Thijs Kramer

Muziek. Orgel, maar ook koren en solisten komen aan bod.


 


Onderstaande links ★..... brengen je rechtstreeks naar het YouTube kanaal
© TK & EK  van Thijs Kramer & Ellen Klomp.



De gratis functie A B O N N E R E N
houdt je, als je het inlogformulier hebt ingevuld, op de hoogte van nieuwe bijdragen of evt. storingen op het kanaal. Voor ons is het naast de precieze bezoekers-telling van YouTube ook een algemene graadmeter voor de belangstelling.

In deze sitemap zijn verschillende orgels opgenomen, die je niet elke dag hoort, zoals het Oudekerksorgel in A'dam, het Steinmeyer-orgel (1922) in de Adventskerk te Alphen aan den Rijn. en het 1988 verbrande Adema-orgel in Bussum. Er zitten gedigitaliseerde live-tapes tussen van meer dan 60 jaar geleden, opgenomen met het materiaal van die tijd. Opnamen uit later tijd klinken meestal beter. Erger je niet, wees blij dat zo'n oud bandje bewaard is gebleven en z g a m hersteld. Met koptelefoons of goede boxen doet de klank dikwijls niet onder voor die van recente slecht opgenomen muziekstukken.

A. In alfabetische volgorde de componisten van wie werk op dit YouTube kanaal staat, met beknopte info.
B. Langere artikelen en meer afbeeldingen bij Kint, Cuypers, Widor en het Paleis voor Volksvlijt onderaan deze pagina.

                 ■■■■■■■■■■■■■■■■■■ A  ■■■■■■■■■■■■■■■■■

BACH, J.S.
★ Preludium en Fuga in e, BWV 548
Präl. u. Fuge e-moll, hier gespeeld op het orgel van de Oude Kerk te Amsterdam, vormt een merkwaardig duo.
  Het preludium is een Allegro van klassieke schoonheid en regelmatige vorm. Het bevat een van de hinderlijke drukfouten van de NBA : de h op tel 1 van maat 4 is geen achtste, maar een kwartnoot.
  De fuga begint avontuurlijker. Ze wordt naar het thema wel "The Wedge" genoemd (de wig, het thema splitst zich nl. in een stijgende en een dalende lijn). Het kan met evenveel recht '"de trechter" of "de roeptoeter" genoemd worden. De fuga wordt na veel vijven en zessen aan het slot letterlijk herhaald ! Wat zich daar tussenin afspeelt is een raadsel. Korte reminiscenties aan de fuga worden om- en overspoeld door virtuoos passagewerk, dat allesbehalve loos is, maar de quintessens van de combinatie Pr & Fg schijnt te zijn, en een zelfstandige dramatische ontwikkeling doormaakt. Onwillekeurig denk je aan iets als een koekoeksjong, literair gesproken een verhaal in een verhaal. Na het wilde middenstuk laat de fuga zich nog eens horen alsof er niets gebeurd is. Het leven gaat door.
   Live-opname van Gerco Schaap, 19 aug 1989.

Kommst du nun, Jesu, vom Himmel herunter
Thijs Kramer in 1984 op het Pelsorgel van de Petruskerk te Leiden voor de lp 'Media vita', gemaakt na de voltooiing van de restauratie en uitbreiding van het orgel in 1982.
  Rond 1746 herschreef Bach zes koraalbewerkingen, die in zijn cantates voorkomen, voor orgel, en liet deze kleine verzameling, die met het bekende Wachet auf, ruft uns die Stimme begint, drukken bij Johann Georg Schübler. Men spreekt daarom doorgaans van de 'Schüblerkoralen'. Kommst du nun, Jesu, vom Himmel herunter, dat het bundeltje besluit, stamt uit cantate 137 (±1725), waar de koraalmelodie door een altstem gezongen wordt op de tekst 'Lobe den Herrn, der Alles so herrlich regieret', met begeleiding van vioolsolo en continuo. Ik heb het stuk gekozen omdat het Petrusorgel over een mooie Schalmei 4' op het pedaal beschikt, waarmee de koraalmelodie gespeeld kan worden.

BOULANGER, N.
Prélude
Nadia Boulanger (1887-1979) schreef in 1911 Trois pièces pour orgue ou harmonium : Prélude, Petit canon et Improvisation. Deze stukken zijn zo goed als onbekend gebleven omdat ze gedrukt zijn in een bijna onverkrijgbaar dik verzamelalbum. Zelfs Frotscher vermeldt ze niet. Mijn opname van de Trois pièces (1982) was de eerste die er ooit van verschenen is, een wereldpremière zogezegd. Ze is helaas van slechte kwaliteit (live op bandje?). Kort voor de reprise zijn drie slagen van een zware kerkklok te horen, die met de bijkomende nagalm een paar maten verrommelt. Zijn zo goed als mogelijk naar de achtergrond gedrukt.
  De vijf-manuaals (C-c4) speeltafel waarop Boulanger hier speelt is van het Wanamaker orgel in Philadelphia. Deze speeltafel was de voorganger van de huidige. De foto (1925) staat ook in het boek "Music in the Marketplace" van Ray Biswanger. Wanamaker is een reusachtig warenhuis. Het orgel heeft een 64' op het pedaal.

