Thijs Kramer                

 

Muziek       


 


        

 

 

Onderstaande links ★..... brengen je rechtstreeks naar het YouTube kanaal
© TK & EK  van Thijs Kramer & Ellen Klomp.

Uploads

 


De gratis functie A B O N N E R E N houdt je, als je het inlogformulier hebt ingevuld, op de hoogte van nieuwe bijdragen of eventuele. storingen op het kanaal. Voor ons is het naast de precieze bezoekers-telling van YouTube ook een algemene graadmeter voor de belangstelling.

In deze sitemap zijn verschillende orgels opgenomen, die je niet elke dag hoort, zoals het Oudekerksorgel in A'dam, het Steinmeyer-orgel (1922) in de Adventskerk te Alphen aan den Rijn en het 1988 verbrande Adema-orgel in Bussum. Er zitten gedigitaliseerde live-tapes tussen van meer dan 50 jaar geleden, opgenomen met het materiaal van die tijd. Opnamen uit later tijd klinken meestal beter. Erger je niet, wees blij dat zo'n oud bandje bewaard is gebleven en zo goed als mogelijk hersteld.

A. In alfabetische volgorde de componisten van wie werk op dit YouTube kanaal staat, met beknopte info.
B. Langere artikelen en meer afbeeldingen bij Kint, Cuypers, Widor en het Paleis voor Volksvlijt onderaan deze pagina.

                 ■■■■■■■■■■■■■■■■■■ A  ■■■■■■■■■■■■■■b  ■■■

BACH, J.S.
★ Preludium en Fuga in e, BWV 548
Präl. u. Fuge e-moll, hier gespeeld op het orgel van de Oude Kerk te Amsterdam, vormt een merkwaardig duo.
  Het preludium is een Allegro van klassieke schoonheid en regelmatige vorm. Het bevat een van de hinderlijke drukfouten van de NBA : de h op tel 1 van maat 4 is geen achtste, maar een kwartnoot.
  De fuga begint avontuurlijker. Ze wordt naar het thema wel "The Wedge" genoemd (de wig, het thema splitst zich nl. in een stijgende en een dalende lijn). Het kan met evenveel recht '"de trechter" of "de roeptoeter" genoemd worden. De fuga wordt na veel vijven en zessen aan het slot letterlijk herhaald ! Wat zich daar tussenin afspeelt is een raadsel. Korte reminiscenties aan de fuga worden om- en overspoeld door virtuoos passagewerk, dat allesbehalve loos is, maar de quintessens van de combinatie Pr & Fg schijnt te zijn, en een zelfstandige dramatische ontwikkeling doormaakt. Onwillekeurig denk je aan iets als een koekoeksjong, literair gesproken een verhaal in een verhaal. Na het wilde middenstuk laat de fuga zich nog eens horen alsof er niets gebeurd is. Het leven gaat door.
   Live-opname van Gerco Schaap, 19 aug 1989.

De stillegging van het orgel tijdens de kerkrestauratie1965-1975 wordt zelden genoemd. Daarna werd het orgel weer gebruiksklaar gemaakt en goed onderhouden al waren er regelmatig storingen, maar de winddruk was na het dichten van lekkages verwonderlijk stabiel. Er werd 'standaard''geklaagd over de zware speelaard, maar die klacht speelde een rol in de ideologische discussie over het wat en hoe van restauratieve werkzaamheden aan het instrument, neo-barok? Witte? Goed, het speelde zwaar, maar Jeanne Demessieux kwam op haar hoge hakken niet huilend de trap af na haar onvergetelijke concerten. Op 19 aug 1989 had ik meer last van een registratiefoutje in de fuga dan van de zware tractuur. Wie sterke vingerspieren had ontwikkeld kon er snelle loopjes en figuren op realiseren (Gert Muts, Frits Heil, Klaas Jan Mulder, Stoffel van Viegen).

Kommst du nun, Jesu, vom Himmel herunter
Thijs Kramer in 1984 op het Pelsorgel van de Petruskerk te Leiden voor de lp 'Media vita', gemaakt na de voltooiing van de restauratie en uitbreiding van het orgel in 1982.
  Rond 1746 herschreef Bach zes koraalbewerkingen, die in zijn cantates voorkomen, voor orgel, en liet deze kleine verzameling, die met het bekende Wachet auf, ruft uns die Stimme begint, drukken bij Johann Georg Schübler. Men spreekt daarom doorgaans van de 'Schüblerkoralen'. Kommst du nun, Jesu, vom Himmel herunter, dat het bundeltje besluit, stamt uit cantate 137 (±1725), waar de koraalmelodie door een altstem gezongen wordt op de tekst 'Lobe den Herrn, der Alles so herrlich regieret', met begeleiding van vioolsolo en continuo. Ik heb het stuk gekozen omdat het Petrusorgel over een mooie Schalmei 4' op het pedaal beschikt, waarmee de koraalmelodie gespeeld kan worden.

BACH, J.S. / GOUNOD, C.F.
Ave Maria
Martha de Vries (1928 - 2011, na haar huwelijk Martha Zandvliet) zingt met begeleiding van Anton van Dalen (1918 - 2012), die bijna 50 jaar dirigent-organist van de O.L.Vr. kerk aan de Keizersgracht te Amsterdam is geweest, aldaar het Ave Maria van Bach-Gounod. Ik kreeg de opname toegespeeld en plaats haar ter gedachtenis aan twee Amsterdamse kerkmusici met wie velen prettig samengewerkt hebben. Mis de eigen begeleidingsfiguren van van Dalen niet.

 

                    

 

BOULANGER, N.
Prélude
Nadia Boulanger (1887-1979) schreef in 1911 Trois pièces pour orgue ou harmonium : Prélude, Petit canon et Improvisation. Deze stukken zijn zo goed als onbekend gebleven omdat ze gedrukt zijn in een bijna onverkrijgbaar dik verzamelalbum. Zelfs Frotscher vermeldt ze niet. Mijn opname van de Trois pièces (1982) was de eerste die er ooit van verschenen is, een wereldpremière zogezegd. Ze is helaas van slechte kwaliteit (live op bandje?). Kort voor de reprise zijn drie slagen van een zware kerkklok te horen, die met de bijkomende nagalm een paar maten verrommelt. Zijn zo goed als mogelijk naar de achtergrond gedrukt.
  De vijf-manuaals (C-c4) speeltafel waarop Boulanger hier speelt is van het Wanamaker orgel in Philadelphia. Deze speeltafel was de voorganger van de huidige. De foto (1925) staat ook in het boek "Music in the Marketplace" van Ray Biswanger. Wanamaker is een reusachtig warenhuis. Het orgel heeft een 64' op het pedaal.

CHOPIN, F.

Polonaise no. 6 op. 53 'Héroïque'
Opname tijdens Concert pour la Sauvegarde des Tortues - Palais des Colonies, Tervuren, 3 maart 2000. Deze polonaise is geschreven in 1843. George Sand was Chopins muze, de enige vrouw van wie hij gehouden heeft.

CUYPERS, H.
★ Missa in honorem Sanctissimae Trinitatis & Ave Maria
Vocaal Ensemble Fioretto o.l.v. Thijs Kramer, Wybe Kooijmans orgel, Ellen Schuring sopraan, Alex Vermeulen tenor.
Opname : Wim Passchier, 7 feb 2009. St Vincentiuskerk, Volendam. Het Adema-orgel is afkomstig uit de St. Annakerk te Amsterdam, waar ik het bij pastoor v. d. Peet nog bespeeld heb.
Alex Vermeulen wordt in het Ave Maria begeleid door Thijs Kramer.
Geplaatst 25 juni. Er waren reparaties nodig, zodoende werd de video herplaatst op 30 juni 2020.
                 Dank aan de 69 +56 bezoekers die dit item in twee dagen trok, een nuttige graadmeter,
                 maar u telt niet meer mee. YouTube herstart de telling vanaf nul.

Kapel van Onze-Lieve-Vrouw van zeven Smarten.JPG  Overzicht westgevel - Ooijen - 20354074 - RCE.jpg    Bidkapel, Grote Wei - Well - 20253095 - RCE.jpg
De Kapellekensbaan ligt voor deze gelegenheid in Limburg.

1) Veldkapel gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van zeven Smarten in Lanakerveld, Caberg-Maastricht.
2) 'De Moeder-Godskapel' in Eys, Limburg.
3) Sint-Anna kapel, Blitterswijckseweg 13, Broekhuizenvorst-Ooijen, Limburg.
4) Bidkapel aan de Weideweg in Well, Limburg.

Lees het uitvoerige artikel over de Missa Trinitatis onder in deze map. Scroll down.

FAURÉ, G.
★ Cantique de Jean Racine 
Vocaal Ensemble Vocoza o.l.v. Frank Hameleers / Thijs Kramer piano.
Opname van 8 oct 1985, Kleine Zaal Concertgebouw Amsterdam.

FRANCK, C.
★ Panis angelicus
Martha Zandvliet zang, begeleiding Thijs Kramer op het Willibrordorgel te Amsterdam. Opname voor de 'gedenkplaat' in 1968.

