Manuskript

gaat t/m cadensen en Moeders Wiegelied

*Prélude pastoral en Sérénade pour violon dragen in de druk (Seyffardt) beide het opusnummer 33, een onachtzaamheid van Seyffardt en Kint, waarvoor de oorzaak wel te zoeken zal zijn in Greiners omslag. Op een autograaf van de Sérénade schreef Kint op. 35 no. 3, maar op. 35 no. 3 is ook het Menuet uit Le Violon Chante (als 0p. 35-3? in druk verschenen). De Sérénade is niet opgenomen in bovenstaande werklijst, zodat Prélude Pastoral de meeste rechten heeft. In een ms is het no. 3 uit een serie van vier stukken op. 35. Ik laat dat eventjes zo.
Vaste Burg op. 24 en Sonate op. 10 vormen geen probleem. Plm. een halve regelafstand scheiding tussen "opus" en "24" zal noodzakelijk blijken om bij band III en IV in de pas te blijven.
III: Adagio religioso z.op. [op. 8 A] ; Prélude pastoral op. 33 ; Fuga over B-A-C-H z.o. [op. 41].
opus 8A 33 41 beslaat 7 regels wanneer 8A 33 41 elk op één regel zouden kunnen ; wil dat niet, beslaat de verticaal 10 regels plus drie (halve) regelafstanden. [z.o. = zonder opusnummer ; maar die kan ik als musicoloog toekennen, zonder de drie bestaande verschillende nummeringen geweld aan te doen].
IV: Andante op. 17 ; Marche funèbre op. 30 ; Berceuse op. 34.

Berceuse für Viola d'amore und Klavierbegleitung : Op. 39, von Cor Kint. Leipzig, Günther (193-?)
Valse-Caprice für Viola d'amore und Klavier : Op. 40, von Cor Kint. Leipzig, Günther (193-?)

M a n us c r i p t e n

Strijkkwartet F dur. Allegro energico ma non troppo - Adagio / Andante - Scherzo - Finale (Allegro molto vivace), 8 Juli 1912. Donemus BUMA nr. 14054.
Quartet - No. 2 - e mineur, 15/2/15. Allegro vivace, Adagio, Scherzo, Finale. Donemus nr. 14052.
4 Fuga's voor piano solo op. 4 BUMA 18-2-1980 nr 14044.

Chronologische volgorde Opusnummer Voltooid Uitgegeven
Uitgever Opdracht

1. Adagio religioso – – – 1914 – – –
2. Sonate in f kl. terts [‘Grande Sonate’] opus 10 1914 – – –
à Willem de Vries
Idem bewerkt en getransponeerd naar d kl. t. 1938 – – –
3. Andante opus 17 1916 1922
J. L. W. Seyffardt & Zoon, A'dam, v./h. Seyffardt's Muziekhandel, Gravenstraat 6, Amsterdam
Thans uitgave van G. Alsbach & Co., Amsterdam
Aan Anton W. Rijp
4. Fantasie over ‘Een vaste Burg is onze God’ opus 24 1916 1918
C.V. De Nieuwe Muziekhandel, Heiligenweg 5, A'dam, Aan mijn Vriend R.G. Crevecoeur,
later Seyffardt's Muziek-Handel te Amsterdam, Organist der N. Herv. Kerk te Enkhuizen
later Uitgave G. Alsbach & Co.
5. Marche funèbre opus 30 1923?? 1924
Seyffardt, in: Nederlandsche Muziek van 1600 tot heden […]
6. Prélude pastoral [pour Grand Orgue] opus 33 ? 1926
Seyffardt, G. Alsbach & Co, later Alsbach à Willem de Vries
7. Berceuse romantique opus 34 18/8/25 1934
W. Zorgman
8. Fuga over B-A-C-H – – – 1935 – – –

9. Fantasie over ‘Wilhelmus van Nassouwe’ – – – – – – – – –
(onvoltooid manuscript, plm. 1915, hervat 1944)

* * * * * *

[10. Hymne voor viool en orgel opus 8 1915 1917-18
Seyffardt Aan Louis Zimmermann ]
[11. Orgelsolo (Sinfonia) in de cantate Kerstzang, muziek grotendeels zoek of verloren gegaan ]
[12. Composities voor voor harmonium / viool & harmonium, hier niet nader te specificeren ] 2 Teksten. ‘Cor Kint’ in lexica, krantenberichten, curricula, eulogia, autobiografische herinneringen, muziekhistorische en encyclopedische werken uit de 20e eeuw.
De inhoudelijke onjuistheden in de volgende chronologisch gerangschikte citaten zijn niet alle gecorrigeerd – zo kan men volgen hoe het (over)schrijvende muziekjournaille van het concertstuk voor altviool een vioolconcert maakte –, de gebruikelijke druk- en spelfouten zijn stilzwijgend (zoals de verbasteringen van Prélude pastoral) of indien gewenst met vermelding verbeterd. De Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst wordt met M.t.B.d.T. aangeduid. Het teken ¶ duidt het begin van een nieuwe alinea in het origineel aan. Invoegingen autoris huius staan tussen [ ].

* De Vereenigde Tijdschriften Caecilia en het Muziekcollege 16 Maart 1918, pag. 152. Bespreking door Willem Landré. [1874-1948]
Cor Kint, de zeer gewaardeerde altist van het voortreffelijke ‘Hollandsche Strijkkwartet’ heeft bij Seyffardt's Muziekhandel een ‘Hymne’ voor viool en orgel uitgegeven en zijn stuk opgedragen aan Louis Zimmermann. Of de eminente concertmeester van het Concertgebouw-orkest met het hem opgedragen stuk bijzonder in zijn schik zal zijn? Ik betwijfel het. Want ook deze ‘Hymne’ is in alle opzichten nogal onbelangrijk ; geen karakter in melodie, geen karakter in de orgelpartij, die geen enkele harmonie brengt, welke ook maar even de aandacht trekt. Tegen eenvoud kan niemand die het wèl meent met onze muziek, bezwaar hebben. Doch eenvoud wordt maar al te vaak verward met onbelangrijkheid. Een der schoonste vioolstukken der gansche literatuur Beethoven's F-dur Romance is melodisch en harmonisch van de grootst denkbare eenvoud. Nu ja, maar Beethoven ook, zal men zeggen. Goed ; laten wij dan een der ‘dei minores’ noemen : Vieuxtemps hoe mooi melodisch en tevens hoogst eenvoudig is diens Romance. Dit alleen om aan te toonen dat mijn bewondering volstrekt niet uitsluitend voor het zeer gecompliceerde, het harmonisch geraffineerde is. Doch tegen het volstrekt onbelangrijke, het slappe dient verzet te worden aangeteekend.

* Voorwoord bij het Andante voor orgel van Cor Kint. Seyffardt's Muziekhandel, Amsterdam, 1922.
Cor Kint, geboren den 9. Januari 1890 te Enkhuizen, ontving reeds op zeer jeugdigen leeftijd onderwijs in viool, fluitspel en harmonie van J. P. Roda. Daar hij daarbij blijk gaf van hoogst muzikalen aanleg, werd hij ter voortzetting en voltooiing zijner studies in staat gesteld de M.t.B.d.T. te bezoeken, waar Felice Togni (viool), Joh. Wijsman (piano), A. C. Brouwer (contrapunt en compositie), Anton H. Tierie en Dan. de Lange zijne leermeesters waren. Na volbracht eindexamen was hij van 1909–1915 als altist aan het Concertgebouworkest verbonden, gedurende welke periode hij eenige malen o.a. met zijn "Concertstück für Bratsche und Orchester" op. 5 als solist optrad.
Vanaf 1911 was hij tevens altist van het Hollandsch Strijkkwartet, waaruit hij in 1922 ontslag nam teneinde zich geheel aan de compositie te kunnen wijden. Sedert 1919 is hij als vioolleeraar aan Muziekschool van de M.t.B.d.T. verbonden. Het feit, dat de Violist Cor Kint, juist voor orgel, zulke prachtwerken componeert, ondanks hij dit instrument niet bespeelt, bewijst zijn groote muzikaliteit. Organisten als Jan Zwart [] en Ant. W. Rijp, schrijven dan ook het volgende over zijn composities : []
Het Organistenblad, 15 Februari 1919.
Cor Kint: Fantasie voor Orgel over : ‘Een vaste Burg is onze God’. Prijs fl. 1.50. Seyffardt's Muziekhandel. Een violist die orgelwerken en nog wel zulke, als hier een voor ons ligt, mag wel als een buitengewoonheid gelden. De heer Kint behoeft het niet als een ‘phrase’ te beschouwen als we zeggen dat hij de orgelliteratuur in het algemeen verrijkt heeft met deze Fantasie. Voor onze concertorganisten een schoone gelegenheid om dezen Nederl. componist op hun programma te brengen, trouwens eenige hunner hebben zich al voor zyn werk geïnteresseerd.
Het schoonste o.i. uit deze geheele Fantasie die 20 platen muziekdruk beslaat, is wel het gedeelte in 6/8 met de melodie in de Tenor dat uitmunt door vinding en geest ; de prachtige Fuga en het machtig slot waarbij het koraal zijn grootste effect verkrijgt door de snelle figuren in het pedaal.
[J. Zwart]Nieuws van den Dag.
Op het programma der achtste Orgelbespeling in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, op Woensdag 13. September [1916], komt als No. 4 een noviteit voor en wel 'n Andante uit een orgelsonate van den Heer Cor Kint, stadgenoot en jong, doch nu reeds hoogst verdienstelijk musicus, vroeger lid van 't Concertgebouw-Orkest, thans lid van 't Hollandsch Strijkkwartet. Dit Andante is zoo in alle opzichten werkelijk mooie muziek, zoo rijk en geniaal van vinding en gevoelsuiting, dat ik wel zou wenschen 't alle ernstige en fijnvoelende musici te kunnen voorspelen. Daarbij toont de jeugdige componist te beschikken over 'n zeldzaam begrip hoe orgelmuziek zijn moet, al bespeelt hij ook in 't geheel 't orgel niet. Eindelijk [=tenslotte] is 't geheel in den geest van dezen tijd, hyper-modern in zijn accoordengangen en modulatorische wendingen en blijft toch desondanks rijk, ja overvloeiend van melodie. [A. Rijp]D e U i t g e v e r s. []

Dagblad De Gooi- en Eemlander, 04-06-1977, pag. 16. Jeugdherinneringen van Helma Wolf-Catz. [1900-1978]
In gelukkiger jaren ontmoette ik in Henri's [Henri Polak] huis de bekende musicoloog Sem Dresden, die ook enige tijd in Laren woonde […]. De musici Bram Mendes, Cor Kint en Canivez, de twee violisten en de cellist van het Hollands[ch] Strijkkwartet echter hoorde ik tijdens de geliefde concerten in Hamdorff, waarheen ik vol trots met mijn vader ging. [Voor en rond 1920.]
1981 Het doktershuis aan de Torenlaan : met herinneringen aan kunstenaars / Helma Wolf-Catz (Nijgh & Van Ditmar)

Weekblad De Gooi- en Eembode, 01-09-1977. Hilversum omstreeks de eeuwwisseling. Kerkstraat.
De Kerkstraat was […] toen reeds de voornaamste winkelstraat. Er was nog verkeer aan beide zijden en de grote warenhuizen alsmede de Hilvertshof moesten nog naar Hilversum komen. Zaterdagavonds werd er tot 10 uur verkocht en dan was het in deze straat een drukte van belang onder de gaslantaarns. Met mevrouw Haaks-Lasonder maak ik een historische tocht door deze straat […]. We beginnen bij de Kerkbrink, waar het Hof van Holland nog het sociaal middelpunt was met zijn twee verdiepingen en serres. Cor Kint speelde daar 's avonds in het café. Hij had een trio samengesteld uit de gezinsleden [] en in de prille begintijd van de radio is hij nog wel eens uitgezonden.

* De Telegraaf (A), 20 Nov. 1923.
AMSTERDAM, 20 Nov. — Tot leeraar in het vioolspelen is aan het conservatorium alhier benoemd de heer Cor Kint.

* Nederlandsche Muziek van 1600 tot heden voor Orgel of Harmonium, C.F. Hendriks Jr. Seyffardt's Muziekhandel, Amsterdam, 1924. Pag. 24-25.
Cor Kint – geb. 9 Januari 1890 te Enkhuizen, ontving reeds op zeer jeugdige leeftijd onderwijs in viool-, fluitspel en harmonie van J. P. Roda. Daar hij daarbij blijk gaf van hoogst muzikalen aanleg, werd hij ter voortzetting en voltooiing zijner studiën in staat gesteld de Muziekschool der M.t.B.d.T. te bezoeken, waar Felice Togni (viool), Joh. Wijsman (piano), A.C. Brouwer (contrapunt en compositie), Anton H. Tierie en Dan. de Lange zijn leermeesters waren.
Na volbracht eindexamen was hij van 1909-1915 als altist aan het Concertgebouworkest verbonden, gedurende welke periode hij eenige malen o.a. met zijn opus 5 "Concertstück für Bratsche und Orchester" als solist optrad.
Van 1911 af was hij tevens altist van het Hollandsch Strijkkwartet, waaruit hij in 1922 ontslag nam. Sedert 1919 is hij als vioolleeraar aan de Muziekschool der M.t.B.d.T. verbonden.
* ±2500 Vreemde Woorden in de Muziek, Leon. C. Bouman. Benevens een lijst, bevattende de meest bek. (vooral Nederl.) Toonkunstenaars door Jac. Bonset. Seyffardt's Muziekhandel, A'dam, 61 tot 80ste duizend, z.j. [1924].
Kint, C. 1890. Violist en componist. A'dam.
* 2500 [zo alleen nog de uitgave van 1928] Vreemde Woorden in de Muziek, [resp.] Vreemde Woorden in de Muziek [1932], Leon C. Bouman. Benevens een lijst van de meest bekende Nederlandsche Componisten en Musicologen met opgave van eenige bijzonderheden omtrent hun werk door H. G. [initialen van wie? zie in 't boekje zelf, Henri Geraerdts?]. Seyffardt's Boek- & Muziekhandel, Amsterdam, 1928 (81 tot 95ste duizend), 1932 (96 tot 110e duizend, bew. dr. K. Bernet Kempers).
Kint, Cor. (1890). Violist en componist. Veel orgelstukken en verschillende vioolsoli. Merkwaardig is, dat Kint, die in 't geheel geen organist is, toch juist op dat gebied het beste heeft geproduceerd. Was langen tijd altist in het Holl. strijkkwartet en is leeraar voor viool aan het conservatorium te Amsterdam.
* De viool en hare meesters, Dirk J. Balfoort (ten deele vrij bewerkt naar Jos. Wilh. von Wasielewski, Die Violine und ihre Meister). Den Haag, z.j. (na 1926).
Felice Togni … Zijn voornaamste leerlingen zijn: Samatini,[] Schoenmaker, Cor Kint, mej. L. Langerveld (Batavia), de Jong (Cincinnati) en Rodrigues. [pag. 266.]
Cor Kint, in 1890 te Enkhuizen geboren, ontving muziekonderwijs (viool en fluit) van Roda. In 1903 [] werd hij leerling van Togni voor viool aan de Muziekschool der M.t.B.d.T. te Amsterdam. Na het verlaten van het Conservatorium met het einddiploma in 1909 was hij achtereenvolgens altist van het Concertgebouw-Orkest en het Hollandsch Strijkkwartet. In 1919 werd hij benoemd tot leeraar aan de Muziekschool der M.t.B.d.T., en in 1923 in gelijke functie aan het Conservatorium, waar hij thans nog werkzaam is. Kint is de componist van een aantal werken voor viool en piano, orgel, zang, een concertstuk voor altviool met orkest, een suite voor viole d'amour, twee strijkkwartetten enz. [pag. 275]
* Riemann Musiklexikon, 11. Auflage, 1929. [Bevat meer dan de 12e oplaag!]
Kint, Cor

* Het Orgel en zijn Meesters, M. A. Prick van Wely. J. Philip Kruseman, Den Haag, 1931.
Als de eenige orgelcomponist, die met H. Andriessen en de Wolf, werkelijk van beteekenis is, moeten wij Cor Kint noemen. Hij werd in 1890 te Enkhuizen geboren, waar hij reeds op jeugdigen leeftijd het eerste muzikale onderricht ontving. Later studeerde hij aan de Toonkunst Muziekschool te Amsterdam en was hier van 1909-1915 als altist aan het Concertgebouw-orchest verbonden. Ofschoon Kint geen organist is, weet hij toch voortreffelijk voor orgel te schrijven, terwijl wij aan zijn violistische eigenschappen te danken hebben, dat de melodie nooit verwaarloosd wordt. Zijn harmonieën en modulatorische vrijheden zijn altijd boeiend en interessant, vooral in het ‘Prélude Pastoral’ en ‘Andante’. Ofschoon zijn groote werken, de F moll Sonate en de Fantasie over ‘Een vaste Burg is onze God’ zeker groote verdiensten hebben,[] blijft hij toch het zuiverst en dankbaarst te aanvaarden in zijn kleine lyrische stemmingsstukken. Verder schreef hij nog enkele werken voor viool en orgel. [pag. 302]
* De Telegraaf (O), 5 Sept. 1933.
Cor Kint. ¶ Met ingang van 1 September is aan de Stichting het "Amsterdamsch Conservatorium" tot leeraar in het "Viola d'Amore"-spel benoemd de heer Cor Kint.

* Geschichte des Orgelspiels und der Orgelkomposition, Gotthold Frotscher. Berlin, 1935.
Die [niederländische] Choralfantasie besteht aus Konzertfigurationen und Modulationen (E. Mobach), aus der Generalvorimitation zu figurativer Variierung (Jan Zwart) oder aus allerlei frei gestalteten Floskeln mit Überwiegen lyrischer, idyllischer und heiterer Melodien (Cor Kint). [pag. 1235].
* Symphonia 20e jg (1937), p. 172, NIEUWE UITGAVEN.
Bij den uitgever Wilhelm Zimmermann te Leipzig zal verschijnen een Trio voor viola d'amore, fluit en cembalo van Joh. Joachim Quantz, bewerkt door Cor Kint.

* Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in Woord en Beeld, red. H. P. van den Aardweg. Amsterdam, 1938.
Kint, Cor. – Toonkunstenaar. – Geb. 9 Jan. 1890 te Enkhuizen, uit het huwelijk van Pieter K., geb. 17 Jan. 1863 te Enkhuizen, en Magdalena Roosendaal, geb. 24 Oct. 1864 te Enkhuizen. – Geh. op 9 Nov. 1921 te Amsterdam met Jeanne [!] Couperus, geb. 15 Mei [1897] te Bolsward. – K. ontving reeds vroeg zijn eerste muziekonderricht, viool en fluit van J. P. Roda te Enkhuizen en bezocht aldaar de H.B.S. met 3-j.c. [] Op 12-j. leeftijd werd hij leerling der Muziekschool v/d M.t.B.d.T. te Amsterdam waar F. Togni, viool, A. H. Tierie, Alg. Muziekleer, Johan Wijsman, piano en A. C. Brouwer, harmonie en contrapunt, zijn leermeesters waren. Na het behalen van het diploma der M.t.B.d.T. volgde in 1909 een aanstelling als altist aan het Concertgebouworkest. Hij behoort tot de mede-oprichters van het in 1911 gevormde Holl. Strijkkwartet en was tot 1923 als altist in dit ensemble werkzaam. Toen bleek dat beide functies onvereenigbaar waren, verliet hij in 1915 het Concertgebouworkest teneinde zich geheel aan het kwartetspel te kunnen wijden. Na tal van succesvolle binnen- en buitenl. tournée's volgde in 1919 een benoeming tot leeraar in het vioolspel aan de Muziekschool der M.t.B.d.T. te A'dam, in 1923 gevolgd door die tot leeraar aan het Amsterd. Conservatorium. – K. legt zich de laatste jaren vooral op het Viola d'Amore-spel toe en geldt voor ons land als de voornaamste propagandist van dit instrument. Niet alleen componeerde hij daarvoor versch. werken, doch zijn bewerkingen en uitgaven van V. d'Amore-muziek uit vroegere eeuwen vormen voor belangstellenden de voornaamste literatuurbron (zie Pr. Dr. Wilh. Altmann's Literaturverzeichnis für Bratsche & Viola d'Amore). Met versch. orkesten trad hij op als viool-, alt- en Viola d'Amore-solist. – Ook voor andere instrumenten was K. compositorisch werkzaam. Manuscript bleven o.a. 3 concertino's en verschill. kleine werken voor viool en piano, concertstuk voor altviool en orkest, romance voor cello, 2 strijkkwartetten, suite voor strijkorkest, sextet voor blaasinstrumenten, sonate voor orgel, Kerstzang voor koor, soli en orkest, verschillende liederen, een zangspel "Moeders Wiegelied". – In druk verschenen behalve genoemde Viola d'Amore-werken Madrigale, Serenade en 2 bandjes elementaire stukken voor viool en piano, hymne voor viool en orgel, eenige liederen, diverse harmonium- en pianocomposities en versch. stukken voor orgel, nl. Fantasie over Een vaste Burg, Andante Op. 17, Prélude pastorale en Berceuse romantique. – Merkwaardig is dat K., die zelf geen organist is, juist op dat gebied het beste heeft geproduceerd. – K. is een groot natuurliefhebber. – Roelof Hartplein 9, Amsterdam.
* Over het Orgel en de Orgelmuziek, Max Prick van Wely en Herman Huls (reeks De Muziek nr. xvi) J. Philip Kruseman, den Haag z.j. [na 1939 (†1939), vóór 1944 en het sterfjaar van J. Jongen, spelling nog met –sch].
Jacques Bonset en Cor Kee zijn eveneens bekende orgelcomponisten, wier werken steeds in den smaak vallen, evenals de melodieusche [sic] en dankbare stemmingsstukken van Cor Kint. [pag. 108]
* Muzikaal Handwoordenboek, C. Werda (ps.). Turnhout, z.j. (1943-44).
Kint, Cornelis, geb. 9 Januari 1890 te Enkhuizen, componeerde het zangspel Moeders Wiegelied, een suite voor strijkorkest, een suite voor viola d'amore, een concert voor viool, orgelwerken, liederen.
FACSIMILE VAN OVERLIJDENSADVERTENTIE EN TELEGRAM
* Christiane Berkvens-Steveling, Inventaris van het archief van Karel Heiko Miskotte in de Universiteitsbibliotheek Leiden (1998) [inv.nr. 16 ; op illustr.] ; notitie van K. Miskotte in zijn Notitieboek, July 11 1944. [Waarschijnlijk na lezing van de krant:] [, ook bij de Bachzaalgemeente]
Kint — Cor Kint ✝ — 54 jaar.
* Prisma Encyclopedie der muziek, S.A.M. Bottenheim, bewerkt en ingeleid door Wouter Paap. Utrecht - Antwerpen 1957.
Kint, Cor, Ned. altist; *1890 te Enkhuizen, †1944 te Hilversum; leerling van Felix Togni aan het Amsterdams Conservatorium, 1909-'15 altist in het Concertgebouw-orkest, van 1911-'22 lid van het Holl. Strijkkwartet. Werd in 1919 leraar aan de Muziekschool en aan het Amsterdams Conservatorium. Componeerde o.a. een suite voor strijkorkest, een concert voor viool en orkest, een suite voor viola d'amore en liederen. [overgeschreven van Werda]
* Riemann Musiklexikon, 12. Auflage, Mainz, 1959.
Kint, Cor, * 9.1.1890 zu Enkhuizen, † 8.7.1944 zu Hilversum; niederländischer Komponist, war 1909-15 Bratschist im Orchester des Concertgebouw zu Amsterdam, 1911-22 im Holländischen Streichquartett, wurde 1919 Lehrer für Violine an der Musikschule der Maatschappij tot bevordering van Toonkunst und am Konservatorium. Werke: Suite für Streichorch. op. 3, Konzertstück für Va und Orch. op. 5, Suite für Va d'amore op. 6, Prélude pastoral für Harmonium op. 33, Singspiel Moeder's Wiegelied, Orgel-, Klavier- und Violinstücke, Lieder.
* Dagblad ‘De Gooi- en Eemlander’, Dinsdag 11 Juli 1944, voorpagina. [† za. 8 juli, begraven do. 13 juli]
Kunst en Letteren. Muziek. Cor Kint overleden. [Auteur : G. van Ravenzwaaij? afd. EM ernstige muziek van de Ned. Omroep, D. Verkijk p871]
Zaterdag j.l. overleed te Hilversum na een kortstondige ziekte de bekende musicus Cornelis Kint in den ouderdom van 54 jaar. Met hem is een onvermoeid voorvechter van de viola d'amore heengegaan, het oude strijkinstrument, dat zoo lang in onbruik was.
Cor Kint werd 9 Jan. 1890 te Enkhuizen geboren. Hij studeerde aan de muziekschool en aan het conservatorium van Toonkunst te Amsterdam, waar hij later, in 1919 zelve leeraar voor viool zou worden. Hij was violist en altist beide en maakte deel uit van verschillende belangrijke orkesten en kamermuziekensembles. Zoo was hij van 1909-1915 altist bij het Concertgebouworkest en hij behoorde tot de oprichters van het Hollandsch Strijkkwartet, waar hij elf jaar lang, tot 1922, zitting in had. Van de oprichting af bezette Kint een plaats in het groote symphonie-orkest van den K.R.O. en na de concentratie der omroepen was hij altist in het omroepsymphonie-orkest. De laatste jaren gaf hij zijn werkkracht dus aan de radio, waar hij ook solistisch en als kamermuziekspeler zich vaak deed hooren, veelal als propagandist van de viola d'amore. Kint, die zelf opgeleid was in de strenge school van Felix Togni was tevens een gezien paedagoog. Als componist trad hij op den voorgrond in werken voor viool en piano, liederen, een suite voor strijkorkest, een concert voor viool, een zangspel en andere koorwerken.
Een Kerstcantate van zijn hand werd nog bij het laatste Kerstfeest te Hilversum uitgevoerd. Hij was een der zeldzame componisten, die met succes voor orgel schreven, zonder uitvoerend organist te zijn. Tenslotte schreef hij origineele composities voor viola d'amore en verzorgde talrijke bewerkingen van oude composities voor dit instrument. Men zal in zijn omgeving, den bescheiden en kundigen vakman, die zich nooit spaarde, sterk missen.
De teraardebestelling van het stoffelijk overschot zal Donderdagmiddag a.s. op Zorgvlied te Amsterdam plaats vinden.
“Hij was een der zeldzame componisten, die met succes voor orgel schreven, zonder uitvoerend organist te zijn” (hij wist het! G. van Ravenzwaaij 11 juli 1944 in zijn necroloog in de G&E).
* Caecilia en "de Muziek", waarin opgenomen het tijdschrift "Symphonia", 101e jg. nr. 4, Aug. 1944, p. 62.
COR KINT OVERLEDEN.
De toonkunstenaar Cor Kint is te Hilversum, in den ouderdom van 54 jaar, overleden.
Kint, die te Enkhuizen werd geboren, bezocht de H.B.S. aldaar en kreeg zijn muzikale opleiding aan de Muziekschool der Mij. t.b.d. Toonkunst te Amsterdam. Van 1908 tot 1916 was hij als altist verbonden aan het Concertgebouw-Orkest.[] Ook maakte hij, sinds 1911, vele jaren deel uit van het Hollandsch Strijkkwartet. In 1919 werd Cor Kint aangesteld als leeraar aan de Muziekschool van het Amsterdamsch Conservatorium. Vier jaar later werd hij leeraar aan dit Conservatorium.
Ook op compositorisch terrein is Kint werkzaam geweest. Hij schreef o.a. Madrigale (voor viool en piano), Le début du violon, Le violon chante en stukken voor orgel, piano en harmonium.

 

 

3 Recensies, beoordelingen Artikelen van en over Kint, brieven

Onderstaand worden in Kints teksten alleen aperte drukfouten verbeterd. Bij Kints omgang met de Nederlandse en Duitse taal ging er weleens iets mis, ; de teksten worden niettemin onveranderd weergegeven.

* Uit de notulen van de jaarlijkse ledenvergaderingen van de Enkhuizer Orkestvereeniging ‘Crescendo’, opgericht in 1911. Voorzitter Frans le Coultre.
– N.a.v. de concerten op 2 Dec. 1914 en 7 April 1915 in het Nutsgebouw :
C. Kint was een welkome verschijning op eerstgenoemd concert bij zijne prachtuitvoering van Concert No 5 (A gr. t.) voor viool met orkestbegeleiding van W. A. Mozart. We kunnen de welwillende medewerking van de heer Kint nooit genoeg op prijs stellen. Op 't tweede concert trok onze Directeur de aandacht en dwong aller bewondering af met zijne uitvoering van Concert No 1 (C gr. t.) voor de piano met orkestbegeleiding van L. v. Beethoven. Zeer verdienstelijk gedirigeerd door de Hr. Kint.
– N.a.v. het concert op 27 Febr. 1918 m.m.v. “de Heeren C. Kint en R. G. Crevecoeur” :
Voorts Concertstück voor alt-viool met orkestbegeleiding van Cor Kint. Op meesterlijke wijze wist de Hr Kint hiermede zijn oude roem te handhaven en oordeelen wij het overbodig hierover verder uit te wijden. Alleen een woord van vriendelijken dank voor dergl ook zoo belangelooze hulp en een tot weerziens willen we namens onze Vereeniging den Hr Kint niet onthouden.
– N.a.v. het concert op 17 Juli 1918 Wester? :
Op initiatief van onze Dir werd door ons medegewerkt aan het orgelconcert op 17 Juli j.l., waar onze Dir als solist opvoerde concert no 4 van Händel met orkestbegeleiding, onder Directie van den Hr. C. Kint. Ook dit nummer slaagde uitmuntend en vond veel bijval.
– Vergadering van Vrijdag 8 Febr. 1918 :
Ingevolge ontstentenis van onze pianiste mej. Vlasveld kunnen we nog met waardeernis [sic] vermelden de voor die partij steeds ontvangen hulp van de Weled. Heeren Rinkel en Rienks. […] Alsnog deelt spr. [voorzitter Frans le Coultre] mede dat een schrijven van de Heer Kint ons mededeelt, als datum van ons a.s. concert in verband met zijne werkzaamheden heden is bepaald 27 Febr. a.s. […] Ook is de Hr Kint alleen met reis en verblijfkosten te vreden. Zulks is voor ons van groote waarde.

De Vrije Westfries van 2 Nov. 1926.
Over de hooge kunstvaardigheid van Cor Kint mogen we kort zijn. Hij speelde een eenigszins nuchter aandoende Romance van Vieuxtemps en een brillante Hongaarsche dans (Hejre Kati), waarin hij zijn warm temperament en zijn groote techniek den vrijen teugel gaf.
Enkhuizer Courant van 2 Nov. 1926.
De heer Cor Kint, wiens laatste optreden in zijn geboorteplaats van een tweetal jaren geleden dateert, hebben we reeds vaker besproken. En we zouden ook over zijn kwaliteiten van kunstenaar in herhaling kunnen treden. Laten we volstaan met te zeggen, dat we opnieuw genoten, heerlijk genoten hebben van zijn subliem vioolspel. Voelde het in het begin van de Sonate (van Tartini, voor viool en piano) eenigszins koel aan, al spoedig was dit overwonnen, en het Presto non troppo, en niet minder het Largo met het Allegro commodo, deed ons alles vergeten, om enkel te luisteren naar de tonen, die hij aan zijn instrument wist te ontlokken. Dit was ook het geval met de beide vioolsoli, waarmee het concert besloten werd, n.l. de betrekkelijk eenvoudige Romance (van Vieuxtemps) en het van temperament tintelende Hejre Kati (van Hubay).
[Hejre Kati van J. Hubay is een Hongaarse dans. Kint solieerde ook in twee arias uit de cantates 58 en 21 van J.S. Bach voor sopraan, viool en begeleiding, resp. Ich bin vergnügt in meinem Leiden en Seufzer, Tränen, Kummer, Not. De sopraan was Cor Igesz uit Overveen, geboortig van Enkhuizen, Crevecoeur begeleidde. De recette ging naar de kas van de Toonkunstafdeeling Enkhuizen.]

Enkhuizer Courant van 21 April 1927.
… een Prélude pastoral van Cor Kint. Deze is, ons inziens, niet het beste, wat we tot nog toe van composities van Kint hoorden.
De Vrije Westfries van 19 April 1927.
"Prélude pastoral" van Cor Kint … was zeer genietbaar, hoewel we met de bijvoeging pastoral wel wat verlegen zaten. [betr. eerste Concert van de reeks op Maandag 18 April, m.m.v. Bep Bos Janszen uit Bussum, violoncel, namiddag 5 uur].

* Maandblad voor hedendaagsche muziek, 1934, pag. 347. Recensie ondertekend door D.R. (Daniël Ruyneman).
8 October gaf Piet van Egmond voor de A.V.R.O. een vertolking van twee orgelstukken van Cor Kint. Het eerste van deze werken, de ‘Berceuse romantique’ sterk onder de invloed van Franck, heeft wijding en vermocht indruk te maken. Het tweede ‘Prélude pastoral’ lijkt mij zwakker van vorm. Mogelijk zou het pastorale karakter van deze compositie, door een te wijzigen registratie meer tot zijn recht kunnen komen.

* Symphonia 1937 (20e jg), pag. 153-154. Nieuwe uitgaven. Bespreking.
Het was 13 September vijf jaar geleden dat de onverbiddelijke dood een einde maakte aan het produktieve leven van een onzer grootste pianisten en kunstenaars, Dr. Julius Röntgen. […]
Op kamermuziekgebied verschenen bij de Firma Schott en Sohn een Trio voor viool, cello en piano, alsmede een Kwartet voor 2 violen, alt en cello, beide van een der meest op den voorgrond tredenden vertegenwoordigers der hedendaagsche Nederlandsche componisten, Henk Badings. ¶ Röntgen's en Badings' werken zijn wel op elkaars geheel tegenovergestelden leest geschoeid. Röntgen's werk vindt zijn zwaartepunt in zijn rijke melos ; Badings' werk wordt beheerscht door het rhythmische element, ofschoon hij een gelukkig compromis met het melodische gesloten heeft, iets wat niet van alle moderne componisten gezegd kan worden. ¶ Echter kan ik mij voorstellen, dat zijn ‘consonanten-vrije’ schrijfwijze en de daardoor ontstane opeenhoopingen van harmonische spanningen op menig toehoorder vermoeiend en wrevelig zullen werken. De tegenwoordige generatie echter, levende en werkende in een tijd welks eenig ideaal het steeds maar weer verbeteren van snelheidsrecords schijnt te zijn, heeft wellicht in muzikaal opzicht ook andere prikkels noodig. ¶ Badings' Trio hoorde ik voor de eerste maal (als manuscript) op de in 1936 [foutje, 1934] in Arnhem gehouden conferentie van ‘Muziek en Religie’, waarbij mij de suggestieve werking der 2de Satz bijzonder opviel. ¶ Zijn Strijkkwartet hoorde ik eenige maanden geleden voor de microfoon der V.P.R.O. door een onzer kwartetverenigingen uitvoeren. Ook hiervan staan mij vele boeiende momenten voor den geest.
Badings beheerscht zijn contrapunt uitstekend ; zijn schrijfwijze stelt aan de uitvoerenden de hoogste eischen, waardoor zijne werken niet spoedig algemeen goed kunnen worden. Hoe we overigens ook tegenover onze moderne richting mogen staan, het is toch de plicht van ieder die het wel met onze kunst meent, te trachten ook hare evolutie te volgen. Mocht deze evolutie een afdwaling zijn, dan zal ook dat op den duur blijken. COR KINT. * Brief aan
Mej. R. v. d. Meulen, Kalkoenstraat 1, Amsterdam (Noord)
Cor Kint, R. Hartplein 9 A'dam (Z)
Amst 5/10/31
Beste Riek!
Wil u bygaande pagina's voor my tijpen. Voor de beide notenvoorbeelden op pag. iv laat u maar wat ruimte over. Die vul ik zelf wel weer in. Op de keerzyde van v staan nog eenige regels die onmiddelyk op de voorzyde van v volgen.
Met hartelyke groeten Cor Kint

* Brief van Cor Kint aan Willem Mengelberg, niet gedateerd (Mei 1937 vlg. bijschrift). Facsimile in E. Bysterus Heemskerk, Over Willem Mengelberg, Amsterdam, 1971, pag. 122.
Zeer geachte Heer Mengelberg, Na de ergernis van het tendenzieuze artikel in het dagblad "Het Volk" was uw in het Zaterdagavondblad der "Telegraaf" opgenomen intervieuw [sic] voor mij een ware verademing.
Ik voel mij dan ook gedrongen u met dit standpunt als zijnde het eenige juiste hetwelk een kunstenaar tegenover de politiek kan innemen, mijn warme sympathie te betuigen.
Met hoogachting en hartelijken groet
van een ex-orkestlid, [ondertekend:] Cor Kint.
[Noot : in deze jaren werd vaak ‘tendenz’ en ‘tendenzieus’ geschreven.]

* Brief aan Jan Aij
Cor Kint Den Weled. Heer Jan AIJ
Diependaalsche Drift 22 Toonkunstenaar
Hilversum Veerweg 19, Anna-Paulowna
Hilversum, 6 April 1941.
Beste Jan,
Het was een zeer prettige verrassing voor mij na een tijd waarin zoo veel gebeurd is en we allen in een groote spanning leefden weer eens iets van je te hooren. Dikwijls heb ik aan je gedacht want je zult gedurende de oorlogsdagen wel heel veel hebben moeten doormaken : dikwijls dacht ik ook je te zullen schrijven doch ook ik heb gedurende dien tijd veel onaangename dingen ondervonden waardoor de goede voornemens dikwijls op den achtergrond geraken.
De kennisgeving van je voorgenomen huwelijk werd mij door den Heer Moerbeek [A'damsch Conservatorium] nagezonden en is dus directe oorzaak van het doorbreken van mijn stilzwijgen. Ik wensch je en natuurlijk ook je a.s. vrouw zeer veel geluk in dit huwelijk want juist in ons beroep is een evenwichtig huwelijksleven van doorslaande beteekenis.
Je wist schijnbaar nog niet dat ik tegenwoordig in Hilversum woon en aan den Omroep verbonden ben. Deze werkkring heeft voor mij die zoo'n geheel anderen werksfeer gewend was zijn onaangenamen kant en het heeft geruimen tijd geduurd voordat ik er mij bij kon aanpassen of liever gezegd er in kon berusten doch het voordeel is dat er een finantieel vaste basis aan verbonden is. Mijn lessen aan Conservatorium en Muziekschool kan ik blijven geven op een wekelijkschen vrijen dag.
Mocht je eens in Hilversum komen dan hoop ik dat je mij eens komt opzoeken doch tevens zal ik het zeer prettig vinden als je mij ook eens laat weten hoe jij het maakt.
Met zeer hartelijken groet, ook aan je a.s. echtgenoote,
Coris Kint
Noot : “... de Omroep had als gevolg van zijn salaris-politiek een groot aantal musici [uit de andere orkesten] weggezogen”. S. de Ranitz geciteerd in Pauline Micheels, Muziek in de schaduw van het Derde Rijk (1993), p. 192. * Brief aan Jan Aij
Cor Kint Den Weled. Heer Jan Aij, Musicus
Ruysdaellaan 35 Nieuwe Sluizerweg 1
Hilversum Slootdorp
Hilversum 21/8/42
Lieve Vriend,
Nog eens voel ik mij genoodzaakt jullie? hartelijk te danken voor de hartelijke en gulle ontvangst – de prettige dagen, welke ik niet gauw zal vergeten. Ik hoop nog eens in de gelegenheid te komen, alles te vergelden.
Er zijn menschen waar je je nooit thuis[voelt] en zulke waar je direct thuis bent en waar direct wederzijdsche symphatie [sic] aanwezig is. Dat laatste moet bij ons wel het geval zijn geweest.
Met een hartelijke groet, je Cor Kint
[Inliggend kaartje] Met hartelijken dank voor de genoten gastvrijheid, Cor Kint []

Vouwblad (reclamemateriaal), afmetingen x×x samengesteld door Kint.
Pag. 1 : Foto van Kint, een viola d'amore bespelend.
Onderschrift : COR KINT – LEERAAR AMSTERDAMSCH CONSERVATORIUM
roelof hartplein 9, amsterdam zuid, telefoon no. 27048
Pag. 2 : L. S.
In dezen tijd van muziekverwording is het een typisch verschijnsel dat, waarschijnlijk als natuurlijke reactie, het verlangen naar oude muziek en muziekinstrumenten steeds grooter wordt, zoowel bij de toonkunstenaars zelf als bij het publiek.
Onder deze instrumenten neemt de "VIOLA d' AMORE", een 14-snarig instrument uit de 18e eeuw, een belangrijke plaats in. Van deze 14 snaren worden er 7 bespeeld, terwijl de overige als resonanssnaren het instrument zijn eigenaardig timbre verlenen.
Steeds meer overtuigd van de groote schoonheid van dit instrument zou ik deze gaarne dichter tot de massa willen brengen door 't geven van récitals, doch ook door solistische medewerking te verleenen op concerten van muziek- en zangvereenigingen [of kerkconcerten later ingevoegd met gestempelde letters].
Uit bovengenoemde ideëele overweging, doch mede in verband met de tijdsomstandigheden, bied ik U bij deze mijne medewerking aan tegen billijk honorarium.
Gaarne uw antwoord tegemoet ziende,
Hoogachtend,
COR KINT.
Pag. 3 : EENIGE PERSBEOORDELINGEN.
Nieuwsblad van het Noorden :
Van de uitvoerenden trad Cor Kint het meest op den voorgrond. Met de solistische prestatie van de Sonate van Stamitz demonstreerde hij vooral zijn volle beheersching en muzikaal spel op de Viola d' amore.
Groninger Dagblad :
Cor Kint beheerscht het ongewone instrument op volmaakte wijze.
Haarlemsch Dagblad :
De heer Cor Kint, dien we dezen winter ook op een concert der Haarlemsche Orkestvereeniging de Viola d' amore hoorden bespelen, deed zich weer als een respectabel meester op dit instrument kennen.
Het Volk :
We hebben Cor Kint bewonderd in zijn technische en muzikale voordracht van de Sonate van Stamitz.
Nieuwe Haarlemsche Courant :
Cor Kint, bekend violist en paedagoog, droeg op de Viola d' amore de Sonate van Stamitz voor en toonde zich op dit instrument een meester. Dit niet alleen in technisch, doch ook in artistiek opzicht. Cor Kint kent de Viola d' amore en hare klankmogelijkheden en weet daardoor de voor dit instrument speciaal geschreven muziek geheel tot haar recht te laten komen.

* Reformatorisch Dagblad 31 okt. 1997, Plus, pag. 13. De klaroenstoot van Maarten Luther, door Dick Sanderman.
[…] Ter gelegenheid van het vierde eeuwfeest van de kerkhervorming publiceerde Jan Zwart in 1917 zijn Fantasie over het Lutherlied Een vaste Burg is onze God. Het stuk kreeg direct veel waardering en stond jarenlang op de lijst van verplichte werken voor de getuigschriftexamens van de Nederlandse Organisten Vereniging. Minder bekend is de Fantasie over het koraal Een vaste Burg is onze God van Cor Kint (1890-1944). De compositie dateert uit 1916 en werd in 1917 voor het eerst uitgevoerd door R. G. Crevecoeur in de Westerkerk te Enkhuizen.
Gezien het feit dat de Fantasieën van Zwart en Kint even oud zijn, ligt een vergelijking voor de hand. Waarom wordt de Fantasie van Kint bijna nooit meer uitgevoerd, terwijl de compositie van Zwart regelmatig op concertprogramma's prijkt? Om te beginnen noem ik twee heel pragmatische redenen : Boek I van Jan Zwart is nog volop verkrijgbaar, terwijl de organist die de Fantasie van Kint wil spelen in antiquariaten of bibliotheken naar een vergeeld exemplaar van de oude Seyffardt- of Alsbach-uitgave moet gaan speuren.
De moeilijkheidsgraad is een tweede belangrijke factor : door de vele toevallige voortekens en de kleurrijke, allerminst vanzelfsprekende harmonieën is het notenbeeld bij Kint minder vlot leesbaar dan bij Zwart. Speeltechnisch is de Fantasie van Jan Zwart zelfs voor de amateurorganist al snel haalbaar, terwijl die van Kint aanmerkelijk hogere eisen stelt, overigens niet alleen aan de speler, maar ook aan de luisteraar. De kruiden waarmee hij zijn akkoorden op smaak brengt, moet je leren waarderen en het duurt vrij lang voordat de volledige koraalmelodie hoorbaar wordt.
Kint profileert zich in dit werk als de kunstenaar die op hoog niveau met het Lutherlied in de weer is. Jan Zwart blijft dichter bij zijn publiek, hanteert een toegankelijk idioom en presenteert de melodie direct in een herkenbare vorm, gelukkig zonder in oppervlakkigheid of banaliteit te vervallen. […]
————————————————————————————

———————————
De Groninger Orkestvereeniging. Concert op Woensdag 2 October. Dirigent : Kor Kuiler (1877-1951). Solist : Cor Kint, Viola d'amore, Amsterdam. K. Kuiler; instrument: dirigent; geb. datum: 21-04-1877; van 03-11-1910 tot 01-09-1944
Kor Kuiler en zijn betekenis voor het muziekleven in Groningen
Heijkoop, H.A. / s.n. / 1988
Bio-bibliografie van Kor Kuiler (1877-1951)
Heijkoop, H.A. / Stichting Muziekschool voor het West-Gelders Rivierengebied "Peter van Anrooy" / 1987
contact Heijkoop, H A, Nieuwe Krim 13, 7741NR COEVORDEN, 052 4572600
Culemborg Kersenboom 5, 0345-518888

Eerste afdeling : 1. Ouverture (Suite) No. 1 (C gr. t.), J.S. Bach ; cembalo : Mej. Janny van Wering, Amsterdam. 2. Concert No. 2 voor Viola d'amore en Orkest, K. Stamitz, bewerkt door Cor Kint.
———————————

Kint was geen schrijftafelcomponist, hij heeft gewerkt, heeft applaus is toegejuicht in en buiten Nederland internati wasReeds de Vaste Burg en 2e Strijkkwartet zijn vrij van dat gebrek aan vakmanschap, het kleine geknutsel, de korte adem, dat je bij Pijper en Andriessen tegenkomt. A R T I K E L in Symphonia, 15 Mei 1936, 19e jaargang nr. 5 en 6, p. 77-78, 93-94.
Check spelling v termen etc. Dit artikel is met ij digraph 9 pt en 9,5 pt getypt.
De Viola d'Amore
door
COR KINT

[pag. 77]
Onder de talrijke meest nu geheel vergeten instrumenten welke in de practische muziekbeoefening gedurende de 17de en 18de eeuw een belangrijke plaats innamen, behoort behalve het clavecymbalo en de Viola da Gamba, de Viola d'Amore. Het streven van den tegenwoordigen tijd, de talrijke in deze eeuwen geschreven werken weer bij de massa bekend te maken, doch speciaal het feit, deze zooveel mogelijk in stijl te willen weergeven, hebben deze instrumenten weer in een gedeeltelijke publieke belangstelling geplaatst. Dat de bekendheid met deze instrumenten niet bijzonder groot is, daarvan kunnen wij ons iederen dag overtuigen. Zelfs onder de muziekstudeerenden treffen we velen aan, die, indien zij dan al met de namen en het bestaan dezer instrumenten bekend zijn, ze misschien wel eens hebben gehoord, ze echter nooit van dichtbij hebben gezien en evenmin met de geschiedkundige ontwikkeling en karakteristieke bijzonderheden op de hoogte zijn. Indien dit artikel, hetwelk speciaal aan de Viola d'Amore is gewijd, er toe zal bijdragen aan dit instrument weer die belangstelling te geven, welke het m.i. verdient en waarop het aanspraak kan maken, meen ik mijn doel te hebben bereikt.
De Viola d'Amore wordt meestal aangezien als een zusterinstrument van onze tegenwoordige altviool. Om deze onjuistheid te kunnen weerleggen, is het noodig dat we een blik werpen in de geschiedkundige ontwikkeling der strijkinstrumenten in het algemeen.
Volgens overlevering zou omstreeks 5000 voor Chr. op het eiland Ceylon door koning Ravana het eerste strijkinstrument zijn uitgevonden, naar hem Ravanastron genaamd. Wanneer wij echter uit anderen bron vernemen, dat de uitvinder een “célèbre géant hindou à dix têtes” zou zijn geweest, kunnen we aan deze overlevering slechts een twijfelachtige waarde toekennen.
Historische zekerheid krijgen we eerst met de bij de Arabieren voorkomende Rebab, een strijkinstrument met ronde of trapeziumvormige klankkast, overspannen met een dierenhuid en bespannen met een of twee snaren. Dit instrument werd in het begin der 8ste eeuw, tengevolge van de vestiging der Mooren in Spanje, naar Europa overgebracht. Deze Rebab versmelt zich omstreeks de 14de eeuw met de nog tegenwoordig in Griekenland voorkomende Lira (waarvan de abt Gerbert in zijn werk over de middeleeuwsche muziek de eerste afbeelding geeft) en draagt dan verder den naam Rebec.
Behalve deze Lira noemt de monnik Otfried (790-875) in zijn werk "Liber Evangeliorum" als strijkinstrument nog de ‘fidula’. De eerste afbeelding van dit instrument dateert echter pas uit de 13de eeuw en toont zeer veel overeenstemming met een instrument dat reeds in de 7de en 8ste eeuw voorkomt en gedurende de volksverhuizing door de Indo-Germaansche volksstam, de Kelten, naar West-Europa werd overgebracht, n.l. de Keltische Crwth. Omtrent het feit of de Crwth uit de Fidula is ontstaan dan wel omgekeerd loopen de meeningen sterk uiteen ; doch is dit ten slotte van weinig belang, temeer waar ‘fidula’ eigenlijk een middeleeuwsche naam is voor een groep instrumenten zonder dat men deze met zekerheid voor een vastgesteld type kon laten gelden. Deze groep instrumenten blijft zich handhaven tot aan het optreden van de drie groote instrumentenfamilies der Lyra (niet te verwarren met de hiervoren genoemde Grieksche Lyra), der Viola da Brazzio en der Viola da Gamba.
De viola da gamba, welke evenals onze tegenwoordige violoncel werd bespeeld, onderscheidde zich van de viola da braccio (armviool) in hoofdzaak door het grootere aantal snaren, den langeren hals, de naar boven puntig toeloopende klankkast, het vlakke achterblad, de meestal C-vormige klankgaten, de platte, het meerstemmig spel ten goede komende kam en de ten slotte verdwenen ‘Bünde’ (smalle richeltjes, dwars over den toets aangebracht, welke dienden om de grijpende vingers mechanisch bij het juiste indeelen der snaren te helpen). Onder invloed van de Lyra da Braccio ontstond uit de Viola da Brazzio omstreeks 1600 onze tegenwoordige altviool, met als verkleinde éditie onze hedendaagsche viool. De Viola d'amore daarentegen behoort tot de Bastaardvormen der Viola da Gamba.
De karakteristiek der Viola d'Amore is gelegen in het feit, dat ze behalve een bepaald aantal darmsnaren (welke worden bespeeld), nog een aantal metalen snaren bezit, welke onder den toets doorloopen en als zoogen. resonanssnaren den klank (welke tengevolge van de sterke belasting van het bovenblad niet sterk is), niet alleen versterken, doch daaraan bovendien een eigenaardig timbre verleenen, hetwelk door Berlioz in zijn "Instrumentationslehre" als seraphijnsch wordt gekarakteriseerd en Leopold Mozart in zijn "Versuch einer gründlichen Violinschule", naif laat verklaren, dat dit instrument “sonderheitlich bey der Abendstille recht lieblich klinget”.
Het principe der medeklinkende snaren is reeds [p. 78] van ouden oorsprong en reeds veelvuldig door de Perzen, Hindoes en andere volken in toepassing gebracht. Omstreeks het midden der 17de eeuw voorzag men in Engeland een kleine viola da gamba van een aantal resonnanssnaren en de Viola d'Amore was ontstaan. Playford noemt in zijn "Musik's Recreation" (1661) Daniel Farrant als den uitvinder. Praetorius schrijft hierover in zijn "Syntagma musicum" het volgende : “Jetzo ist in England noch etwas sonderbares dazu erfunden”, en vervolgt, na een korte beschrijving van het instrument te hebben gegeven, met de mededeeling dat door de werking der resonnanssnaren “die Lieblichkeit der Harmonie gleichsam erweitert und vermehrt werde”.
Het nieuwgevonden instrument schijnt voor de Engelschen een groote aantrekkingskracht te hebben gehad, hetgeen overtuigend blijkt uit het feit, dat Attillio Arosti (1660-1740), die geruimen tijd in Engeland vertoefde en aldaar zijn bekende "Lezioni per la Viola d'Amore" wilde uitgeven, voor deze uitgave niet minder dan 300 inteekenaren vond.
In den beginne was de stemming der viola d'amore niet aan een bepaalden regel onderworpen. Terwijl de stemming in een D-dur drieklank thans algemeen gebruikelijk is, kwamen vroeger herhaaldelijk stemmingen in andere drieklanken voor. Ariosti b.v. schrijft slechts in een van zijn "Lezioni" D-dur stemming voor ; voor de overigen verlangt hij A-dur, F-dur en e-mol stemming. Het bij Nagel uitgegeven Divertimento voor Viola d'Amore, viool en cello, is oorspronkelijk in Es majeur gecomponeerd, terwijl de bekende Arie uit Bach's Johannes-Passion ontegenzeggelijk op een in Es-dur gestemd instrument moet worden uitgevoerd. Doch ook n i e t in drieklankvorm gehoudene stemmingen kwamen meermalen voor. Een merkwaardig voorbeeld hiervan vinden we in een werk van Heinichen, waarin een in F, C, A, c, f, a, d' gestemd instrument wordt verlangd. Mattheson deelt ons in zijn "Neu eröffnetes Orchester" mede, dat ze meestal 3 oversponnene en een darmsnaar had en meestal in C-dur of c-mol was gestemd. Daarentegen geeft Kaspar Maier in zijn "Musiksaal" (1741) niet minder dan 17 verschillende stemmingen aan.
(Slot in het volgend nummer.)
[pag. 93] Zooals reeds in het eerste artikel is gezegd, wordt thans algemeen de stemming in D-dur gebruikt en is het aantal speelsnaren op 7 (soms 6) vastgesteld. De 7-snarige is in A, D, A, d, fis, a, d', soms D, Fis, A, d, fis, a, d', de 6-snarige in D, A, d, fis, a, d' gestemd. Volgens Curt Sachs (Réallexikon der Musikinstrumente) had de viola d'amore vroeger 7 tot 14 diatonisch of chromatisch gestemde resonnanssnaren. Henri Casadesus, de bekende viola d'amorespeler van de "Societé des Instruments anciens", is gedeeltelijk tot dit principe teruggekeerd en heeft deze snaren als volgt gestemd : es, e, f, g, gis, ais, fis. Mijns inziens wordt hier echter het voordeel aan den eenen kant geboekt, aan den anderen kant weer teniet gedaan. Eenerzijds wordt het instrument wel eenigszins bevrijd van zijne betrekkelijke gebondenheid aan de D-dur toonsoort, doch waar, als gevolg van de zwaardere belasting van het bovenblad, een verlies aan toonvolume moet ontstaan, lijkt mij dit niet de gewenschte oplossing. Zonder twijfel zijn D-majeur en de hieraan het meest verwante toonsoorten de meest geschikte voor het instrument, omdat dan de symphatische snaren de gunstigste uitwerking hebben, doch ten slotte heeft ieder instrument (natuurlijk uitgezonderd die instrumenten, welke voor iederen toon een afzonderlijke snaar hebben) zijne, in acoustisch opzicht goede en slechte toonsoorten. Men denke slechts aan het feit, dat de meeste vioolconcerten geschreven zijn in die toonaarden, welke met de losse snaren corresponderen (d.w.z. in G, D, A, B majeur of mineur).
Tegenwoordig stemt men de medeklinkende snaren soms geheel overeenkomstig de bovensnaren, soms met kleine afwijkingen in een hoogere octaafligging, doch steeds in D-dur. In zijn "Viola d'Amore Méthode" stelt Paul Shirley voor, behalve fis ook f in de rij der ondersnaren op te nemen, hetgeen voor het gebruik van de ook dikwijls voorkomende d kleine terts toonsoort zijne voordelen heeft.
Door de eigenaardige stemming van de viola d'amore komt de violist, die zich op dit instrument wil toeleggen, voor eigenaardige moeilijkheden te staan. Ten gevolge van het grootere snarenaantal komen de snaren ten opzichte van de elkander in een ongunstigeren hoek te liggen, hetgeen natuurlijk het meerstemmig en accoordspel ten goede komt, doch gevaarlijk wordt wanneer men cantilenen of passages op een enkelen snaar moet uitvoeren. Een uiterst nauwkeurig functionneeren van den rechterarm wordt hierdoor dus een eerste vereischte.
Met betrekking tot de linkerarmtechniek vinden we het volgende : Terwijl de afstand in toonhoogte tusschen twee opeenvolgende snaren bij de viool steeds een reine quint bedraagt, waardoor een bepaald interval op ieder der beide opeenvolgende snaren op dezelfde wijze gespeeld wordt, varieeren deze afstanden op de viola d'amore tusschen een reine quint, reine quart, groote en kleine terts, waardoor men voor eenzelfde interval 4 verschillende grijpmanieren ontstaan en meerdere zelfs onspeelbaar zijn.
In deze moeilijkheid hebben de vroegere componisten van werken voor dit instrument aanleiding gevonden deze te noteeren (althans voor de 4 hoogste snaren), alsof het op een in reine quinten gestemd instrument zoo moet worden uitgevoerd. De wijze waarop gegrepen diende te worden werd dus uitsluitend genoteerd, waardoor echter het klankbeeld totaal werd verminkt. Een uitgegeven fragment is nog te vinden in de 26e band der door Hugo Riemann uitgegeven "Denkmäler Deutscher Tonkunst", waarin een sonate van Stamitz in deze notatie is opgenomen. Dit ezelsbruggetje kon natuurlijk den beginnenden viola d'amore-speler uitnemende diensten bewijzen, doch eerst dan wanneer hij dergelijke trucjes niet meer nodig heeft zal hij er zich op kunnen beroemen zijn instrument te beheerschen. Dit zal ondertusschen langer duuren dan den termijn van eenige weken welke Berlioz in zijn "Instrumentationslehre" aangeeft, als zijnde voldoende voor een violist om de viola d'amore te leeren bespelen. Zijn misplaatst optimisme vergeven we hem gaarne, wijl het toch waarschijnlijk voortspruit uit zijn liefde voor het instrument.
Een nauwkeurig gestemd zijn is natuurlijk bij de viola d'amore nog meer dan bij de andere strijkinstrumenten, met het oog op het veelvuldig gebruik van accoord- en meerstemmig spel, een eerste vereiste. Er wordt wel eens verteld, dat wanneer de opera "Hugenoten" te Londen in Covent Garden zou worden opgevoerd, de viola d'amore-bespeler reeds des morgens na zijn ontbijt zijn instrument begon te stemmen. Een analoge humoristische uiting ten opzichte der luit is bekend van Mattheson, die beweerde dat een luitspeler die 80 jaar geworden was er minstens 60 met het stemmen van zijn instrument had verknoeid. Dat hier schromelijke overdrijving in het spel is behoeft geen nader betoog.
Na Engeland was de viola d'amore speciaal tot aan het einde van het ‘ancien régime’ zeer in [p. 94] aanzien. Aldaar verscheen in 1782 dan ook een van de meest bekende Methodes (Milandre). Met een harer laatste vertegenwoordigers, Ritter van Essen, verdwijnt ze eenigen tijd van het tooneel, om vervolgens door Meyerbeer in zijn "Hugenoten" weer op den voorgrond te worden geplaatst. Nadien hebben andere operacomponisten als Puccini („Madame Butterfly”), Massenet in "Les Jongleurs de Notre Dâme", Kienzl in „Kuhreigen” en Charpentier in „Louise” zijn voorbeeld gevolgd. Alle pogingen stuitten echter af op het ontbreken van de bespelers, een zeer te betreuren verschijnsel, want behalve dat de viola d'amore als solo-instrument evenveel recht van bestaan heeft als de hedendaagsche strijkinstumenten, zou ze, oordeelkundig toegepast, het moderne orkestcoloriet met haar timbre kunnen verrijken, hetgeen ook Berlioz heeft ingezien, doch niettegenstaande zijn warme sympathie voor het instrument, helaas niet heeft toegepast.
Gedurende de 19de eeuw ontstaat er een soort ‘renaissance’ van verschillende in onbruik geraakte instrumenten, waarvan niet alleen de hooge z.g. Bach-trompet, maar ook het clavicembalo, de viola da gamba en de viola d'amore de vruchten plukken. Oorspronkelijk van de Nederlanden uitgaande, waar mannen als Gevaert en P. de Wit (indertijd bekend door zijn prachtige instrumentenverzameling, nu ondergebracht in de muséa van Berlijn en Leipzig) hunne beste krachten aan dit schoone streven hebben gewijd, aanvankelijk echter zonder groot resultaat, dringt deze beweging pas goed in Frankrijk door, waar in 1895 door Delsart een "Societé des Instruments anciens" werd opgericht, hetgeen sindsdien vele navolgers vond.
Onder degenen, die het hunne er toe hebben bijgedragen om te trachten de viola d'amore weer in eere te herstellen, behooren behalve de reeds genoemde Ritter van Essen en Casadesus. Urhan/Uhran (volgens Berlioz in zijn tijd de eenige viola d'amore-bespeler in Parijs), Coenraad Berner (vele helaas onuitgegeven copmposities), van Waefelghem (bewerkingen en origineele werken voor het instrument), Josef Kral (Méthode), Goldis (Méthode en een bundel ‘Alte Meister für Viola d'amore), Hindemith (Konzert en Kleine Sonate voor viola d'amore) en vele anderen. Ook hebben wij in Niel Vogel een warm propagandist voor het instrument te gedenken.
Moge in onzen tijd van ‘Neue Sachlichkeit’ dan ook al niet veel plaats meer zijn voor ‘gevoeligheden’, toch wil ik den belangstellenden lezer de volgende 18de eeuwsche loftuiting op het instrument niet onthouden, omdat het de oprechte sympathie voor het instrument op karakteristieke wijze weergeeft :
Ich heiß Viol d'Amour mit Recht, weil die Verliebten
mein ungemeiner Schall in Lust und Freude setzt.
Doch werd ich öffters auch gerühmt von den Betrübten
als sie in größtem Leyd der süße Ton ergötzt.
Wer die Music versteht und liebt wird leicht bekennen :
ich sey die Anmuth selbst bey jedermann zu nennen.
Wel, Kint was geen virtuoos met de pen. Wie niet wist wat een viola d'amore is, is na lezing van Kints pennevrucht niet veel beter op de hoogte. De spelling bevat een onverwacht grappig element, ze lijkt francofiel : naif, resonnans, Réallexikon e.d.
———————————
* Wilhelm Altmann & Wadim Borissowsky, Literaturverzeichnis für Bratsche und Viola d'amore (Wolfenbüttel 1937).
“Zur Zeit gibt es kaum ein Land, in dem man über die Viola d'amore und ihre Konzertmöglichkeiten im unklaren ist, dank einer Reihe Künstler, die sich ihrer technischen Bemeisterung gewidmet haben. Die bedeutendsten unter ihnen sind : […] Cor Kint (Holland) […]. Seit den letzten Jahren schlummern auch so manche Werke der klassischen Viola d'amore-Literatur nicht mehr in den Bibliotheken, sondern werden unter den Viola d'amore-Spielern teils handschriftlich verbreitet, teils sogar auch veröffentlicht durch zwei Enthousiasten, den Kammervirtuosen Paul Günther in Leipzig, der sogar einen besonderen Verlag dafür gegründet hat, und Cor Kint in Amsterdam, der ihn bei der Herausgabe unterstützt. Die freundschaftlichen Beziehungen zu diesen beiden Künstlern gaben mir die Möglichkeit, meine Arbeit durch die Einschaltung einer Reihe mir bisher unbekannter Werke zu vervollständigen, wofür ich ihnen meinen herzlichen Dank sage”.
Wadim Borissowsky in het Vorwort zu II, Literatur für Viola d'amore, pag. 110.
——————————
A R T I K E L in Symphonia, 15 Mei 1937, 20e jaargang, p. 153-154.
Nieuwe uitgaven.
Het was 13 September vijf jaar geleden dat de onverbiddelijke dood een einde maakte aan het productieve leven van een onzer grootste pianisten en kunstenaars, Dr. Julius Röntgen.
Röntgen, die het componeeren boven alles stelde, heeft ons dank zij zijn groote muzikaliteit en gemakkelijke manier van werken, bovendien begenadigd door een groote dosis vitaliteit, zeer vele werken op allerlei gebied en van allerlei genre nagelaten. Uit deze nalatenschap verschenen onlangs bij Alsbach en co. eenige werken voor violoncel en piano.
Ik noem allereerst zijn "Cinq Morceaux pour Violoncelle et Piano". Röntgen laat hierin zijn romantischen geest den vrijen teugel ; harmonische problemen zijn in deze serie stukken zoals überhaupt in Röntgen's werken, niet te vinden, doch wellicht wordt hierdoor de aantrekkingskracht voor die categorie cellisten waarvoor ze eigenlijk bestemd zijn, verhoogd. Bovendien heeft deze muziek de verdienste, dat het karakter van de cello als zanginstrument in de instrumentale behandeling ten volle bewaard blijft. Eenigszins gevorderde cellisten, die een gezonde muzikale afwisseling zoeken tusschen hunne dagelijksche technische studiën, zullen deze in dit werk vinden.
Het andere werk is getiteld : "Variaties over een Engelsch volkslied". Het is opgedragen aan den meester-cellist Pablo Casals. Zonder afbreuk te doen aan de kwaliteiten van dit opus, meen ik echter te moeten betwijfelen of deze kunstenaar dit werk in zijn repertoire zal opnemen.
Uit den aard der zaak zijn deze variaties natuurlijk vakkundig geschreven, doch een in Variatievorm gehouden compositie moet m.i. wel de brillante eigenschappen van de Rococo-variaties van Tschaikowski of andere dergelijke werken der concertliteratuur bezitten om op het concertpodium blijvend te kunnen boeien. Deze variaties zijn bijzonder simpel gehouden, op zichzelf ook een groote verdienste, doch daardoor beperkt tot het gebruik als materiaal voor den studeerende, wien ik dit opus dan ook gaarne ter kennismaking aanbeveel.
Op kamermuziekgebied verschenen bij de Firma Schott en Sohn een Trio voor viool, cello en piano, alsmede een Kwartet voor twee violen, alt en cello, beide van een van der meest op den voorgrond tredenden vertegenwoordiger der hedendaagsche componisten, Henk Badings.
Röntgen's en Badings' werken zijn wel op elkaars geheel tegenovergestelden geest geschoeid. Röntgen's werk vindt zijn zwaartepunt in het rijke melos ; Badings' werk wordt beheerst door het rhythmische element, ofschoon hij een gelukkig compromis met het melodische gesloten heeft, iets wat niet van alle moderne componisten gezegd kan worden.
Echter kan ik mij voorstellen, dat zijn ‘consonanten-vrije’ schrijfwijze en de daardoor ontstane opeenhoopingen van harmonische spanningen op menig toehoorder vermoeiend en wrevelijk zullen werken. De tegenwoordige generatie echter, levende en werkende in een tijd welks eenig ideaal het steeds maar weer verbeteren van snelheidsrecords schijnt te zijn, heeft wellicht in muzikaal opzicht ook andere prikkels noodig.
Badings' Trio hoorde ik voor de eerste maal (als manuscript) op de in 1936 [foutje, 1934] te Arnhem gehouden conferentie van "Muziek en religie", waarbij mij de suggestieve werking der 2e Satz bijzonder opviel. Zijn Strijkkwartet hoorde ik eenige maanden geleden voor de microfoon der V.P.R.O. door een onzer kwartetvereenigingen uitvoeren. Ook hiervan staan mij vele boeiende momenten voor de geest.
Badings beheerscht zijn contrapunt uitstekend ; zijn schrijfwijze stelt aan de uitvoerenden de hoogste eischen, waardoor zijne werken niet spoedig algemeen goed kunnen worden. Hoe we ook overigens tegenover onze modernste richting mogen staan, het is toch de plicht van ieder die het wel met onze kunst meent, te trachten ook hare evolutie te volgen. Mocht deze evolutie een afdwaling zijn, dan zal ook dat op den duur blijken.
COR KINT.
———————————
*Rivista Musicale Italiana XLII (1938) :
[…] Al considerevole movimento di compositori e di virtuosi inteso a rivalorizzare questi due nobili strumenti [l'alto-viola e la viola d'amore] viene ora ad aggiungersi l'attività di un nuovo editore, Paul Günther, che della pubblicazione di musiche per viola e viola d'amore ha fatto il suo programma esclusivo. Como un tempo il Diabelli e lo Hofmeister (primo fondatore di quello ch'è oggi la Casa Peters) e come tanti altri, egli proviene dal mondo dei musicisti, egli stesso concertista al pari dei suoi due più prossimi colleghi en collaboratori, l'olandese Kor Kint e il russo Borissowski.
Volgt een bespreking van de uitgave van Divertimento N. 2 per la Viola d'Amore […], elaborato per V. d'A. e Cembalo da Kor Kint.
⊛Rivista Musicale Italiana XLIII (1939) :
Cor Kint – Berceuse für Viola d'amore und Klavierbegleitung, Op. 39. Paul Günther, Leipzig.
Cor Kint – Valse-Caprice für Viola d'amore und Klavier, Op. 40. Paul Günther, Leipzig.
[…] riuniti in un […] fascicolo, due pezzi originali di Cor Kint, seguiti da alcuni minuetti di Haydn per gli stessi due instrumenti. […] Circa i pezzi composti da Cor Kint, dicasi che la loro fattura cordiale e scevra da tendenze futuristiche ben si intona al carattere della viola d'amore. Il Valzer-Capriccio è un pezzo brillante, di non facile esecuzione, in prevalenza fondato su progressioni di doppie corde, mentre la Berceuse naturalmente si raccomanda per l'atmosfera di tepida intimità che la circonfonde e per la soave eufonia. b. dis.