★ La procession
Martha Zandvliet zang, Thijs Kramer op het Willibrordorgel te Amsterdam. Opname voor de 'gedenkplaat' in 1967-68.
  Zowel in het onsterfelijke Panis angelicus als in het niet minder schone La Procession heeft César Franck zijn melodieën in een contrapunctische zetting gevat. Is het in Panis angelicus een eenvoudige canon, in La procession ontvouwt zich in de begeleiding een fuga-expositie ! Het gregoriaanse Lauda Sion heeft Franck de muzikale bouwstoffen geleverd voor La procession. Het is een klein wonder van vormgeving en tekstuitbeelding geworden. De eerste regel van Lauda Sion wordt gespeeld door de Fagot-Hobo van III, terwijl de inleiding van het stuk de strijkers van II tot en met de 2' laat horen.

★ Vioolsonate deel 1 en 2

Meesterwerk, geschreven 1886. Franck (1822-1890) had moeite met de inhoud en vormgeving van lange stukken. Een boude bewering, maar toch. Grande Pièce symphonique (1862) is een 'jeugdwerk' met prachtige momenten, maar het wil niet doorlopen, valt teveel in herhaling, de muziek staat meermaals volledig stil. Geschreven  voor een grote kerk, klinken verscihillende passages beneden als een notenbrij, je hoort een orgel spelen, maar wàt het speelt ....? De sonate van Reubke bijv. houdt daar wel rekening mee. De symphonie (1886) kent treveel herhalingenr. In Prélude, choral et fugue wil aan de fuga geen eind komen. Het strijkkwartet is 'dichtgeschreven', steeds spelen de vier instrumenten tegelijkertijd, rusten zijn zeldzaam. De  mateloze chromatiek van het pianoquintet in f maakt het stuk ontoegankelijk voor de luisteraar.
  De vioolsonate is vrij van zulke bezwaarlijkheden. De violist kan zijn instrument in diverse schakeringen laten schitteren en zingen. De pianopartij gebruikt de volle omvang van het klavier, in deel 2 doet een zingende subcontra A - de laagste toon van de piano - in de melodische baslijn volwaardig mee, dus niet om als paukenslag in een akkoord (domme)kracht bij te zetten. Franck begon zijn loopbaan als pianovirtuoos, en dat zullen we weten ook.

GIGOUT, E.
Toccata
Opname van Thijs Kramer uit 1968 op het Willibrordorgel te Amsterdam voor de 'gedenkplaat' in 1967-68.
  Eugène Gigout (1844-1925), leerling van Saint-Saëns, schreef een Toccata waarin het thema (voornaamste bestanddeel : een dalende terts) steeds in een andere gestalte uit de klankenstroom opduikt. Na een sterk modulerende ontwikkeling met behulp van de dalende terts verschiijnt het in zijn laatste, meest geëvolueerde gedaante. De Toccata is, hiermee samenhangend, één groot crescendo.

KINT, C.
Fuga over B-A-C-H voor orgel
De meeste orgelwerken van Kint in deze map zijn gespeeld uit handschriften (mss). De druklegging geschiedde eerst na 2000. De handschriften verschillen onderling in kleinere of grotere mate. Soms wijken de opnamen dus af van de versie waarvoor bij de druk gekozen is.
   Cor Kint (1890-1944) werd geboren op 9 januari 1890 te Enkhuizen en overleed op 8 juli 1944 te Hilversum. Van ca. 1902 tot 1906 was hij organist in 'de Vermaning' in zijn geboorteplaats. In 1906 verhuisde Kint naar Amsterdam, waar hij van 1909 tot 1915 altviolist in het Concertgebouworkest en later leraar aan het conservatorium was. In 1940 ging hij bij de omroep werken. Kint was een van de oprichters van het Hollandsch Strijkkwartet (1912). Hij schreef rond 1935, toen Bachs 250ste geboortedag herdacht werd, een fuga over de naamletters van de tonen die in Bachs naam besloten liggen : B, A, C en H. Voorzover bekend is deze fuga zijn laatste orgelwerk. Het stuk draagt opusnummer 41. Uitgegeven bij Boeijenga in deel 2 van Kints orgelwerken. Als aanvulling op het editiecommentaar merk ik hier op dat Kint met een parallelle quint de aandacht vestigt op maat 48 (=2•1•3•8 dwz B•A•C•H), en in m 41 (=9+18+14 dwz J+S+Bach) de zestienden van het thema in achtsten verandert. Zie verder hieronder en de website over Cor Kint.
  De Fuga over B-A-C-H van Cor Kint is uit het ms op het Garrels-orgel in Maassluis gespeeld. NCRV-opname uit 1989, met toestemming van Beeld en Geluid na betaling voor drie jaar op Youtube geplaatst.  De opname is nogal vlak. Het stuk is van begin mf tot einde ff op een manuaalwisseling na crescendo gespeeld, maar uit de weergave van de opname blijkt dat nauwelijks. Had ik maar . . . Ik wil maar zeggen : een opname is niet heilig, er moet dikwijls aan gesleuteld worden. -- Kints keuze van de toonaard g is bepaald origineel.

★ Fantasie over Een vaste Burg is onze God

-- In 1986 en 1987 concerteerde TK op het orgel van de Vituskerk in Bussum, dat op 4 oct 1988 door een interieurbrand vernietigd werd. Het was het grootste en mooiste symfonische orgel in het Gooi, drie manualen, 32' in het pedaal, afkomstig uit de O. L. Vrouwekerk in Gouda, gebouwd door P.J. Adema & Zoon in 1902 . In 1965 werd het in Bussum geplaatst. Het orgel kon onwaarschijnlijk zacht spelen. Van het concert op 13 sept 1987 is een opname opgedoken, met een handapparaatje gemaakt door een concertbezoeker. Er was veel aanr te sleutelen.
-- Het handschrift van de Fantasie over Een vaste Burg, opgedragen "Aan mijn Vriend R.G. Crevecoeur, Organist der N. Herv. Kerk te Enkhuizen", is gedateerd 26-4-16 ; In 1919 of iets eerder werd het werk gedrukt. Crevecoeur voerde het voor het eerst uit op 15 aug. 1917. Het is een van Kints beste werken. Jan Zwart, Piet van Egmond en anderen speelden het graag, en ook nu is het nog niet vergeten. De anti-romantische gezindheid in de Nederlandse orgelwereld is op zijn retour, en de liefhebbers van rijke harmonieën komen bij Kint volop aan hun trekken.
-- De cd-opname (TK) van Kints 'Een vaste Burg is onze God', op. 24, is in 1990 op het Willibrordorgel in de Haarlemse basiliek gemaakt.
Aan de allesoverheersende Bazuin 16' heeft Hubert  Schreurs (1904-1981, schoonzoon van Sybrand Adema) niets willen veranderen, zodat meteen de eerste bladzijde van Een vaste Burg al niet om aan te horen is. Bij gebrek aan beter heeft de cd enige tijd op het  YouTubekanaal TK&EK gestaan. Gelukkig zijn er een paar cassettebandjes opgedoken. Daarmee konden wij de cd-opname van Haarlem vervangen door een live opname met een normale bazuin, gespeeld op wijlen het Adema-orgel van de Vituskerk in Bussum.

cd-opname :

★ Fantasie over Een vaste Burg is onze God

-- Kint laat in maat 1-2 de noten van J.S. Bachs naam horen : H-C-A-B (Ned. b  is in het Duits h, Ned. bes is b).Twintig jaar voordat Kint de fuga op B.A.C.H schreef wist hij al dat Bach zelf hier en daar zijn naam in noten als een signatuur aanbracht. Immers, hoeveel Johannespassies zal Kint met zijn scherpe oren op zijn viola d'amore gespeeld hebben ?


In het slotkoraal van de Johannes-Passion plaatste de componist zijn signatuur in retro, vóór de slotregel ""Iich will dich preisen ewiglich"..

-------------------------

In dit verband wil ik aandacht vragen voor het tweede deel (Adagio assai) van Ravel's pianoconcerto en sol, waar Ravel in een bitonaal angehauchte passage diens naam hoorbaar versleuteld heeft (zie nevenstaand nvb), als hommage aan Bachs harmonieën, lijkt mij --. In m 46 klinken eerst H en C tegelijk, vervolgens B en A. De volgende vier mm zijn identiek aan mm 46-49, maar een hele toon lager getransponeerd, zodat het B.A.C.H. in m 50 nog wel hoorbaar is maar niet meer zichtbaar in de gedrukte noten. De dissonanten in m 47 zijn C en H, hier met een kruisje gemarkeerd. Hun plaatsing correspondeert met de B A in m 51.

   Alsof dat niet genoeg is, haalt Ravel Bachs bekendste orgelwerk erbij, de Toccata en Fuga in d ('de epidemische'),  Ravel schurkt na maat 79 herhaaldelijk tegen de eerste tien noten van het fugathema aan en lijkt zich bewust te zijn van de hypericonische roep van de toccata :
                      a   g   ááá
het inbegrip van "een stuk prachtige orgelmuziek', dat vroeger dezelfde status had als nu de juichkreet tadááá....!

Ik vat daarom dit Adagio assai op als een fantastische hommage aan J.S. Bach, die bijv. in zijn Fantasia en fuga in g zulke voor zin tijd ongelofelijke harmonische wendingen 'hineinzauberte'. Enkele voorbeelden van Ravel's aanhalen van Bachs Toccata en Fuga  hieronder.

met haken.png
Bij mijn weten is er nooit op gewezen dat de beginnoten van Bachs Toccata en Fuga gelijkluidend zijn. Heeft Ravel dat wèl opgemerkt ?