———————————
Deutsche Zeitung in den Niederl., 15-02-1943.
Beethovens Wiener Lehrjahre. Vortrag im Amsterdamer Conservatorium.
Amsterdam, 15. Februar. Im zweiten Beethoven-Vortrag des Amsterdamer Conservatorium sprach Wouter Paap. […] Zur Erläuterung und Auflockerung des Vortrages hörten wir […] und zum Schluss die Serenade in D-dur op. 25 für Flöte, Geige und Bratsche, gespielt durch W. Clemens, Jos. de Clerck und Cor Kint. Die ausführenden Künstler errangen sich durch feinsinniges und gutes Zusammenspiel den Dank der Zuhörer. A. M. THOMAS.
———————————

Wien, 18.II.43.
Sehr geehrter Herr Kint!
Von Kollegen Günther habe ich Ihre Anschrift bekommen. Ich möchte Ihnen mitteilen, daß ich bei meinem Viola d'amore-Abend am 19.I.43 im Brahmssaal des Musikvereinsgebäude in Wien von Ihnen 2 Stücke "Berceuse" u. "Valse-Caprice" zur Aufführung gebracht habe. Es freut mich, daß ich Ihnen mitteilen kann, daß Ihre Kompositionen dem Publikum sehr gut gefallen haben. Infolge Raummangel in den Zeitungen wird für Kritiken nicht viel Platz zur Verfügung gestellt. Ich sende Ihnen nun einige Kritiken über das Konzert. Hochachtungsvollst, Karl Stumpf. Wien, XV (101) Herklotzgasse 32/II.

HILVERSUM, datum postmerk [8.1.1943]. Op uw verzoek inzake verstrekking op medische gronden van distributiegoederen, is als volgt beschikt : Voor U wordt per week in totaal noodig geacht met inbegrip van eigen rantsoen een hoeveelheid van : 31/2 Lt. Melk en 400 gram gort, van 7/1 tot 4/3. Op vertoon van deze kennisgeving kunt U de bonnen voor deze extra verstrekkingen in ontvangst nemen op het Distributiekantoor, en wel voor een tijdsbestek van 4 weken tegelijk. Te halen op 11 Jan. van 10½-11 's m. N.B. U behoeft ter verkrijging van de extra rantsoenen niet vóór 23 Febr. opnieuw naar Uw dokter te gaan.

4 Afkomst, voorgeslacht, familie.

H O O F D S T U K

-- Plaatsnamen etc. gespeld zoals in de geraadpleegde aktes en registers. --

Kints afstammingslijn aan vaderskant kan gevolgd worden tot het begin van de 18e eeuw. De zoon van een zekere Klaas Kijnt, Cornelis Klaasz. Kijnt, was gehuwd met Trijntje Dirks Koen, geb. 24 sept. 1740 te Oosterblokker. Op 24 oct. 1773 beviel Trijntje aldaar van een zoon, die Dirk genoemd werd. Zijn achternaam werd bij de geboorteaangifte 'Kind' gespeld (Burgerlijke Stand Hoogcarspel). Het echtpaar Kijnt-Koen woonde op dat moment in Blokker, gelegen tussen Hoorn en Enkhuizen. Blijkens het doopboek van Oosterblokker waren de ouders gereformeerd.
Van Dirk Kind wordt vermeld dat hij "bouwman" (= landbouwer) was. Hij huwde een zekere Cornelisje Smit en overleed 17 juni 1819 te Hoogcarspel. Uit dit huwelijk sproot op 31 mei 1797 een zoon : Cornelis Kind, landman en watermolenaar. Deze werd op 28 febr. 1830 te Hoog Carspel in de echt verbonden met Klazina Elisabeth Alders, geb. 28 nov. 1797 te Durgerdam. Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren van wie er drie binnen enkele weken of maanden stierven. Het tweede kind was een dochter. Haar geboorteaangifte vermeldt Cornelisje, maar ze werd Krelisje genoemd. De doopnaam was Cornelia.
Krelisje Kind werd de 7e jan. 1832 te Hoogcarspel geboren. Zij is driemaal gehuwd geweest. Teunis Roos (*10 juli 1831 te Oosterleek, †6 dec. 1864 te Leeuwarden) was haar eerste echtgenoot. Hij was een zoon van Andries Roos en Aagje Rooker. Het huwelijk vond plaats op 1 febr. 1852 te Boven Karspel. Teunis was "slagter" van beroep, evenals zijn vader. Het echtpaar kreeg drie kinderen : Andries Roos (*25 dec. 1853), Klasina Roos (*13 juli 1854), en Aafje Roos (29 sept. 1858 - 3 febr. 1861). Teunis is op mij onbekende datum te Leeuwarden overleden.
Op 17 jan. 1863 beviel Krelisje, toen woonachtig aan de Nieuwe Westerstraat te Enkhuizen, van een vierde kind, een zoon, die ingeschreven werd als Pieter Kintcheck. De vader wordt niet vermeld. De geboorteaangifte werd gedaan door de vroedvrouw ; beide getuigen-comparanten waren "slagter" van beroep, een van hen was Teunes of Teunis de Vries, geboortig van Blokker (1829). Deze Teunis de Vries huwde Krelisje Kint, zoals de ambtenaar van de Burgerlijke Stand nu spelde) op 13 juni 1867 te Enkhuizen. Teunis de Vries overleed 14 dec. 1872 in Enkhuizen. Krelisje trad nogmaals in het huwelijk, en wel met Philip Hendrik Greiner (geboren te Enkhuizen [in 1819?] 5 aug. 1818 als zoon van Philip Hendrik Greiner en Hendrikje Muntsteeg). Greiner was eveneens al tweemaal gehuwd geweest, met Anna Elisabeth van Wagtendonk en met Aaltje Valenteijn. [Valenteijn R.K., Valentijn Ned.Herv., zie Steevast 1993 cf Roozendaal R.K. en Roosendaal N.H.]. Het huwelijk werd 22 juli 1875 te Enkhuizen voltrokken. Ook Greiner was "slager" van beroep. Krelisje overleed 1 febr. 1908 te Enkhuizen. Krelisje (het echtpaar?) woonde toen aan de Westerstraat. Greiner overleed 9 juni 1910 [Akte 52].
Pieter Kint (in het bevolkingsregister eenmaal gespeld Kind) werd "ambtenaar bij de posterijen" en trad op 24 oct. 1889 in het huwelijk met Magdalena Roosendaal, geboren 24 oct. 1864 te Enkhuizen als dochter van Christiaan Roosendaal tuinier, tuinman, ‘pereplokker’, en Grietje Goos. Christiaan Roosendaal was 25 dec. 1833 te Enkhuizen geboren als zoon van Jan Roosendaal en Hester Aardema, "echtelieden, wonende in de Oude Rietdijk" te Enkhuizen. "zoon van Jan Roosendaal en Hester Aardema (Echtelieden) wonende in de Oude Rietdijk te Enkhuizen. Aangifte door den Vader." Getuigen waren Simon Booms en Gijsbert Nieuwland, beiden Commies ter Secretarie. Magdalena had een zus Etje en een broer Frederik. De Roosendaaltjes vormden volgens veel informatie de muzikale kant van Cor Kints ouders.
Bij het huwelijk van Pieter en Magdalena op 24 oct. 1889 waren de ouders van de bruid aanwezig. Philip Hendrik Greiner, de stiefvader van de bruidegom, was een van de vier getuigen. De aanwezigheid van Krelisje, Philips echtgenote en Pieters moeder, wordt niet vermeld, of afwezigheid wel vermeld, check. De reeds geboren Petronella Theodora (*28 nov. 1886) werd erkend en gewettigd. Het gezinnetje ging of bleef wonen aan de Nieuwe Westerstraat maar verhuisde spoedig naar de Torenstraat. Op 9 jan. 1890 werd daar Cornelis, de hoofdpersoon van deze monografie, geboren ; op 20 maart 1892 zijn broer Christiaan en op 11 aug. 1895 Andries. De gezindte van Pieter Kint wordt in deze jaren opgegeven als Nederlands Hervormd. Cor Kint kreeg de achternaam die ook zijn grootmoeder van vaders kant en haar vader gedragen hadden.
Aangegeven door
 Grietje Goos : * 19 Maart 1835 Enkhuizen, † 28 Jan. 1927 Enkhuizen Christiaan Roosendaal, oud 30 jaren, tuinier, gehuwd met Grietje Goos.
Magdalena Roosendaal : * 24 Oct. 1864 Enkhuizen,

Vaderskant
Klaas Kijnt ↓ ↓ Dirk Koen
Cornelis Klaasz Kijnt × Trijntje Dirks Koen

Dirk Kind : *24 oct. 1773 Oosterblokker, † 17 Juni 1819 Hoogcarspel ; bouwman, geref. × Cornelisje Smit ➘

Cornelis Kind : * 31 Mei 1797 Enkhuizen Blokker ; landbouwer, landman, watermolenaar
 28 Febr. 1830 × ➙➙➙ Krelisje Kind * 7 Jan. 1832 Hoogcarspel
 Klazina Elisabeth Alders : * 28 Nov. 1797 Durgerdam
Krelisje Kind : † 1 Febr. 1908 Enkhuizen
1 Febr. 1852 Enkhuizen × Teunis Roos, * 10 Juni 1831 Oosterleek, † 6 Dec. 1864 Leeuwarden
(→Kint) 13 Juni 1867 Enkhuizen × Teunis de Vries, * …… Blokker, † 14 Dec. 1872 Enkhuizen
22 Juli 1875 Enkhuizen × Philip Hendrik Greiner, 5 Aug. 1818 Enkhuizen, † 9 Juni 1910 Enkh.
Pieter Kint * 17 Jan. 1863 Enkhuizen, † 19 Juni 1940 Amsterdam

Moederskant
Aldert Christiaensz. (*16.. - † 1724) × 1694 Neeltjen Maertens (1666-1748). Hun zoon Christiaen Aldertsz. (1694-1780) × 1721 Jantjen Elias (1696-1773). Hun zoon Thijs Christiaansz. (1739-1787) × 1766 Johanna van Delden (1737-1808). Hun oudste Christiaan Thijsz. Roosendaal
Thijs Christiaansz Roosendaal, * 3 Febr. 1739 Enkhuizen, † ………… Enkhuizen, timmerman ➘
Christiaan Thijsz Roosendaal, * 12 Juni 1767 Enkhuizen, † 11 Juni 1831 Enkhuizen ➘
Jan Roosendaal : * 23 Oct. 1800 Enkhuizen, † 29 Aug. 1842 Enkhuizen [† 1869 vlg. stamboom A. Roosendaal]
 16 Mei 1824 Enkhuizen × ➙➙➙ Christiaan Roosendaal * 25 Dec. 1833 te Enkhuizen, "zoon van Jan
 Hester Aardema : * 4 Dec. 1797 Enkhuizen, † 4 Jan. 1858 Enkhuizen Roosendaal en Hester Aardema (Echtelieden) wonende in de Oude Rietdijk
te Enkhuizen. Aangifte door den Vader." Getuigen Simon Booms en Gijsbert
Nieuwland, beiden Commies ter Secretarie.
Christiaan Roosendaal : * 25 Dec. 1833, † 1 Jan. 1930 Enkhuizen
 30 April 1859 Enkhuizen × ➙➙➙ Magdalena Roosendaal * 24 Oct. 1864 te Enkhuizen. Aangegeven door
 Grietje Goos : * 19 Maart 1835 Enkhuizen, † 28 Jan. 1927 Enkhuizen Christiaan Roosendaal, oud 30 jaren, tuinier, gehuwd met Grietje Goos.
Magdalena Roosendaal : * 24 Oct. 1864 Enkhuizen, † 15 Dec. 1932 Amsterdam zuster van Hester Roosendaal × ... Spaan
en van Etje Roosendaal (* 16-07-1868, † 25-11-1954) × 1893 met Eelke de Vries (* Sneek 21-05-1868, † Enkhuizen 06-02-1951) [Eelke op z'n Henkuzers uitgesproken Hielke, had een zoon Eelke (16-07-1912 - 30-07-1990) die vioolspelend op een foto staat, maar de houding lijkt niet violistisch. Eelke sr. hoofd rangeerders bij H.IJ.S.M., werd 1903 na een staking ontslagen, deed daarna van alles]. De Roosendaals waren een muzikale familie, speelden op zelfgemaakte instrumenten in een familiebandje, er is een foto vóór café Roosendaal. de Roosendaals Ned. herv., de Roozendaals R.K.
Pieter Kint * 17011863 † 19061940 Amsterdam begraven 22061940
op 24 oct. 1889 gehuwd met
Magdalena Roosendaal * 24 21?101864 † 15121932 Amsterdam begraven 19121932
(beiden Nieuwe Oosterbegraafplaats, Amsterdam, III. vak 37, graf 00056)
Kinderen :
Petronella Theodora (Lena[?], ‘Zus’, ‘Tante Zus’ genoemd) * 28 Nov. 1886 † 31 Jan. 1927 begraven 03021927
Doopboek 1886 Enkhuizen : Christiaan Roosendaal doet aangifte van de geboorte van zijn kleindochter “Petronella Theodora uit Magdalena Roosendaal, ongehuwd”. Getuigen : Leendert Vis, kleermaker, oud 62 jaren, Reinder Brouwer, tuinman, oud 27 jaren.
Register vertrokken personen : Petronella (, IIª 20, Sn. v. L. park K 45 3 ; Ned. Herv.) vertrok 31 juli 1905 naar Amsterdam, Nieuwe Nederl. Israël. Ziekenverpl., Nieuwe Keizersgracht ; later als hoofdverpleegster Wilhelmina Gasthuis werkzaam.
× Petrus Walter Gerardus van de Weijer * 09101889 † 09071942
datum huwelijk ....P.Th. Kint × P.W.G van de Weijer 4 oct. 1919 te Amsterdam.
Gezinskaart Stadsarchief Amsterdam :
verpleegster, komend uit Arnhem 28ּ10ּ1918??
Achternaam : Weijer, van de Voornaam : Petrus Walter Gerardus; Dodenboeknr. : 1 Pagina : 053 Geboren te : Utrecht op 09.10.1889 Gestorven te : Utrecht op 09.07.1942 Erelijst van gevallenen : V758

Cornelis * 09 Jan. 1890 verhuisd 1906 naar Amsterdam
× 9 Nov. 1921 Jansje Couperus, geb. 15 Mei 1897 te Bolsward, † 29 Nov. 1985, dochter van Jelle Couperus (*1866), had broer Oepke (Otto) *1899, die weer een zoon Otto had. Otto's vrouw stond uiterst vijandig tegenover Jenny. Na huwelijk gaan wonen in de Amaliastraat 22II bij zijn ouders om de hoek, 24 Juni 1925 naar Roelof Hartplein 9III. 1940, †1944
Christiaan * 20Mrt. 1892, verhuisd 1906 naar Amsterdam, † plm. 1946-7. [maar volgens stamboom in De familie Roosendaal door A. Roosendaal (Driehuis) in 1982 (fout)]
Amsterdam : per 30 Apr. 1929? naar Schippersregister 2/123 (, daarna? :) Fred. Hendrikplantsoen 66
had vlg. Julia: zoon Peter,
Christiaan is de vader van Piet Kint (enig kind), *21 Jan. 1928, nu Brouwersgracht 177, Amsterdam, †29 april 2012
Christiaan (Chris) Kint, kermisexploitant, † 1947 of '48 een half of heel jaar na zijn vrouw Johanna Maria Antoinette Koopmans (*1901-†1945 of '46), Margaretha Kint-de Jager (*17 Febr. 1906 te Zaandam, Gré, 41 jaar geworden, dus gestorven 9 Mei 1947) die kort na de bevrijding overleed, vader van Piet Kint, *21 Jan. 1928, Brouwersgracht 177. Chris kocht een trekschuit waarop hij woonde met vrouw en kind en kermisspullen, ze trokken in drie dagen naar den Helder (via Purmerend - Alkmaar). Ligplaats Brouwersgracht vlakbij nr. 177 waar de latere vrouw van Piet woonde. Vader Pieter deed aan spiritisme, tafel laten bewegen en zo.
Chris woonde een tijdlang aan boord van de SIDO, vóór 1940 ligpl in de Lijnbaansgr en de Prinsengr.
IN MEMORIAM
9 Mei j.l. is na een zeer kortstondige ziekte overleden Mevr. G. Kint-de Jager, echtgenote van een onzer collega's in de leeftijd van 41 jaar. De exploitanten, die geregeld in Noord-Holland reizen, zullen haar gekend hebben als een harde werkster voor gezin en zaak. Zij kende om het zo eens uit te drukken nooit verdriet, was vrolijk en opgeruimd van aard, steeds met een zonnige glimlach om de lippen. Zij is te vroeg van ons heengegaan! Maar wij hopen, dat haar man en zoon, alsmede haar ouders de kracht en troost zullen vinden om dit voor hen zo zware verlies te dragen, in de overtuiging dat Gré bij haar collega's in hoog aanzien stond.
Dat zij ruste in vrede is de wens van de afdeling Noord-Holland van de Vakgroep „Kermisinrichtingen”.
Dag Bert,
nu eens iets menselijks te melden. Ik was vandaag bij Piet Kint op bezoek en hij kwam met onderstaand bericht aanzetten, gedrukt in waarschijnlijk Het Amusementsbedrijf, het eenig bestaande vakblad in Nederland tot behartiging der belangen van kermisvakgenooten, artisten (circus, varieté, cabaret), musici enz. : officieel orgaan van de Vakgroep Kermisinrichtingen. Het staat op een daaruit gescheurde losse bladzijde.
IN MEMORIAM
9 Mei j.l. is na een zeer kortstondige ziekte overleden Mevr. G. Kint-de Jager, echtgenote van een onzer collega's in de leeftijd van 41 jaar. De exploitanten, die geregeld in Noord-Holland reizen, zullen haar gekend hebben als een harde werkster voor gezin en zaak. Zij kende om het zo eens uit te drukken nooit verdriet, was vrolijk en opgeruimd van aard, steeds met een zonnige glimlach om de lippen. Zij is te vroeg van ons heengegaan! Maar wij hopen, dat haar man en zoon, alsmede haar ouders de kracht en troost zullen vinden om dit voor hen zo zware verlies te dragen, in de overtuiging dat Gré bij haar collega's in hoog aanzien stond.
Dat zij ruste in vrede is de wens van de afdeling Noord-Holland van de Vakgroep „Kermisinrichtingen".
Het gaat om Margaretha Kint-de Jager, geboren 17 Febr. 1906 te Zaandam, gestorven 9 Mei 1947. Chris was in 1892 geboren. Ze zijn 15 Juni 1927 getrouwd.

P. Kint, Brouwersgracht 177III, 020 – 6238710, 1015 GJ Amsterdam. Drinkt Jägermeister
Kint, C. P., Peter Kint Brouwersgracht 177-3 1015 GJ A'dam 020 - 624 5441.
Zoon van Christiaan, gehuwd in 1953, heeft twee kinderen, Andrea en … Piet nu 78 jr oud lijkt veel op zijn oom Cor. Wordt 80 in juni? 2008.
Christiaan lange man, grote handen en gezicht met weinig plooien en rimpels juist zoals Cor Kint.

Andries * 11 Aug. 1895 † 30 Aug. 1984 dito
× Julia van der Sande, 28 Jan. 1926 te Malang (N.I.) * 19 Mrt. 1895 te Kalivadas (N.I.) † 13 Mei 1969
Een foto van hem heeft het opschrift “2e Luitenant 2e Bat. Infanterie, Tjimahi, Java”. Zou 1948-49 of 1950 commandant van een kamp te Laren geweest zijn. Andries is geëmigreerd naar Z. Afrika in 1975 en is daar in 1984 overleden.
(11-8-1895 – 30-8-1984) – getrouwd met Julia v.d. Sande (19-3-1895 – 13-5-1969), dochter Magdalena Julia Kint, zich noemende Julia (enig kind, gehuwd met Stege), kent als 7-8jarige 1934 Pr H pl. dus geboren 1926-27.
Andries Kint, militaire loopbaan, tweede Luitenant 2de bataljon Infanterie Tjimahi op Java, in Jappenkamp gezeten, kolonel geworden en commandant militair kamp Laren 1948-1950 (nu kamp Crailo geheten), had een dochter, genaamd Julia.

Jenny Couperus † 29 Nov. 1985. Gecremeerd. Op 23 April 1975× Jan Jacob Arnold Frans Greebe (*30 Oct. 1899 den Haag, † 15 April 1979 Rijssen). Markeloseweg 80, Rijssen. Jennys piano Bechstein bij Karel Schönfeld Wichers, woonde vlak bij Jenny in het bos te Rijssen.
Jansje huwde 9 Nov. 1921 × Cor Kint, deze laatste? opgenomen 28 April 1906, afgevoerd 4 Jan. 1940 naar Hilversum, Diependaalse Drift 22.
Dubbelman, Diena Wilhelmina 23-10-1901, Salatiga (Java) Indonesië 05-03-1967, Someren-Eind 65 Otto Couperus weduwnaar
vanaf 1939 bij de opera.
De oude notaris Schönfeld † 1937, vader van Karel Schönfeld Wichers en Belcampo [familie in Amsterdam]. Hij had een relatie met Jenny, er kwamen luxe dingen, zilver in huis RHartplein, auto reed voor. Gaf zomerhuisje Rijssen voor haar leven in vruchtgebruik?
Per 1 Jan. 1987 afstand gedaan grafrechten Zorgvlied. Gekocht door Thijs Kramer.
Een jongere zus van Kints moeder, Etje Roosendaal (*16-07-1868, †25-11-1954), trouwde in1893 met Eelke de Vries (*Sneek 21-05-1868, †Enkhuizen 06-02-1951). Eelke de Vries, een oom van Cor Kint dus, was van beroep Hoofd Rangeerders bij de H.IJ.S.M., en speelde viool.

Kints moeder heeft haar lichaam ter beschikking van de wetenschap gesteld. Gecremeerd. Na haar dood (1932) heeft Pieter Kint zijn verdere levensdagen gesleten in een privé-pension, heden zou men zeggen particulier verzorgingshuis aan de Vondelstraat in Amsterdam, vlakbij zijn zoon Cor dus. Hij deed aan spiritisme zwevende tafels, was bij de post maar in A'dam vlg Piet geen besteller.
Kint ging (?)28 april 1906 naar Amsterdam, woonde tot 28 aug. misschien bij bekenden, niet bij zijn zuster (intern?)?

Het gezin Kint woonde in Amsterdam op de volgende adressen Gem. Archief Amsterdam :
B75/144 Van Boetzelaerstraat 28, 1 hoog uit Enkhuizen, per 28 Aug. 1906
A {4,1} per 31 Jan. 1908 naar :
B75/192 Van Boetzelaerstraat 52, 1 hoog
B {4,0} C {3,1) per 6 Mei 1911 naar :
B75/129 Van Boetzelaerstraat 20, 1 hoog
D {2,1} E {1,1} F {2,1} G {3,1} per 17 Dec. 1912 naar :
F11/222 Frederik Hendrikplantsoen 66, 3 hoog
H {3,1} I {3,2} J {2,2} K {2,1} L {2,2} M {3,2} N {3,1} O {2,1} P {1,1}
per geen vertrek, dus waarschijnlijk tot einde boeken (ca. 1925? daarna kaartsysteem)
— — — — — —
Cor Kint en Jeanny Couperus huwden 9 Nov. 1921, vandaar :
A23/201 Amaliastraat 22 (hoek Eerste Kostverlorenkade), 1 hoog, hun eerste woning
per 16 Nov. 1921 van F11/222
Q {1,1} per geen vertrek (dus wschl. zie F11/222)
Na huwelijk in de Amaliastraat 22II, vervolgens per 24 juni 1925 naar [Balthasar Floriszstraat 32 ¿=?] Roelof Hartplein 9III, vervolgens per 4 jan. 1940 naar Hilversum. Jansje Couperus. Tijd. [=tijdelijk] voor ± 1 mnd te Rijssen (O.) Enterweg p/a notaris Schönfeld Wiggers. Voor rijbewijs 25/10 '37. loket 2.
{4,1} betekent 4 mannelijke bewoners, 1 vrouwelijke bewoner
A P + M + 3 k
B P + 3 k
C P + M + 2 k
D P + M + 1 k

Jansje Couperus (*1897, Bolsward) en Oepke Couperus (*1899) waren kinderen van Jelle Couperus *1866 en Margaretha ............
Jenny en haar ouders gingen in de Alexander Boersstraat wonen uit Bolsward vandaan. Jenny trouwde van uit de Rhijnvis Feithstraat in Amsterdam. Op de gezinskaart staat Balth. Floriszstraat 32 NAAM Kint.

Mr. Dr. J. J. A. F. Greebe en Mevrouw Jenny Couperus stellen het op prijs, wederzijdse familie, vrienden en kennissen mede te delen, dat zij, menende daartoe op grond van hun levenservaring gerechtigd te zijn, besloten te hebben, toe te geven aan hun oprechte wens, hun levens aan elkaar te verbinden na elkaar datgene te hebben beloofd, wat echtgenoten elkaar moeten beloven. September 1963, Eschheksweg 10, Almelo / van Eeghenlaan 3, Amsterdam. Toekomstig adres : 't Zunnekuken, Markeloseweg 80, Rijssen.

——————————————————————————

Pleuni Touw is dochter van Touw - Roosendaal. Haar moeder was een Roosendaal.
Roosendaal Ned Herv., Verhoef Ned Herv Valentijn Ned Herv (Steevast 1993 p. 62)
Roozendaal R.K. Verhoeff gereformeerd Valenteijn R.K.
Eelke (Hielke) hoofd rangeerders H.IJ.S.M. 1903 wegens staking ontslagen, daarna van alles aangepakt, houdt op foto viool vast, maar onkundig. Zong in Enkh. Mannenkoor, † 6 febr. 1951. Hele fam Roosenddaal was muzikaal, Kint heeft t van hun.
Op Rembrandts Anatomische les ligt Aris Kindt
Boek over Roosendaals door A. Roosendaal, Driehuis

Kint zou na 1914 voor militaire dienst opgeroepen, na opleiding gemobiliseerd en als ‘kommensaal’ ergens ingekwartierd kunnen zijn. Daarvan is niets bekend en niets wijst erop. Hij zou van vervangende broederdienst geprofiteerd kunnen hebben. Zijn broer Christiaan ...........

Henk M. van Randwijk Burgers in nood verscheen in 1936. Actueel, over de crisistijd 5 Jeugd, opleiding, Enkhuizen, Crevecoeur, eerste optredens tot 1909

Spoorweg 1885 in gebruik genomen Enk had in 1880 nog geen 6000 inwoners. Steevast1986 p. 12 Les rues silencieuses sont trop larges pour les rares passants qui les traversent, et des quartiers ont disparu tout entiers. C'est un immense cimetière, mais une cimetière anonyme, sans croix, sans tombes ; une vaste fosse commune, un énorme charnier ....

“Kint werd ontdekt door zijn skoolmeester”, dat heb ik van alle oude ‘Henkuzers’ vernomen. Wie was die meester?
Huisvestigingsregister No. 17 H-K plm. 1890 :
Fokke Abram Kries, Bevolkingsreg ook Focke Abram Kries,Torenstraat 4 / 156 181 [iets later als 4 / 81 genoteerd, later woonde Alie de Wit er], onderwijzer, geb. Vlissingen, 22 Aug. 1853, × Maria Sara Hooftman, stadsvroedvrouw, geb. Sluis 1853. Vestiging Enkhuizen 17 Aug. 1881 uit Bovenkarspel. Verhuisd tussen 1900 en 1910. Bijnaam van Kries ‘opa framboos’ wegens flinke bobbel op zijn voorhoofd ; soms gooide hij in de klas met zijn pruim.
Kint zat op de Burgerschool aan de Meidemarkt, vanaf IV Frans, opl. voor HBS.
Kint en Luss tekenden, waren jongens met schetsboek, niet aquarelleerden
In 1900 volgde Kint al privé-lessen bij Togni, wschl vanaf sept. 1899.
Enk Courant 26 Jan 1900 eenige jonge Executanten Het piano-, viool- en violoncelspel mag verdienstelijk worden geacht. Vooral het Duo (op. 15 No. 1 C-dur) voor twee violen van Ch. Dancla en het Trio (op. 48 D-dur) voor twee violen en violoncel van J. Pleijel deed ons hooren dat het onderwijs in goede handen is en de leerlingen aanleg bezitten. Wanneer Onderwijzer èn Leerling op deze wijze voortgaan dan mag hier iets goeds worden verwacht.
31 mei 1900 speelde J. P. Roda in de Kolfbaan van den Heer J. Scholten Nocturne voor viool van Crevecoeur
23 jan. 1901 Uitvoering door de Leerlingen der Zangschool alsmede door eenige jonge Executanten o.l.v. den Heer R. G. Crevecoeur. Trio's voor Piano, Viool en Violoncel [Frits le Coultre?] van H. A. Rasch ; a. Aus der Heimath (Weihnachtstraum) - b. Abendlied

De beheerders van het Snouck van Loosenfonds waren Wander Lake[n]man (van 1890 tot 1907), directeur van de Bank Wed. S. Lake[n]man & Zoons. Zijn dochter Theodora huwde Marinus Adrianus van Leeuwen, leraar HBS in E., die viool speelde (beheerder 1907-1947). Na huwelijk bankdirecteur geworden, was collega van Emmering (2 directeuren). Hun zoon Wander van Leeuwen beheerde de Stichting van 1947 tot 2000. Deze werd opgevolgd door zijn zoon Wander. Naast de grotere concerten van Crevecoeur was er ook een groep Doopsgezinden (Johannes Messchaert, de familie le Coultre, Jo Gramberg e.a.) die in de beste verstandhouding met de Stadsmuziekmeester eigen kleinschalige muzikale activiteiten van hoog niveau ontplooiden (kamermuziek, kleinere concerten).
—Over Kints orgelspel 1900-1909 is alleen bekend – uit later tijd – dat hij goed kon improviseren op het harmonium. Hij bezat de Petersband 4 van Bach. In de Ronde Lutherse speelde hij niet opvallend als een ongewende organist, kat in vreemd pakhuis.—
Kint heeft de gehele vierdelige Grande Sonate in f in 1938 naar d getransponeerd en de notentekst geheel gereviseerd. Hij was dus zijn belangstelling voor eigen (orgel)werk in ieder geval nog niet kwijt.

Kint concerteerde als solo-altist met Crevecoeur in 1910 (“opgetreden bij een Orgel-Concert”), als vioolsolist in 1905 (bij Toonkunst), in 1907, 1909, 1912 (bij een Orgel-Concert), 1911 (bij Eensgezindheid) en 2 dec. 1914 [foto] met het vioolconcert nr. 5 van Mozart in A-dur, Vioolconcert in A ook op 3 Nov. 1914 (foto) ; “Cor Kint, alt-violist van het paleis-orkest te Amsterdam”. en trad als dirigent op van Crescendo op 7 April 1915 bij het Eerste Pianoconcert (C dur) van L. van Beethoven, gespeeld door Crevecoeur. 1 Sept 1919 Vredesdanklied en vaste burg. Op 1 juli 1915 Crev 25-jarig jubileum

 

Volgens sommige door mij geïnterviewde personen zou Kint “kort voor de oorlog”, dus in de zomers van 1938 en 1939, in de Gooi- en Vechtstreek orgelbespelingen hebben gegeven. De daartoe benodigde speelvaardigheid en podiumervaring bezat Kint weliswaar, maar waarschijnlijker lijkt mij toch, dat hier sprake is van een naamsverwisseling met de Zaandamse organist Cor Kee. Niettemin hield de publicist Thomas van Huijstee (1905-1990) voor wie de namen Kee en Kint beide een begrip waren – hij heeft ze allebei horen spelen, als organist resp. altist – en die er zeker van was ze niet te verwisselen, vol, Kint vóór 1940 op het orgel van de Ronde Lutherse Kerk aan het Singel te Amsterdam te hebben horen spelen, niet bij een concert, maar tijdens een bezoek aan de kerk t.g.v. een repetitie o.i.d. (Van Huijstee kende ‘iedereen’ in de kunstwereld, van Jacques Bloem tot Jac. Bonset.)
Zekerheid verschaften eerst de naspeuringen van Bert van der Veen die van Dick Sietses
[ Sietses D W, Kuipersdijk 88, 1601 CN Enkhuizen, (0228) 31 35 30 ]
Jaap Labris 055 - 3557579, zuster Jopie 033 - 4720144 Seinstra - Labris

schilderijen van Frederik Sietses zijn bij Dirk Meerkotter in Johannesburg
het volgende te weten kwam : “De buurjongens Dirk Meerkotter en de hierna uitvoeriger beschreven Cor Kint bespeelden bij toerbeurt het orgel in de Doopsgezinde Vermaning aan het Venedie. De families Meerkotter en Kint behoorden tot de eerste generaties bewoners van het toen nieuwe Snouck van Loosenpark”. De Enkhuizer violiste Jo Gramberg die tegenover de Vermaning aan het Venedie woonde, heeft daar in latere jaren ook zelf - bijna een halve eeuw lang – diensten aan het orgel begeleid. Mogelijk is en waarschijnlijk lijkt dat Kint, die al piano speelde, van Crevecoeur een paar orgellessen heeft gehad (legatospel, pedaaltechniek) en, uitzonderlijk handig als hij was, deze vaardigheden zelf verder ontwikkelde. In het cahier getiteld
1890—1 Juli— 25-jarig Jubileum II.
Lijst der Leerlingen en der opgetreden Solisten gedurende bovenvermeld tijdvak.
figureert Kint echter niet onder de leerlingen van Crevecoeur, evenmin als A. Rinkel, die in 1917 en mogelijk eerder (de notulen van Crescendo spreken van ‘steeds’) orgelpartijen bij Crevecoeurs orkestuitvoeringen speelde en in 1919 een Preludium en Fuga opdroeg “aan mijn leermeester, de heer R. G. Crevecoeur”. Waren zij uitzonderlijke musici die Crevecoeur niet als leerlingen van zijn lesfabriek beschouwde?
Cor Kint leverde door diensten te spelen misschien een tegenprestatie voor de financiële ondersteuning die hij van de doopsgezinde dominee H.G. Bakels kreeg. Herman Bakels (1871-1952), auteur of redacteur van een Bijbelsch Woordenboek, een vermogend man, was van 1901-1907 aan de Vermaning verbonden. Tegelijkertijd was hij lid van de Commissie van Toezicht op het Middelbaar Onderwijs te Enkhuizen. Hij bezat een zeilschip, waarmee hij in 1907 tijdens een zeiltocht met drie studenten schipbreuk leed ; twee studenten verdronken. Deze gebeurtenis moet Bakels zo aangegrepen hebben dat hij zonder van zijn gemeente afscheid te nemen met onbekende bestemming uit Enkhuizen vertrokken is.
Er zijn copiëen van rekeningen, voor een jaar pianohuur, voor bladmuziek en studieboeken, voor Kint betaald door ds. Bakels te Enkhuizen. Bakels, een vermogend man, was, komend van Warns, van 1901-1907 aan de Vermaning verbonden. Hij bezat een zeilschip. In 1907 leed hij tijdens een zeiltocht met drie studenten schipbreuk, twee van hen verdronken. Deze gebeurtenis schijnt Bakels zo aangegrepen hebben dat hij zonder van zijn gemeente afscheid te nemen met onbekende bestemming uit Enkhuizen vertrokken is.
Mogelijk na raadpleging van Crevecoeur als muzikale autoriteit zou Kries iets later het Snouck van Loosenfonds en ds. G. A. Hulshoff (1890-1900 aan de Vermaning, verloor in Enkhuizen drie van zijn vijf zoons aan t.b.c.) met succes benaderd kunnen hebben als stipendianten. Op grond van mondelinge informatie gebaseerd op herinneringen (m.n. van Wander van Leeuwen) en educated guesses uitgaande van de feitelijke omstandigheden kan aangenomen worden dat het gezin Kint sinds medio 1899 financieel ondersteund werd. Na aug. 1906 zijn er aparte betalingen zowel van ds. Bakels eindigend in 1907) als van de Sn.v.L.-stichting (tot sept. 1909) aan en voor Cor Kint . betreffende de ondersteuning van zowel het gezin Kint als de student Cor Kint vanaf 1904 schriftelijk gedocumenteerd is, met nota's en kwitanties, dat zijn opvolger ds. Bakels (1901-07) Kints studie hielp bekostigen. De S.v.L.-stichting deed dat bewijsbaar vanaf 1904 De verhuizing naar het nieuwgebouwde huis in het Snouck van Loosenpark vlak naast het station eind 1897 betekende voor het gezin Kint een stapje omhoog op de sociale ladder. Vanaf aug./sept. 1899 kreeg Kint wekelijks vioolles van Togni in Amsterdam. Zo kreeg de ontwikkeling van het jeugdig talent alle kansen. Kries heeft het beste gedaan wat hij voor de toekomst van Cor Kint doen kon.

Het orgel in de Vermaning. – Vanaf 1789 had P.A. Bakker emplooi als voorzanger, in 1804 volgde zijn zoon Agge P. Bakker hem op. De dato 20 augustus 1843 besluit de kerkeraad tot de aanschaf van een orgel, mogelijk op instigatie van de geleerde, bereisde en muzikale ds Dirk Harting. Men slaagde erin voor de prijs van ƒ 425 een gebruikt orgel te kopen in Amsterdam. Uit welk gebouw dat orgel kwam vermeldt de historie niet. Het beschikte over twintig “registers”. De Broederen hadden zich van deskundig advies verzekerd, want zij namen G.H. Meyroos in de arm, stadsorganist van Enkhuizen en stadsmuziekmeester. Hij kreeg daarvoor ƒ 25 plus ƒ 9,40 voor onkosten. Het transport vanuit Amsterdam en de plaatsing van het orgel aan het Venedie vergden ook nog enkele bedragen, zodat een collecte onder de gemeenteleden werd gehouden. […] Het orgel werd ingewijd op 25 sept. 1843. […] De eerste organist die aantrad was de zoon van Meyroos.
Nog onder Harting wordt in 1881 over een nieuwe kerk en een nieuw orgel gesproken. Na de nodige geldelijke en bouwkundige voorbereidingen wordt op 20 april de eerste steen gelegd, men kerkte onderwijl in de Zuiderkerk. Het orgel werd vóór de sloop deskundig uit het gebouw verwijderd en “bij den muziekmeester Crevecoeur” opgeslagen. Op 9 oct. 1892 wordt het kerkgebouw ingewijd, met een voorzanger, want het orgel was nog niet gereed. In hetzelfde jaar werd nog een register vervangen, zodat het kort daarop wel speelklaar geweest zal zijn.
Op dit (mechanische) Hageman / van den Brinkorgel heeft Cor Kint diensten gespeeld van 1902 (misschien zelfs 1900) tot sept. 1906, toen het gezin Kint naar Amsterdam verhuisde, maar heeft vermoedelijk tot 1909 nog af en toe de dienst begeleid.
“Het afbreken en weer opbouwen van het orgel zal het instrument geen goed gedaan hebben en tijdens het werk kan zijn gebleken dat de staat waarin het verkeerde zorgen begon te wekken.[] In elk geval zal het niet lang meer in gebruik zijn. Op 30 Juni 1909 ontving de kerkeraad een contract van de Firma L. Ypma & Co te Alkmaar, inzake de levering en plaatsing van een geheel nieuw orgel. […] Het werd opgeleverd op 23 Jan. 1910.”

Broekhuyzen :
E 8 Enkhuizen, Provincie Noord-Holland
Het orgel in de kerk der doopsgezinde gemeente is een groot huisorgel met sprekend front, gemaakt door Hageman, orgelmaker te Amsterdam. Door de kerkenraad aangekocht, geplaatst en geleverd door L. van den Brink en Zonen, orgelmakers te Amsterdam, in het jaar 1843. Drie jaren later door dezelfde heeren eenige veranderinge in het mechanisme aangebragt. Heeft 13 stemmen, een handclavier, aangehangen pedaal en eene schepblaasbalg.
Bourdon D. 16 vt Octaaf 2 vt Fluit B. 4 vt tremulant
Holpijp 8 vt Tertiaan 1 vt Fluit 2 vt ventil
Prestant D. 8 vt Siflet 1 vt Octaaf 2 vt
Prestant 4 vt Holpijp B. 8 vt Siflet B 1 vt
Fluit douce 4 vt
Commentaar.
* Correctie op Broekhuyzen: Het orgel had 13 registers, doch slechts 7 hele en 2 halve (of 6 hele en 3 halve) stemmen.
* Commentaar op Broekhuyzen: Het kerkgebouwtje “op het Venedij” was in 1789 van de oud-katholieken gekocht. Broekhuyzen is de oudste en enige bron. De dispositie is slordig genoteerd: Holpijp, Octaaf en Sifflet [] waren gedeeld in B/D; met "Tertiaan 1 vt" zal een Terts 1 sterk (1 3/5 vt) bedoeld zijn. De bouwer J.E. Hageman was vanaf 1767 tot zijn dood in 1782 te Amsterdam werkzaam.
* Toevoegsels van Jan Zwart in het manuscript: “Het Orgel, Mei 1911”.
* Lotgevallen orgel (en kerk) na beschrijving Broekhuizen: 1911: Th. Jos H.Vermeulen (fa L. Ypma & Co). Nieuw pneum. orgel. Lot oude instrument nog onbekend.
Literatuur : Van der Aa IV, 215 ; Gierveld Ho, 140-141 ; HO mei 1911, 69.

De werkelijke dispositie zal ongeveer de volgende geweest zijn :
Bourdon D. 16 vt Holpijp B/D 8 vt tremulant
Prestant D. 8 vt Fluit douce B/D 4 vt ventil
Prestant 4 vt Fluit 2 vt
Octaaf B/D 2 vt Terts [D] 13/5 vt
Siflet B/D of B 1 vt of 1-12/3
Bourdon D. 16 vt Octaaf B 2 vt Fluit B. 4 vt tremulant
Holpijp D 8 vt Tertiaan D 1 vt Fluit 2 vt ventil
Prestant D. 8 vt Siflet D 1 vt Octaaf D 2 vt
Prestant 4 vt Holpijp B. 8 vt Siflet B 1 vt
Fluit douce D 4 vt
½ Bourdon disc 16 Fluit douce 4 Fluit 2
½ Prestant disc 8 Prestant 4 ½ Tertiaan disc 13/5
Holpijp 8 Octaaf 2 Siflet 1 Siflet 11/3

“Het [oude] orgel ging naar de Vrij-evangelische Gemeente te Leeuwarden (voor ƒ 150) en het nieuwe werd aangeschaft voor ƒ 1900”. Artikel ECrt 29 Jan 1910. Meerkotter nu vaste organist.
Van Leeuwarden ging het oude orgel naar Foudgum bij Dokkum. Nu in Hervormde Kerk te Foudgum.
Vrije Evangelische Gemeente, Zuidvliet 14, 8921 BL Leeuwarden, (058) 212 15 06.
Archiefdienst 058-2880138 hr Oost, kerk gebouwd 1915, deze zegt : op 19 juni 1969 nieuw orgel in gebruik genomen, oude orgel aan de Vrije Evangelische Gemeente te Oude Pekela verkocht, secr. aldaar A. Dreves 0597 - 614386.
Dreves A., Tolhuiswijk 24, 9665 SC Oude Pekela, 0597 - 61 43 86.
Organist Harm Cramer, W.H. Bosgrastraat 111, 9665 PH Oude Pekela, 0597 - 612883. Nu pneumatisch, Gamba en Salicionaal i.p.v. Terts en Sifflet. Bd 16 alleen in pedaal.
Vrije Evangelische Gemeente, Hendrik Westerstraat 191, 9665 AV Oude Pekela, 0598 - 61 78 23.

Vragen : in 1911 oud pijpwerk gebruikt? Lot instrument van Hageman? Van wanneer tot wanneer speelde Kint, Hij speelde kerkdiensten. 1900-1910 volgens van der Veen. Sn v Lpark 20.
Gramberg bijna 50 jaar organist Vermaning geweest na Piet (?) de Wit
Jongepier Jan, Emmakade 49, 8921 AG Leeuwarden, (058) 212 01 06, j.jongepier@zonnet.nl
Maring B, Prinsenstraat 1, 1601 CR Enkhuizen, (0228) 31 46 56, organist Vermaning

In de Westerkerk stond sinds 1547 een orgel van Niehoff, bestaande uit Hoofdwerk, Bovenwerk en Rugpositief. In 1679 werd het binnenwerk van dit orgel door Roelof en Johannes Duytschot gedeeltelijk vervangen. De benoeming van Crevecoeur werd dit orgel fataal. Onder zijn adviseurschap werd in 1896 door D.G. Steenkuijl uit Amsterdam en Recourt het binnenwerk verwijderd en in de Niehoff-kas een geheel nieuw pneumatisch orgel gebouwd. Dit orgel had tot Crevecoeurs overlijden [als hij geen wijzigingen liet aanbrengen, maar er schijnt ooit een Voix céleste 8' bijgeplaatst te zijn] de volgende dispositie :

Hoofdwerk C-g³ 10 reg. Bovenwerk C-g³ 8 reg. Pedaal C-f¹
Prestant 16' Salicionaal 8' Bourdon 16'
Prestant 8' Viola di Gamba 8' Fluitbas 8'
Roerfluit 8' Gemshoorn 8' Cello 8'
Octaaf 4' Holpijp 8'
Quint 3' Quintadeen 8' Klavierkoppel
Octaaf 2' Salicet 4' Octaafkoppel
Mixtuur 3-4 st. Flûte harmonique 4' Ped. koppel I
Cornet 4 st. Basson-Hobo 8' Ped. koppel II
Fagot 16' Concept heeft 9 reg. vaste comb. op beide kl. en ped
Trompet 8' Tremulant Hw treden pp - p - mf - f - ff
Bw treden p - mf - f
Ventiel Calcant Ped treden p - f
Knoppen Registers Combinatie Volle werk Oplosser

Bij Kint 1917 registreert Crevecoeur met Salicet 4', bij Rinkel 1919 registreert Crevecoeur met Octaaf 2'.
20 dec. 1910 herv kerk Grootebroek inspeling door Crevecoeur van het orgel , gerestaureerd en pneumatisch ingericht door Steenkuyl en Recourt te Amsterdam
5 oct 1910, 29 juni 1916 speelt Cr Een vaste Burg op de Zuidertoren
HBS met 3-jarigen cursus te Enkhuizen — Gedenkboek van de hoogere burgerschool te enkhuizen 1870 – 1921 – 1946, uitgegeven n.a.v. de herdenking van het 75-jarig bestaan der school in Augustus 1946 zijn de volgende vermeldingen te vinden.

1902 Kint, C., geb. 9-1-1890 te Enkhuizen ; kl. 1-3.†
1907 Doornik, G. J, van, geb. 28-11-1892 te Enkhuizen ; kl. 1-3, vioolbouwer.

le Coultre
In 1901 het leervak Latijn geschrapt (afdeling oude talen). In 1921 vijfj. cursus.

 

Diploma onderste helft bewaard.
Utrecht den 19en Juli 1909. De examencommissie bestond uit Daniel de Lange, Johan H. Sikemeier, Johan Wagenaar, Gerard Veerman, André Spoor, J. [Isaac] Mossel, Charles van Isterdael.
De regelingscommissie voor de examens ter verkrijging van het diploma van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst, A.J. Labouchere, Secretaris, H. Nolthenius, Voorzitter, Namens het Hoofdbestuur van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst, A.D. Loman Jr.

Pieter Kint achterzijde BSkaart Z.E. Fred. 17 12 1912 Hendrikplantsoen 66 3hoog
28 6 1939 Keizersgracht 242 hs
Vondelstraat 55
6 Beroepsleven 1909 – 1940

Huwelijk Cor Kint × Jansje Couperus, *15 mei Bolsward, op 9 Nov. 1921 te Amsterdam. Jansje voor de Burgerlijke stand, Jeanny, Jeanne, Jenny (na plm. 1960). Onder de naam Jenny Kint Couperus schreef ze de kinderboeken Huis in 't Vinkenbos (Kluitman, Alkmaar z.j., Zonnebloemserie, geïll. door G. van Straaten, die meer werk voor Kluitman deed, was geen relatie van Jenny).
Jenny bij haar tweede huwelijk. Kint heeft haar waarschijnlijk leren kennen bij Egbert Veen in de Amsterdamse Quellijnstraat. Egbert Veen deed in 1904 eindexamen orgel aan het A'dams Conservatorium als leerling van de Pauw en behaalde daarna het solistendiploma piano. Hij gaf privélessen en had een succesvolle concertpraktijk (Veen heeft o.a. alle Beethovensonates in een cyclus uitgevoerd). Toen de omroep kwam, trad hij in dienst van de A.V.R.O., als pianist. Met zijn zoon, de violist Lambert, vormde hij het bekende duo Egbert Veen. Jeanny had 1912-1920 pianoles van Veen en kwam er ook privé over huis. “Ze was een vrolijke, actieve tante, ze zagen haar graag komen”, aldus Lamberts echtgenote, mevr. Veen-Kriele, die zelf als zijn laatste leerling een piano-opleiding bij de Pauw (1852-1924) afgerond had.
Ook Kint kwam er over de vloer. Na het behalen van zijn Toonkunstdiploma in 1909 nam de leergierige Kint nog harmonielessen bij Veen en bleef met hem bevriend. Als Cor en Jeanny bij de ‘Venen’ kwamen eten, gingen de dames na de maaltijd aan de afwas, terwijl de heren zich – Kint met een sigaartje – in de voorkamer terugtrokken. “Zij spraken over harmonie”, zijn de mysterieus klinkende woorden waarmee mevr. Veen over deze gesprekken berichtte. Beiden, Kint en Veen, waren diepgaand geïnteresseerd in harmonie en contrapunt, vermoedelijk des te meer wegens de snelle ontwikkelingen op harmonisch gebied in die jaren, waardoor niet weinige musici hun kunst bedreigd voelden. Nog in 1942 nam Kint de Traité de l'Harmonie van Rameau als vacantielectuur mee naar Rijssen.
Het jonge echtpaar betrok op 16 nov. 1921 de eerste étage aan de Amaliastraat 22, op de hoek van de Kostverlorenkade, vlakbij Kints ouderlijk huis, met uitzicht op de 4 april 1918 in gebruik genomen Prinsessekerk. Na enkele verhuizingen in de buurt verhuisden ze naar een nieuwgebouwde woning, Roelof Hartplein 9, driehoog.

Na het overlijden van Crevecoeur bleef Kint de band met Enkhuizen aanhouden. De opvolger van RGC was Dick van Wilgenburg, die alle vacatures van RGC vervulde. In een "Historisch overzicht (1908-1911 tot ±1960) van het amateursymphonieorkest Crescendo (concertmeester P. le Coultre) komt de volgende passage voor : “Als solist zijn vrijwel alle plaatselijke toonkunstenaars : Cor Kint, G.J. van Doornik, Ali de Wit, Eva Meyer, Jo Gramberg, Loes Hasselaar, menigvuldig bij ons orkest opgetreden”.
In de Westerkerk werd o.a. een orgelconcert van Handel uitgevoerd met D.v.W. als solist. Cor Kint dirigeerde toen het orkest ;
Op 23-3-39 werd o.l.v. D.v.W. de JP van Bach uitgevoerd. Kint speelde toen met P. le Coultre de viola d'amore obligaatpartijen bij enz,
Op een familiefoto v h gezin Jacob Sietses (1860-1923) komt ook de huisvriend Sietses voor ;

Heden, 18 mei 1988, na een zeer gelukkig huwelijk van 61 jaar, is van ons heengegaan onze lieve, zorgzame man, vader, grootvader en overgrootvader JULIUS SUSAN / Ridder in de Orde van Oranje-Nassau / Drager van „Conamus” gouden harp / Opera- en operette-dirigent en componist / in de ouderdom van 96 jaar. [als ILL.]
Noemde zich ‘de laatste dirigent v h Paleisorkest. *1891. Kint zou in het Paleisorkest geschnabbeld hebben.

De partijen van Kerstzang dragen het stempel COR KINT, Amaliastraat 22, AMSTERDAM. Daar namen Kint en Jeanny na hun huwelijk hun intrek op 16 Nov. 1921. De orkestbewerking van de cantate stamt vermoedelijk dus uit die tijd, nee, eerder. CHORAAL Gezang 117, Halleluja looft den Heer! Hoogste heem'len geeft hem eer! H. Hootsen Groothengel speelde de orgelpartij in Hilversum 1943. 7 1940-1944. Werkzaamheden

Vestiging Cornelis Kint en Echtgenote Jansje Couperus 4 Jan. 1940 te Hilversum, Ruijsdaellaan 35. Jansje Couperus werd per 20 Juni 1942 weer naar Amsterdam uitgeschreven, Cor Kint bleef in Hilversum wonen en verhuisde 25 Juli 1942 naar Diependaalsche Drift 22. Hij overleed 8 Juli 1944. Zijn echtgenote werd op 3 juli 1946 in Hilversum ingeschreven en op 9 Sept. 1950 naar Amsterdam uitgeschreven.
Echtgenote ; Couperus, Jansje geboren 15 mei 1897 is afgevoerd op 9 Sept. 1950 naar Amsterdam.

De wereld van K, de w waarin hij leefde. Cor Kint, zijn wereld.

Uitg. [Vivus] Actus Tempus (AT) / Tempus Actus / Ars Temporis Acti / Tempore Acto / Acto Tempore

COR KINT (1890-1944)

1940-44 Frans Steinhauzer : Kint had vrienden in Duitsland, maar was van de goede kant. K kreeg brief, als je niet tekent voor Kulturkammer, ben je als ontslagen te beschouwen, K heeft wel getekend. Ook Steinh h tenslotte getekend, had onderduiker in huis. Kint opgepakt na aug. 1943, want toen ging St naar Du tewerkgesteld. Kint zat aan tweede lessenaar.
Kint was aan de Muziek School inzeper voor Togni Conserv., volgde methode Togni/Sevcik, Togni woonde in de buurt v H'lem Overveen?
K.R.O. Orkest werd het Orkest van de Nederlandsche Omroep
Kint speelde alles uit zijn kanis, had enorme techniek, speelde mooi, St. tutoyeerde K niet. Kint had een zekere Piet Esselman, organist, uit Weesp leren kennen in de Kloof, bleek fout, lid NSB.
Esselman H, Essenlaan 25, 1185 KD Amstelveen, (020) 619 77 34
Stotterde, niet zo hevig, sliste niet, eenv komaf, geen dandy, nette vent, goed in t pak
in orkest 1e less. Wesseling2 en Vermeulen1 - 2e less. Kint3, Steinhauzer4 - 5Koos Jutte (×Wesseling) 6Bernard Giltay fout. Leo Blom joods moest eruit. (Jan?) van Leeuwen zat aanvankelijk naast Kint, werd soloaltist in Omroeporkest, kwam uit USO, ook fout, naar Haarlem
Corry Couvreur die liep wel eens samen met hem op na de repetitie in de KRO-studio aan de Emmastraat, gebouwd naast een pension annex taveerne riek Baams vroeger

1921-1940. Arnoldus van der Mik *24 Mei 1910, later woon den Haag, ƒ6 p maand les ½ uur Amaliastraat 1921-27 — goede leraar, liet mij de viool horizontaal houden, dan gleed de strijkstok niet naar beneden. Er hing een dodenmasker van Beethoven aan de muur, donkerbruin, bijna zwart. Geen grammofoon. Kreeg geen kop thee. Hond niet groot, teckeltje bijna zwart. Leskamer : pi., less., muz.kast, pianokruk. Amaliastraat 22 eenhoog, had een aardige vrouw die goed piano speelde, hij trouwens ook. Was ontzettend streng, wist precies je hebt gestudeerd, of niet. Raakte bevriend met Gerard Hulst, die zei "ga naar ’t AMVJ-orkest". Dat was in 1938. Kint herinnerde zich hem en zette hem bij de 2e violen. Harige wollige heel lichte jas, grote slappe hoed op. Als op foto 1916. Prachtig mooi dik zwart haar “dat is mijn leraar”. VdM heeft nog gepompt voor Pameijer. In AMVJ orkest 1½ jaar 1938-39, 2e viool, twee uitv. meegemaakt. Heeft rep onder Mengelberg meegemaakt, Kint in het orkest, verschafte hem toegang. Vond K man van enorme muzikaliteit. Speelde eens Gardes van Fritz Kreisler, ongelooflijk. Eerste stukje Bo - piep. Mochten als leerlingen naar Mengelberg op wo en za middag met vrienden Cor Hageman (†op 21-j leeftijd) die orgel speelde en onderwijzer werd en Gerard van Hulst. Kint bij de 1e violen, cc m Louis Zimmermann.
Later les bij Jan Bloem (Ork. Pal. v Volksvlijt), viool van gekocht, boekhouder geworden. Nog steeds 1e violist in Kerkelijk Orkest den Haag, opgericht door ds. Lugtigheid. Pompte bij Henk Evers zwager thuis, waar Pameijer practisch blind met de tram kwam lesgeven. Oude Kerk plm 1921-22, 4 pompers nodig, 2 man registrant. Pompers gemeentebaan, net als Pameijer ƒ25-30 per maand. VdM h geregistreerd voor Pam op afroep.

Togni, Felice Charles Antonio, *3.10.1871 Zwolle - 31.10.1929 Overveen. Nederl nat. Violist en vi pedagoog. Lid CcgebO en leraar Conserv A'dam. Die Ausbildung der linken Hand en Le Méchanisme de la double Corde spelling

Ans Vermeulen zat bij Vermeulen op kantoor, dochter van een fotograaf vd omroep. Je schaamde je ietwat dat je in dat orkest was ; zeg, is 't waar dat jullie allemaal NSBers zijn moeten? Steinhauzer kreeg oproep dienstverpflichtet zich naar München Rundfunkorchester, dirig. Görlich en Rosbaud, daarna Breslau 1944 sept. - alleen geweest om instr. weer op te halen, ontbonden, teruggestuurd naar Bayreuth, dat betekende dat er een Duitser in dienst moest. Bevrijd door de Amerikanen. Rosbaud speelde Tchaikovs, Ravel, Debussy, heel goede dirigent, op de propagandazender. Rosbaud stond ook in de rij bij de gaarkeuken wilde niet voordringen.

Een blindedarmontsteking die in een buikvliesontsteking overging werd noodlottig. Kint werd nog overgebracht – volgens sommigen per ‘fietsambulance’ – naar het R.K.Z. in Hilversum en daar geopereerd, maar het mocht niet meer baten.[ Jan Aij :] Kint werd opgebaard aan het Zandpad bij het Vondelpark. Hele onderneming om vanuit Slootdorp bus naar Alkmaar, trein naar A'dam. Geen rouwcirculaire ontvangen, opgebeld wschl. Bij de teraardebestelling op Zorgvlied waren niettemin ruim 70 belangstellenden aanwezig. Het orgel bleek niet te functioneren (stroom afgesloten?), een harmonium was op het laatste moment niet te krijgen, Piet Mulder had de Hymne willen spelen, Cor Kint is zonder muziek begraven.
Overleden za 8 Juli, begraven do 13 Juli ; de begrafenis begon “tegen 3 uur op ‘Zorgvlied’ aan den Amsteldijk te Amsterdam”, aldus het Handelsblad (A) van 11 Juli.

3. Afkomst, familie.

 

 

* * *

H O O F D S T U K ⋅2⋅ De Torenstraat.
. . . . . . . .

Toen Enkhuizen in 1355 stadsrechten ontving, ging het poort-recht twee dorpen omvatten, een vissersdorp en een boerendorp : 'Enchusen ende Gommerkerspel'. Enchusen/Encuysen was waarschijnlijk het oudste dorp en is de naamgever van Enkhuizen geworden. Het lag buitendijks en moest in de loop der jaren weer aan de zee worden prijsgegeven. Er stond een kapel, die de naam van de apostel Paulus droeg. Het andere dorp lag binnen de westfriese zeewering. Het heette Gommerkerspel, wat wil zeggen "Parochie" (= kerspel) van (de heilige) "Gomarus". Hier stond een kapel die aan Gomarus gewijd was. De naam Gomarus komen we anno 19nu nog steeds tegen in de regionaal voortlevende voornaam Gommer of Kommer.

Visserij en vooral het handelsverkeer per schip deden Enkhuizen floreren. Het stadje breidde uit, vooral in zuidelijke richting. Binnendijkse havens werden gegraven, fraaie koopmanshuizen gebouwd, verdedigingswerken aangelegd. De ommuring van Enkhuizen kwam in 1549 gereed. In het jaar 1422 gaf graaf Jan van Beieren toestemming een tweede godshuis te bouwen in Gommerkerspel, ter vervanging van het tot verdwijnen gedoemde buitendijkse kerkje van Enchusen. De patroon van de nieuwe kerk werd Sint Pancras (de Zuiderkerk). De St. Pancras verrees aan de zuidkant van het stadje, waar het varensvolk woonde. De bouw was een doorn in het oog van het landvolk in het "West-eynde van der Stede". Hier legde men hutje bij mutje om een machtige kerk te bouwen, veel groter dan de Pancras van "het Suud". Men slaagde daar wonderwel in, en het resultaat is de bewonderenswaardige Westerkerk (Gomaruskerk), waarin .... later een Duyschot-orgel geplaatst zou worden omstreeks .... Rooker schrijft : "Het weerwoord van het Suud zou moeten worden een toren zoo hoog, dat de lieveheer zogezegd binnen handbereik kwam". Dat werd dan de Zuidertoren, die met zijn 75 meter hoogte aan het begin van de Torenstraat prijkt. Daarmee waren de bouwers van de Westerkerk weggeconcurreerd, hun financiële middelen stonden nog slechts de bouw van een houten klokkenhuis toe.

Enkhuizen ontkwam niet geheel aan de woelingen van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Maar .... de 1e april 1572 werd den Briel bevrijd door Lumey en 'verloor Alva zijn bril', en de 21ste mei van dat jaar gooiden de Enkhuizers de Spanjaarden er zélf uit. De oorlog ten spijt bleven handel en zeevaart groeien. De bevolkingsaanwas hield daarmee gelijke tred, en zo besloot het gemeentebestuur in 1590, midden in oorlogstijd (!), tot stadsuitbreiding. De oude muren werden afgebroken. Nieuwe bolwerken werden aangelegd. Een gedeelte van deze fortificaties bestaat nog en valt onder de bezienswaardigheden van de Zuiderzeestad die ooit een wereldhaven was.

In de oprichting van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie in 1602, van de Noordsche of Groenlandsche Compagnie in 1614 (walvisvaart), en van de West-Indische Compagnie in 1621 had Enkhuizen een belangrijke stem. De Enkhuizer haringvloot was in deze jaren de grootste der Nederlanden. In 1630 beliep het aantal haringbuizen het recordcijfer van 270. De bevolking was gegroeid tot rond de 21.000 zielen, die in 3615 huizen binnen de vestingwallen woonden.

Toen evenwel in 1621 het z.g. Twaalfjarig Bestand afliep, was het gedaan met de voorspoed. Koopvaarders en vissersschepen werden door kaperij o.a. vanuit Duinkerken ernstig getroffen. De visserij hield het tot plm. 1700 nog aardig vol. De zee-oorlogen met Engeland in de tweede helft van de eeuw, de 'Negenjarige Oorlog' tegen Frankrijk, de 'Spaanse Successie-oorlog' en het onoplosbare probleem van de verzanding van de havenmond gevoegd bij de gestaag toenemende diepgang der schepen gaven Enkhuizen de genadeslag. Het verval bereikte 200 jaar later een dieptepunt : in 1850 voeren nog geen tien schepen ter haringvangst uit ; het bevolkingsaantal was tot onder de 5000 gedaald ; 1600 huizen waren gesloopt.

"Gedurende het laatste kwart van de vorige eeuw begon de stad voorzichtig te ontwaken uit de apathie, waarin ze was weggezonken geweest. De factoren die dit in de eerste plaats hebben bevorderd waren wel de totstandkoming van een spoorwegverbinding met Amsterdam en de intensivering van land- en tuinbouw in West-Friesland" [*]. In 1877 was een remedie gevonden tegen het steeds weer verzanden van de haveningang. Stoombootdiensten op Urk, Kampen, Harlingen en Amsterdam werden geopend. Het jaar 1885 betekende een definitieve ommekeer. Op 5 juni van dat jaar werd het traject Hoorn-Enkhuizen in gebruik genomen. De railverbinding met Amsterdam was een feit. De spoorlijn kreeg onmiddellijk een belangrijke verlenging over het water, want nog geen zes weken later, op de 15e juli, werd de veerdienst naar Stavoren geopend. Van groot belang werden zaadteelt en zaadhandel. Enkhuizer ondernemers wisten zich hierin een wereldnaam te verwerven. Tenslotte mag de opgekrabbelde haringvisserij niet onvermeld worden gelaten. We spreken dan niet over de Noordzeevisserij (de laatste drie haringbuizen waren in 1872 verkocht), maar over de Zuiderzeevisserij! De Zuiderzeeharing was niet geschikt om te worden gekaakt, maar werd gerookt of als verse panharing verkocht. Cor Kint was een liefhebber van de Zuiderzeeharing. Na de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 is deze vissoort binnen enkele jaren uitgestorven.


Moeder "tante Leen".

Het Enkhuizen van die dagen ... Le Coultre zaadhandel.

buiten spelen het zeehoekje [foto]

[litt. :
Cor Kint kwam ter wereld in de Torenstraat, aan de voet van de Zuidertoren. De Torenstraat loopt van de Zuiderkerk naar het Venedie en behoort tot het oudste gedeelte van Enkhuizen. Vrijwel elk huis, elk gebouw getuigt hier van het ‘Henkuzer’ verleden. De nieuwbouw uit de zeventiger jaren valt hopeloos uit de toon.
Het ouderlijk huis aan de Torenstraat had als huisnummer IV/75, wat wil zeggen : wijk IV, nummer 75. In 1907 werden straatnaambordjes aangebracht. Plusminus 1910 werd de huisnummering gewijzigd, nummer 75 werd nummer 77. Later had het huis nog nummer 565, en weer later werd het Torenstraat 28. Pas na WO II is de huisnummering in Enkhuizen gemoderniseerd. De ouderwetse nummering schijnt door het ontbreken van concordanties tussen de diverse nummersystemen voor het verzet tijdens WO II mogelijkheden opgeleverd te hebben om het de bezetter moeilijk te maken ; verzetslieden haalden hele rijen nummers van de huizen.
Maar zodoende is het nog een hele klus geweest te achterhalen om welk huis in de Torenstraat het nu precies gaat. De speurtocht was ook spannend : zou het Kints geboortehuis nog bestaan? De informatie van een oudere ‘Henkuzer’, afgedrukt in De Orgelvriend, volgens welke het trapgevelhuisje op no. 6 het gezochte huis zou zijn, moest al snel in twijfel worden getrokken. Toen eindelijk zekerheid kwam, bleek dat het huisje in de zeventiger jaren is afgebroken om plaats te maken voor een winkelgalerij. Het heeft gestaan daar waar nu de ingang van de passage Over de Linden zich bevindt. [ill.]

Rond 1895 vond men in de Torenstraat behalve woonhuizen en het 'Weduwenhuis' ook boekdrukkerijen, pakhuizen, werkplaatsen, winkeltjes ; de familie West had een kroeg (en dan bedoelen we geen café) op de hoek met het Venedie ; in de Baansteeg, die schuin tegenover IV/75 op de Torenstraat uitkomt, waren een paar slachterijen.

De bewoners van de Torenstraat oefenden beroepen uit als "verwer, schoenmaker, koperslagersknecht, arbeider, zaaddrager, lampenist, (hoofd)onderwijzer, spoorwegbeambte, slagersknecht, visscher, scheepstimmerman, / , in de omliggende straten vinden we baander, kaaskoopersknecht, kledermaker, brievenbestelder, tapper, slaapsteehoudster".