Ik denk van niet, maar nvbb als het onderstaande blijven toch intrigerend..
 Haken boog.jpg

Voor de mordent op de eerste noot van Bachs toccata  BWV 565 geniet a g a mijn voorkeur boven a g# a, 1) omdat het ornament op de bovenquint (de dominant) van de toonaard d staat - 2) omdat Bach zelf in de derde maat ci# bij d en in de vierde maat g bij a gebruikt.

          

          

In mijn jonge jaren werd ik vaak gevraagd om "tada dáá"  of  "dat stuk van Widor" (Toccata 5e Symphonie) bij een feestelijke bijeenkomst of echtvereniging te spelen. Voor velen hoorde het orgel toen nog bij het leven van alledag, maar de ontkerkelijking bracht kerk- en dus ook orgelafbraak met zich mee. Het orgel is in de marge van de muzikale scene terechtgekomen.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

-- De toonaarden zijn achtereenvolgens g-G-D-Es-D. Onderdominant, mediant van de onderdominant, en hoofdtoonaard.. Dat Kint daarmee Soli Deo Gloria zou bedoelen lijkt me onwaarschijnijk. De noten Es G  vormen de kiemcel.

-- Kint gebruikte een z.g. kiemcel : een secunde gevolgd door een terts of omgekeerd, afkomstig uit de melodie (in C) : c c c g h c a g . Hij moet gretig en grondig  tot zich genomen hebben hoe Franck -  de 'vader van de kiemcel' - in zijn vioolsonate de cyclische werkwijze hanteert. Beide stukken, Franck's vioolsonate en Kints Vaste Burg, spreken dezelfde taal. . . .



Zie voor verdere bespreking van Kints Een vaste Burg het commentaar in TK's editiie (Boeijenga Leeuwarden).

De firma Adema verwierf in 1871 roem door de bouw van het orgel in de Amsterdamse Mozes en Aäronkerk. Het nieuwe klankidioom en de vooruitstrevende technieken in dit instrument toegepast zouden in een tijd van katholieke emancipatie en – daaruit voortvloeiend – groot-schalige kerknieuwbouw tot belangrijke opdrachten hebben kunnen leiden. Helaas bleven de orders uit. Men vervaardigde op Ferwerd (1873, II/ped/27) en Oudkarspel na slechts kleine orgels. Door Philbert geïnitieerde noviteiten als dubbele laden, strijkende registers en overbla-zende fluiten werden (deels) toegepast in o.a. de Hervormde kerk te Valkoog, St.-Jacobsge-sticht in Amsterdam en de St.-Werenfriduskerk te Workum. In 1877 werd een faillissement over de firma Adema uitgesproken. Dit betekende het einde van de samenwerking tussen Carel en Piet. De broers zetten ieder een nieuw bedrijf op: Carel en zijn zonen continueerden de Friese tak tot 1941, de Amsterdamse firma werd door Piet en later diens zonen Sybrand en Joseph, ieder afzonderlijk, voortgezet.

 


image.png
De Standaard, 1 nov 1900 -- P.J. Adema & Zoon

 

      

image.png

De Tijd, 23 juni 1908 -- P.J.Adema & Zonen

image.png

De Tijd, 31 jan 1926 -- Fa, Joseph Adema

 

 

De Tijd, 11 febr 1943 -- Firma Adema-Schreurs

image.png
Deli Courant 30 aug 1919 -- firma S. Adema
 

 

C.B. Adema (Karel, 1824-1905) begon samen met zijn broer P.J. Adema (Piet,. Petrus Josephus, 1828-1919) in 1855  te Leeuwarden de orgelmakerij Gebroeders Adema). Piet opende in 1869 een firma-tak in Amsterdam. In 1877 gingen de broers uiteen. Karel bleef in Leeuwarden (C.B.  Adema en Zonen), Piet (1828-1919) vestigde zich definitief in Amsterdam. Zijn bedrijf (P.J. Adema & Zonen) werd in 1919 afzonderlijk voortgezet door twee van zijn zonen, Sybrand (1860-1926) en Joseph (1877-1943). In 1943 nam Hubert Schreurs (1906-1981) het bedrijf over onder de naam 'Joseph Adema Amsterdam;  Hubert Schreurs,' in 1958 gewijzigd in Adema's Kerkorgelbouw van 1854 (sic! op r www.adema-kerkorgelbouw.nl/)

 

Grande Sonate

              image.png

HILVERSUM - In de R.K. Clemenskerk aan de Bosdrift zal woensdag 12 augustus 1987 een bijzonder concert plaatsvinden. Op het fraaie Steinmeyer-orgel uit 1923 zal de organist Thijs Kramer werken spelen van de in 1944 in Hilversum overleden componist Cor Kint.

De Hilversumse organist en koordirigent Thijs Kramer, een warm pleitbezorger van orgelmuziek uit de romantiek en zelf componist van een orgelsymfonie, raakte geïnteresseerd in het werk van Cor Kint en startte enige tijd geleden een diepgaand onderzoek naar biografische gegevens en nagelaten composities van Kint. Daarbij stuitte hij onder meer op een grote f-moll sonate voor orgel, die geheel in de vergetelheid is geraakt en nooit is uitgegeven. Het is dit werk, dat centraal staat in het Cor Kint-concert dat Thijs Kramer op 12 augustus gaat verzorgen. De gewaardeerde violist Dick de Reus, die Kint nog persoonlijk gekend heeft, zal medewerking verlenen in enkele werken voor viool en orgel.

          P R O G R A M M A B O E K J E          [invoegingen en correcties tussen haken]
COR KINT werd in 1890 te Enkhuizen geboren. In datzelfde jaar vestigde zich te Enkhuizen Reinhart Gerrit Crevecoeur (1867-1945) als organist aan de Westerkerk en stadsbeiaardier. Weldra was hij dirigent van alle plaatselijke muziekgezelschappen, en onder zijn leiding ontwikkelde zich een boeiend plaatselijk muziekleven.
  De begaafdheid van de jonge Kint trad al vroeg aan de dag. Hij kreeg fluit- en vioolles van J.P. Roda en mocht al snel optreden o.l.v. Crevecoeur, eerst op de kinderconcerten van Toonkunst, vanaf zijn tiende jaar met 'de grote mensen' ; Van Crevecoeur, die men tegenwoordig een mentor zou noemen, kreeg Kint de basis van het allround muzikantschap. Na het doorlopen van de HBS (met Latijn) in Enkhuizen vestigde Kint zich in Amsterdam, waar hij zijn studies afmaakte en in 1909 altviolist in het Concertgebouworkest werd. In 1915 verliet hij het orkest om zich meer aan compositie, ensemblespel (Hollandsch Strijkkwartet) en solospel (viola d'amore) te kunnen wijden.
  In 1940 ging hij in Hilversum wonen, waar hij als jongeman vóór de eerste wereldoorlog al als solo-violist met een begeleidend groepje musici in Hof van Holland had gespeeld. Kint was, zoals de meeste orkestmusici van zijn tijd, heel goed thuis in de 'betere lichte muziek'.
  Een eventuele rol van Kint in het verzet is onwaarschijnlijk. We weten alleen dat hij eenmaal met verboden drukwerk in zijn fietstas is opgepakt, maar weer vrijgelaten. Zijn vrouw, Jenny Couperus, hielp [naar eigen zeggen] met een vriendin in Amsterdam en Rijssen joden en geallieerde piloten. [Ze was veel in het A'damse nachtleven te vinden om daar informatie op te doen. Belcampo moest lachen om haar verhalen.
In 1944 overleed Cor Kint aan een buikvliesontsteking, een maand na de invasie in Normandië. Hij werkte op dat moment aan een Fantasie over het Wilheimus. Het eerste deel daarvan is een treurmars met het Wilhelmus eringevlochten. Deze orgelcompositie is helaas onvoltooid gebleven.

TOELICHTINGEN [bij stukken op het Clemensorgel gespeeld, opgenomen door Gerco Schaap]

De Hymne voor viool en orgel, gedagtekend 26 oct. 1915 is opgedragen aan Louis Zimmermann, toenmalig concertmeester van het Concertgebouworkest. . Het is typische 'violistenmuziek': in zoverre dat de begeleiding een ondergeschikte rol speelt. Maar zei is bij Kint wel degelijk uiterst belangrijk --- voor de harmonieën, voor de sfeer.
De Prélude pastoral is in 1926 in druk verschenen. Wanneer het stuk geschreven is, is niet. bekend. Het  s een van zijn kortere stemmingsstukken, opgedragen aan Willem de Vries, in die dagen organist van de Groote Kerk te Nijmegen.
De Romanze van Svendsen is geplaatst omdat het een repertoirestuk van de violist Kint was. Live opgenomen in de Clemenskerk te Hilversum op 12 aug 1987 door Gerco Schaap.