Naast het geveltje van Kints ouderlijk huis, richting Zuiderkerk, woonde vanaf 16 mei 1890 de schoenmaker Jan Kok. Plm. 1895 kwam Jac. Fijma (*1858) er te wonen. Zijn huisnummer was IV/74, later veranderd in IV/76, later in 564. Hij dreef in zijn huis (het linkse van de zogeheten tweelinghuizen) een snoepwinkeltje en ventte met peterolie. Aan de andere kant van Pieter Kints huis bevond zich na 1900 de timmermanswerkplaats van Jonas West. Wie of wat daar vóór 1900 zat, heb ik niet kunnen achterhalen.

Kleurrijke figuren hebben in het straatje gewoond. Vrouwtje de Schutter bijvoorbeeld. Ze was met een vissermansknecht, ene Bakker, getrouwd. Toen Bakker opgeroepen werd om dienst te nemen bij de schutterij, heeft zij zich in zijn plaats gemeld, waaraan ze haar bijnaam te danken heeft. Later is ze samen gaan wonen met Sterke Pieter.

Om de hoek van de Torenstraat, een stukje het Venedie op richting station, woonde de metselaar Hendrik van Doornik (*15 oct. 1848), Venedij IV/90, later IV/89, later 634, die zich op 18 juli 1883 vanuit Amsterdam in Enkhuizen gevestigd had. Hij huwde Aafje Karemaker (13 juni 1854 - 3 mei 1921). Beiden waren Ned. Hervormd. Hun zoon Gerrit Jan van Doornik zag 28 nov. 1892 het levenslicht. Per 30 sept. 1913 werd hij uitgeschreven naar Amsterdam. Een levenslange vriendschap zou de bohémien, violist en vioolbouwer Gé van Doornik en de introverte violist Cor Kint verbinden.

In de Torenstraat tussen de Baansteeg en de Meidemarkt, schuin tegenover Kint, woonde meester Kries, op nummer 5 (eerder IV/595, eerder IV/107, eerder plm. 1890 IV/ 81), naast de machinale wolwinkel van W. Smit. Focke Abram Kries (*22 Aug. 1853 te Vlissingen) was gehuwd met Maria Sara Hooftman (*1853 te Sluis). De 17e aug. 1881 had het echtpaar, komend uit Bovencarspel, zich gevestigd in Enkhuizen. Zij was er stadsvroedvrouw. Hij was onderwijzer aan de Burgerschool (later school B, weer later Bosschool geheten) aan de Meidemarkt onder de Zuidertoren. De Burgerschool gaf vanaf de vierde klas Frans en leidde op voor de HBS, wat de andere Enkhuizer lagere scholen, de ‘Tusschenschool’ en de ‘Kosteloze’, niet deden. Naar deze Burgerschool ging Cor Kint, van 1896 tot 1902. Meester Kries had altijd de vijfde klas. Hij moet een “pittige kerel” geweest zijn, en een “verrekt goeie onderwijzer”. Hij kwam als geheelonthouder in Enkhuizen, maar is later aan de drank geraakt, zo gaat het verhaal. Hij is in Enkhuizen blijven wonen en meer dan negentig jaar oud geworden.

“De muzikale begaafdheid van Cor Kint is ontdekt door een onderwijzer van zijn school”, zo is mij van verschillende kanten verteld. Naar het oordeel van Henk Somberg (* 1899) kan dat alleen meester Kries geweest zijn. Deze was nogal muzikaal, het zingen was prettig bij hem, evenals bij juffrouw Waning, die de eerste klas (1896-97) en een mooie altstem had. Meester Klaas Zwaan was niet muzikaal, zijn broer Willem wel, die gaf notenleesonderricht. Deze laatste zou later hij bij de eerste uitvoering van Bachs Matthäuspassion in Enkhuizen (1933), o.l.v. Reinhart Crevecoeur, het jongenskoor samenstellen en instuderen. Van meester Steven Wijnand Velds van de Tusschenschool, naast de Burgerschool aan het Zuiderkerkplein gelegen, is bekend dat hij goed viool speelde.
Imkje Waning *18 aug. 1862, dochter van Nanne Waning, landbouwer, en Hendrikje Noordeloos.

De eerste muzikale klanken die indruk maakten op de kleine Cor waren de tonen die de carillons van Zuiderkerk en Dromedaris over Enkhuizen uitstrooiden. Iedere woensdagochtend van 11 uur tot 12 uur bespeelde stadsklokkenist Crevecoeur het carillon van de Zuidertoren. “Cor kon daar zo lekker naar zitten luisteren op de stoep in 't zonnetje voor het huis”, vertelde Cors moeder veel later aan een buurmeisje in Amsterdam (*). Trottoirs waren er niet. Ieder huis had toen nog zijn ‘stoep’ en meestal ook zijn ‘stoepebank’, zoals oude foto's van de Torenstraat laten zien. Ook schalden de gemeentezang en de orgelklanken geregeld door de muren van de Zuiderkerk het kerkplein over, en kwam er wel eens een straatzanger door de Torenstraat. Dan waren er nog de geluiden van de haven en de zee, de karren, de venters.
Zijn vader was brievenbesteller, later bij de “post”, zou eerder op de Noorderhavendijk gewoond hebben?

Eric van der Steen : ENKHUIZEN, (*) [gedicht zie Rooker], begint als volgt :

Het carillon zingt helder door den regen,
den bleeken regen van mijn vaderland,
de kleine grijze golven breken tegen
de leege schepen aan den waterkant.

Wat rook je in die dagen? Vis, palingrokerijen, teer, groenten, vruchten. De geuren van een havenstad.

In 1897 verhuisde Pieter Kint met zijn gezin naar het Snouck van Loosenpark, IIa/20. Dit Park “was één van de belangrijkste objecten die gerealiseerd werden van het door Vrouwe Margaretha Maria Snouck van Loosen aan de gemeenschap van Enkhuizen gelegateerde kapitaal.” [*] Op het 2 ha grote terrein van de gedempte Nieuwe Haven werden 51 woningen gebouwd. In 1897 werd het Park opgeleverd. De familie Kint kwam in een nieuw huis terecht. Het staat er nog altijd (nr. 20). Aan de achterzijde keek men uit op een pakhuis van de West-Indische Compagnie, dat rond 1970 is afgebroken en weer opgebouwd in het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen [afbeelding E. in oude a. deel 2, pag. 16 ; P.M. Rooker ENKHUIZEN, gister is voorbij pag. 10].

Het moet omstreeks de verhuizing geweest zijn dat Jan Piet Roda muzieklessen begon te geven aan Cor Kint. Hoe de muzikale aanleg van Cor Kint precies ontdekt werd, en wie het contact met Jan Piet Roda heeft gelegd, daarover kon geen zekerheid verkregen worden. We moeten het laten bij Henk Sombergs ‘educated guess’ waarmee we bij meester Kries terecht zijn gekomen. Kries speelde viool? Dacht het niet. Of Kint vóór de lessen bij Jan Piet Roda buiten het zangonderricht op school toch misschien al één of andere vorm van muzikaal onderwijs heeft gehad ....? Heeft hij misschien een ocarina gekregen, zoals wel meer jongens in die tijd [boeken Jenny Couperus, M Kramer], en is zijn spel opgevallen? Dat zou stroken met het feit dat hij naast zijn vioolles aanvankelijk fluitles kreeg. (*) [Zie in dit verband de geschiedenis van "Fernando Malini of de jongen uit den woonwagen", van Goor 1935, 2e dr. 1955, door M. Kramer]. Meerkotter speelde pi en o (progr 1910-11 Crev
Hoe werd Kints talent ontdekt? Door de zangkunst van het vijf-, zesjarige kind? Dat geloof ik niet. Cor heeft mogelijk een ocarina gekregen, een eivormig blaasinstrumentje van aardewerk, soms hout, met een fluitachtige klank (dan ook wel simpel ‘fluit’ genoemd), zoals meer jongens in die tijd hadden. Zijn spel moet meester Kries opgevallen zijn. Dat zou stroken met het feit dat hij van Jan Piet Roda aanvankelijk fluitles kreeg. De ocarina wordt, schijnt mij, niet geheel toevallig bespeeld door het jongetje Toni Bach in een boek van Jenny Kint Couperus, Het huis in 't Vinkenbos (Kluitman, Alkmaar z.j., Zonnebloem serie), waarin Lenie Alvara de la Molina viool en mijnheer Bach piano speelt (Kints instrumenten) ; en door Fernando Malini in Fernando Malini of de jongen uit den woonwagen, van Goor 1935, 2e dr. 1955, geschreven door M. [Matthijs] Kramer (1875-1937), mijn grootvader, geboortig van Assendelft, onderwijzer, die behalve vier boeken voor de jeugd talloze artikelen over het Westfriese land, zijn bewoners, zijn natuur en zijn geschiedenis heeft geschreven, aan opgravingen van dr. Holwerda meedeed, en ca. 1905 erin geslaagd is de Noorderveen bij de watertoren van Assendelft tot beschermd gebied te laten verklaren. Mag ik vermelden dat ik in de oorlog als kind van mijn oudoom Willem, trompettist in de harmonie van Assendelft, en zijn zusters een ocarina kreeg? Sommige boerenkinderen konden er goed mee uit de voeten.
Kint kreeg dus viool-, fluit-, en ook harmonieles. Roda was violist en clarinettist, maar tevens een all-round vakman. Zo dirigeerde hij op maandag 20 febr. 1899 een strijkorkest ter gelegenheid "der Feestviering van het Honderdjarig Bestaan van het Departement Enkhuizen der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen". Roda was ook een enthousiast kamermuziekspeler. Hij overleed juni 1902. Crevecoeur, de organist van de Westerkerk, die vaak met Roda had samengespeeld, herdacht hem in zijn orgelbespeling van 25 juni van dat jaar, waaraan de tenor Jac. van Kempen meewerkte, met de Marche funèbre et Chant séraphique van Guilmant, Gebet (naar ps. 57) voor tenor en orgel van de concertgever, en de cavatine "Sei getreu bis in den Tod, so will ich dir die Krone des Lebens geben. Fürchte dich nicht, ich bin bei dir" uit Mendelssohns Paulus.

* * *

H O O F D S T U K ⋅3⋅ R.G. Crevecoeur.
. . . . . . . .

speelde de orgelw v Franck en Pr Ch et Fu en Vioolsonate, Scherzo Chopin

Cor Kint kwam 9 Jan.1890 ter wereld in een provinciestadje. In zijn geboortejaar begon daar met de komst van Reinhart Gerrit Crevecoeur de opbouw van een zeldzaam bloeiend en goed georganiseerd muziekleven. “Hier is een muzikaal centrum ontstaan, zoals slechts zelden in plaatsen van gelijke grootte of zelfs groter, mogelijk was”, aldus S. Goos tijdens de plechtige uitvaartdienst op 8 oct. 1934 na het overlijden van Crevecoeur op de vijfde october. Crevecoeur is gedurende ruim 44 jaar in Enkhuizen actief geweest. Precies een half jaar na Kints geboorte gaf hij zijn eerste pianoles, op 19 Juli zijn eerste orgelconcert in de Wester, vier dagen later soleerde hij als pianist. Op 31 aug. 1934, na een beiaardconcert, klom hij naar beneden en zei stug “nou kan ik niet meer”. Een maand later overleed hij aan leverkanker met perforaties.
Reinhart Gerrit Crevecoeur werd geboren op 11 aug. 1867 te Rotterdam. Zijn vader, Bastiaan Crevecoeur, was procuratiehouder bij een graanhandel en kerkelijk als ouderling en evangelist zeer actief. Hij zag zijn zoon liever in de handel gaan, maar uiteindelijk mocht Reinhart toch in de muziek. In de familie bleef als gerucht bewaard dat hij – o schande – gedurende zijn studietijd in het koor van de Rotterdamsche Opera had gezongen, als bijverdienste. Later schreef ‘de oude Bas’ teksten van o.a. een Kerst- en een Paascantate voor zijn zoon.
Reinhart genoot zijn opleiding aan de Rotterdamsche Muziekschool van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst, en wel voor piano van C. van de Sandt en F. Gernsheim, voor harmonie van Th.H.H. Verhey, voor contrapunt van Gernsheim en voor orgel van S. de Lange Sr. en H.M. van 't Kruijs. Op zijn eindexamen speelde Crevecoeur de B-A-C-H van Liszt. datum ?
Orgelbespeling in de Groote Kerk, Vrijdag 6 Juni 1890, des namiddags ten half drie ure, door de leerlingen der Orgelklasse (onder leiding van den heer M. H. VAN 'T KRUIJS) van de Muziekschool der afdeeling Rotterdam van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst. Slotnummer : PRAELUDIUM en FUGA over B.A.C.H. van F. Liszt, gespeeld door den heer R. G. Crevecoeur. [illustratie]
Op 1 maart 1888 werd hij als organist aan de Prinsenkerk te Rotterdam aangesteld. De examinatoren bij het vergelijkend examen voor die functie waren J.B. Litzau en M.H. van 't Kruijs.
Maar Crevecoeur wilde weg uit Rotterdam en solliciteerde de 30ste nov. 1888 aan de Groote Kerk te Edam. Van de 30 sollicitanten waren er 10 opgekomen. Een van de examenopgaven was het instrumenteren van een achttal maten muziek voor fanfareorkest. Verder werd “des avonds, op verlangen der Jury, een Concert gegeven in het Heeren-Logement tegen ƒ 1.- entrée”. Benoemd werd Leonard G. Jansen uit Amsterdam, een van de vier tot de tweede ronde toegelaten leerlingen van Jacob Kwast, sinds 1872 organist aan de Amstelkerk te Amsterdam, die met H.F.A. Utermöhlen uit Hoorn de jury vormde.
Crevecoeur bleef solliciteren. De 27ste mei 1890 nam hij deel aan het vergelijkend examen te Enkhuizen voor de positie van organist aan de Westerkerk aldaar. Twee van de tien sollicitanten waren opgekomen, nl. J. Hooft van Zaandam, en R.G. Crevecoeur. De examinatoren waren Dan. de Lange, J.M. Martens en Jan Barend Koelman.
De "Examen-Opgaven" luidden als volgt :
«I» Vrije Fantasie van minstens 5 minuten, op de eerste regel van Psalm 107 en daarna vierstemmig het eerste vers van dezelfde psalm, als voor de gemeente.
«II» 1. Ps. 115:9 (in Es-mineur) volgens karakter.
2. Ps. 140:1 zuiver vierstemmig zonder voorspel
(1e Variatie : melodie in de Tenor ; 2e Variatie : met vol geluid).
3. Expositie van een fuga-thema op de laatste regel van Gez. 109.
«III» 1. Gezang 50 vers 4, vooral op het karakter der woorden letten.
2. Vrij nummer naar eigen keuze, liefst van Bach of Mendelssohn.
De 12e juni 1890 ontving Crevecoeur zijn benoeming tot organist der St. Gomarus- (Gommers-) of Westerkerk te Enkhuizen. De 17e juni kreeg hij eervol ontslag in Rotterdam, nam de 29e afscheid en vestigde zich 1 juli als organist en muziekleraar te Enkhuizen. Toen hem door zijn voormalige medeleerling aan de Rotterdamsche Muziekschool Wouter Hutschenruyter eens gevraagd werd (dat was waarschijnlijk in 1911), waarom hij zich met zijn talent niet in een grotere plaats had gevestigd, antwoordde hij, zoals zijn zoon Bas het formuleerde, “ik heb verkozen een leiderschap op mijn gebied in een kleine plaats boven het zijn van een van de velen in een van de belangrijker muziekcentra”. Dat leiderschap liet niet lang op zich wachten. Crevecoeurs aantekeningen (*) [] vermelden :
1890 - 6 Juli. De eerste dienst in de Westerkerk te Enkhuizen vervuld.
8 Juli. Benoemd tot Directeur der Afdeeling Enkhuizen v/d Maatsch. tot bevordering der Toonkunst.
9 Juli. Eerste pianoles gegeven aan Simon Woestenburg.
12 Juli. Benoemd met ingang van 1 Juli tot Directeur der Concert-Vereeniging "Musica et Amicitia" te Enkhuizen. Geen orkestvereniging, maar kamermuziek - zangsolisten
19 Juli. Eerste Orgelbespeling in de Westerkerk gegeven.
23 Juli. Eerste optreden als Solist (piano) op een Concert van bovengenoemde Concert-Vereeniging, dat onder leiding van den heer G.L.R. Hagenius plaats had.
5 Sept. De Zangschool der Toonkunst-Afdeeling heropend en aangevangen met 14 leerlingen. (In den loop van het seizoen breidde dit getal zich uit tot 21.)
Inspeling Steenkuylnieuwbouw , wat deed hij in de bouwperiode?
1891 - 19 Maart. Eerste Uitvoering van "Enkhuizer Mannenkoor".
1894 - 1 Maart. Benoemd tot Directeur der Christ. Zangvereeniging 'Stem en Snaren' te Enkhuizen.
1 mei. Benoemd tot Zangleraar aan de Rijks-Normaallessen te Enkhuizen.
1899 - 24 Maart. Eerste uitvoering onder leiding van R.G. Crevecoeur van het Dameskoor 'Eensgezindheid' te Enkhuizen. Opgericht?
1907 - 1 April. Onder leiding van R.G. Crevecoeur het Zangkoor 'Soli Deo Gloria' opgericht. (*) [7 mrt. 1908 bedankte hij al weer.]
1912 - 1 Juli. Benoemd tot Directeur van het zojuist opgerichte Symphonie-Orkest 'Crescendo'.
De kern van Crescendo was uiteraard het strijkorkest. Blazerspartijen arrangeerde hij voor piano en harmonium, haalde ze later uit wat heette de Schutterij (comm. mevr. Veldmeijer). Voor grotere uitvoeringen was het podium van de Nutszaal te klein. Waar werd dan geconcerteerd, in de Friesche Munt, de Kolfbaan,Wester?

Cr bewerkte Mendelss 2e Orgelsonate voor orkest ; vast groepje jonge musici WAPFL Egmond viool, Roda viool/alt, Frits le Coultre, H Zwagerman, [mej. M. Wijdom]
1899 recensie 10 maart

Als Cr.'s "trapper" (balgentreder) fungeerde in 1915 een zekere H. de Haan. Ook de zoons Bas en Gottfried hielpen registreren. Er moet nog een zus Bets? geweest zijn.
13 april 1899 Paulus Mendelssohn in het Nutsgebouw, piano en strijkorkest.
Op Hemelvaartsdag 11 mei 1899 werd het nieuwe orgel van Steenkuijl in de Westerkerk tijdens de ochtendlijke Godsdienstoefening in gebruik genomende, Ds. Dr. A.G. Boon sprak. Des middags ten 5 ure Orgelbespeling Crevecoeur.
27 oct '99 Cr. maant in Delft tot stilte.
Caecilia 1924-25 p.260 Cre. van Kempen, p. 115 Cr over klavieren

19 maart 1897 violistje
Op 1 maart 1899 (Aanvang ten 6½ ure) vond in het Nutsgebouw een uitvoering plaats voor de Maatschappij tot bevordering der Toonkunst, Afdeeling Enkhuizen, door de “Leerlingen der Zangschool” alsmede door “eenige jonge Executanten”, zoals Crevecoeur placht te schrijven. De uitvoering stond onder zijn leiding. Uit het verslag in de Enkhuizer Courant van 3 Maart 1899 lezen we : “Eenige piano en vioolsolo's gaven aan ouders en belangstellenden opnieuw het bewijs, dat ook in dat opzicht de lessen met vrucht werden gevolgd […]”. De jonge violisten worden niet bij naam genoemd. Een van hen speelde "Abschied" en "Auf leicht bewegter See" van Carl Meyer met pianobegeleiding. Samen vertolkten de jeugdige ongenoemden Thema (Russisch volkslied) met Variaties uit het Duo Op. 70 No. 2 voor twee violen van J.W. Kalliwoda. In een van beide solistjes mogen we Cor Kint vermoeden.

Op 26 jan. 1900 vond wederom een dergelijke uitvoering plaats, ook om half 7, waarin het Duo Op. 15 No. 1, C-dur voor twee violen van Ch. Dancla gespeeld werd. Na de pauze Trio (Op. 48, D-dur) voor twee violen en violoncel van I. Pleyel. Nu schreef de Enkh. Crt. over de anonieme executantjes : "Het piano- viool- en violoncelspel mag verdienstelijk worden geacht. Vooral het Duo (...) van Dancla en het Trio (...) van Pleyel deed ons horen dat het onderwijs in goede handen is en de leerlingen aanleg bezitten".

April '96 Roda & Cr. in de pers.
1895 30 Jan. Roda speelt clarinet
1895 30 oct. Roda clar cc v Weber
1896 3 feb
1896 28 April ingezonden schrijven in de Enkh Crt van J. P. Roda
6 mei '96 Mendelssohn's 2e Orgelsonate voor Orkest gearrangeerd door C. - 17 mrt 1897 vl.
7 maart 1897
Op 29 april 1897 zong juffr. Waning, ‘Cor zijn juffrouw’ op school, solo in het Nutsgebouw!
31 oct. 1897 romance cello Crev., 9 dec. handt. AG Boon.
17 febr. 1898 Schöpfung Haydn. Nieuwe vleugel ingewijd.
23 maart 1898 Trio's voor drie violen (arr.), Duo op. 61 No. 1, G-dur) voor twee violen van F. Mazas, Nocturne voor de viool met piano van R.Crev. (dit laatste door JP Roda gespeeld).
1899 18 oct Roda viool
Feestrede A. Roodhuijzen, voorzitter der feestcommissie 30 aug. 1898.
12 dec. 1901 violoncel met pi. - BACH van Liszt.
23 jan. 1901 Elegie, Fr. Hennen ; Chant religieux , Ch. Th. Weinlig.
2 nov. 1900 I. Waning solo (alt), ook 1 oct. 1900 (GA Heinze 80 j.).
31 aug. 1900 Cr. speelt Variatiën op Wilhelmus van Nassouwen van MA Brandts Buijs.
21 jan 1903 Nutsgeb. Marie Reinderhoff-Dekker violiste, ook zomer 1902 als Marie Hekker, vioolconcert Mendelssohn
29 mrt 1903 NOV Adam Verheyen, Crevecoeur, Frowein, H de Vries
Crev polemiseerde nogal stijfkoppig en dom (‘mochten’) 4 en 6 nov 1926, 23 juli 1928
Zijp 3 mrt 1899
17 en 19 aug 1915 Cr Bavo Haarlem, 22-24-29 aug 1916, vooral 29 aug Frans Hals sterfdagherdenking moet diepe indruk gemaakt hebben.

Radio (van Herpen)
Donderdag 19 Augustus 1926.
7.30-8.00 [n.m.]: Orgelbespeling van uit de St. Bavokerk te Haarlem.
Organist: de Heer A.G. [sic] Crevecoeur uit Enkhuizen.
Fantasie en Fuga G-moll, J.S. Bach.
Sonate No. 9 C-moll, G. Merkel.
a. Allegro. Un poco più mosso.
b. Andante.
c. Allegro.
Do. 26 1926 Aug laatste orgelbespeling van uit de St. Bavokerk te Haarlem. Organist: de Heer Ant. v.d. Horst uit Amsterdam.
Serie: Do. 1 Juli George Robert, Do. 8 Juli George Robert, Do. 15 Juli de Heer G. van den Burg, Organist te Amersfoort, Do. 22 Juli George Robert (Stadsorganist), Do. 29 Juli 1926 George Robert, Do. 5 aug. George Robert, Do. 12 Aug. Charles Hens uit Brussel Do. 18 Nov. Cor Kee, Do. 23 Dec. Cor Kee

18 mei 1905 C. K. vi
2 maart 1906 (concert 28 febr Toonkunst privaatélèves Concert van Pietro Nardini "door een leerling van den Heer F. Togni te Amsterdam". W. le Coultre viool, F. le Coultre cello.
1907 3 Juli “De heer Kint, ook een Enkhuizer, is een violist met zeer veel aanleg, die boeide door zijn schoone voordracht” Crevecoeur accompagneerde Kint
13 mrt 1908 Kint versterkt bij Schöpfung
5 oct 1907 Alkmaar romance?
1914 4 en 11 febr met Crescendo Suite im alten Style voor Strijkorkest Eerste uitvoering
Louis Robert speelde 1 mei 1913 Enkhuizen [piano en] orgel in cantate Ein' feste Burg ist unser Gott van Bach.
1903 15 Juni Focco Klimmerboom, solo-altist Ccgeb Amsterdam

Foto van Crevecoeur en Kint in de ‘Nutszaal’ van het Nutsgebouw in E. Op de foto Frans le Coultre †1922. Foto nog in archief Crescendo dat bij mevr. Wybine (Bien) Veldmeijer berust : W. M. J. Veldmeijer, Zuider Havendijk 11, 1601 JA Enkhuizen, (0228) 31 30 50. Mien Vlasveld (piano) schat zich 20 jaar oud (1892-1992)
Crescendo bestond uit amateurstrijkers en betrok blazers van wat toen de Schutterij genoemd werd.

In 1902 had Kint de Lagere School doorlopen. Hij ging naar de HBS met 3-jarige cursus in Enkhuizen en werd tegelijkertijd leerling van de Muziekschool v/d/ M.t.B.d.T. te Amsterdam.

Jenny Couperus, met wie Cor Kint in 1921 trouwde, heeft in een korte biografie van Kint (*) [in ...., 19..] de vermelding "HBS met 3-j. c." veranderd in "HBS met 3-5 j.c.". Nu had Enkhuizen in die dagen officieel geen HBS met 5-jarige cursus, Hoorn wel, maar in het (lacuneuze) schoolarchief van de Hoornse HBS zijn geen gegevens gevonden die bevestigen dat Kint die school inderdaad bezocht heeft.
1915 di 31 aug 6 uur (verj. Wilhelmina) Intermezzo (Andante) Kint
1916 29 mrt vi +Ze wisten 't wel + Zaans liedeke
1916 18 mei 3 liederen Cr. en 10 juli mevr Kerkmeijer-Bakker
1917 1 febr CK in Odysseus Bruch

Crevecoeur ging 1890 in de kost bij Simon Bok, Westerstraat 39.
Kinderen van Cr waren Gottfried (Frits?) Crevecoeur, *1901?, Lammenschansweg 131, Leiden
Bas Crevecoeur (*1911), Utrechtseweg 80 flat 611 Heelsum
Mevr. Cr. (Bets?), Deventer, † 16 dec. 1986
Sonate C Franck Kint Crev 26 maart 1924 in de Nutszaal en 18 maart 1931
Op 22 oct 1928 blijkt Cr dir van het kerkkoor der Ned. Herv. Gemeente te zijn, in het vorige cahier ook al.
August 21th St. Gomarus Cathedral. 31 oct 1929 piano-avond. Met Gramberg sonatenavonden.
Orkestharmonium speciaal vervaardigd 1 maart 1930.

Grafmonument R. G. Crevecoeur onthuld dinsdag 24 sept. 1935 om 16.00 uur. Ds. J. J. Meijer heeft het ontworpen. "De steenhouwer de Ridder, de metselaar van Doornik [de vader van Gé] en de smeden C. Schild & Zn. hebben het gebouwd. … De overdracht van het monument wil zijn een blijk van sympathie van heel de burgerij", aldus wethouder Kofman. Ps. 103 was C.'s ‘Leitmotiv’.
R. G. CREVECOEUR
1857 – 1934
onzen man
en vader,
den organist
dirigent
en vriend.
Ps. 103 KINT BIOGRAFISCH MATERIAAL
————————————————–

Kint was dus spoorstudent geworden. In Amsterdam waren Felice Togni (viool en altviool), Anton Tierie (Alg. Muziekleer), Daniel de Lange (Muziekgeschiedenis), Johan Wijsman (piano), en A.C. Brouwer (harmonie, contrapunt, compositie) zijn leraren. [ill. foto Wijsman] Johan Marie Wilhelm Wijsman werd geboren 31 jan. 1872 te Rotterdam. Zijn vader † 1885) was "orchest-directeur van den Grooten Schouwburg te Rotterdam en den Stadsschouwburg te Amsterdam". "Bestemd voor de studie kreeg hij voor liefhebberij pianoles van B. van der Eijken aan de Amsterdamse Toonkunstmuziekschool" (*) [Onze Musici, Nijgh en van Ditmar, Rotterdam 1898]. Eerst later legde hij zich met meer ijver op het klavierspel toe, aan dezelfde school, onder leiding van Henri Tibbe (piano) en B. Zweers (theorie). Hij voltooide zijn studiën bij James Kwast (*) [Jacob gen. James, *Nijkerk 32 nov. 1852] en Iwan Knorr aan het Conservatorium van Frankfurt, bij Friedrich Gernsheim en Moritz Rosenthal te Berlijn en tenslotte bij Busoni die toen in Weimar resideerde. Wijsman concerteerde in binnen- en buitenland : Berlijn, Brussel, Parijs, Weenen, Londen, Dublin etc. Hij trad op als begeleider van o.a. Sigrid Arnoldson, Willem Kes, Flesch, Kreisler en Ysaye (met de laatste ook in de grote zaal van het Amsterdams Concertgebouw). Als leraar in het klavierspel was hij achtereenvolgens werkzaam aan de Toonkunstmuziekschool te Amsterdam, aan een muziekinstituut te Kiel, en aan de London Academy of Music. De componist Wijsman schreef pianomuziek : preludes, fantaisiestukken, walsen en technische oefeningen ; tevens liederen en arrangementen. De 25e nov. 1913 overleed hij te Scheveningen na een kort ziekbed aan hersenvliesontsteking (*) [archief Wijsman Haags Gemeente Museum]. vlg. Spoel †1914?
Kint genoot pianoles van een van de ‘kanonnen’ van zijn tijd. Dit onderwijs is goed aan Kint besteed geweest.

Van zijn vioolleraar Togni is het volgende te vermelden. Felice Charles Antonius Togni (* Zwolle 3 oct. 1871 - † Overveen 31 oct. 1929) was Nederlander van geboorte. Hij studeerde bij van Riemsdijk, Richter, Cramer, Timner en Kes. In 1892 kwam hij in het Concertgebouworkest bij de eerste violen, in 1894 werd hij aanvoerder der tweede violen en leraar aan de Orkestschool. Nadien werd hij nog hoofdleraar aan het Amsterdams Conservatorium en aan de Toonkunstmuziekschool. (*) [De viool en hare meesters van Dirk Balfoort, Kruseman, den Haag z.j. (plm. 1927) vermeldt als zijn voornaamste leerlingen Samatini, Schoenmaker, Cor Kint, mej. L. Langerveld (Batavia), de Jong (Cincinnati) en Rodrigues]. Op methodisch gebied schreef hij werken die nog altijd worden geraadpleegd : Die Ausbildung der linken Hand en Le Méc[h]anisme de la double Corde. Op zijn huisdeur hing een groot koperen naambord, waaronder een ondeugende hand ooit het gevleugeld rijm schreef : "veel is-ie toch nie". Saaie leraar zegt Piet Dekker. Een drammer, zegt Jo Meeuwse, een boekhouder, van wie ze staande moest studeren. Moest. Ook toen haar enkels dik werden en gemasseerd moesten worden. Uiteindelijk ontbood haar huisarts Togni. Back heeft naderhand haar streek verbeterd. Van hem kreeg ze 2 uur gratis les ; "Sind Sie heute Abend frei?". De schrijver van deze regelen heeft .... Volgens Jo Meeuwse werd de eerste violengroep van het Concertgebouworkest prachtig dank zij Back.

Over A.C. Brouwer is mij weinig bekend. Vanaf 1880 was hij lid, van 1896 tot 1908 tweede secretaris van de Mij. "Caecilia". In 1898 was hij eerste penningmeester van de Amsterdamsche Toonkunstenaarsvereeniging. Hij woonde op dat moment Raamgracht 9 te Amsterdam. Op 13 sept. 1906 speelde het Concertgebouworkest o.l.v. Heuckeroth de Ouverture in c kl. t. van A. C. Brouwer. In 1916 was hij (Spoel p. 44) leraar harmonie aan de Muziekschool der M.t.B.d.T. in Amsterdam.

"Cor Kint mocht studeren van de dominee" en "zijn talent werd door zijn meester ontdekt", zijn zinnetjes die door mijn oudste bronnen vrijwel eensluidend gebruikt werden, onafhankelijk van elkaar, door mensen die elkaar nooit gekend hebben.

Wie nu de dominee is die begonnen is Kints studie te betalen - men mag aannemen dat hij een groepje welgestelde Henkuzers in de jonge Kint geïnteresseerd had - is een goed bewaard geheim. Ds. Dr. A.G. Boon (van welke kerk?) meeste stemmen / Kon. Emma. Lutherse dominee was .... Doopsgezind was ds ....

[notenbalken met de hand?]

[Bach Cantate 208 fluiten "Schafe können sicher weiden" - Kints Pastorale - van Egmond "Herders spelen op hun fluit]

[bij zijn verhuizing naar A'dam Pieter "kantoorknecht Ned. Post"]

Franz Sauer over Prélude pastoral Prof. Franz Sauer schrijft van dit werk : “Sehr klangschön und warm empfunden”. Prélude pastoral was bij Kints dood het enige dat Alsbach nog een voorraad van had, dus wschl in grotere oplaag gedrukt? Richard Hol heeft een Pastorale geschreven op. 121, door Crev. op 23 mei 1904 tot zijn nagedachtenis gespeeld.
Het KRO-orkest werd Omroep Symphonie Orkest. Kint zat in het Omroep Opera Orkest. Het speelde het wat kleinere repertoire

8 Crevecœur
Composities
Paascantate (bekroond)
Mars t.g.v. sluiting Zuiderzeedijk
Nocturne voor de viool met piano van R.Crev. (dit laatste door JP Roda gespeeld).
31 oct. 1897 romance cello

*11 Aug. 1867 Rotterdam - † 5 Oct. 1934 Enkhuizen
× 18 02 1892 Margaretha Lindijer (onderwijzeres, * 17 06 1868 - †27 04 1955 Utrecht) te Rotterdam
kinderen : Joh. Dorothea (An) 1892, Gerarda 1896, Margaretha 1898, Gottfried (Frits) 1901, Bastiaan 1911 9 Gé van Doornik

Van Doornik heeft portretten geschilderd van Boedijn, Otto (Oepke) Couperus 1899- , Kint, Vrind, Misdom, Holthuizen, Blom, Philip Huber, Mulder, Mieremet, Togni, Olivier Koop, Vos, Holte(?), Oscar Carré.