Grande Sonate (1914). Kint had een nevenbaan (zoals vele orkestleden, denk aan Simon Kroon) in de jaren '10, als organist in een kerk in of buiten Amsterdam, met een behoorlijk orgel en een capabele cantorij. De tijd waarin hij ook Kerstzang schreef. Ik twijfel er niet aan dat Kint zijn orgelwerken zelf kon spelen, zie zijn biografie en opleiding. Nul de Sonate uitgegeven is, maakt met name het eerste deel kans eveneens in de algemene waardering te worden opgenomen.
   Alleen het eerste deel staat op YouTube, bij gebrek aan opnamen van de andere delen. Na een fantasierijke inleiding volgt een stuk in de klassieke sonatevorm A-B-A. Het eerste thema is een opgewekt speelstuk, dat zonder overgang gevolgd wordt door een energiek tussenthema, waarvan het hoofdmotief in de 'zigeunertoonladder' (c d es fis g as h c) geschreven is. Het mondt uit in een dramatische passage, die plotseling afbreekt en plaats maakt voor het tweede thema, het zangthema. Dat kenmerkt zich door een ongelofelijk zacht begin -- tegenwoordig zijn de orgels die een echt pp konden voortbrengen gemoderniseeerd of verdwenen -- en een onwaarschijnlijk fraaie reeks van harmonieën, waar Kint het patent op had. In B, de doorwerking, ligt het hoogtepunt van het stuk : Kint omspeelt daar het fugathema van het laatste deel met motieven uit het hoofdthema van A. Andere orgels met zo'n pp waren de Vitus in Bussum en de Mozes & Aäron in Amsterdam.
   Aan het slot wilde Kint een soort begeleide pedaalsolo brengen, met Largamente aangeduid. Hij zal zelf wel met dit ongelukkige idee in zijn maag hebben gezeten, vermoed ik. Ik beken dat ik die pedaalpassage weleens gespeeld heb, maar meestal weggelaten of vervangen door een korte vrije cadens waarin ik Bachs Toccata in F en Francks Final verwerkte.
    De opname van de sonate moest danig bewerk wordent. Het was de eerste keer dat ik het stuk, waarvan ik kort tevoren een handschrift had gekregen, speelde. Nauwelijks voorbereid, de organist was hier en daar hoorbaar in paniek. Later kreeg ik een opname uit Alphen uit hetzelfde jaar, ook op een Steinmeyerorgel, duidelijk beter, maar ik heb de geestdrift die van die eerste keer afspat nooit vergeten en deze opname op YouTube gezet, waarbij Alphen, veel correcter gespeeld, als welkome achtervang diende. Beide orgels waren niet goed gestemd, een voor de Trompet 8' niet op te lossen probleem. Maar sommige labiaaltonen gaven daardoor een lichte zweving die nu en dan niet onwelkom was.

★ Adagio religioso

In welke sfeer Kint het Adagio religioso [A.r.] gedacht heeft, kan misschien afgeleid worden uit het feit dat hij het hoofdthema van het A.r. een paar jaar later gebruikte in het middendeel (vanouds de consolation) van zijn Marche Funèbre op. 30, die in 1924 bij Seyffardt te Amsterdam is uitgegeven. De vorm van het lange en onbekende Ad. rel. wordt hieronder uitgebreid beschreven, zodat men de componist gemakkelijker in zijn fantasierijke vormgeving kan volgen.
   Na een korte inleiding klinkt het hoofdthema, een lang uitgesponnen cantilene. Die wordt gevarieerd herhaald, waarna uit de slotmaten een tweede thema gevormd wordt. Hier openbaart het 'religioso' zijn betekenis. Ik wil geen interpretatie opdringen, maar opmerken dat het eerste thema zonder opmaat begint (mannelijk), het tweede uit het eerste gevormd wordt en een opmaat heeft (vrouwelijk). Beide thema's verenigen zich. Ik associeer deze gegevens met het Genesis-verhaal en noem voor mijzelf de thema's Adam en Eva. Beide thema's laten zich canonisch horen. Dan worden ze gecombineerd op een rollende pedaalfiguur in 12/8 maat in F, de pastorale toonaard. Deze figuur zou normaliter een octaaf hoger liggen. Wat Kint bewogen heeft de figuur een octaaf lager te leggen, daar mag ieder het zijne van denken. Onderwereld ? Hades ? Tenslotte klinkt het eerste thema weer in de hoofdtoonsoort, Des majeur, majestueus, in de eerste maten begeleid door dubbelpedaal, en gecombineerd met het tweede thema. Mogelijk heeft Kint dit tot zover als een compleet stuk gezien, dat Andante amoroso zou hebben kunnen heten. Vandaar de illustratie van Rodin.
  Maar hij besloot de vleugelen wijder uit te slaan. Het vervolg opent met een zonderling duet (più vivo). de 'melodie' [A] begint met m. 3 en 4 van 'Adam', de tegenstem [B] bouwt zich op uit de laatste drie noten van [A]. Het contrapunctisch gestel is vier maten lang in orde, daarna gaat het een beetje mis. [B] geeft na vijf maten de indruk dat Kint met dit duet nog niet klaar was. Het wordt al snel een ongemakkelijk trio, door een toegevoegde pedaalpartij op het moment dat de beide stemmen contrapuntisch van plaats wisselen. [A] weet zich redelijk te handhaven, maar in [B] loopt het totaal uit de hand. Het pedaal intoneert viermaal een fragment van vier noten uit een koraalmelodie (geen bestaande melodie, maar een door Kint gecomponeerde; vergelijk de Chorals van Franck en Andriessen), die ik hier Cantus firmus noem. Het trio eindigt onbestemd, waarop het koraal ingrijpt, mf en allegro. Tussen de koraalregels in horen we motieven uit de voorgaande muziek. Dan voert een combinatie van het duetthema in canon en het tweede thema in een snel crescendo tot een fortissimo. De oppergod Zeus (Jupiter) grijpt bliksemend in. De strijd is ten einde. Rust daalt neer. De prent toont een schilderij van Dirk de Vries Lam, tekenleraar aan de HBS van Enkhuizen, Een oorlogsinvalide loopt in het gehavende centrum van Veurne. Met het hoofdthema klinkt Adagio religioso uit.
  Ik zou het stuk een meditatieve elegie willen noemen, niet in de betekenis van klaagzang maar van 'vredig levensgevoel', onderbroken door de lelijke realiteit van alledag. In Kints Marche funèbre hoor ik nauwelijks een element van troost maar veeleer een elizisch (elizeïsch) visioen van voorbije - en wie weet komende - dagen. Het is geen sentimentele maar krachtige muziek die Kint schrijft.
   Op 8 juli 1988 heb ik het A.r. op het grote orgel in de Nieuwe Kerk in Katwijk gespeeld, een ideaal instrument, maar de opname is bij de organisatoren zoekgeraakt. Toch mag dit bijzondere stuk hier niet ontbreken. We hebben het samengesteld uit grote bewaarde fragmenten van andere concerten. O.a. mm 102-119 moesten (registratiefouten) opnieuw gemaakt worden. De tussenspelen tussen de koraalfragmenten zouden alleen met de strijkers van II moeten klinken, maar dat laat zich niet herstellen. Er komt wel een betere opname als het Adagio religioso in de belangstelling komt te staan. Daar wil deze opname toe bijdragen.
                De eerste drie regels van onderstaand gedicht staan in de bundel De tuin van Eros, als slotvers van de cantilene Vera Janacopoulos van Jan Engelman (1900-1972). De overige coupletten zijn van TK.

 

violen vlagen op het mos een Cantus firmus wrikt zich uit de aarde,
elysium, de vlinders los hoger en hoger, zweeft als een scheepsmast
en duizendjarig dolen langs en over de verwarde geesten
   
Elders zwoegen Hades' bannelingen ontzag bewerkt zijn stem, bezweert,
verdoemden aan de rand der aarde beveelt bezinning, smoort het straatgewoel,
donder rommelt in het duister geeft Kreutzers muze rust, Zeus' bliksems kraken
   
middenwerelds valt het volk uiteen nòg vlieren vlinders in elysium
er groeit een gekte in die koppen wier leeftij giftig fipronil vernielt
dreigend oproer rel na rel nòg strijken violen prachtig hoe onmachtig

 

Illustraties
De illustraties ('het filmpje') zijn natuurlijk niet voor deze opname - de eerste die wereldwijd verschijnt - gemaakt, maar hrbben hun eigen achtergrond, of geen achtergrond. Op het schilderij van Zeus zijn we zo vrij geweest de bliksems in te voegen. Geheel reëel is dan weer 'Na den oorlog', waarvan we de plaats waar de oorlogsinvalide loopt, in Veurne, dicht bij zee, achterhaald hebben.

Prélude pastoral  
Live-opname door Jos van der Linden, 16 mei 1992. Willibrordorgel Haarlem. Zie het editiecommentaar.

★ Berceuse romantique 
Live-opname door Jos van der Linden, 16 mei 1992. Willibrordorgel Haarlem. Zie het editiecommentaar.

★ Hymne voor viool en orkest

 

 

   


Marcel Dohmen
, viool, Randstedelijk Begeleidings Orkest

o.l.v. Thijs Kramer, live, tijdens een concert in de Naarderkerk op 7 oct 2006.

Onderstaande hoestekst is overgenomen van de tweede oplaag van de cd die indertijd verschenen is.

Veel informatie over Cor Kint is te vinden op
www.corkint.info

Cornelis (Cor) Kint (* 9 jan.1890, † 8 juli 1944) woonde en werkte tot 1906 in Enkhuizen, tot 1940 in Amsterdam, en van 1940 tot zijn overlijden in Hilversum. In 1922 huwde hij Jansje (Jenny) Couperus (* 1898 te Bolsward). Kints vootouders woonden al eeuwen in Enkhuizen.
  Begonnen als een soort wonderkind was hij vroeg rijp. Van 1-9-1909 tot 1-9-1915 speelde Kint als altist in het Concertgebouworkest onder Mengelberg. Daar maakte hij Mahler (VII, 1909) en Strauss (1915) mee als dirigent van eigen werk, en zat een paar stoelen van Rachmaninoff vandaan toen deze in 1911 zijn Derde Pianoconcert speelde. Van 1911 tot 1922 was hij altist in het mede door hem opgerichte Concertgebouw-Quartet, dat na een jaar onder de beroemd geworden naam Hollandsch Strijkkwartet verder ging. Met uitzondering van de oorlogsjaren, 1914-1918 maakte het tournées door West- en Middeneuropa met inbegrip van Skandinavië en enkele zuidelijke landen. In 1923 verruilde Kint dit reizend bestaan voor een positie als leraar aan het Amsterdamsch Conservatorium voor viool, viola en viola d'amore. Vooral met dit laatste instrument bleef hij solistisch optreden; ook gaf hij in de 30er jaren bij Duitse uitgevers tientallen 18e-eeuwse werken voor viola d'amore uit. In 1912 speelde hij bij het Concertgebouworkest o.l.v. Evert Cornelis een altsolo (in Berlioz' Harold in Italie?). In 1913 voerde hij met hetzelfde orkest o.l.v. Cornelis Dopper zijn eigen "Concert voor Alt-viool en orkest" uit. Hij schreef o.m. twee strijkkwartetten, een suite voor strijkorkest, een blazerskwintet en liederen.
Zijn belangstelling voor het orgel markeerde het hoogtepunt van zijn scheppende leven in de jaren 1913-1917, met grote orgelwerken als de onuitgegeven Grande Sonate (1914) en de gedrukte Fantasie over Een vaste Burg (1915), waarmee hij zijn naam heeft gevestigd, en die altijd repertoire heeft gehouden.
    Ofschoon succesvol in zijn carrière als uitvoerend en scheppend kunstenaar begon het al voor 1920 tot hem door te dringen dat hij als niet-avantgardecomponist niet meetelde in het Nederland van Willem Pijper en Sem Dresden. Maar op de weg van Stravinsky en Schönberg wilde hij niet meegaan. Ook had hij vermoedelijk naar zijn eigen gevoel het einde bereikt van zijn ontwikkeling in het Westerse toonsysteem. In 1921-22 maakte Kint een crisis door. Binnen de traditionele harmonieleer had hij sinds ca. 1912 nieuwe expressiemogelijkheden gevonden, die hem een tijdlang een eigen niche verschaften in het vaderlandse componeren. Over de "prachtige harmonieën" van Kint werd gesproken door de bewonderaars die zijn composities en improvisaties kenden: leerlingen, concertbezoekers en de weinige organisten die zijn Vaste Burg konden spelen. Een groot publiek bereikte hij dus niet.. De overbescheiden componist kreeg zijn Grande Sonate – waarvan het eerste deel de Vaste Burg naar de kroon steekt – niet uitgegeven, ander werk voorzag hij niet eens van een opusnummer en gaf het niet op aan BUMA. – Na 1922 nam zijn produktie sterk af, en de geïnspireerdheid van zijn eerdere werk is eigenlijk alleen nog te vinden in de kleinere orgelwerken Prélude pastoral (1925, nog steeds veel gespeeld) en Fuga over b-a-c-h (1935, in 2006 bij Boeijenga uitgegeven). En in de bewerking van zijn Hymne op. 8.
    Deze Hymne uit 1915 (uitgegeven 1917 bij Seyffardt) is zo niet zijn chef-d'œuvre, dan toch een van zijn mooiste werken. Oorspronkelijk geschreven voor viool en orgel (of harmonium), werkte Kint in 1938 de Hymne om voor viool en orkest (onuitgegeven, pas eind 2008 bij Boeijenga verschenen). Die partituur geeft ons enig idee van de manier waarop Kint de begeleidende orgel- / harmoniumpartij gespeeld wilde hebben. Maar tevens is bekend uit interviews met oud-leerlingen die de Hymne studeerden en op les door Kint op piano of vaker op harmonium begeleid werden, dat Kint het betrekkelijk eenvoudige accompagnement speelde alsof het een echte orgelpartij of een klavieruittreksel was, kortom, hij waardeerde het accompagnement op tot een volwaardige partner van de solistische vioolpartij met behulp van de ‘trucs’ die een ervaren en handige begeleider in zijn arsenaal heeft.
   Gerard Mulder (concertmeester van het Orkest van de Omroep, evenals Kint leraar aan het Amsterdamsch Conservatorium) zou met Egbert Veen op Zorgvlied de Hymne bij Kints begrafenis spelen. Maar door stroomuitval o.i.d. kon het orgel niet bespeeld worden. Een harmonium te laten bezorgen of snel ergens te te ‘organiseren’ in Amsterdam-Zuid had te veel oponthoud en onrust met zich meegebracht, oordeelde men. Kint is op 13 juli 1944 zonder zijn Hymne begraven. Zijn nagelaten werken, door mij verzameld, liggen in het Westfries Archief te Hoorn.
  Deze opname werd gemaakt tijdens een concert van de Nederlandse Händelvereniging op 7 oct. 2006 in de Grote Kerk te Naarden door Marcel Dohmen viool en RBO Sinfonia o.l.v. Thijs Kramer.
  Geluidstechniek Wim Passchier.


Hymne voor viool en orgel  
Het origineel uit 1915 voor viool en pedaalharmonium / orgel. Plaatsing volgt.

TK over Cor Kint aan de tafel van Tjako, jan 2013, RTi Hilversum en Gooi TV.
Zie hier de uitzending Interview begint bij 10'13".

TK over o.a. Hella Haasse en haar moeder Käthe Diehm-Winzenhöler aan de tafel van Tjako, sept 2015.
Zie hier de uitzending


KRAMER, Th.
★ Toccata voor orgel  plaatsing volgt
Thijs Kramer 1990 op het Will.-orgel in de St. Bavo te Haarlem. Toccata uit zijn orgelsymphonie Media Vita.
  De orgelsymphonie Media Vita voor orgelsolo werd in de jaren 1984/1985 geschreven. De gregoriaanse melodie 'Media Vita' kan ad libitum na deel IV (In memoriam) gezongen worden. De Toccata, het eerste deel, ontstond al rond 1970 (evenals fragmenten uit de andere delen). De componist/organist was destijds van mening dat hij het vak onvoldoende beheerste en bracht het stuk derhalve niet in druk en beperkte zich tot twee uitvoeringen : ter gelegenheid van de inhuldiging van het Willibrordorgel in de St. Bavo Basiliek in Haarlem op 21 maart 1971, en tijdens een televisieopname van de NCRV uitgezonden op 18 januari 1972. TK werkte verder aan de symphonie totdat die uit zijn voegen barstte. Een cd van het overvoltooide stuk verscheen 1990. Het was te lang. Aan een nieuwe editie wordt gewerkt.

 

★ Terar dum prosim
Deel 3 uit de orgelsymphonie Media vita van Thijs Kramer - uitg. Boeijenga Veenhuizen, nu Boeijenga Music Publications, Leeuwarden. Dit deel is in een paar weken tot stand gekomen en heeft niet onder de uitbreidingsdrift van de componist geleden. Hij speelt op het Garrels-orgel in Maassluis.

Zie hier de partituur.

★ In memoriam
Het In memoriam uit Media vita is van de latere toevoegingen ontdaan en klinkt hier in zijn oorspronkelijke vorm. De cd (1990) van dit In memoriam is uit meerdere takes samengesteld, waar we veel last van hadden, we hebben zelf het nodige recht proberen te knutselen en drukfouten te corrigeren. We hopen dat van dat alles weinig te horen is.
   Om speculaties te voorkomen : dit stuk is geen muzikale schets van de persoon aan wie het opgedragen is.

MENDELSSOHN BARTHOLDY, F.

Elas en France.

Contrairement à l’oratorio Paulus écrit dix ans plus tôt, dans Elias, achevé en 1846, Mendelssohn renonce à la voix du narrateur. Ce sont les personnages eux-mêmes qui incarnent les épisodes de la vie du prophète Élie. La partition fait usage de toutes les textures vocales, depuis la fugue ou le canon jusqu’à l’écriture harmonique du choral.

Celui-ci travailla une dizaine d'années à sa pièce, lui conférant d'amples séquences chorales adaptées au besoin des institutions européennes de son temps,

Elias est joué à Paris, en entier, en 1857, sous la direction de Pasdeloup au Cirque des Champs-Elysées.

Het eerste thema van het 2e deel van Franck's vioolsonate toont overeenkomst met het fugathema in de ouverture van Mendelssohn’s Elias.

Elias est joué à Paris, en entier, en 1857, sous la direction de Pasdeloup au Cirque des Champs-Elysées.

Queen Anne


★ Hebe deine Augen auf
Engelterzett uit 'Elias'. Vocaal Ensemble Fioretto (SSA) o.l.v. Thijs Kramer. Opname : Paul Houba, Grote Kerk Naarden, 26 dec 2010

★ Heilig, heilig
Heilig, heilig uit 'Elias'. Koor Nederlandse Händelvereniging, Annette Beekman solo, Händelfestspielorchester o.l.v. Thijs Kramer. Generale repetitie van de Urfassung van 'Elias' in het Gewandhaus te Leipzig, 1 oct 1993. Video-opname gemaak door door Martin Bruins.