[Aanbeveling, zonder datum]
[Stempel] COR KINT / Leeraar Amst. Conservatorium / ROELOF HARTPLEIN 9 / AMSTERDAM Z.
Na eenige door den Heer G. J. van Doornik vervaardigde instrumenten bespeeld te hebben is het mij een genoegen te kunnen beweren dat de Heer van Doornik onder de Nederlandsche vioolbouwers een vooraanstaande positie inneemt.
De afwerking zijner instrumenten getuigt van artistieken zin en uitstekend vakmanschap. Qua klankvolume en karakter kunnen ze wedijveren met door meesters van het eerste plan gebouwde oude violen.
Daarom kan ik iederen violist, die zich niet de weelde van het aanschaffen van een eersterangs oud instrument kan veroorloven, aanbevelen met zijn instrumenten kennis te maken.
[handt.] Cor Kint
10 Dick Greiner

Philip Hendrik Greiner, geb. Enkhuizen plm. 1819, huwde te Enkhuizen op 22 Juli 1875 Cornelisje (Krelisje) Kind (*Hoogkarspel 7 Jan. 1832). Hij overleed 9 Juni 1910 te Enkhuizen.
Dick (Karel Jacobus, naamwijziging in Dick 1932 NEE) Greiner (6 nov. 1891 - 11 nov. 1964), een achterneef van Cor Kint, was een van de vooraanstaande tekenaars en architecten uit de Amsterdamse School. In 1920 vestigde hij zich als zelfstandig architect. Uit zijn werk blijkt een duidelijke voorkeur voor geometrische compositie (kubisme) en decoratie. Tot zijn mooiste werk behoren gebouwen in Betondorp (1924-28), vooral de Bibliotheek aan de Brink, sinds 1972 op de Monumentenlijst, alsmede zijn gevels in de vierhoek tussen Rijnstraat, Amstelkade, Amstel en Vrijheidslaan, waarbij een zekere A. Kint, architect, een van zijn collega's was. Greiner werkte samen met ing. A. Keppler, hoofd van Bouw- en Woningtoezicht te Amsterdam, een zwager van Wibaut, die na 1918 de Volksconcerten heeft ingevoerd.
Voor de muziekuitgever Seyffardt heeft Dick Greiner omslagen gemaakt van Kints Prélude pastoral (1926), en Sérénade pour violon opus 33. Ook voor Prélude et Fugue en la mineur pour grand orgue (gedrukt in hetzelfde jaar 1926, gecomponeerd 1917) van Marinus de Jong (…-…) tekende Greiner het omslag. Hij was de vader van Onno Greiner (… - …).

www.genlias
11 Bibliographie

* van der [sic] Veen, Bert : Het kunstzinnig klimaat in Enkhuizen in de eerste helft van de twintigste eeuw. In : Steevast 1997. Jaaruitgave van de Vereniging Oud Enkhuizen te Enkhuizen.

 

12 Radioprogramma's

Maandag 12 October, A.V.R.O., 11.15-11.45.JAAR?
Concert door COR KINT, viola d'amore. Aan den vleugel: E g b e r t V e e n. Programma:
1. Sonate, D gr. t.., Stamitz. Adagio - Allegro - Adagio - Menuetto con quattro variazioni.
2. Suite in ouden stijl, Kint. Praeludium - Sarabande - Gavotte.

V.A.R.A. 11.00 n.m. Cor Kint, Viola d'Amore, Rutger Schoute, clavecymbel. 1. Sonate Nr. 3 Ariosti, (bew. Cor Kint); a. Adagio; b. Allemande; c. Adagio; d. Gigue. – 2. Andante en Allegro, Barrière. – 3. Caprices Nr. 22 en 23, Casadesus. 4 – Sarabande en tambourin, Kint. [bron: A.V.R.O. Radio-Bode van 23 dec. 1938 REPR Gerco Schaap, als ILL.?]

Annie Postema studeerde thuis op harmonium met 2 klav en pedaal. In de Stevenskerk werd een pomper betaald.

13 Jeany Couperus

mevr. de Groot :
Kint Rkz na operatie blindedarm → buikvliesontsteking.
Jenny woonde na de oorlog van Eeghenstraat souterrain. Gaf piano- en zanglessen, schreef kinderboeken, Twente is naar red. gegaan, lijkt nergens naar, vrij mandaat, allerlei rubr onder verschill namen, vragen, stelde zelf de vragen en gaf antw. Heeft de hele krant geweldig opgewerkt. Veel modeshows gedaan in kleinere plaatsen, leerde jonge meisjes lopen enz.
Vruchtgebruik , bij Schönfeld Wichers al voor de oorlog gezelschapsdame.
Djenny was wat chaotisch, had in Rijssen een vertrouwenspersoon die haar zaken regelde. Ze kon het niet vinden met haar schoonzuster, Marie Vollenga, de echtgenote van haar broer Otto, ze vond haar bijdehand en hebberig, oude viool meegenomen en nooit meer teruggegeven – Otto (Otje) kinderlijk. Wilde geen enkele vorm van inlichting geven aan auteur dezes. Couperus O., Titiaanstraat 46, 1077 RL Amsterdam, (020) 662 45 20.
Otto Couperus, overleden op dinsdag 10 december 1968, gecremeerd op zaterdag 14 december 1968 te Driehuis, Noord-Holland, Crematorim Velsen •• echtgenoot van Marie Vollenga •• zanger en zangpedagoog.
Marie Vollenga (May Vollenga) •• geboren op donderdag 2 april 1914 te Soerabaja (thans: Soerabaja, Indonesiëë), overleden op zondag 23 augustus 1992 te Amsterdam, 78 jaar oud, begraven te Amsterdam, Begraafplaats Zorgvlied •• actrice.
Jenny vertelde aan mevr. de Groot : ’t Genie van haar man is nooit tot z’n recht gekomen. Haar ouders woonden in Amsterdam, het was een zeer muzikale familie (zigeunerbloed). Het huwelijk van haar ouders was niet goed. Cor Kint was huisvriend, haar moeder verheerlijkte Cor en zag in Cor Kint de man die ze eigenlijk had willen hebben. Jenny was eigenlijk niet geinteresseerd in mannen. Is getrouwd met Kint door haar huiselijke omstandigheden en op grond van haar muzikale waardering voor Kint. Jenny was een niet kerkende gelovige vrouw, als je steun vraagt, krijg je .... astrologisch geinteresseerd. Dr van Hoogenhuys Bussum homeopaath huisarts CK. ‘t Is van boven gekomen dat u bent gekomen om CK na te zoeken’ zou ze gedacht hebben. Hij was te bescheiden.
Schreef : Jenny Kint Couperus, Het huis in ’t Vinkenbos, Zonnebloemserie van Uitgeverij Kluitman, Alkmaar (z,j.). Exemplaar met opdracht aan Riek Michel toen wonend te Aerdenhout (14/1 ’71) waarin “Riekje is jarig! Dat zou ik nu wel graag willen zingen, maar het is nog te vroeg, als je deze ontvangt. Bovendien zing ik nooit meer”. Hoofdpersoon Janneke, Kuna Bach die stottert, lange Lenie speelt viool, meneer Bach speelt piano.
Jenny Kint Couperus, Een huis vol hondjes
Overlijdensadvertentie : Enige kennisgeving / Op vrijdag 29 november 1985 is na een / boeiend leven overleden / JEANY COUPERUS / 1897-1985 / weduwe van Cor Kint, toonkunstenaar te Amsterdam / en van dr. J. J. A. F. Greebe, / kantonrechter te Almelo / De crematie heeft volgens haar wil inmid/dels in alle stilte plaatsgevonden. [als ILL.]

 

14 Werklijst

 

15 Werkbesprekingen
Adagio religioso. twee mss. Voltooid 8 of en 9 Mei 1914 CHECK
In Mendelssohns Symphonie Lobgesang komt een Adagio religioso voor. Het is deel III.

Brief van uitgever W.N. Zorgman te Velp aan Cor Kint.
WelEd. Heer,
Hierbij 5 ex. eerste deel Uwer Berceuse. Wilt U bijgevoegde proef van 't 2e deel met gewoon potlood corrigeeren en mij uiterlijk Woensdag 25 dezer terugzenden? Hoogachtend, Uw dw. W.V. Zorgman. Velp 20/4/34, Beukenweg 14.
[ brief inliggend in ongedateerd ms. (lijkt eerste netschrift, veel raderingen, papier sterk gebruind) met de bekende bruine slappe omslag, de eerste 12 maten van pag. 4 (begin Ges-dur sectie) doorgehaald en op inliggend vel, nauwelijks gebruind, opnieuw geschreven. ]

Op 21 jan. 1974 pleegde Jan Arends zelfmoord door uit het raam te springen van zijn kamer aan het Amsterdamse Roelof Hartplein. Angst voor de winter, biografie van Jan Arends door Nico Keuning, De Bezige Bij, maart 2003.

16 Leerlingen
Ph. Huber, Voorburg …onderduikadres O.Z. Achterburgwal 112 of 118, acht joodse onderduikers, Otto C. trad er wel eens op, clandestien, er was geen piano dus Flip speelde viool.

Somberg (*1899): JPRoda jr. † Tbc, vader Roda was ook meubelmaker, denk je dat ik van stront was kan maken? Jan Piet. Broer Bertus? meubelmaker, floot altijd hele operas, bijgenaamd ‘de fluiter’, stierf vervuild. JPRoda verderop Breedstraat (Roda sr. 1830 Beemster Ned Herv) zei die jongen kan van alles, stimulator, Cr gaf hem theorie toen.
Drs A. Roodhuyzen 1883-1904 Gesch, Ned. Latijn afgeschaft, Kint geen Latijn meer komt 1902 op de 3j HBS.
Somberg ziet hem nog 't haar wegslaan – Cr was op hem gesteld – le Coultres bijgedragen aan studie – doopsgez. dominee – geen orthodoxe mensen. Archief Enkh Crt 1900-1916 in de kluis Hoorn.
1 mei woensdag : Kofman barbier socialist zei 1 mei Internationale "Kref", moet je doen.
Frits Crev × Suus v d Hoeven.
Gerrit Jan van Doornik h nog vioolles van Kint gehad, is door mankement hand vioolbouwer geworden.
W van Leeuwen zegt subsidie aan Kint voor zijn studie anoniem en zeer persoonlijk van de toenm beheerder WvL.
Henk Somberg : vader Pieter Kint h overplaatsing aangevraagd. Mien Vlasveld is een nicht van de le Coultres.
Kint kwam nog regelmatig in de zomer naar E "hé, daar gaat Cor Kint". Kint logeerde niet bij Cr. (aldus Frits Cr.).
Kint was bij boekhandel Harkema H’sum goede klant, betaalde altijd contant. Kocht natuurboeken.
Enkh. Vioolbouwer Karreman zeer bevriend, had dochter violiste, leerlinge van Kint.

17 Composities

Tekstboekje
Moeders Wiegelied.
Zangspel in 3 bedrijven. Tekst van P. A. Bruinsma. Muziek van Cor Kint.
Druk van Firma B. Cuperus Az., Bolsward. [Alle advertenties zijn van Bolswarder bedrijven.]
Tijd : I Omstreeks 1600. Plaats : I Marktplein eener groote stad.
II ’s Avonds van denzelfden dag als I. II Ten huize van Mr. Gijsbert.
III Een dag later. III Als I.

Kints lijst van werken eindigt op pag. 13 met :
moeders wiegelied. Zangspel in 3 bedrijven (manuscript). [Zonder opusnummer.] Tekst van P. A. Bruinsma.
… Het stuk speelt omstreeks 1600. De schrijver heeft in dit zangspel aan den humor, de goedronde, Hollandsche oubolligheid, een ruime plaats gegeven.
… Toch loopt er door het stuk een ernstige draad, welke het leidmotief van het heele werk genoemd kan worden. Het eerste bedrijf speelt op het marktplein eener groote stad tijdens de kermis, het tweede bedrijf ten huize van den barbier-chirurgijn-wonderdokter Mr. Gijsbert, die door zijn handig en doordacht optreden alles ten goede leidt. Het derde bedrijf weer op het marktplein waar dan eene middeleeuwsche klucht, De Sotternije van den Buskenblazer vertoond wordt.
… Voorts zien we nog een tweede paartje : Hans en Liesbeth, vier zakkenrollers, een troepje schutters onder leiding van den hopman (bas buffalo [sic]), een komische figuur, een dikken dienstklopper, wiens gezwollen commando's doorspekt zijn met van anderen afgesnoepte Latijnsche termen.
… Voor den dichter en componist is het werk een groot succes geweest.
Uit Algemeen Handelsblad 19-2-'25.
Frissche origineele muziek, mooi solowerk met een pittig libretto vol gezonden humor maken dit werk tot een groote aanwinst in het operette-repertoire.
Leeuwarder Courant 21-2-'25.
———————————————————————


M a r c h e f u n è b r e [Bespreking] — Nederlandsche Muziek van 1600 tot heden voor orgel (of harmonium) gerangschikt in chronologische volgorde door C.F. Hendriks Jr. – Seyffardt's Muziekhandel – Amsterdam 1924. "Dit is het laatste werk door Hendriks verricht, doch waarvan hij het verschijnen, helaas, niet meer heeft mogen beleven. […] De firma Seyffardt zorgde voor een keurige uitvoering ; dit deel ziet er uit als een jubileumsuitgave. Het is mooi ingebonden, heeft mooi papier, is mooi gedrukt en bevat buiten een portret van Sweelink twee fotografiën naar handschriften ; een van Sweelink en een van E. van Eem". In: Muziekpædagogisch Maandblad 1925, jg 25/1, p. 10-11.
Het geboortejaar van de componisten bepaalde de volgorde van de stukken. Dit heeft de Marche funèbre aan een ereplaats geholpen, ze is het slotstuk van de bundel geworden, en terecht. Het betreft hier mogelijk een opdracht van Seyffardt. Abraham Seyffardt en C.F. Hendriks hebben mogelijk gemeend dat het album niet met Cuypers, Lambrechts-Vos of van Nuenen of zelfs Bonset? kon besluiten.
De volgende tijdgenoten-componisten uit het album zijn op enigerlei wijze bij het onderwerp van dit boek betrokken :
Joz. Schravesande 1844-1911 Albert Pomper 1862-1917 M. H. van 't Kruys 1861-1919
C. F. Hendriks Jr. 1861-1923 Anton Rijp 1867-1931 Simon Kroon 1868 -vlg. Kroniek CcO
Hubert Cuypers 1873-1960 Anna Lambrechts-Vos 1876-1932 Joh. van Nuenen 1880-
Jac. Bonset 1880-1959
————————————
NEDERLANDSCHE ORGELWERKEN. Maandelijksche muziekuitgave onder redactie van W. ZORGMAN – VELP (G.) No. 22 (April - Mei 1934). De bladzijden 1-4 verschenen in April, de bladzijden 5-8 in Mei 1934.
Berceuse Romantique, Cor Kint
Kint schrijft in 't manuscript van Berceuse romantique gedateerd 18 aug. 1925 het tempo q . = M.M. 42 voor, in de druk gewijzigd in Allegretto tranquillo q q q = M.M. 60. Petrucci is de dunste.
Aanmelding voor het lidmaatschap (afdeling Nijmegen) : Mejuffr. Annie Postema, Piano, Orgel, Diploma Ned. Organisten Vereeniging, van Slichtenhorststraat, Nijmegen. In: Muziekpædagogisch Maandblad (Orgaan van het Nederlandsch Muziekpædagogisch Verbond en van het Spraak- en Zang-Pædagogisch Genootschap) 1925, jg 25/8, p. 106, 123; 1926, jg 25/5, p. 72.
Op 31 aug. 1928 speelden Annie Postema, “organiste der Lutherse Kerk te Nijmegen” en Crevecoeur in de Westerkerk te Enkhuizen de Sonate in d “voor vier handen en dubbel pedaal” van G. Merkel. Postema zong bij deze gelegenheid ook liederen van o.a. Cornelius en Mendelssohn.

Labrie wist nog te vertellen dat Bep Sietses zong, en wel in vocale kwartetten. Kint zou zijn eerste liederen voor haar geschreven kunnen hebben. Jeanny Couperus was in 1913-14 pas 14-15 jaar oud.

Crevecoeur speelde de Vaste Burg wederom 31 oct 1917 in Alkmaar Gr Kerk : Fantasie Koraal : Een vaste burgt is onze God.
1 nov 1917 Wester normaal Ned. titel.
19 sept?
op 1 Sept 1919 normale Ned. Titel
op 31 aug. 1922 als openingsstuk normale spelling Ned. titel.
1923 2 aug Haarlem Cr speelt Ein fester Burg slotstuk.
op di. 17 aug. 1926 in de Groote of St. Bavokerk te Haarlem (als ‘fester’ Burg) in een concert "des namiddags van 2-3 uur".
Enkhuizen 31 aug. 1926 Ein fester Burg.
1 sept. 1919 Vredesdanklied, 1928 31 aug Annie Postema. Bach e-moll H'lem. Crev over de kerstsuite van Jan Zwart 28 12 1928. P&F Rinkel 1929 17 juli.
De Vrije Westfries van 2 sept. 1922 [N.N.]: Op Koninginsverjaardag zouden velen het bijna traditioneel orgelconcert niet willen missen. Al geeft dan ook hoofdzakelijk het gezamenlijk gezongen „Wilhelmus“ het cachet van het feest van den dag, de bedoeling van velen is toch blijkens de goede opkomst een min of meer officieele uiting van Vaderlandsliefde.
De fantasie over „Een vaste burg“ hebben we met belangstelling gehoord. Cor Kint heeft de thema's der oude melodie op zeer oorspronkelijke wijze behandeld en geeft over 't algemeen veel relief daaraan. Mochten we ook even het fugatisch gedeelte wat breed uitgesponnen vinden, het koraalmatig slot was grootsch van opzet en uitvoering.
Enkhuizer Courant van 2 Sept. 1922 [N.N.] : Het orgelprogramma begon met de fantasie over het koraal „Een vaste burg is onze God” van Cor. Kint. Vooral het eerste gedeelte is door het ingewikkelde voorspel voor de massa moeilijk te volgen en te begrijpen.
Beter wordt dit wanneer de melodie der 1e regel in de bas, gefigureerd naar voren treedt.
Het hoogtepunt wordt bereikt, wanneer ten slotte het geheele choraal met gefigureerd pedaal door de gewelven ruischt. Alle eer aan den concertgever voor de uitvoering van deze zware compositie.
EC 3 Nov. 1917
EC 18 Aug. 1917

Concertstück v cc Kint 17 2 1918
Joh. Lussenburg, Maastricht en G van Doornik, viool
17 juli 1918 kint amore en directie
31 aug 1918Togni speelt Hymne van Kint, togni ook 20 aug 1919
Holl Str 21 3 1919
Vredesdanklied 9 juli 1919 en 1 sept
ANDANTE Copyright 1922 by Seyffardt's Muziekhandel, Amsterdam. [Ed.nr.] 280.
J. L. W. Seyffardt & Zoon, v./h. Seyffardt's Muziekhandel, Gravenstraat 6 - Amsterdam.
[later daaronder stempelopdruk :]Thans uitgave van G. ALSBACH & CO ., AMSTERDAM.
[Opgedrukt :] moderne orgel-composities No 1.
[Onderaan laatste blz. :] Musikaliendruckerei Moritz Dreissig, Hamburg 5.
[Daaronder staat kleiner gedrukt :] door N. V. Lithotyp, Amsterdam.

Notatie syncopen in middendeel Andante geconformeerd aan Prélude pastoral, vier jaar later uitgegeven (1926).
Quintparallen m. 34-35 (S-B). Plaatsing van slurs Slurs Bogen m. 112
Più mf is vervangen door più f.

Een Andante “uit een orgelsonate”? De “13e Sept.” viel in 1916 inderdaad op een woensdag. Volgens George Stam (1905-19.xx), die het concert met de première van het Andante op. 17 bijwoonde, speelde Rijp (*1867) niet het Intermezzo (Andante) uit de Sonate op. 10, maar inderdaad op. 17 (pers. med. G. Stam). Op woensdag 24 sept. 1919 speelde Rijp in de Nieuwe Kerk te Amsterdam als no. 4 van een Hollandsche Componisten-Avond (de negende en laatste orgelbespeling van dat seizoen) het ondubbelzinnig als zodanig aangekondigde "Andante Des-dur op. 17". Hoewel het in 1916 door Rijp gespeelde Andante een deel van een sonate genoemd wordt, is deze mysterieuze Sonate niet in Kints werklijst te vinden ; ook ken ik geen manuscript of zelfs maar schets(en) van bijbehorende verdere delen, en in alle bronnen is sprake van slechts één orgelsonate van Kint, die in deze jaren voor elk nieuw orgelwerk een andere vorm koos. De drie mss. van de Sonate op. 10 bevatten bovendien geen aanwijzing die er op duidt dat Kint ooit het Intermezzo (Andante) door het Andante op. 17 verving (of omgekeerd) of die vervanging overwogen zou hebben.
Crevecoeur speelde het als zodanig aangekondigde “I n t e r m e z z o (Andante) uit de Orgelsonate van Cor Kint” (voltooid 22 juli 1914) op 31 aug. 1915 in de Westerkerk te Enkhuizen, zonder de vermelding "eerste uitv. / première". Dit klopt met het feit, dat Crevecoeur in Kints manuscript registraties bijgeschreven heeft. Een eerdere uitvoering kan derhalve vrijwel uitgesloten worden. Zeker kon dus in 1916 naar de letter genomen geen sprake meer zijn van een ‘noviteit’. Conclusie : de toevoeging “uit een orgelsonate” – door Rijp of een redacteur – is een vergissing, tenzij Kint een tweede orgelsonate geschreven zou hebben.
Crevecoeur speelde het Andante op. 17 in 1919 check.
Crevecoeur speelde het Andante op. 17 op 25 juli 1923 in de Wester, op 14 aug. 1924 in Haarlem, en op 1 sept 1924 in de Wester.
25 juli 1923 Crev speelt Andante in Des.
De Vrije Westfries van 28 Juli 1923 :
[…] Andante van Cor Kint. Dit is een fijngevoelde en bekwaam weergegeven muzikale gedachte, die in velerlei nuanceeringen zich opdringt, telkens onderdrukt en bedwongen, doch telkens weer domineerend. Ons dacht, een vruchtelooze worsteling tegen een zware, neerdrukkende gemoedsgesteldheid.
De Vrije Westfries van 6 sept. 1924 :
Het "Andante" voor orgel, getoonzet door den [heer] Kint heeft schoone momenten, maar als ‘geheel’ kondern we er nog niet ‘in’ komen.

St Gomarus Church 5 sep 1932
Gramberg leidde ll op voor Crescendo, mei 1933

Prof. Dr. G. W. Kernkamp was op 22 Mei 1922 Hoogleraar Vaderlandsche Geschiedenis te Leiden. Recenseerde soms in de krant, dacht ik. Nee, zijn broer? Hermann, Herman?, andere initialen.

De z.g. ‘valutatijd’ in Duitsland (de Republiek van Weimar) was 1922-23 op haar hoogtepunt.

M.M. van Tol - Antonisse, Bezworen Kerf 10, 1424 RN De Kwakel, (0297) 56 08 24
heeft ex. Vaste Burg, titelpaginas in foco opgestuurd
Kint heeft zangles gehad - hele Concone doorgewerkt. Solfège

David Lussenburg febr 1902 in Malle Geert

Jean Sibelius componeerde de laatste 30 jaar van zijn leven niet meer, vanaf ca. 1930. Niemand weet waarom niet.

B v d Veen :
G.H. Boedijn (1893-1972) studeerde wanneer als vioolleerling van Togni bij Bernard Zweers en Cor Kint harmonieleer, contrapunt, compositie en instrumentatieleer ; in : Francis Pieters, Gerard Boedijn, blaasmuziekpionier, uitg. Molenaar Edition B.V. 1997.
Wolfgang Wijdeveld (1910-1985) had vioolles van Kint. Uit zijn Herinneringen (1985) : “Viool had ik als bijvak bij Cor Kint. Op het examen wilde ik per se iets van een grootmeester spelen. Ik was behoorlijk thuis op de viool, omdat wij thuis elke week met moeder en de broers Jessurun kwartet speelden, waar ik de tweede viool speelde. Ik speelde het eerste deel van Bachs concert in a min. Kint was zo zenuwachtig dat hij de eerste accoorden op de piano helemaal mis aansloeg. Alexander Schmuller was de gecommiteerde. Hij riep: "aach speelt U BACH". Hij hield daar niet van als een bijvakker zoiets stond te verknoeien. Maar gelukkig had ik nog net een voldoende."

Collectie Rijksmuseum Amsterdam
foto's
Objectnummer
RP-F-F01520
Titel(s)
Portret van de koordirigent Cor Kint
Cor Kint, koordirigent (titel op object)
Vervaardiger
fotograaf: Albert Greiner
(Duitsland .... - 1890) (vermeld op object)
plaats vervaardiging: Amsterdam
Datering
1880 - 1900
Albert Greiner sr., een Duitse immigrant, vestigde zich in 1862 als fotograaf in Amsterdam. Aanvankelijk maakte hij vooral portretten, maar vanaf 1875 specialiseerde hij zich als theaterfotograaf.
Omdat het technisch gezien nog niet mogelijk was in de theaters te fotograferen, kwamen de artiesten naar Greiners studio. Zij namen hun kostuums en rekwisieten mee, Greiner zorgde voor een passende achtergrond. Vaak was dat een beschilderd doek, maar er werd ook achteraf een decor in de foto ingetekend. Omdat Greiner - als een van de weinigen - geportretteerde en achtergrond overtuigend wist te combineren, groeide zijn atelier al snel uit tot het centrum van de Nederlandse theaterfotografie. Veel sterren waaronder de toneelspelers Maria Kleine-Gartman, Louis Bouwmeester en de operazangers Joseph Orelio en Désiré Pauwels lieten zich door Greiner portretteren. Het vakmanschap van Greiner blijkt ook uit de bijzonder goede staat waarin veel van zijn afdrukken nu nog verkeren. Het door hem zelf ontwikkelde procédé van de "onvergankelijke kooldruk" geeft zijn foto's een warme bruin-paarse tint.
Toen Albert Greiner in 1890 overleed, werd de studio voortgezet door zijn zoon Albert Greiner Jr. Hij werkte aanvankelijk in dezelfde romantische stijl als zijn vader, maar specialiseerde zich later in groepsscènes. Toen het door de uitvinding van "bliksemlicht" eenmaal mogelijk was geworden om in donkere ruimtes te fotograferen, legde hij deze groepscènes in de theaters zelf vast. Als huisfotograaf van De Nederlandsche Tooneelvereeniging luidde hij zo een nieuwe fase in de Nederlandse theaterfotografie in.

In de Westerkerk werd oa een orgelconcert van Handel uitgevoerd met Dick v W als solist wanneer Kint dirigeerde t orkest.
Op 23 maart 1939 olv DvW JP Kint speelde toen met P le Coultre de viola d'amore partijen in arioso en aria Erwäge.
van de Graaf-Meerkotter M W vd, Steenplaat 2, 3891 ZH Zeewolde, (036) 522 16 67
Dirk uit gezin v 3 kinderen,*21 sept. 1889-1965 gestorven 1965 concerten in Bavo concerten '60 vakantie, zoon 0027 11 78 24 760 Dirk kunstschilder woont Derde Straat 77 Linden Johannesburg Republiek ZuidAfrika 2195
Willem Bastiaan Tholen schilder woonde in de kop v d Westerstraat 1902 - 28 dec. 1908 Westerstraat 54, Wieringer bol omgebouwd op de werf van Lastdrager. Willem Bastiaan Tholen 1860-1931 bezat de Lemsteraak [?] Eudonia [fout] waarmee hij over de Zuiderzee, de Waddenzee en de Hollandse en Friese Wateren trok.

Oscar Ernst Adolf Wilhelm Carré *1912 dir soc zaken werkte 1948-1978 bij KLM, 1912 - 17 sep, 1993 dir

De Pastorale uit de vierdelige Suite voor harmonium (1922) staat in F. Het stuk figureert in de werklijsten als op. 28 no. 1 ; op Kints handschrift (gedateerd 28 / 8 / 22 staat echter op. 29 a (op omslag) resp. op. 29 nr. 1 (binnenpagina naast titel).
Cor Kint, had je vader dit geweten, had je geen Cor Kint, maar Cor Kerel geheten

Van de vele kortere genrestukken voor viool en orkest getiteld Romanze, Hymne, Méditation, moet hier de Hymne voor viool en piano genoemd worden die Alphons Diepenbrock (1862-1921) in 1898 schreef (première 1899, Amsterdam, Concertgebouw) en (ik vermoed in 1909) voor orkest bewerkte. Ook vele van zijn circa 50 pianoliederen heeft Diepenbrock later georkestreerd. Hier en daar is te lezen (soms met een vraagteken) dat de première van de georkestreerde versie in 1899 in het Concertgebouw te Amsterdam plaatsgevonden heeft (wschl. op grond van Giskes pag. xxx, maar de programma-aanduiding bij Giskes is onvolledig en ["Hymne"] te summier). Volgens de (eerste en enige) editie (Alphons Diepenbrock-Fonds, Alsbach, 1951) van de orkestpartituur stamt Diepenbrocks orkestbewerking uit 1917 ; deze opgave zou dan een herziene bewerking moeten betreffen. In elk geval speelde Julius Thornberg onder Diepenbrocks leiding de Hymne op 14 april 1910 met het Concertgebouworkest, waarin sinds 1 sept. 1909 Cor Kint bij de altviolen zat, en daar gaat het nu om. Diepenbrocks Hymne is een Allegro maestoso van 220 maten, tijdsduur 13-14 minuten, toonaard Es (Kint : Bes). Diepenbrocks orkestbezetting is 2 fl, 3 ob, 3 cl, 2 fg, 2 cor, 3 trbe, timp, arpa, str, die van Kint 2 fl, 2 ob, 2 cl, 1 fg, 2 cor, str. Melodiek en harmonieën zijn Wagneriaans beïnvloed, de latere orkestratie hult de Hymne in een Frans gewaad.

Cor Kint, voorouders moederskant (de muzikale kant), allen geboren, gedoopt, gehuwd en gestorven in Enkhuizen.
Aldert Christiaensz. (*16.. - † 1724) huwde 1694 Neeltjen Maertens (1666-1748).
Hun oudste zoon Christiaen Aldertsz. (1694-1780) huwde 1721 Jantjen Elias (1696-1773).
Hun jongste zoon Thijs Christiaansz. (1739-1787, timmerman) huwde 1766 Johanna van Delden (1737-1808).
Hun oudste zoon Christiaan Thijsz. Roosendaal (* 12 Juni 1767 Enkhuizen, † 11 Juni 1831 Enkhuizen) huwde 1792 Magteltje Blikkenhorst (1769-1832). Deze generatie nam de naam Roosendaal aan, die in 1795 voor het eerst in een doopakte voorkomt. Vanaf 1724 was er een familiegraf in de Westerkerk, noordenkapittel, nr. 152, alsmede separate Roosendaal-graven in de Westerkerk.
Hun zoon Jan Roosendaal (* 23 Oct. 1800 Enkhuizen, †† 29 Aug. 1842 Enkhuizen [maar † 1869 vlg. stamboom A. Roosendaal]) huwde 16 Mei 1824 te Enkhuizen Hester Aardema (* 4 Dec. 1797 Enkhuizen, † 4 Jan. 1858 Enkhuizen). "Wonende in de Oude Rietdijk".
Hun zoon Christiaan Roosendaal (* 25 Dec. 1833, † 1 Jan. 1930 Enkhuizen) huwde 30 April 1859 Grietje Goos (* 19 Maart 1835 Enkhuizen, † 28 Jan. 1927 Enkhuizen).
Hun dochter Magdalena Roosendaal (* 24 Oct. 1864 te Enkhuizen ["Aangegeven door Christiaan Roosendaal, oud 30 jaren, tuinier"], † 15 Dec. 1932 Amsterdam) huwde 1889 Pieter Kint.

De avondschool werd gerund door de Enkhuizer Middenstandsbond. huurden stelden aan leraren boekhouden technisch tekenen, schrijfmachine, Duits, Engels, in het gebouw v d HBS, vader Lussenburg in bestuur? Duits Tamson?

H de Bruin en Lussenburg op Raamstraatschool christelijke school, de HBS was gemeentelijk / humanistisch, nog met Latijn tot 1900 of zo

Kint heeft op een los vel de melodieën opgeshreven van Gez. 96 (209)(252) in G, met blauw potlood bijgeschreven G, en Gez. 16 (1.6.7) (Gott ist mein Lied) in D, met blauw potlood bijgeschreven C.

uitvoering van Kints "Concert voor alt-viool" met het Concertgebouworkest o.l.v. Evert Cornelis op 19 juni 1913, een solo-optreden van Kint op 20 juni 1912 o.l.v. Cornelis, programma nog niet gevonden, maar mogelijk met Harold en Italie van Berlioz.

Oude telefoongidsen zijn voor zover ik weet niet digitaal te raadplegen.
Maar de bibliotheek van het Museum voor Communicatie in Den Haag (het voormalige PTT-museum) heeft een flinke verzameling oude telefoongidsen die op afspraak in te zien zijn. Zie de onderstaande link voor meer informatie:
http://www.muscom.nl/collecties/inhoud/artikel/036.htm
25 maart 1918 Debussy overleden
Op. 1 t/m 30 plus Moeders Wiegelied z.o. opgegeven op 21 Sept. 1923 ]

Sonate für Flöte, Viola d’amore und B.c. d-moll, GWV 207.
1. Hrsg. u. bearb. von Cor Kint. Leipzig : Günther 1935.
2. Hrsg. von Heinz Berck. Ebersberg : Editio Alto 2002.

Suite d-moll für Viola d’Amore, 2 Violinen, Viola und B.c. GWV 426. Hrsg. u. bearb. von Cor Kint. Leipzig : Günther 1935.
Petronella KINT [30], overleden op 12 april 2007 op 92-jarige
leeftijd, gecremeerd op 18 april 2007 te Driehuis, echtgenoot van
(levend).

La Chasse for Viola d'amore and Piano is an arrangement by Cor Kint of the last movement of the Concerto No. 1, published by Paul Günther, Leipzig, c. 1930.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Ham IC2322 MENDELSSOHN-BARTHOLDY, F. Convoluut met muziek bewerkt voor (music arranged for) piano quatre mains: Quintetten voor strijkers op. 18, en op. 87, Strijkkwartetten op. 12 en op. 44 nos. 1, 2 en 3, Pianoconcerten op. 25, op. 40 en op. 64 Peters, Leipzig, z.j. (n.d.), door gebruiker gebonden (bound together by user), 314 pp. 50,00

Uit De Prins van 2 November 1918
Tramongeluk Adm de Ruyterweg

De Groene Amsterdammer, Datum 1912 0324, Pagina 2, Eerste optreden Holl Strijkkwartet
Beeldbank Stadsarchief Amsterdam - Collectie foto-afdrukkenBeeldbank Stadsarchief Amsterdam. ...