★ Wer bis an das Ende beharrt

Uit 'Elias'. Vocaal Ensemble Fioretto, Wybe Kooijmans, piano o.l.v. Thijs Kramer. Opname tijdens Concert pour la Sauvegarde des Tortues - Palais des Colonies, Tervuren, 3 maart 2000.

★ Slotkoor Elias   plaatsing volgt

★ Höre Israel   plaatsing volgt
Elias fut écrit, entre autres, pour la grande soprano Jenny Lind, le « rossignol suédois » cher au cœur du compositeur.

MOZART, W. A.
★ Ave verum
Ave verum van Mozart. Vocaal Ensemble Fioretto en RBO Sinfonia o.l.v. Thijs Kramer. Opname : Paul Houba, Grote Kerk Naarden, 4 mei 2009.

★ Delen uit Requiem   

Thijs Kramer en MOZART - kritische uitgave van delen uit Mozarts Requiem.

Vocaal Ensemble Fioretto, Elma vd Dool (sopraan) en RBO Sinfonia o.l.v. Thijs Kramer. Opnames van Paul Houba uit 2007, 2009 en 2012 in de Grote Kerk te Naarden en de Kruiskerk te Nijkerk.


Het Requiemhandschrift van Mozart is een torso, gedeeltelijk aangevuld door Mozarts leerling Süßmayr en anderen. Van het Amen dat het Lacrymosa had moeten besluiten is een schets van Mozart bewaard. Sinds de ontdekking van die schets in 1962 hebben velen getracht dat ontbrekende Amen te schrijven. Het Amen dat ik (TK) geschreven heb is voor het eerst door de NHV in 1993 uitgevoerd, en door een aantal leden van de NHV in Han Reizigers tv-programma "Reiziger in muziek" gezongen. Sanctus en Hosanna heb ik eveneens vervangen, op grond van teveel Süßmayr en te weinig Mozart.
Evenals later bijv. Brahms, Fauré, Duruflé, en eerder Bach in Hohe Messe en MP (2x) gedaan hebben, zou Mozart naar mijn gevoelen een langzaam indringend deel in het centrum van zijn Requiem hebben willen plaatsen. Ik heb gekozen voor het Ave verum, dat Mozart in 1791, in zijn sterfjaar, tegelijk gecomponeerd heeft. Hij kwam in Baden op de gedachte.

Anton Herzog, Geiger, Lehrer der Patronatsschule des Grafen von Walsegg und Stuppach in Klamm am Semmering, schrieb den Bericht Wahre und ausführliche Geschchte des Requiem von W. A. Mozart. Vom Entstehen desselben im Jahre 1791 bis zur gegenwärtigen Zeit 1839.

Hieruit enkele citaten.

Das Requiem, das jährlich am Sterbetage der Frau Gräfin aufgeführt werden sollte, blieb länger aus, denn der Tod überraschte Mozart in der Mitte dieser ruhmvollen Arbeit. Nun war guther Rath theuer. Wer sollte sich herbeylassen einem Mozart nachzuarbeiten ? Und doch mußte das Werk vollendet werden, denn die Wittwe Mozart, die sich wirklich, wie bekannt ist, nicht in den besten Umständen befand, hatte den Betrag vonhundert Dukaten dafür zu empfangen. Ob Vorauszahlungen geschehen waren, ist uns nicht genau bekannt worden, obschon Gründe dafür sprechen. Endlich ließ sich Süßmayr herbey, das angefangene große Werk zu vollenden. […]
  Da nun alle Auflagestimmen ausgeschrieben waren, so wurde sogleich die Einleitung zur Aufführung des Requiem getroffen. Weil sich aber in der Umgegend von Stuppach, nicht alle dazu geeigneten Musiker aufbringen ließen, so wurde veranstaltet, daß die erste Aufführung des Requiem in Wiener Neustadt geschehen sollte. […]
Am 12. Dezember 1793 wurde Abends auf dem Chore in der Cisterzienzer-Stiftspfarrkirche zu Wiener-Neustad [Kirche des Stiftes Neukloster] die Probe, und am 14. Dezember um 10 Uhr ein Seelenamt in der nähmlichen Kirche abgehalten, wobey dieses berühmte Requiem zum ersten Mahle, zu seinem bestimmten Zwecke, aufgeführt wurde. Herr Graf von Walsegg dirigierte selbst das Ganze.
  Am 14. Februar 1794, am Sterbetag der Fr. Gräfin wurde das Requiem in der Patronatskirche des Hr. Grafen, zu Maria-Schutz am Semmering aufgeführt, und von dieser Zeit an wurde davon von dem Hr. Grafen sonst kein Gebrauch gemacht, als daß er dasselbe in Quintetten für Streichinstrumente setzte, deren Partitur ich auch einige Jahre in meiner Verwahrung hatte.

Diejenige Partitur des Requiem, welche von Süßmayrs Hand geschriebben seyn soll, habe weder ich, noch sonst jemand, außer dem Hr. Grafen, je zu Gesichte bekommen.

Süßmayr zal in 1794 de partituur samen met de dukaten die Mozart nog toekwamen, aan Constanze overhandigd hebben.

NIELAND, J.
Marche Triomphale
Opname uit 1968 op het Willibrordorgel te Amsterdam.
  Jan Nieland (1903-1963) was de eerste organist van het grote Willibrord-orgel. Marche Triomphale, een van zijn beste stukken. Merk op hoe natuurlijk het thema van het middendeel door omkering uit het thema van het eerste deel ontstaat. De fluitsolo wordt gespeeld op de Fluit Harmoniek 4' van het 3e manuaal (III).

RACHMANINOFF, S.
★ Vocalise
Wybe Kooijmans, orgel & Thijs Kramer, piano. Compilatie van live-opnames Paul Houba (Oude Kerkje Kortenhoef, 23 sept 2017 en Grote Kerk Naarden, 26 dec 2018).

REUBKE, J.
★ Sonate der 94. Psalm
Opname uit 1968 op het Willibrordorgel te Amsterdam.
  Julius Reubke is geboren 23 maart 1834 te Hausneindorf en gestorven op 3 juni 1858 in het kuuroord Pillnitz bij Dresden. Hij schreef een hemel-, hel- en orgelbestormend stuk onder de vredige titel : Sonate (der 94. Psalm) für Orgel. Voorwaar een understatement ! De spanwijdte der emoties - emoties jazeker, bevinden wij ons niet in de 19e eeuw ? - ligt in de orde van een Manfredsymphonie van Tschaikowsky. En dan te bedenken dat de componist nauwelijks 24 jaar oud is geworden . . .
  Vergeleken met verscheidene scheppingen van zijn leermeester Franz Liszt of b.v. de Grande Pièce Symphonique van César Franck, is dit lange orgelwerk veel meer coherent. Zoon van een orgelbouwer, had Reubke de gelegenheid van bepaalde nieuwe franse speelhulpen (de tong- en vulstemmenafsluiters bijv.) op de hoogte te zijn, en de komende technische verbeteringen in de orgelbouw te voorzien.
  Want hoewel Reubke's 'lay out' aanwijsbaar erop gericht is de organist mee te laten registreren, doen de registratiemoeilijkheden eigenlijk niet onder voor de speeltechnische, in dit moeilijkste orgelwerk der 19e eeuw.
  .   .   .  Citaat van de Gedenkplaat Sint Willibrordus Orgel - Amsterdam.

Reubke, al aangetast door TBC, speelde op 17 juni 1857 de première van zijn cmeesterwerk nog zelf, op het nieuwe Ladegast orgel in de Domkirche te Merseburg. De uitvoering werd geestdriftig besproken door Karl Franz Brendel, toen hoofdredactteur van Die Neue Zeitschrift für Musik. Dit was de enige bespreking van zijn chef-d'oeuvre die Reubke tijdens zijn korte leven ten deel viel. Ook later is er weinig over geschreven, het lag niet in de markt, immers, wie kon het spelen? "Men kan onmogelijk twijfelen aan zijn buitengewone gaven als uitvoerder en componist." Maar door het hele werk heen vallen de originaliteit, de frisheid van zijn ingevingen en vooral de tomeloze erergie waarmee hij de sonate voortdrijft, dermate op, dat volgens de overlevering een toehoorder opmerkte : "Jetzt hat der Schüler den Meister erschlagen".

 


 


In het atelier van Steinbildhauer Ole Göttschke, Dresden - Pillnitz.
Het Denkmal zoals het aan de oostelijke muur van Maria am Wasser hangt.
De tekst luidt :
                                        JULIUS REUBKE
       PIANIST ORGANIST KOMPONIST / 1834 -1858 / BESTATTET IN                                              HOSTERWITZ.
                     ICH HATTE VIEL BEKÜMMERNISSE / IN MEINEM HERZEN
                        ABER DEINE TRÖSTUNGEN ERGÖTZEN MEINE SEELE
                                                 PSALM 91

 

       
Kerkje Maria am Wasser bij Pillnitz met kerkhof. Gustav Adolf Thamm (1859-1925).
Blik in zuidelijke richting langs de Elbe. 1850. Christian Gottlob Hammer (1779-1864).

RHEINBERGER, J.
★ Cantilene
op het Willibrordorgel van de St. Bavo in Haarlem. Opname door George de Vries in 1982 met twee montagefouten.

SVENDSEN, J.
Romanze in G op.26   
Dick de Reus, viool, TK orgel, Clemenskerk te Hilversum 12 aug 1987, opname Gerco Schaap.