Opening van het A.M.V.J.-gebouw. Datering: mei 1928 (ca.) ... Gemeentearchief Amsterdam Stadsarchief ... beeldbank.amsterdam.nl/index.php?&option=com_result&Itemid

Herman Leijdensdorf (1891-)
Herman Leijdensdorf, vierde van links, violist Hollands Strijkkwartet v.l.n.r. 1. Cor Kint, 2. Herman Leijdensdorf, 3. Thomas Canivez, 4. Bram Mendes.
Datering: 1918
Herkomst: Stadsarchief; Fotoarchief Atelier J. Merkelbach
Documenttype: foto
Vervaardiger: Merkelbach, Atelier J. (fotograaf)
Afbeeldingsbestand: B00000002251

Het etiket ziet er ongeveer zó uit:
Joh. Christian Hoffmann
Königl. Poln. ŭnd Chrfl.
Sächsl. Hof Instrument= nd
Latenmacher. Leipzig 1731.

RECORDING REVIEWED:
CRAIG SCOTT SYMONS FINDS A TREASURE
Thijs Kramer: Organ Symphony
Cor Kint: Fantasia on Ein feste Burg; Fugue on B-A-C-H
Koch/Schwann 3-1276-2 Released 1993.
While wandering through Tower Records one evening, I ran across this CD. Always on the look-out for uncommon names, I bought it. One never knows what to expect with unfamiliar works, but I wasn't let down on this one.
Thijs Kramer is the organist on this CD, performing his own music and that of Dutchman Cor Kint. Kramer, born in 1938, is also a conductor. He leads the Royal Christian Oratorio Society and the Dutch Handel Society and is past conductor of the Dutch Opera Foundation chorus. His music is very approachable from a listening standpoint. To put it in a comparative mode, I'd say it's a cross between Langlais, Dupre, and maybe Vierne. Written in 1984/85, the symphony is based on the Gregorian chant ‘Media vita’. The work is in seven movements; Toccata, Variation, ‘terar dum prosim’, In memoriam, Media Vita, L’Amor di Campanile. The Toccata was written earlier in his career, in 1971. Feeling that he had not grasped the art of composition, he declined to have the work published at that time.
Cor Kint was born in 1890. At the age of 19, he joined the viola section of the Amsterdam Concertgebouw Orchestra, where he remained until 1915. His compositional style is reminiscent of Widor and Guilmant. During his career, he taught at the Amsterdam Conservatory and played viola in the Dutch String Quartet. Kint died in 1944.
For those of you who like music of the composers mentioned above, I'd highly recommend this recording. Maybe we’ll begin hearing more from our Dutch friends on concert programs.

Joods Historisch Museum : Het Joodsch Symphonie Orkest was eind 1941 opgericht met geld van de Van Leer Stichting. Het stond onder leiding van Albert van Raalte. Onder de 75 musici waaruit het was samengesteld waren onder meer Herman Leydensdorff, Herman Schey, Lotte Medak, Steven Bergmann, Sam Swaap, Rosa Spier, Imre Ungar, Re Koster, Jacob van der Woude, Paul Frenkel, Raphael Lanes, Louis Schuyer, Marjo Tal, Judith Tof, Fania Shapiro, Olga Moskowsky, Max Rodriguez, Sam Tromp.

Enkhuizen werd in 1919 aangesloten op het electriciteitsnet. De Koepoort werd toen afgesloten voor het aanleggen van het leidingennet. Zo is bijvoorbeeld bekend dat de Cacoafabriek West Frisia in de Parklaan (op de plaats van Denenburg waar je informant Jan de Jong woonr) in 1920 aansluiting op het net kreeg. Voor de meer specifieke vraag i.v.m. het orgel van de Vermaning zal Evert C. de Vries nog onderzoek doen. Hij zal mij nog informeren.

MENS, L. Over Oorsprong en Stijl onzer Psalmwijzen, enkele richtlijnen tot een meer verantwoord gebruik, met voorwoord van Prof. Dr. G. van der Leeuw. Paris, Amsterdam, 1937, gebonden 12,00
Otto Couperus,Concertzanger, Adresboek ann0 39-39 Ruysdaelstraat 68

Geachte heer Kramer,
De volgende titels uit onze bibliotheek bevatten liederen op tekst van H. van Brummelen:
1. Lentezang : opus 53
Verhallen, Bart / Van Eck / 1907
2. Bij 't ondergoan van 't zunneke, zangstem, piano ; [lage stem]
Roeske, Frederik Jan / Alsbach / 1904
3. Bij 't ondergoan van 't zunneke, zangstem, piano ; [hoge stem]
Roeske, Frederik Jan / Alsbach / 1904
4. Hymne, mannenkoor
Pomper, Albert / Seyffardt / 19XX
Met vriendelijke groet, Rik Hendriks, Nederlands Muziek Instituut

Dialoog tusschen L. van Deyssel, A. Roodhuyzen en Een Fatsoenlijk Mensch over Zola en diens richting. Ingeleid en toegelicht door Harry G.M. Prick.

Van Doornik Ets "Havenmond van Enkhuyzen" 1921

Dag Thijs,
Wat kan voor jou van belang zijn? Tijdens de mobilisatie van augustus 1939 tot 1940 was Enkhuizen garnizoensstad. Onder de gemobiliseerden bevond zich ook Eduard van Beinum. Uit de bevolking van Enkhuizen was een comite O & O (Ontwikkeling en Ontspanning) gevormd. In het kader daarvan bood Jo Gramberg aan Van Beinum de gelegenheid gebruik te maken van haar leskamer in het huis aan het Venedie, waar hij voor zover de dienst het toeliet zijn vaardigheid in pianospel op peil kon houden. Als haar vioolleerling hoorde ik er toevallig van. Het werd niet aan de grote klok gehangen. Of ze ook samen speelden weet ik niet.
Maandag en dinsdag a.s. kan ik niet over de pc beschikken en ben die dagen dus niet per e-mail bereikbaar.
Bert.
Dag Thijs,
Hier het volgende antwoord. Van Boris Visser is moeilijk een antwoord te krijgen. De altviool van Van Doornik heeft hij gekregen(?) van Wim Kinders de laatste penningmeester tot de opheffing van 'Crescendo'. Misschien twijfelt Boris Visser aan de rechtmatigheid van de verkrijging van het instrument en doet hij er liever het zwijgen toe. Eenmaal heb ik een vrouwenstem aan de lijn gekregen toen ik hem telefonisch probeerde te benaderen. Ze wist wel van de altviool, want ze zei: "oh, dat met die visjes achterop". Ik kreeg niet de indruk dat ze besefte dat het om het stadswapen van de gemeente Enkhuizen (en dat heeft niet alleen haringkopppen maar drie complete haringen) ging. Rob van Doornik heeft ook al eens geprobeerd contact met hem te krijgen, maar dat lukte ook hem niet. Ik zal Rob nog eens vragen of hij nog wat schilder- of tekenwerk van zijn vader heeft. Bij de presentatie van mijn boekje was een viool van zijn vader tentoongesteld. Volgens Rob het laatste instrument dat Gerrit Jan had gemaakt.
Het reclameontwerp voor de Stoommeelfabriek 'De Lelie', door G.M.Tamson in art nouveau - stijl was bedoeld voor uitbreiding van de activiteiten van de Firma Remmert Swier in een pand in de Leliesteeg. Het bijschrift in mijn boekje is onduidelijk: de Firma Remmert Swier ging wel door, alleen niet de nieuw beoogde activiteit. Te voorzien was dat er grondstoffengebrek zou ontstaan met daar bij passende levensmiddelendistributie. Remmert Swier was de opa van Ali (zo schrijft ze haar naam heus!). De fa. Remmert Swier was een levensmiddelengrossierderij (Harpstraat) met een kruidenierswinkel (Westerstraat 88 Noordzijde) en verder dreef de fa. ook een tapijtzaak (Westerstraat 85 Zuidzijde). (zie het boek van Suus Messchaert.
De Enkhuizer Brood- Koek en Beschuitfabriek (later opererend onder de naam Enkhuizer Banket) werd in 1920 opgericht door 18 van de 20 bakkers die Enkhuizen toen telde. Aanleiding was krapte aan grondstoffen en tekort aan brandstof voor de ovens. Mijn vader was een van die oprichters die zijn zaak op de hoek van De Bocht en Dijkstraatje in de samenwerking inbracht. Zie verder Steevast 1995. Het bedrijf werd door de erven Dolmans verkocht aan het Belgische Lotus en is nu onderge- bracht bij de Koekfabriek Pijnenburg. Men maakt daar nog steeds mijn vaders 'oprechte jodekoeken' en mijn 'Enkhuizer mergpijpjes' (ha, ha, zou mijn kleindochter mailen). Na resp. Thomas Lub en Roel de Graaff werd ik statutair directeur van de B.V. Dolmans was mijn vroegere verkoopleider en hij verhuisde het bedrijf uit de bebouwde kom aan de St.Nicolaasstraat. Enkele maanden nadat het nieuwe bedrijf aan de Oosterdijk (vanuit Enkhuizen altijd de Noorderdijk genoemd) geopend was, is hij overleden.
In het verband met mijn boekje zou ik beter wat kunnen schrijven over mijn vioollessen van Jo Gramberg.
Tot zover dan maar. Hou me op de hoogte over je project bij Boeijenga. Als ik Rob van Doornik gesproken heb laat ik je weten wat mijn ervaringen daar zijn.
Bert

Stichting Westfriese Families heeft afscheid genomen van Suus Messchaert-Heering uit Enkhuizen als bestuurslid. Dat gebeurde in de bestuursvergadering van 20 oktober 2007 in het Timmermansgildehuis te Hoorn.
"TYPE=PICT;ALT=Suus-Messchaert-Heering in de bloemen bij haar afscheid"
Suus-Messchaert-Heering in de bloemen bij haar
afscheid. (foto Ed Dekker)
Suus vindt het mooi geweest. Ze heeft liefst 23 jaar deel uitgemaakt van ons bestuur. In 1984 kwam Suus in het bestuur, aldus waarnemend voorzitter Klaas Bant in een toespraakje.
In al die jaren heeft zij zich intensief beziggehouden met genealogie. Ook eerder al.
Zes uitgaven in de reeks Westfriese Geslachten van Stichting Westfriese Families heeft Suus verzorgd, te weten Dekker (verschenen in 1982), Sietses/de Vries (1984), Mazereeuw (1985), Speets (1989), Botman (1990) en Schenk (2003).
Voor het vele werk dat zij heeft verricht voor het in stand houden van de West-Friese cultuur in het algemeen en voor Stichting Westfriese Families in het bijzonder, mocht Klaas als voorzitter van het Westfries Genootschap haar in 1999 benoemen tot Lid van Verdienste van het Westfries Genootschap.

Suus heeft ook vele publicaties op haar naam staan betreffende uiteenlopende facetten van de geschiedenis van Enkhuizen. Een boek over boerderijen in Enkhuizen staat op stapel.
"Suus kan en doet veel meer", aldus Klaas.
"Ze kantklost, ze heeft een eigen West-Friese kap gemaakt, ze borduurt, breit kralen."

Met veel woorden van dank heeft Westfriese Families afscheid genomen van Suus Messchaert-Heering als bestuurslid.

Ed Dekker, secretaris Stichting Westfriese Families.

Enkhuizen werd in 1919 aangesloten op het electriciteitsnet. De Koepoort werd toen afgesloten voor het aanleggen van het leidingennet. Zo is bijvoorbeeld bekend dat de Cacaofabriek West Frisia in de Parklaan (op de plaats van Denenburg waar je informant Jan de Jong woonr) in 1920 aansluiting op het net kreeg. Voor de meer specifieke vraag i.v.m. het orgel van de Vermaning zal Evert C. de Vries nog onderzoek doen. Hij zal mij nog informeren.
Dag Thijs,
Wat kan voor jou van belang zijn? Tijdens de mobilisatie van augustus 1939 tot 1940 was Enkhuizen garnizoensstad. Onder de gemobiliseerden bevond zich ook Eduard van Beinum. Uit de bevolking van Enkhuizen was een comite O & O (Ontwikkeling en Ontspanning) gevormd. In het kader daarvan bood Jo Gramberg aan Van Beinum de gelegenheid gebruik te maken van haar leskamer in het huis aan het Venedie, waar hij voor zover de dienst het toeliet zijn vaardigheid in pianospel op peil kon houden. Als haar vioolleerling hoorde ik er toevallig van. Het werd niet aan de grote klok gehangen. Of ze ook samen speelden weet ik niet.
Maandag en dinsdag a.s. kan ik niet over de pc beschikken en ben die dagen dus niet per e-mail bereikbaar.
Bert.
P.M. Rooker, Ouwe bekenden
Boris Visser, viool Email-adres: boriswvisser@hotmail.com
Mobiel: 06 - 1061 9455 Adres: Cz Peterstraat 171, 1018 PJ Amsterdam
Frans van der Grijn Harmonium
Mevr. Truus Verhoef - van Rijn 0229 - 591232 te Sijbekarspel heeft foto van Eelke de Vries

ROOSENDAAL
ROOSENDAAL, A: De familie Roosendaal uit Enkhuizen: een verslag van het genealogisch onderzoek naar de afkomst van dat deel van de familie Roosendaal, waartoe de schrijver behoort.
Driehuis, 2005. 275 p.
Da Costalaan 46 1985AM Driehuis nh
Tel 0255 512195 EE 25.00 incl. porto op rek. 150779 tnv A. Roosendaal
Op Rembrandts Anatomische les ligt Aris Kindt
Wachtwoord Google-account thijys

Fontes Artis Musicae, Bärenreiter 1954, door International Association of Music Libraries.
pag. 221 : "... unter der Signatur Noseda 0-32-2 —— ... ist ein Fundort eines kompletten zeitgenössischen Stimmensatzes nicht bekanntgeworden, obwohl Cor Kint, der Herausgeber von Klavierauszug mit Solostimme, (Leipzig 1938), einen Zugang zu diesem gehabt haben muß.
Walter Lebermann (Bad Homburg, Bundesrepublik Deutschland)"
Ook in Mozart-Jahrbuch: 1980/83 : des Zentralinstitutes für Mozartforschung der Internationalen... - Pagina 221
hrsg von der Internationalen Stiftung Mozarteum - 1983

Foudgum
Dwarsfluit 16 voet discant
Praestant 8 voet discant
Holpijp 8 voet bas/discant
Viola 8 voet discant
Octaaf 4 voet bas / discant
Fluit 4 voet bas/discant
Octaaf 2 voet bas / discant
Terts 1 3/5 voet discant
Sifflet 1 voet bas
Manuaal: Fluit Travers 16' (discant), Prestant 8' (discant), Holpijp 8' (gedeeld), Viola 8' (discant) - 1924, Prestant 4' (gedeeld), Fluit 4' (gedeeld), Octaaf 2' (gedeeld), Terts 1 3/5' (discant) en Sifflet 1' (bas). Dit op www.foudgum.
Literatuur- Frieslands orgelpracht : deel I 1500-1800 / Jan Jongepier. - Sneek: Boeijenga, 1970.
- Het Nederlandse huisorgel in de 17de en 18de eeuw / Arend Jan Gierveld. - [Utrecht] : Vereniging voor Nederlandse muziekgeschiedenis, 1977. - (Muziekhistorische monografieëën; 6).
- Kroniek : oktober 1989. - In: De Mixtuur, nr. 69, november 1991.
- Drie gerestaureerde kabinetorgels : Het orgel in de Hervormde Kerk te Foudgum / Jan Jongepier. - In: Het Orgel, jrg. 86 nr. 9, september 1990.
- Het historische orgel in Nederland 1769 - 1790 / Jan Jongepier (eindred.). - Amsterdam : Stichting NIvO, 1999. - (Encyclopedie Het Historische Orgel in Nederland ; 3).
- Vijf eeuwen Friese orgelbouw : Een schoone voorraad waarlyk / Jan Jongepier. - Leeuwarden : Friese Pers Boekerij, 2004.

kamermuziek Door belgische meesters
Overzicht
Inhoudsopgave
Gedeelte 1 p. 6
franck, componisten, muziek
Gedeelte 2 p. 39
franck, componist, piano
Gedeelte 3 p. 84
piano, cello, musici
Gedeelte 4 p. 97
veer, orkest, muzikale
Gedeelte 5
Gedeelte 6
kindje, nacht, brooder

IMPULSER i Københavns koncertrepertoire 1900-1935: studier i præsentationen af ny, især ....
Door Claus Røllum-Larsen
Pagina 82
... , Bram Mendes, Cor Kint, Thomas Canivez Schörg- Kvartetten Breuning-Bache-Kvartetten Budapester ...
Pagina 129
... , Bram Mendes, Cor Kint, Thomas Canivez 16-11-1922

een schoonzoon van Ed Sergeant is zoon van Dick Greiner uit diens 2e huwelijk

The music of two contemporary Dutch composers then draws our attention to the twentieth century. 't Scheepke onder Jezus' hoede is a set of variations on a hymn tune (The ship under Jesus' protection) by the long-lived Cor Kee, published under his pseudonym of Orgelius. This is followed by Cor Kint's wistful and nostalgic Solitude. Here Dick Sanderman has chosen to play an American reed organ, an Estey Guilmant model with "philharmonic" reeds. It is the only suction-winded organ on the recording and capable of tone colors not available on the harmonium. A grand instrument with a big sound, Sanderman confesses it proved to be less responsive than its pressure-winded counterparts.
Ex Burg naar HET ORGEL gestuurd?
W. B. Tholen (1860 - 1931). Hein de Bruin Kleine steden aan de waterbocht
\Stijl; Golf Adagio religioso Adagio religioso Adagio religioso ABN 0900 0024
Gezinskaart Kint Balth. Floriszstraat 32, t/h van II Marcus
4 juni 1925 van AmaliastraatII naar R Hartplein 9III
Jansje Couperus. Tijd. [=tijdelijk] van ± 1 mnd te Rijssen (O.) Enterweg p/a notaris Schönfeld Wiggers Voor rijbewijs 25/10 '37. loket 2. — 4 juni 1930 naar Roelof Hartplein 9
Schönfeld Wichers Mr H P, Schuitendiep 31, 9711 RA Groningen, (050) 313 32 91, neef of zo
Couperus O, Titiaanstraat 46, 1077 RL Amsterdam, (020) 662 45 20
Stijl Golf
Eileen Gray 1878-1976 architect, ontwerper (designer), bouwde huis aan de kust bij Monaco (genaamd E 7102), — geschonken aan haar vriend, na scheiding DeStijl/minimalistische wanden door Le Corbusier van binnen overgeschilderd, geveild: gekocht door Mme B die Le Corbusier erin liet wonen die deed voorkomen alsof híj de architect ervan was — vervolgens bij Castellar? (Tempe à paille).
Huis met de hoofden Keizersgracht 123, sinds 1903 Muziekschool

Van der Veen heeft een foto van ds. Bakels!
Sietses D W, Kuipersdijk 88, 1601 CN Enkhuizen, (0228) 31 35 30
Imkje (Impkje) Waning *18 aug. 1862, dochter van Nanne Waning, landbouwer, en Hendrikje Noordeloos.
Uitgever/jaar: Alkmaar Bijzonderheden: 15 x 20 cmpp. 132 15 x 20 cm hard cover / dust jacket Goed / Good / Bien / Gut geïllustreerd door G. Van Straaten, Zonnebloemserie
Verkoper:'t Profijtelijk Boeksken - Westerlo / België ="winkel.php?owner=20050092" MACROBUTTON HtmlResAnchor Meer boeken van deze verkoper
Prijs: € 5.00
Muziekgroep Nederland 020 3038900, www.muziekgroep.nl Funenpark 1 1018 AK Amsterdam
MuziekGroep Nederland, Paulus Potterstraat 14, 1071 CZ Amsterdam, (020) 305 89 00 = Donemus
Ed Sergeant RR1 side 29 comp.5, Summerland B.C., Canada VOH 120,
tel. 00 1 250 494.0270, e-mail H.deJong@1MG.NET

Houtrijve M C van, Melis Stokelaan 1034, 2541 ED 's-Gravenhage, (070) 366 20 94
Houtrijve O E van, Pisuissestraat 355, 2553 BK 's-Gravenhage, (070) 397 88 64
Houtrijve J C van, Selderust 25, 1181 MJ Amstelveen, (020) 641 44 82
Houtrijve M J van, Rotterdamse Rijweg 103, 3042 AM Rotterdam, (010) 415 69 19
en nog twee in Muiden en Gronsveld
Buro ISBN [BuroISBN@centraal.boekhuis.nl Uitgeversaanduiding 809292
ISBN's aanvragen via www.isbn.nl voor iedere nieuwe titel
ISBN voor eerste uitgave is 90-809292-1-2
Koninklijke Bibliotheek, Depot van Nederlandse Publicaties & Nederlandse Bibliografie,
Postbus 74, 2501 AJ, den Haag, tel. 070 - 3140593, mevr. Annemarie Snelderwaard
EXX naar Kaldenberg, van de Veen, Gerco, Ben v O, W van Leeuwen, Oud Enkh?? (later), Wybe Kooijmans, Stadsherstel Amsterdam (Wim Eggenkamp)
[ Sietses D W, Kuipersdijk 88, 1601 CN Enkhuizen, (0228) 31 35 30 ]
zus Bets Sietses × vader van Jaap Labrie 055 - 3557579, zuster Jopie 033 - 4720144 Seinstra - Labrie
Couperus O, Titiaanstraat 46, 1077 RL Amsterdam, (020) 662 45 20
Harm Timmer 0599 - 564334 heeft ms. van de Berceuse romantique
was H Timmer jr, Hogelaan 25, 3134 VJ Vlaardingen
(010) 435 78 85
Burgerschool aan de Meidemarkt = in de wandeling Bosschool genoemd naar tuin v h klooster dat begin 19e eeuw afgebroken is (1829?). Voor Burgerschool moest betaald worden, voor Armenschool = Volksschool niet.

Vader Roda 71 jaar geworden, kwam 1870 in E. wonen
Graaf-Meerkotter M W vd, Steenplaat 2, 3891 ZH Zeewolde, (036) 522 16 67
Dirk uit gezin v 3 kinderen,*21 sept. 1889-1965 gestorven 1965, concerten in Bavo concerten '60 vakantie, zoon Dirk 0027 11 78 24 760 Dirk kunstschilder (*1922) woont Derde Straat 77 Linden Johannesburg Republiek ZuidAfrika 2195
Dr. Piet Boon Archief Hoorn
Piet Uiterlinden, Voorstad 67, 4461 KM Goes, 01100 - 32369 bgg 01100 - 30376 hier woonde hij in 1987
Uiterlinden A, Dit is hem niet Willem Landrelaan 13, 3144 LJ Maassluis, (06) 24744004
Uiterlinden P, piep-piepBezuidenhoutseweg 67, 2594 AC 's-Gravenhage, (06) 24683754
Uiterlinden P C, Aristoteleslaan 25, 1277 AN Huizen, (035) 525 33 63
bibliotheek@nai.nl NAI nederlands architectuurinstituut
museumpk 25 – 3015 cb rotterdam – (010) 440 12 00
2,50 2,50 2,50 onder, binnenkant 19 mm, buiten 30 – boven 19 onder 23, 36 - 18
Eelco van Roden 0228 - 520603
Reudenroos Atelier en Meubelmakerij, De Star 36, 1601 MH Enkhuizen, (0228) 52 06 03
Hootsen Herman, Eemnesserweg 228, (035) 68 53 848
Nederlands Muziek Instituut, FRITS ZWART, Prins Willem Alexanderhof 5, 070-3140701
 e-mail f.zwart@nederlandsmuziekinstituut.nl
NMI Nederlands Muziek Instituut, Pr Willem-Alexanderhof 5, 2595 BE 's-Gravenhage, (070) 314 07 00
Jenke Kaldenberg Maastricht 0522 - Marcus Kaldenberg 0522 256315 weten het niet, diens zoon Rudi 261870 ; 0522 - 61871 schoonouders
Kaldenberg J J, Medoclaan 230, 6213 EG Maastricht, (043) 325 95 71
Parade markt oom stadsbeiaardier, opvolger Wilgenburg 1965 van Eck
Margaretha Crevecoeur-Lindijer † 17-6-1868 R'dam † 27-4-1955 eind 1941 uit Enkhuizen vandaan, is bij oom Bas gebleven, vleugel meegenomen en pianomuziek, Piet Uiterlinden heeft veel gekregen, is in Zuid-Afrika geweest

Piet Uiterlinden
Jenke Kaldenberg, Vijzelstraat 58, 1601 NK Enkhuizen, 0228 - 324005
kaldenberg38@quicknet.nl
Crevecoeur
Meerkotter te Deventer geboren in 1889
Kint C.P., Brouwersgracht 177, 1015 GJ Amsterdam, (020) 624 54 41
Kint P., Brouwersgracht 177, 1015 GJ Amsterdam, (020) 623 87 10
Snouck Van Loosen Stichting 06 5370 5316, kerkje Breedstraat 47, Dijk 36, 1601 GJ Enkhuizen, (0228) 31 27 53
De formulering “Kints ‘Vaste Burg’ staat in D” berust op een ongelukkige etiketteringsconventie, maar inderdaad was na g / G, D en Es de eindtoonaard D vooropgezet doel. In deel 3 en 4 van de Inleiding treedt Es als mediant van g en G langdurig zelfstandig op tussen G (de positieve keerzij van g) en D.
achterzijde omslag van de Sérénade, waarop rechtsboven omslag - ontwepp van dick greiner en linksonder een vignet met opgaande zon en de drie letters S B M (Sol Basileus Mundi? ; StedeBouwMeester? Seyffardts Boek # Muziekhandel). Bij Prélude pastoral Alsbach komt het vignet niet voor?
Onder de resten van Kints muziekbibliotheek die bewaard of opgespoord zijn, bevindt zich geen orgelmuziek behalve Petersband IV.
Jaap Kroonenburg J A, Haven 9, 3143 BB Maassluis, (010) 591 04 52

Ed Sergeant (*14 dec. 1920) studeerde piano bij Daniël Belinfante op diens Muziekschool aan de Pythagorasstraat hoek Hogeweg in Amsterdam Watergraafsmeer, Hij kreeg gratis les van oct. 1938 tot de arrestatie van Daniël in 1941. Diens zusters Frieda en Martha overleefden. De overbuurvrouw in de Pythagorasstraat liep Martha tegemoet en waarschuwde haar. Een andere leerling, Piet Verver, die organist aan de Hervormde kerk in Schagen geworden is, vroeg Ed op een goede dag in 1939 (wschl. in de zomer) of hij zin had mee te gaan naar "iets bijzonders", een orgelbespeling in de Oude Kerk te Amsterdam door Cor Kint. Kint speelde geen Bach of andere muziek uit de Baroktijd, maar muziek uit de romantiek, voorzover Sergeant zich herinnert werken van Reger, Widor en de Sonate van Kint of een deel daaruit. Verwisseling van Cor Kint met Cor Kee is uitgesloten, Sergeant is vakmusicus geworden, heeft ook Kee horen spelen, kende de muziekwereld, kende Kint als violist enz. Verver herinnert zich er niets van, hij heeft ook niet op de muziekschool van Belinfante gezeten, maar op het Conservatorium aan de Bachstraat, leerling van Jacob Bijster, hij herinnert zich Eddie Sergeant wel. Was organist van de St Cristophoruskerk in Schagen.
Van internet :

J. L. Willem Seyffardt
was de opvolger van zijn vader J.L.W. Seyffardt, erelid van de Vereniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels, die op 1 september 1849 zich als Duits boek- en kaartverkoper te Amsterdam vestigde, aanvankelijk op de Nieuwendijk, later in het pand, waar hij jarenlang zijn zaak gedreven heeft, Damrak 99, bij de Dam, op de plaats waar thans het gebouw van de Incassobank staat.
Op 1 januari 1890 kwam J. L. Willem Seyffardt met zijn beide broers in de boekhandel van zijn vader, die zich toen uit zaken terugtrok. Als Seyffardt's Boekhandel werd de zaak, onder dezelfde firmanaam, in vennootschap voortgezet. Zij legde zich voornamelijk toe op de handel in Duitse- en Nederlandse boeken, in muziek en in land- en zeekaarten.
In 1919 zette hij de muziekhandel voort in vennootschap met zijn zoon C. Seyffardt, onder de firmanaam Seyffardt's Muziekhandel. De boekhandel werd door Seyffardt alleen onder de bestaande naam van Seyffardt's Boekhandel voortgezet. In 1926 richtte hij met zijn zoon en W.L. Salm de n.v. Seyffardt's Boek- en Muziekhandel op, waarvan hij commissaris was.
Intussen was in 1918 het pand op het Damrak verkocht; het werd later afgebroken. De muziekuitgeverij ging in 1929 over aan de firma G. Alsbach & Co., de boekenuitgeverij was toen gevestigd in de Gravenstraat 6, vanwaar zij in 1930 verhuisde naar Singel 113. In 1932 trad J.L. Willem Seyffardt als commissaris af en trok hij zich uit zaken terug. Tenslotte gingen in 1934 de firmanten uit elkaar. Het fonds werd in juli van dat jaar geveild.
Zijn collectie platen en foto's van Amsterdam zijn overgedaan aan architect Kok.
In de jaren 1908-1910 was hij commissaris van de A.D.V. Schoolboekhandel.
In het Adresboek Amsterdam 1938 staat : Seyffardt's Boek- en Muziekhandel. Uitgeversbedrijf in liq. (Naam. Venn.) Nes 53.
Bron: Nieuwsblad voor den Boekhandel 108 (1941)
Anoniem: z.j. Heiligen en hun attributen. Seyffardt's uitgeverij, Amsterdam. 236 blz. (KUBrabant).
Loenen, Dr. D. Vrijheid en gelijkheid in Athene. Een onderzoek naar de geschiedenis, den inhoud en de functie van de begrippen vrijheid en gelijkheid in Athene tijdens de 5e en 4e eeuw voor Christus Amsterdam: Seyffardt, 1930. 8vo. Or. cloth, 324 pp. index, bibliogr.
SJESTOV, L., SUYS, J., Leo Sjestow's protest tegen de rede. De intellectuele biografie van een russisch denker. Amsterdam, Seyffardt, 1931. (XXIV) 232 pp. ing. Bibliogr.

Prof. dr. Rudolf Otto: Het heilige, Over het irrationeele in de idee van het goddelijke en de verhouding ervan tot het rationeele (1917), uit het Duitsch vertaald door J. W. Dippel, theol. docts. te Aalten. Met een inleidend woord van Prof. Dr. G. v.d. Leeuw, hoogleeraar te Groningen. Seyffardt's boek- en muziekhandel, Amsterdam 1928.
[Annotatie : Naar de 14e dr.: Gotha, 1926: Das Heilige. Über das Irrationale in der Idee des Göttlichen und sein Verhältnis zum Rationalen].

Gerard Boedijn (*1893) is leerling van Kint, Zweers, Tierie e.a. geweest, zie internet-laptop map Früchte oder Vruchten or Fruits from Internet.
Maar sociologisch bekeken is er een kans dat de graveur een kennis was, die bij Kint in de buurt woonde of anderszins gemakkelijk bereikbaar was (de netwerken van toen, de ptt van toen!), en vice versa (“Mijnheer Kint, zoudt U niet …”). Indertijd beoefenden schilders en tekenaars, muziekstudenten en musici het graveerwerk als bijverdienste, evenals leden van het Concertgebouworkest ook in het Paleisorkest, in operette-, dans- en bioscooporkesten, in café's en restaurants speelden.
stamvader Philip Hendrik 1761-1831 immigrant uit Straatsburg, Jacob 1790-1830, Pieter 1826-1923, Jacob 1848-1890, Dick 1890-1964

 

Prelude pastoral
7 8 15 8 : 4 = 2 : 1 9 6 2 = 3:2 en 3:1

Cor Kint
3 4 7
———— —
10 12 22

m 391-92 lh : Kint trekt de bogen bij meerstemmigheid in één notenbalk liever langs de notenkoppen van de onderstem dan langs de stokken, een van de karakteristieken van zijn muziekschrift, vgl. zijn punten op de i, die steevast ver achter het woord op het papier landen : Kınṫ, Adagıȯ).
Simon Kroon 1868 in Assendelft studeerde aan de Muziekschool van de M.t.B.d.T. te A'dam bij Frans Coenen (viool), Paul. C. Koerman (1851-…) en Henri Tibbe (1863-1895, piano), nam vervolgens compositieles bij Bernard Zweers en bekwaamde zich in het orgelspel. Speelde van 16.10.1889 - 1.1.1932 eerst viool, later altviool in het Concertgebouworkest, ook orgel en piano (Matthäus-Passion 1908 Parijs, S. Saëns, orgelsymphonie 1915). [Tweede organist van het orkest naast Hendriks, beiden niet in Kroniek CO]. Was werkzaam tot ±1928 ? als directeur-organist (tegenwoordig zegt men dirigent-organist) van het koor van de Vondelkerk in Amsterdam, waar een Adema-orgel stond. Alphons Vranken volgde hem op. Liet koorwerken en een tiental orgelcomposities na. Joop Elmerhorst, voormalig koster Odulphus, 2e Heidestraat 101566 VR Assendelft, 075 - 6875653 (via Coby Huypen, 075 6708841). Meester Hendrik Trompert 1945. Simon Kroon h de 3e symph v Saint-Saëns zonder registrant gespeeld (info Burgers). – Simon Kroon *23 Jan. 1868 te Assendelft, zoon van Jan Simonsz. Kroon, timmerman, R.K. (* 22 Aug. 1841 - † ??) en Cornelia Frederiksd. Olie, R.K. († 6 Mei 1908), gehuwd te Krommenie 19 Febr. 1865. Simon verhuisd naar Amsterdam, speelde in Ccgeborkest 16 Oct. 1889 - 1 Jan. 1932.

Slager Kroeb kreeg in 1908 toestemming om de paardekoppen aan de winkelgevel te hangen.