 
Dick de Reus (1923-2007) kreeg o.a. les van Herman Leydensdorff.

Op 16-jarige leeftijd slaagde hij cum laude voor het eindexamen viool aan het Amsterdams Conservatorium.

1941 - Eerste violist Omroep Symphonie Orkest Hilversum.

1941 - 1946 Begon bij het Concertgebouworkest aan de 8e lessenaar van de eerste violen. Deed veel solowerk.

1952 Concertmeester Radio Kamerorkest NRU (Nederlandse Radio Unie).

1956 Concertmeester Utrechts Stedelijk Orkest.

1958 Hoofddocent viool aan het Muzieklyceum te Arnhem.

1960 Hoofddocent viool aan het Utrechts Conservatorium, concertmeester en solist bij het U.S.O.

1962 Concertmeester Rotterdams Philharmonisch Orkest.

1963 - 1982 Concertmeester Radio Philharmonisch Orkest.

Na zijn pensionering gaf hij nog enige tijd vioollessen. Hij overleed in zijn woonplaats Ede..

 

Over het prachtige vioolspel van Dick de Reus hoeft niet uitgeweid te worden. Het Steinmeyer-orgel, dat nu omgebouwd in de Koepelkerk in Bussum staat, was een instrument waarop zeer genuanceerd gespeeld kon worden.
De Romanze zelf begint niet met een opmaat, waardoor mensen die het stuk niet kennen pas na vier, vijf maten beginnen te horen waar het sterke maatdeel ligt en dat het een 3/4 maat is. Daarom speelde ik in mijn jonge jaren meestal de noot d' als opmaat. Dan zit je meteen in het goede metrum. Er is geen sprake van een drukfout. Raadselachtig.

TCHAIKOVSKY, P. I.
The crown of roses

Vocaal Ensemble Fioretto zingt The Crown of Roses o.l.v. Thijs Kramer tijdens het Concert pour la Sauvegarde des Tortues in het Palais des Colonies te Tervuren, 3 maart 2000.
   De tekst is gebaseerd op het gedicht 'Roses and Thorns' (1856) van de Amerikaanse dichter Richard Henry Stoddard. Het werd in het Russisch vertaald door de dichter Aleksey Pleshcheyev en in 1877 zonder bronvermelding gepubliceerd. door hem en anderen. Tchaikovsky las in 1878 het gedicht, dat inmiddels de titel 'Legend' (Легенда, Legenda) droeg, in Pleshcheyev's bloemlezing.   Engelstalige koren zingen het over het algemeen op de tekst van de Britse dichter Geoffrey Dearmer, die in 1913 het gedicht vanuit het Russisch weer in het Engels had vertaald. Waar Pleshcheyev een bijna letterlijke vertaling maakte, permitteerde Dearmer zich dichterlijke vrijheden, waarbij hij het originele rijmschema ABCB voorzag van een ander rijmschema, namelijk AABB. Tchaikovsky heeft de Engelstalige versie nooit gekend, want hij overleed in 1893.

  When Jesus Christ was yet a child   "Do you bind roses in your hair?"
  He had a garden small and wild,   They cried, in scorn, to Jesus there.
  Wherein he cherished roses fair,   The Boy said humbly: "Take, I pray,
  And wove them into garlands there   All but the naked thorns away."
       
  Now once, as summer-time drew nigh,   Then of the thorns they made a crown,
  Throw once, as summer-time drew nigh,   And with rough fingers pressed it down.
  And seeing roses on the tree,   Till on his forehead fair and young
  With shouts they plucked them merrily.   Red drops of blood like roses sprung.

 

Gedicht vertaald door Geoffrey Dearmer in 1913. Fioretto zingt 'the thorns' herhaald i.p.v. 'naked'.

VERDI, G.
★ Inno delle nazioni

Nicolas Mansfield, tenor, Wybe Kooijmans, piano, Vocaal Ensemble Fioretto o.l.v. Thijs Kramer tijdens het Concert pour la Sauvegarde des Tortues in het Palais des Colonies te Tervuren, 3 maart 2000.

Verdi noemde de Inno aanvankelijk Cantica. Voor Londen 1862 werd de titel gewijzigd in Hymn of the Nations (Hymne der volkeren). Een hartstochtelijk pleidooi voor vrijheid, samengebald in vijftien minuten. Het is wel Verdi's achtentwintigste opera genoemd.

Heilige vreugde heerst in de hoge hemelen, op de toppen van de bergen, aan de heldere einders als met flonkerende edelstenen bezet.
Vandaag danstt de wereld van vreugde, omdat het rijk van de Liefde dicht bij de mensen is. De toekomstige generaties zullen de herinnering aan deze dag bezingen.

   Het is een verheven schouwspel. Zie, vanaf de meest afgelegen kusten der aarde, uit landen waar de zon verzengend brandt, uit streken waar de sneeuw een witte mantel spreidt, zijn vloten van schepen overal over de wateren van de wijde oceanen onderweg. Ze komen tezamen bij een magische Tempel, en in die Tempel verspreid ziet men bij duizenden de wonderen van de menselijke geest. 1)

   Er was een tijd waarin de furie van het perverse oorlogsmonster woedde. Wapens beukten op elkaar, zwaarden flitsten, wagens en paarden roffelden voorbij. Triomfgeschreeuw en doodskreten vulden de lucht. En daar, waar het slagveld gerookt had van bloed, verrees een troosteloze dodenstad 2) en hoorde men gebeden, geklaag en geween.

   Maar nu heeft de zoete adem van de vrede die verschrikkingen doen verdwijnen. En waar op het slagveld tegenstanders elkaar wreed bevochten, vindt men in deze Tempel nog slechts Broeders in de Kunst.  En tot God, die het  zo gewild heeft, heffen wij een hymne aan.

   Heer, die dauw spreidt op de aarde, en bloemen, lichtende wolken, en de troost van de liefde, maak dat de vrede wederkeert in onze gezegende dagen, dan zal de aarde een wereld van broeders zijn.

   Gegroet, Engeland, koningin van de zeeën, van oudsher drager van het vrijheidsvaandel, gegroet !
    Frankrijk, dat edelmoedig het bloed van zijn zonen offerde voor een gekluisterd land, gegroet !
Italië, mijn vaderland, dat de hemel over u wake tot aan die grote dag waarop de zon opgaat over een herrezen Italië dat groot, vrij en één is. 3)

   Gegroet, Engeland, gegroet ! God behoede onze doorluchte Koningin, lang leve onze edele Koningin ! Schenk haar victorie, geluk en roem, moge zij lang over ons regeren. God behoede onze Koningin.

   1) Op de achtergrond van dit visioen ligt de realiteit van 1862 : van heinde en verre kwamen de bezoekers van de Wereldtentoonstelling naar Engeland, over zee dus, en ze kwamen bij elkaar in het gebouw (de 'magische Tempel') van de Exhibition, waar antieke en recente voortbrengselen van de menselijke geest bewonderd konden worden. Met het woord genio doelt Boito met name op het menselijk vernuft, dat in de 19e eeuw in talloze uitvindingen zo sterk tot uiting kwam.

   2) Het beeld is dat van een kerkhof in zuidelijke landen met zijn typische opstallen.

   3) Voor een goed begrip van Boito's poëem is een langer commentaar vereist dan hier geboden kan worden. Volstaan moet worden met er op te wijzen dat Rome en Venetië nog niet behoorden tot het onafhankelijke koninkrijk Italië dat in 1861 geproclameerd was. Een van de eerste senatoren van het koninkrijk Italië is Guiseppe Verdi, geweest.

Vertaling en commentaar : TK


Na enige tijd te hebben gezworven tussen Milaan, Rome, Parijs en Londen, kocht Verdi een landgoed (Villa Verdi) in Sant''Agata nabij Busseto, in de buurt van zijn geboortegrond. Hier vestigde hij zich in 1851 met de zangeres Giusseppina Strepponi. Zij had een zeer gunstige invloed op de componist.  Ze blieef bij hem tot aan haar dood in 1897. In 1860, toen Garibaldi Italië verenigde, werd Verdi's naam een symbool: op de muren kon men overal 'Viva Verdi' lezen. De letters V.E.R.D.I. staan voor: 'Viva Vittorio Emmanuele Re d'Italia'.

   Roberta Montemorra Marvin, Politics of Verdi's Cantica (eerste druk 2014) is een voortreffelijke monografie over de Inno delle nazioni.


De begrafenisstoet van Verdi trekt langs de Chiesa di San Pietro in Sala aan de Piazza Riccardo Wagner, 27 febr. 1901.


WALTON, W.
★ Prelude The Spitfire & Crown Imperial

Live-opname, gemaakt door Gerco Schaap tijdens een concert van TK op 19 aug 1989 in de Oude Kerk te Amsterdam.
Walton schreef de muziek voor The Spitfire prelude in 1942, de Crown Imperial in 1937. De Crown is sinds 2000 viermaal in de Proms gespeeld. De corona imperialis is een plant waarvan het uiterlijk tot de benaming keizerskroon heeft geleid.
Over beide stukken is op internet gemakkelijk verdere informatie te vinden.

WESLEY, S. S.
★ Larghetto in f# minor
Live-opname, gemaakt door Gerco Schaap tijdens een concert van TK op 19 aug 1989 in de Oude Kerk te Amsterdam.
Samuel Sebastian Wesley (14 aug 1810 Londen – 19 apr 1876 Gloucester) was een telg uit een bekend muzikaal geslacht. Zijn biografie leze men elders ; hier zij vermeld dat hij jarenlang de beroemdste organist van Engeland was. In 1843 verving hij Mendelssohn als leider van het driejaarlijks muziekfestival. Dat ging hem niet zo goed af, maar door het opzien dat hij baarde met zijn spectaculair pedaalspel bleef zijn naam onaangetast. Zijn meest geliefde compositie is wel het vijfstemmige motet Thou wilt keep him in perfect peace (c. 1850).


WIDOR, Ch.-M.
★ Toccata uit Symphonie V
1)
Live-opname uit 1967 of '68. De toccata is niet alleen een virtuoos moto perpetuo op de manualen, maar herbergt daaronder in het pedaal een koraalachtige melodie die alleen tot zingen komt als het stuk in hoog tempo in een ruime akoustiek gespeeld wordt op een orgel met zingende pedaaltongen 8' en 4' gespeeld wordt. Hubert Schreurs had ze in 1946 bij Mazure in Parijs besteld. In de droge akoustiek van een kleinere kerk, waarin het stuk helaas meestal te horen is, komt het niet tot zijn recht. De 'koraalregels' in het pedaal zien er zo uit :
* * * *  * * * *  *
* * * *  *
* * * *  *
* * * *  *
* * * *  * * * *  * * * *  *  *  *
Aan een tekst zal Widor niet gedacht hebben, hoogstens voor de eerste regel, hij heeft zich er nooit over uitgelaten.

★ Toccata uit Symphonie V

Zie ook thijskramer / Widor in Amsterdam
2)
Opname op lp van Thijs Kramer uit 1984 op het orgel van de Petruskerk te Leiden, gemaakt t.g.v. de afbouw en ingebruikneming van het gerestaureerde en uitgebreide Pelsorgel. De uitvoering volgt de eerste druk.
Widor's Toccata in F, de Finale van zijn vijfde orgelsymphonie, wordt wel het 'inbegrip van de Toccata' (in modern Nederlands 'de moeder van alle Toccata's') genoemd. In de manualiter openingsmaten met hun aparte harmonieën en akkoordliggingen klinkt reeds het themabegin, dat door het pedaal overgenomen en in zijn geheel uitgespeeld wordt. Na een afwaarts modulerend decrescendo blijft in het intermezzo de toccata-motoriek onophoudelijk de muziek stuwen. Dit uitstapje op de nevenklavieren leidt in een crescendo tot in het hoogste bereik van de toetsen, waarna het pedaalthema weer inzet, nu in zijn meest statige vorm, zonder de aanvurende achtsten van het begin.
   De toccata gebruikt hier, op het hoogtepunt, de volledige omvang van het orgel van hoog tot laag. Groots afstandelijk als de Mont Blanc is dit visionaire toongebouw. Het ritmische schema van de eerste maat blijft met ijzeren onverzettelijkheid in het gehele stuk gehandhaafd. Maat na maat herhaalt zich hetzelfde patroon, een weergaloos ostinato, een souverein moto perpetuo zonder haast. Geschreven voor de immense ruimten van de Franse kathedralen, lijkt dit muziekstuk zich niettemin in zijn eigen dimensie voort te bewegen, de wetten van een onbekende canon volgend.
   Omdat Widor's orgel in de St. Sulpice een topprodukt uit de industriële bloeitijd was, een vernunftige machine, is niet uit te sluiten dat Widor in De Toccata machinale kenmerken, zoals het eindeloos uitvoeren van hetzelfde samenstel van bewegingen van treinwielen en stangen heeft willen verwerken, en de organist die over een adequate speeltechniek beschikt tot machinist heeft gepromoveerd. Een verband te zien met Kapitein Nemo van de Nautilus, bouwer en bestuurder van de Nautilus, is geen pure dwaasheid, temeer daar Nemo een piano-orgel aan boord had, waarop hij in de nachtelijke uren graag speelde.*) Jules Verne moet gefascineerd geweest zijn door de vernuftige constructies, waarlijke contrapten die de Franse orgelbouwers in de tweede helft van de 18e eeuw neerzetten. Hij was vrijzinnig katholiek, dus zal zo'n modern instrument weleens gehoord hebben. In Parijs, maar ook in Amiens, waar hij sinds 1871 woonde. Daar bouwde C.-Coll in 1889 een drieklaviers orgel. Te veronderstellen dat Widors Toccata een ode aan de techniek betreft gaat natuurlijk te ver, maar hier een verklaring te zien voor het feit dat deze muziek enerzijds als ongenaakbaar ervaren wordt en tegelijkertijd de luisteraar blijft boeien en verrassen, ligt niet geheel buiten de rede. Monotonie, hier monoritmiek, heeft vaak een bedwelmende maar soms ook een electriserende werking.
  Het orgel van de Petruskerk is het enige symphonische orgel in Leiden. Maar in Orgelstad Leiden speelt het geen rol, want de akoustiek van de Petruskerk is nul. Met twee microfoons, een dichtbij, een ver weg, en wat electronische hulp heeft de opname toch enige galm gekregen. De binnenmuren zouden bepleisterd moeten worden, maar dat heb ik niet door kunnen drukken, en nu de kerk monumentstatus heeft zijn de bakstenen van architect Kropholler heilig. Het front van de kerk oogt bepaald niet warm ontvangend, maar het gebouw als geheel valt wel mee, Kropholler kon veel beter, vgl zijn kerk op het Linnaeushof in Amsterdam (meer geld beschikbaar?). Maar die kerk is donker van binnen terwijl in de Petrus prettig licht hangt.

          *) Liszt had zo'n instrument, bovenmanuaal piano, ondermanuaal harmonium, manuaalkoppel, geen pedaal. Mijn oud-oudoom Arie Cornelisse, organist van de R.K. kerk in Uitgeest, heeft het een jaar of wat vóór 1914 in Boedapest gezien. Op Liszts vleugel mocht hij even spelen, op het piano-harmonium niet. Het is 2008-2013 gerestaureerd.
          Citaten uit de eerste druk van Jules Verne, Vingt-mille lieues sous les mers, 1870, ''het Oostelijk halfrond') :
p. 49 ... Un seul détail me revient à l'esprit. Pendant certaines accalmis de la mer et de vent, je crus entendre plusieurs fois des sons vagues, une sorte d'harmonie fugitive produite par des accords lointains.
p. 52 ... ses mains fines, allongées, éminemment 'psychiques' c'est-à-dire dignes de servir une âme haute et passionée.
p. 78 ... les partitions de Weber, de Rossini, de Mozart, de Beethoven, d'Haydn, de Meyerbeer, d'Herold, de Wagner, d'Auber, de Gounod, et nombre d'autres, éparses sur un piano-orgue de grand modèle qui occupait un des pannaux du salon.
——— [ Verne was voor zijn protagonist Nemo uiteraard meer geïnteresseerd in huisorgels dan in kerkorgels. Nemo was, naar Verne's opgave te oordelen, een liefhebber van opera-aria's. Hij zal zeker Wagners Lied an den Abendstern, voor dit instrument door Liszt gearrangeerd, gespeeld hebben ]. ———
p. 172 ... Je descendais au salon, d'où s'échappaient quelques accords. Le capitaine était là, courbé sur son orgue et plungé dans une extase musicale.
p. 314 ... Quelquefois, j''entendais résonner les sons mélancoliques de son orgue, dont il jouait avec beaucoup d'expression, mais la nuit seulement, au milieu de la plus secrète obscurité, lorsque le Nautilus s'endormait dans les déserts de l'Océan.
          Het tweede deel, 'het Westelijk halfrond', brengt in dit opzicht niets nieuws.
          De mensenhater Nemo, die zich Le Vengeur noemde, was echt 'van het pad geraakt', in tegenstelling tot Brahms, die op zijn oude dag aan Hanslick toevertrouwde dat hij, ondanks zijn gebrek aan savoir-vivre, hoopte dat het woord van Goethe “Seelig, wer sich vor der Welt / ohne Haß verschließt, / einen Freund am Busen hält” enigszins op hem van toepassing was.

SYMPHONIE VIII
opname uit 1971 door Leo Dijns en George de Vries op het Willibrordorgel in Haarlem.
1. Allegro risoluto  -
Parijs
2. Moderato cantabile  -
Amsterdam
3. Allegro  - Saint-Sulpice
4. Adagio  -
Lyon
5. Finale  -
Parijs

Moderato cantabile, deel 2, is ook op het Garrels-orgel in Maassluis te beluisteren. Opname van de NCRV uit 1989.
Nogmaals deel 2.
1. Op het eerste schilderij van Hogerwaard is middenop de Notre Dame te zien.
2. De eerste maat van deel 2 heeft de overbrenging van band naar plaat niet overleefd en is dus 'gerestaureerd'.
3. - -
4. Claude Monet 1840-1926. Zijn schilderij Impression, soleil levant uit 1872, aanvankelijk geridiculiseerd door de kunstkritiek, gaf aanleiding tot het ontstaan van begrip 'impressionisme'.
5. Adressen van Widor in Parijs :
1869 – 8 Rue Garancière, Hôtel de Sourdéac
1893 – 3 Rue de l’Abbaye
ca 1908 – 7 Rue des Saints Pères
1915 – Institut de France
1920 – 3 Rue de Belloy

                ■■■■■■■■■■■■■■■■■■ B  ■■■■■■■■■■■■■■■■

j