De Amsterdamse ontwerper en architect Greiner (1891-1964), wiens grootouders evenals die van Kint in Enkhuizen hun kleinkinderen uit Amsterdam op bezoek of vacantie kregen, was een jaar jonger dan Kint. Vermaard is zijn werk aan en rond de Brink in Betondorp (rond 1925), in 1987 op de Monumentenlijst geplaatst en een trekpleister voor architecturaal toerisme geworden. Bekend zijn uit die periode ook de gevels in de omgeving van zijn kantoor aan de Rijnstraat, waarbij een van zijn collega-architecten een zekere A. Kint was, en het Muzieklyceum aan het Albert Hahnplantsoen. Intrigerend is, dat het grafmonument van Crevecoeur op de begraafplaats in Enkhuizen in de stijl van de Amsterdamsche School gebouwd is.
Het aanzien dat de Amsterdamsche School (in bredere zin het ‘Jonge Bouwen’) op grond van haar architectuur niet alleen onder kenners en niet alleen in Nederland geniet mag als bekend worden verondersteld. De grafische ontwerpen van sommige van haar stijlgenoten en stijlverwanten zijn echter evenzeer opmerkelijk. Bij deze uitgave bood zich de gelegenheid aan, een van die langzaam in vergetelheid geraakte fraaie geometrische composities met hun decoratieve symboliek te gebruiken, namelijk het ontwerp van Dick Greiner dat in rood en zwart het buitenomslag van de Prélude en in blauw en zwart dat van de Sérénade siert, en op de binnentitelpagina in een gedekte kleur op de muziekdruk preludeert.

Herman Bakels (1871-1952), auteur of redacteur van een Bijbelsch Woordenboek, een vermogend man, was van 1902-1907 aan de Vermaning verbonden. Tegelijkertijd was hij lid van de Commissie van Toezicht op het Middelbaar Onderwijs te Enkhuizen. Hij bezat een zeilschip, waarmee hij in 1907 tijdens een zeiltocht met drie studenten schipbreuk leed ; twee studenten verdronken. Deze gebeurtenis moet Bakels zo aangegrepen hebben dat hij zonder van zijn gemeente afscheid te nemen met onbekende bestemming uit Enkhuizen vertrokken is.
Kerstzang op. 9 had moeten worden. Het betreft de eerste versie “voor koor, soli en orgel”, rond 1913 ontstaan. Later – vóór 1926 – werkte Kint het accompagnement van deze kerstcantate om voor orkest en orgel.

Het Wilhelmus is 1932 Ned. volkslied geworden

Juffr. Waning 3 oct. 1900 in het Park te E., 2 nov.,
Meerkotter 9 apr 1902 Nut ; 18 03 1903? ; 25 4 1904 ; I. Waning, J. Lussenburg & M. Meerkotter in Dameskoor Eensgezindheid 31 aug. 1905 Haarlem. 14 mrt 1906 (pi/o). 1 4 1906 Odysseus ; 20 febr. 1907 ; 20 dec 1907 ; 18 mrt 1908, 17 mrt 1908 ; 19 01 1909 ; 25 mrt 1909 ; 15 apr 1909 ; 23 mrt 1910, 21 04 1910 ; 23 jan 1911 Kint + Meerkotter , 7 april, 5 mei 1911;
F.R. Frowein uit Amsterdam en Crevecoeur speelden in de Ronde Luth mrt 1903, gestorven 1946, kleinzoons Joost en Vincent Brugman te Blaricum leven nog. Voornamen F. R. Frowein? Friedrich R.
Kint 3 mrt 1905? 18 mrt 1908 “Ook het strijkkwartet, versterkt met de h.h. Graftdijk van Hoorn en C. Kint Amsterdam, voldeed uitstekend” (E.Crt.) - “De heer D. Meerkotter accompagneerde prachtig. Ook het strijkorkest, versterkt met de in onze stad welbekende heeren : Graftdijk, van Hoorn, en C. Kint, van Amsterdam, hield zich uitstekend.” de Vrije Westfries (die Schöpfung, Haydn). — 1 4 1908 Nutsgebouw speelt Ballade en Polonaise voor viool van H. Vieuxtemps door een leerling van den Heer F. Togni. “Doch vooral de Ballade en Polonaise van Vieuxtemps, meesterlijk op de viool ten gehoore gebracht door den Heer C. Kint, brachten door groote kunstvaardigheid en schoone voordracht het publiek in verrukking. Jong Enkhuizen vindt in dezen evenals in zijn evenknie D. Meerkotter een paar navolgenswaardige voorbeelden”. EnkhCrt 3 04 1908. Acc verm Meerkotter. 17 sep 1908? 31 mei 1909 met Cr. ; 7 juli 1910 lang citaat ; Kint + Cr 1 oct 1910 ; Kint 28 mei 1912 ; 25 juli 1923 ; 26 mrt 1924 Francksonate ;

Crevecoeur voerde Bachs cantate Ein' feste Burg uit 1 Mei 1913 met het U.S.O.
Suite im alten Styl voor Strijkorkest van CKint 4 Febr. 1914, ook 11 febr. ; 25 juli 1923 Crev speelt Andante in Des, Kint speelt Handel en Mendelssohn, SSaens
1923 2 aug Haarlem Cr speelt Ein feste Burg slotstuk
Jo Vincent 11 juli 1923, 9 juni 1924

Hans Kindler 30 nov 1909 cello ; 31 aug 1910 H.K. Rotterdam ; 23 nov. 1910
Prof. Dr. G. W. Kernkamp was op 22 Mei 1922 Hoogleraar Vaderlandsche Geschiedenis te Leiden.
Was Leo Mens *1879 den Haag, org, koordir, sinds 1905 (vacature Rijp) Nieuwe Kerk den Haag – later als organist aan de Hooglandse kerk in Leiden verbonden?
Secretaresse Crescendo Enkhuizen Wybine Veldmeijer, Zuiderhavendijk 11, 0228 - 313050.
Engels, penn.m.-secretaris van Steevast dat een fondsje heeft voor dergelijke uitgaven (Ipie over Crevecoeur).
Jo Gramberg (1901-1999) Mien Vlasveld 1892-1992
Felice Togni 1871-1929

Timmer jr H, Hogelaan 25, 3134 VJ Vlaardingen
(010) 435 78 85 heeft ms. van de Berceuse romantique

UnivrstyRoman a A b B c C d D e E f F g G h H i I j J k K l L m M n N o O p P q Q r R s S t T u U v V w W x X y Y z Z 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0`'"~!@#$%^&*()_+-=:;,.?/\|<>[]{}S B M

Bert van der Veen schrijft 17 mei 2004 :
Nog iets over mijn vroegere vioollerares Jo Gramberg. Ze is geboren in Harlingen op 20-08-1901 als dochter van de Lutherse predikant Karl Peter Conrad Alexander Gramberg geb. in Jever (Oldenburg - Dld.) 05-10-1864 overleden in Enkhuizen 14-12-1928 en Jacoba Scharten (31-7-1869/1-12-1950). Ze kwam met haar ouders mee naar Enkhuizen toen haar vader een beroep naar de lutherse gemeente in E. aannam. Zij is ter aarde besteld op de gemeentelijke begraafplaats in E. naast haar huisvriendin Jacomina Vlasveld (12-08-1892/10-02-1992). Ze kregen identieke grafzerken. Op beide staat : “maar het Licht zingt eeuwig”. Zij schreef in De Vrije Westfries, de toenmalige krant van Klaas Norel (1899-1971), die ook in Harlingen geboren was, onder de naam CHARA, o.a. een voorbespreking van het eerste concert van Stem en Snaren dat Dick van Wilgenburg Wachet auf Bach / Requiem Brahms. Hij dirigeerde dit niet lang na het overlijden van Crev aan wiens nagedachtenis het concert werd opgedragen.

Jansen A C, Amstelkade 123, 1078 AS Amsterdam, (020) 662 35 14
Kint moet in vioolbladen geschreven hebben.
Viola bij le Coultre, J. Chr. Hoffmann 1731 + wapen of monogram
De vader van Jo Gramberg was dominee.
Gerrit Brandjes, Neptunusstr. 6, 859363 : Kint zat niet in het VARA-orkest. Mevr. Brandt Buys was voor de oorlog secr. bij de VARA, in de oorlog chef de bureau. Egbert Veen was bij de AVRO.

Kint heeft mogelijk het inspelingsconcert van het Willibrordorgel in 1923 bijgewoond.
Jan van Ravenswaay was Hilversums schilder. bron?
Altviool van van Doornik was geschenk voor het orkest Crescendo ; de bibliotheek van Crescendo is gegaan naar de Federatie van nederlandse orkestverenigingen, FASO, wapen van Enkhuizen, Boris Visser, Hoofdweg 154’’’, 1057 DB A’dam, 020 - 6834766.
Secretaresse Crescendo Enkhuizen Wybine Veldmeijer, Zuiderhavendijk 11, 0228 313050
Crescendo in 1973 opgeheven, 1972 laatste concert geweest
Van Doornik psychiatrisch opgenomen geweest.

Was Cor Kint lid van de Geneco?
Kint was dirigent van het Orkest van de Nederlandse Handels Maatschappij. t Paleis voor Volksvlijt h maandenlang liggen smeulen 1928. Flip Huber 1929 in A'dam gekomen en ging kijken. Nodigde Philip uit in 't orkest te komen 1939, fanatieke Kellenbach was concertmeester van NHM. Zou jij er voor voelen 't orkest te dirigeren? gaf een paar directielessen. Flip zei o.k. ik doe 't. Kellenbach streek rokend, onderuitgezakt symph Haydn, Romanze Svendsen ging Flip voorbereiden en uitvoeren. 1. Elke dag kwartier studeren – 2. Kellenb concertm u moet het vooorbeeld zijn en niet roken tijdens de rep. Kint deed t voor t geld. Ork rep in het gebouw vd NHM hoek Keizersgracht/Vijzelstraat. Opgeheven want ze wilden niet in kultuurkamer.
Plakkers op mappen: AMVJ-orkest.
In Mendelssohns Symphonie Lobgesang komt een Adagio religioso voor. Het is deel III.

Crevecoeur "Bij 't Wiegske" opgenomen voor His Master's Voice door Hélène Ludolph. Plaatnummer B 4926. Samen met "De Kruisweg" van Kor Kuiler. Zij nam meer dan 10 soloplaten op voor Columbia. Wie is de begeleider?

Foto Leo Mens in Gedenkboek 1886-1936 KONINKLIJKE BOND VAN CHRISTELIJKE ZANG- EN ORATORIUMVEREENIGINGEN.

Die Sonate, von Kint nach 1918 mit Grande Sonate bezeichnet (so im Werkverzeichnis, um 1928 gedruckt), hat drei Teile.
Kint hat den ersten Teil nach meinem Dafürhalten als selbständigen Satz geschrieben und im Frühjahr 1914 vollendet. Um diese Zeit müßte er dann den Entschluß gefaßt haben, diesem Satz einige Teile folgen zu lassen, sodaß daraus eine Sonate würde. Dazu muß erstens bemerkt werden, daß eine motivische Übereinstimmung zwischen dem 1. und 4. Teil (s.u.) Kint veranlaßt haben könnte, für die Schlußfuge ein älteres Werk zu wählen, statt eine neuen Satz zu komponieren. Sogar läßt sich nicht ausschließen, daß Kints Phantasie sich gerade an der Fuge entzündet hat, und daß diese Fuge der Ausgangspunkt für die Arbeit an der Sonate gebildet hat. Damit stellte sich der chronologische Vorgang auf den Kopf. Für wahrscheinlicher halte ich aber, daß die motivische Entsprechung eine zufällige ist, der Kint sich erst nach Vollendung des 1. Teils bewußt wurde und die er dankbar verwertete.
Der zweite Teil ist eine monothematische Liedform, ein kantables Larghetto im 3/8-Takt. Es enthält eine kurze kanonische Entwicklung des Themas, ist aber entschieden zu lang, des sich Kint bewußt geworden sein muß, zu urteilen nach verschiedenen kürzenden Eingriffen in den Quellen A und B, die aber dem Versuchsstadium nicht entsteigen und dem erhofften Erfolg nicht herbeibringen. Wann hat Crevecoeur es gespielt?
Der dritte Teil, bestehend aus einer Einleitung (Largo, f-moll) und einem scherzo-artigen Allegro vivace (F-Dur), zeugt in der Einleitung von Kints Bekanntschaft mit Bachs h-moll-Präludium für Orgel. Das Scherzo, wofür Mendelssohns c-Moll-Sonate für Orgel und Stellen aus Beethovens Klaviersonaten Pate standen, ist gut gelungen. Es führt attacca in die Schlußfuge über.
Die unreife Fuge (F-Dur) ist nach meinem Dafürhalten erheblich früher entstanden. Das verhältnismäßig kurze Stück verrät, außer am Schluß, noch nichts von Kints späteren Beherrschung der typischen Orgelschreibweise, die ein Merkmal des 1. und 3. Teils dieser Sonate sowie auch von Werken wie die 1916 erschienene Fantasia über Ein feste Burg ist, weswegen Kint von Zeitgenossen gerühmt wurde. So brummt die Pedalstimme im vierstimmigen Satz stellenweise mehr als zwei Oktaven under der tiefsten Manualstimme. Zitat Prick van Wely Idiomatisch. Auch der ungelenke Fluss der Harmonien und der mangelhafte Kontrapunkt deuten auf ein Jugendwerk. Der Satz macht den Eindruck über ein Thema aus Kints Konservatoriumszeit geschrieben zu sein und ist vielleicht tatsächlich ursprünglich eine Schulfuge, nach dem Abitur überarbeitet als Versuch des begabten und erfolgreichen jungen Musikers, die Flügel zu spreizen.
Die Weise, auf die Kint am Schluß den Themakopf (f-a-b-c') behandelt, weist unverkennbar auf den Schluß des Fugato in der Durchführung der 1. Teils zurück. Dadurch schließt die Fuge plötzlich noch in die Beine, wenn die motivische Beziehung zum Anfang der Sonate auch nicht mehr imstande ist, das Werk in eine geschlossene Ganzheit umzuzaubern. Die Rettung kommt zu spät.
Der erste Satz aber ist ein einheitliches Glanzstück, das nach seiner Wiederauffindung jetzt unbedingt durch dem Druck dem Musiker zugänglich gemacht werden soll. Die Veröffentlichung der übrigen Teile ist damit nicht vom Programm gestrichen, sondern wird hoffentlich an einem späteren Zeitpunkt erfolgen können.
ein konzertanter Satz

Cor Kint zette de laatste pennestreek van Adagio religioso op 8 mei 1914. Het is het eerste van zijn drie grote orgelwerken. De Grande Sonate voltooide hij twee maanden later, de Fantasie over 'Een vaste Burg' is van 1917. De 24-jarige maar vroegrijpe componist doet zich kennen als een grootmeester der harmonie. Zijn eigenlijke instrument was de viool (van 1908 tot 1915 speelde Kint in het Concertgebouworkest), wat met zich meebrengt dat hij er tevens een uitermate melodieuze schrijfwijze op na houdt. Kint was ook een voortreffelijk pianist en improvisator, en hij was volledig thuis op het harmonium en op het orgel. In de dertiger jaren heeft hij zelfs enkele orgelrecitals gegeven. Zijn grote orgelwerken zijn virtuoos in die zin dat Kint een uitputtend gebruik maakt van de mogelijkheden van het instrument om zijn gedachten re realiseren : het spel met één hand op twee manualen kent voor hem geen geheimen, hij laat de ene voet de andere kruisen op de zwarte toetsen, hij gebruikt twee zweltreden tegelijk, en dergelijke, zonder dat de middelen tot doel worden. Zijn eigenlijk streven is het realiseren van een volstemmige Satz (meestal obligaat vijfstemmig, soms zelfs zesstemmig), waarbij door het spel op drie manualen tegelijk plus een pedaalpartij diverse belangrijke stemmen eruit kunnen worden gelicht, zodat geen brij ontstaat.
In welke sfeer Kint het Adagio religioso gedacht heeft, kan misschien afgeleid worden uit het feit dat hij het hoofdthema van het Adagio religioso een paar jaar later gebruikt in het middendeel van zijn Marche Funèbre op. 30, die in 1924 bij Seyffardt te Amsterdam werd uitgegeven.
De vorm van dit lange en onbekende stuk wordt hieronder uitgebreid beschreven, zodat men de componist gemakkelijker op zijn fantasievolle paden kan volgen. —

Na een korte inleiding klinkt het eerste thema, een lang uitgesponnen cantilene. Het wordt gevarieerd herhaald, waarna uit de slotcadens een tweede thema gevormd wordt, dat zich ook canonisch laat horen. Dan worden beide thema's gecombineerd op een rollende pedaalfiguur. Tenslotte klinkt het eerste thema weer in de hoofdtoonsoort, Des majeur, majestueus, in de eerste maten begeleid door dubbelpedaal, en vergezeld van het tweede thema. — Het middendeel opent met een duet. Dit wordt een trio, door een toegevoegde pedaalpartij, op het moment dat de beide stemmen contrapuntisch van plaats wisselen. Het pedaal intoneert hier viermaal het begin van een koraalmelodie (geen bestaande melodie, maar een door Kint gecomponeerde ; vergelijk de Chorals van Franck en Andriessen). Het koraal zet na het trio forte in. Tussen de koraalregels in horen we flarden uit het eerste thema en uit het duet. Dan voert een combinatie van het duetthema in canon en het tweede thema in een snel crescendo tot een fortissimo. — Het Adagio religioso besluit met een herhaling van het eerste thema.

Op 21 jan. 1974 pleegde Jan Arends zelfmoord door uit het raam te springen van zijn kamer aan het Amsterdamse Roelof Hartplein. Angst voor de winter, biografie van Jan Arends door Nico Keuning, De Bezige Bij, maart 2003.

Brief van Julia Stege-Kint, 6 Cottage Gardens, 17 Payne Street, Pinetown 3610, Natal, S.A.
24 Aug. 1987
Zeer geachte Meneer Kramer,
Wat een wonderbaarlijke verrassing was dat om opeens een telefoontje uit Holland te mogen ontvangen. En dan nog wel om te horen dat U bezig bent met een biographie van mijn Oom Cor Kint. Vóór ik verder ga, allereerst mijn verontschuldiging als ik uw naam niet goed gespeld heb. Ik verzuimde dat over de telefoon te vragen of het met een "c" of "K" moest worden. Veel kan ik U helaas niet vertellen, aangezien wij, m'n ouders en ik, al die tijd in Indië gewoond hebben en maar òm de zes jaar met vacantie "verlof" naar Holland kwamen. Pas ná de oorlog zijn we naar Holland gerepatriëerd en heb ik contact gehad met Tante Jeanne Kint-Couperus, maar toen was mijn Oom al overleden. Dat contact is gebleven ook toen ik en m'n man naar Z. Afrika geemigreerd waren. Maar sinds 1981 is het contact verbroken en heb ik nooit kunnen uitvinden waar ze verder verbleef en wat er met haar gebeurd was etc.
In Augustus 1981 was ik n.l. voor de laatste keer met vacantie in Holland en heb ik nog een paar dagen bij haar gelogeerd in het boshuisje in Rijssen (Overijsel). Ik belde haar nog geregeld op aangezien ze niet meer kon lezen, maar haar geheugen werd steeds minder. Ik zou het zeer op prijs stellen als U mij kon schrijven en bijzonderheden vertellen, waar en wanneer ze overleden is en waar ze begraven is zodat een paar goede kennissen van mij daar bloemen kunnen bezorgen.
Hieronder volgen enige gegevens die ik in mijn bezit heb. Mogelijk hebt U daar wat aan :
Ene Christiaan Roosendaal had een dochter Maria Magdalena (21-10-1864 – 15-12-1932). Deze data heb ik uit oude foto-albums.
Zij trouwde ene Pieter Kint in Enkhuizen (?) en er waren 4 kinderen.
Lena Kint – getrouwd (?) –, 28-11-1880 – 31-1-1928, "Tante Zus".
Cor Kint – getrouwd met Jeanne Couperus (geen data) →15-5-1895
Andries Kint (11-8-1895 – 30-8-1984) – getrouwd met Julia v.d. Sande (19-3-1895 – 13-5-1969), dochter Magdalena Julia Kint (Z. Africa), Kints broer Andries (1895 - 1984) heeft vanaf 1969 in ZA gewoond. Zijn dochter Julia heeft Jenny in 1947-1969 en 1981 bezocht ; met haar gecorrespondeerd maar na 1981 geen contact (×Greebe). Ook corr. tussen Cor en Andries. Kint had liedje voor haar geschreven. Julia had nog iets voor vi + pi.

Chris Kint – getrouwd? geen data, zoon Pieter Kint, naar U.S.A geemigreerd.
Ik heb hier photo's van een huisje in Enkhuizen, “Snouck van Loosenpark”, tot op heden (1981) woonden er nog Roosendaaltjes in dat park.
Dan was er een huis in de "van Boetzelaerstraat" Amsterdam en later een huis in "Frederik Hendrik Plantsoen" ook in Amsterdam. Dit laatste huis ben ik nog geweest in 1934. Ik mocht daar van Oom Cor altijd op de piano tinkelen [daar stond dus een piano], ik was toen 7-8 jaar. Op aanraden van mijn Oom heb ik muziekles gehad (5 jr piano). Mijn pianolerares heeft nooit uitgevonden dat ik uitsluitend op mijn gehoor speelde en reuze moeite heb met bladmuziek "lezen". Tot op heden kan ik niet muziek lezen, maar heb 11 jaar lang 3 kerkkoortjes gehad (kinder-, tiener en volwassenkoor). We leerden liederen van grammofoonplaten die ik later naspeelde (verlaagde of verhoogde zodat het makkelijk te zingen was) en heb zelfs voor de kleintjes liedjes geschreven die ze nu nòg zingen.
Maar om weer terug te komen op het verhaal. Er zijn hier ook nog twee foto's van scholen. Eén in de van Beuningenstraat en één in de Nassaustraat, Amsterdam. Ook een foto van de Nieuwe Oosterbegraafplaats met een foto van het graf van "Moe" Kint Roozendaal en "Zus" M.F. de Weyer-Kint. Graf Vak 37 No. 00056.
Uit verhalen van mijn vader (Andries) hoorde ik dat Oom Cor "ontdekt" was door zijn schoolmeester die hem viool heeft (laten?) leren spelen en op 10jarige leeftijd gaf hij al een uitvoering.

G. Hop, Hoorn, violist, Directeur der Muziekschool aldaar. Muziekpædagogisch Maandblad 1925, jg 25/1, p. 3, 17.
Aanmelding voor het lidmaatschap (afdeling Nijmegen) : Mejuffr. Annie Postema, Piano, Orgel, Diploma Ned. Organisten Vereeniging, van Slichtenhorststraat, Nijmegen. In: Muziekpædagogisch Maandblad (Orgaan van het Nederlandsch Muziekpædagogisch Verbond en van het Spraak- en Zang-Pædagogisch Genootschap) 1925, jg 25/8, p. 106, 123; 1926, jg 25/5, p. 72.

onvolledigCondoleanceregister 1944 juli
1 N.A.J.Arnts?
2 .......... - Koning
3 A Roorda Thome / Thorne
4 fam. Keppel
5 H. R. Baumans, de echtgenoot van Corry Couvreur, kort na de oorlog bij een motorongeluk omgekomen, ze woonden Pieter de Hooghlaan 13 boven de zangeres Bijloos? naast Maartense op nr 11
6 Fr. Lupgens
7 G v d Tas
8 A Branderhorst
9 Camille Jacobs
10 Fenna Brnne / Brann Trenie de Bruin, leerlinge 1943
11 J Pruim
12 G van Ravenzwaaij, afd. EM (ernstige muziek) van de Ned. Omroep
[Verkijk p. 671] ravenszwaaij? nee Ravenszwaay M P van, Galjoenstraat 91, 1503 AR Zaandam, (075) 771 58 07
G. van Ravenzwaaij, Purcell, Gottmer, Haarlem, 1954.
Ravenzwaaij M C J van, Pieter de Hooghlaan 22, 1213 BV Hilversum, (035) 6210732
13 Rutger Schoute
14 J den Otter Pen. Sch..... R.O. G.J. den Otter, Hoofd Personeel en Sociale Zaken Nederlandsche Omroep, NSB
15 G F W Wenck Wenc? Studio Wenck en Ohio, Haarl.weg 8, 1014 BE A'dam, (020) 597 44 11
16 Nelly Heyma - de Wit Heyma A O J, Spaarndammerstraat 139, 1013 TG A'dam, (020) 682 51 75
17 S. BählerSiegfried Bähler CcgebO Vereniging Gepensioneerden Koninklijk Concertgebouworkest
geb.15-11-1898 ovl.05-11-1967
tweede viool (01-09-1920 - 01-09-1937)
eerste viool (01-09-1937 - 01-01-1964)

18 Jan Damen
19 L. Kuiler Bongaards
20 J. Bakker
21 M. [N?] Schrader - Pronk
22 B. Wansink - Krapels krapels in A'dam
23 M v d Heuvel Oudhof
24 M [W]. v. Eck
25 Jb. [H?] Bakker
26 H. van Hall
27 L....s Röntgen
28 J Jansen Dooijen
29 Schilp - Baaij
30 Cor Schilp (Schild?)
31 P. Reinards
32 H J R Schaffers
33 Hoofd afd Alg Zaken v d Nederl Omroep
34 H. A. Scherer
35 hrte - eling ???
36 C v d Weijer
37 Mies Minderaa
38 T.... den Tonkelaar
39 J A [U] Vierveijzer
40 Piet Dekker
41 A.J. Scherer - Labots
42 A ? Vogtschmidt
43 Jac. Hoving organist te Hilversum
44 J Alvers
45 Koos Jutte
46 P J J Schut
47 Egb Veen dorps
48 L. Brugman wschl Louis, uit Noordholland afkomstig
49 G P D Althuizen / Althuis
50 R. F. v. Dijk trombonist
51 F H Tullemer / Tullener Tullener F H, Bergse Maas 35, 2641 VV Pijnacker, (015) 369 69 62
52 R. F. Dots / Cor Doets
53 Gerard Mulder
54 R Hendrik v d B....
55 M J Bresser
56 Constant Stotijn
57 Klaas van Dingsen / Duysen
58 G.J. Kempe - Aalders
59 fam . Driel
60 Jb H Knol
61 A. Bonamie [Breskens]
62 C. Pijpers
63 Jan Aij
64 Wesseling
65 W v d van Zw...len Zweerd
66 M. Clou Cevoord Leonard
67 C. J Heijmans C J Leijmann wschl
68 M.L.M.....Moerbeek admin. A'dams Conservatorium
69 A C Jansen privéleerling woonde toen Lutmastraat
70 J Boelen

————————————
Kint had 1943 een leerling Cosgun
Cosgun H, Mosveld 10, 1032 GE Amsterdam, (06) 41220167
Cosgun M, Ten Katestraat 49, 1053 BX Amsterdam, (020) 616 12 23

Jan Nieland (17 aug. 18 juli 1903 - 20 febr. 1966)
1 juli 1919 Briefkaart van J. de Pauw, Keizersgracht 123 aan Den Heer Nielant / Rozengracht / 62 Alhier. Tekst : "Geslaagd met volle beurs, J.B. de Pauw". Kennelijk heeft Jan een beursexamen gespeeld en is geslaagd voor het toelatingsexamen voor het A'dams Conservatorium.
Einddiploma orgel 4 cum laude, alg. muz.leer 4 (uitmuntend), harmonie 4, piano 3 (goed), muz.gesch. 4. Examencommissie : J de Pauw, Anton Tierie, Julius Röntgen, Sem Dresden, S. van Milligen. Directeur : Julius Röntgen. Bestuur : J. Dudok van Heel vz. en G. van Hasselt secr. Diploma gedateerd 1 juli 1922. — Volgend jaar haalt hij 12 juni 1923 Einddiploma piano 4. Examencommissie de Pauw, Röntgen, onleesbaar, Tierie, onleesbaar, Sem Dresden, van Milligen. Dir. Röntgen. Bestuur A.J. Labouche[è?]re vz en G. van Hasselt secr.
30 mei 1924 : Diploma voor den Prijs van Uitnemendheid. Orgel. Examencommissie Joh. Wagenaar, Hubert Cuypers, A. v.d. Horst. Directeur J. Röntgen, hoofdleraar J. de Pauw. Bestuur A. Sträter, G. van Hasselt secr.
In de compositieklas van Sem Dresden zaten in 1922 Leo Smit, Jacques Beers, Jan Nieland, Anna Käthe Rellstab (Berlijn), Emmy Frensel Wegener, Jurjen Vis [uit : Silhouetten, Jurjen Vis, uitg. Donemus].

Kint speelde wel in de muziekhandel van Jaap de Wit (*1913 of 1914) in Enkhuizen a/d Westerstraat
Cr speelde Widor 8 op 14 juni 1911

Streekarchief in Hoorn gegaan. Aldaar in briefcopieboek brief gevonden van S. Spaans, secretaris van de kerkeraad van de Enkhuizer Vermaning aan ds. J. Timmermans te Leeuwarden :
"16 October 1909. Aan den kerkeraad der Vrije Evangelische Gemeente te Leeuwarden.
Hierbij berichten wij u goede nota genomen [te hebben] van uw schrijven. Wij rekenen dus dat het orgel verkocht is. Over levering vóór Kerstmis zal nader gecorrespondeerd worden. Hoogachtend, S. Spaans, secretaris."
In de map met ingekomen stukken 1900-1910 ontbreekt de periode juni 1908 tot juni 1910. Die kan wel in een andere map zitten. Ik ga er wel een middagje zitten om verder te zoeken. Ook ontdekt dat "drie vergulde beelden van het oude orgel" voor 150 gulden verkocht zijn aan "M.A. van Leeuwen, Alhier". Het bestuur van de Vermaning schrijft dat het bereid is, deze beelden in opslag te houden "tot het orgel in het gebouw Breedstraat is gearriveerd". De beelden gingen dus een ander orgel in Enkhuizen sieren. Dat gebouw is het kerkje / kapel van de Snouck van Loosen Stichting.De oude notaris Schönfeld † 1937, vader van Karel Schönfeld Wichers en Belcampo [familie in Amsterdam].
Snouck Van Loosen Stichting 06 5370 5316, Dijk 36, 1601 GJ Enkhuizen, (0228) 31 27 53

Kints orgelstukken uit 1914-1916 geven de indruk dat hij sommige orgelwerken van Bach, Franck en Mendelssohn niet alleen van concerten van Crevecoeur (die vaak 3me Choral, Final (ped.-solo) en Cantabile speelde) en anderen kende, maar ze ook zelf min of meer in de vingers had, ook werk dat Crevecoeur totdien niet speelde : Pièce héroïque, Prière.

Muziekgroep Nederland 020 3038900, www.muziekgroep.nl Funenpark 1 1018 AK Amsterdam
MuziekGroep Nederland, Paulus Potterstraat 14, 1071 CZ Amsterdam, (020) 305 89 00 = Donemus
Regteren Altena L van, Albertus Perkstraat 48, 1217 NT Hilversum, (035) 624 64 82
Regteren W van en Degrauwe G H C, Emmastraat 54, 1213 AL Hilversum, (035) 624 20 48
sinds 1986 ervencontract opgeheven, erven niet meer door de BUMA vertegenwoordigd.

Herman de Kler, Van Merlenstraat 84, 2518 TH 's-Gravenhage, (070) 365 14 83, ahdekler@zonnet.nl, (art. over Anton Rijp)
Bonset op. 73 Vaste Burg opgedragen aan Evert Cornelis.
Henk Pruis (vriend van L.) over Lussenburg en Kint : uit 'Jos Lussenburg vertelt' [Boekje] Bijeengebracht door Henk Pruis : met hem ging Jos vaak tekenen of aquarelleren uit pure liefhebberij, meestal in de buurt van de haven" in De stervende Zuiderzee, [boekje] tekst Thom Stroink, afb. en over de Zuiderzee K. Boonenburg, Uitgave Semper Agendo, Dirk Wegener Offset, Apeldoorn.
Suze Messchaert in haar genealogisch onderzoek over Kint in Greiner familie.

Concerteerde Togni vóór 1900 al in E.?

Ken je juffrouw Waning?
Ze rijdt al op de fiets
tussen twee meneren [van 't skool naar de Vermaning]?
Tussen Schild en Kries.
Fietslessen ! Schild had een haardenfabriek, ze hielden haar tussen zich in.
, waarbij de mij onbekende architect A. (T.? internet) Kint een van zijn collega's was
Jan Zwarts Fantasie over het Lutherlied ‘Een Vaste Burg is onze God’ staat in D. De gelijknamige Fantasie voor orgel en bazuin op. 73 in C van Jac. Bonset (*1880) is opgedragen aan Evert Cornelis, verscheen 1920-21 maar kan eerder uitgevoerd zijn.

Handtek H of W de Vries jaarb Crev 1903 29 mrt
Wanneer speelde Crevecoeur de 4e Symph van Widor met die vox céleste behalve 20 aug. 1919?
Gerrit v Ravenzwaaij werkte ook bij de omroep (zie Maria Br Buys)
Kint liet sinds ̠̠ tot zijn dood zijn gedrukte composities registreren bij de BUMA en deponeerde, zoals elke componist verplicht was, een exemplaar daarvan in het archief van de BUMA. Bij deze instelling is daar nu niets meer van terug te vinden, omdat de BUMA dit archief geruimd heeft, hoe ongelofelijk deze mededeling ook mag schijnen.
?bij Röder in Leipzig uitgegeven?
Fragmenten uit de geschiedenis v h Sn v L park
U.J. van der Meulen architect woonde in Sn v L park

opname van Grande Pièce Symphonique van César Franck KRO. De gegevens van de opname zoals ze in het archief staan zijn als volgt:
** TITEL ** : GRANDE PIECE SYMPHONIQUEOP.17 IN FIS KL.T.
/1860-1862/
Komponist :FRANCK, CESAR
Uitvoerende: KRAMER, THYS - ORGEL
Zendgemachtigde: KRO
Opnameplaats: HAARLEM SINT BAVO
Opnamedatum: 1978-10-01
Fonotheeknummer: EM-781001C2 026'20" kant:3-7

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

"Het leven is veranderd'"  somberde Gaizuaskas in een dagboeknotitie. "Er komt meer lawaai en er wordt steeds sneller gesproken. Moeten we de muziek dan ook luider en sneller uitvoeren?"

Vrij naar Jurgis Gaizauskas (1922-2009), Lets componist en violist.

Något, som man emellertid faktisk ansåg sig ha vissa belägg för och som sedermera också visade sig existera, var den s. k. atomkanonen. Mycket välunderrättade personer uppgåvo, att denna utslungade granater med enormt komprimerad luft och ett nytt sprängämne, vilka inom ett begränsat område dödade et stort antal människor utan synligen spur.
Arvid Fredberg (svensk korrespondent i Berlin 1941-43), B a k o m  s t å l v a l l e n, 1943.

Het is mischien te betreuren dat Haasse zich bijna volledig op het proza geworpen heeft. Maar goed, voor de weinige mooie gedichten die ze geschreven heeft mag je toch dankbaar zijn.

 

Stelling

Betreffende de BHR hip, resurfacing system, metal or ceramic :

Je kunt beter een slechte kunstheup hebben die door een vakkundig chirurg geplaatst is, dan een uitstekende kunstheup die door een slechte chirurg geplaatst is.