CUYPERS, H.
★ Missa in honorem Sanctissimae Trinitatis & Ave Maria
Vocaal Ensemble Fioretto o.l.v. Thijs Kramer, Wybe Kooijmans orgel, Ellen Schuring sopraan, Alex Vermeulen tenor.
Opname : Wim Passchier, 7 feb 2009. St Vincentiuskerk, Volendam. Het Adema-orgel is afkomstig uit de St. Annakerk te Amsterdam, waar ik het bij past. v. d. Peet nog bespeeld heb.
Alex Vermeulen wordt in het Ave Maria begeleid door Thijs Kramer.
Geplaatst 25 juni. Er waren reparaties nodig, zodoende werd de video herplaatst op 30 juni 2020.
                 Dank aan de 69 +56 bezoekers die dit item in twee dagen trok, een nuttige graadmeter,
                 maar u telt niet meer mee. YouTube herstart de telling vanaf nul.

Kapel van Onze-Lieve-Vrouw van zeven Smarten.JPG  Overzicht westgevel - Ooijen - 20354074 - RCE.jpg    Bidkapel, Grote Wei - Well - 20253095 - RCE.jpg
De Kapellekensbaan ligt voor deze gelegenheid in Limburg.

1) Veldkapel gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van zeven Smarten in Lanakerveld, Caberg-Maastricht.
2) 'De Moeder-Godskapel' in Eys, Limburg.
3) Sint-Anna kapel, Blitterswijckseweg 13, Broekhuizenvorst-Ooijen, Limburg.
4) Bidkapel aan de Weideweg in Well, Limburg.

Lees het uitvoerige artikel over de Missa Trinitatis onder in deze map. Scroll down.

FAURÉ, G.
★ Cantique de Jean Racine 
Vocaal Ensemble Vocoza o.l.v. Frank Hameleers / Thijs Kramer piano.
Opname van 8 oct 1985, Kleine Zaal Concertgebouw Amsterdam.

FRANCK, C.
★ Panis Angelicus
Martha Zandvliet zang, begeleiding Thijs Kramer op het Willibrordorgel te Amsterdam. Opname voor de 'gedenkplaat' in 1968.

★ La Procession
Martha Zandvliet zang, Thijs Kramer op het Willibrordorgel te Amsterdam. Opname voor de 'gedenkplaat' in 1967-68.
  Zowel in het onsterfelijke Panis Angelicus als in het niet minder schone La Procession heeft César Franck zijn melodieën in een contrapunctische zetting gevat. Is het in Panis Angelicus een eenvoudige canon, in La Procession ontvouwt zich in de begeleiding een fuga-expositie ! Het gregoriaanse Lauda Sion heeft Franck de muzikale bouwstoffen geleverd voor La Procession ; het is een klein wonder van vormgeving en tekstuitbeelding geworden. De eerste regel van Lauda Sion wordt gespeeld door de Fagot-Hobo van III, terwijl de inleiding van het stuk de strijkers van II tot en met de 2' laat horen.

GIGOUT, E.
Toccata
Opname van Thijs Kramer uit 1968 op het Willibrordorgel te Amsterdam voor de 'gedenkplaat' in 1967-68.
  Eugène Gigout (1844-1925), leerling van Saint-Saëns, schreef een Toccata waarin het thema (voornaamste bestanddeel : een dalende terts) steeds in een andere gestalte uit de klankenstroom opduikt. Na een sterk modulerende ontwikkeling met behulp van de dalende terts verschiijnt het in zijn laatste, meest geëvolueerde gedaante. De Toccata is, hiermee samenhangend, één groot crescendo.

KINT, C.
Fuga over B-A-C-H voor orgel
De meeste orgelwerken van Kint in deze map zijn gespeeld uit handschriften (mss). De druklegging geschiedde eerst na 2000. De handschriften verschillen onderling in kleinere of grotere mate. Soms wijken de opnamen dus af van de versie waarvoor bij de druk gekozen is.

De FUGA over B-A-C-H van Cor Kint is uit ms op het Garrels-orgel in Maassluis gespeeld. NCRV-opname uit 1989, met toestemming van Beeld en Geluid na betaling voor drie jaar geplaatst.
  Cor Kint (1890-1944) werd geboren op 9 januari 1890 te Enkhuizen en overleed op 8 juli 1944 te Hilversum. Van ca. 1902 tot 1906 was hij organist in 'de Vermaning' in zijn geboorteplaats. In 1906 verhuisde Kint naar Amsterdam, waar hij van 1909 tot 1915 altviolist in het Concertgebouworkest en later leraar aan het conservatorium was. In 1940 ging hij bij de omroep werken. Kint was een van de oprichters van het Hollandsch Strijkkwartet (1912). Hij schreef rond 1935, toen Bachs 250ste geboortedag herdacht werd, een fuga over de naamletters van de tonen die in Bachs naam besloten liggen : B, A, C en H. Voorzover bekend is deze fuga zijn laatste orgelwerk. Het stuk draagt opusnummer 41. Uitgegeven bij Boeijenga in deel 2 van Kints orgelwerken. Als aanvulling op het editiecommentaar merk ik hier op dat Kint met een parallelle quint de aandacht vestigt op maat 48 (=2x1x3x8 dwz BxAxCxH), en in m 41 (=9+18+14 dwz J+S+Bach) de zestienden van het thema in achtsten verandert. Zie verder de website over Cor Kint.
 Van deze fuga over B-A-C-H is ook een opname beschikbaar, gespeeld doot TK op het Willibrordorgel in Haarlem. Klik hier. Het is interessant waar te nemen hoe de voordracht rekening houdt met de verschillende orgeltypes. Hoe anders he t Will.-orgel klionk vergeleken met nu (2020) is in Widor VIII te horen.

★ Fantasie over 'Een vaste Burg'

-- In 1986 en 1987 concerteerde TK op het Adema-orgel van de Vituskerk in Bussum, dat op 4 oct 1988 door brand vernietigd werd. Het was het grootste en mooiste symfonische orgel in het Gooi. Van het concert op zo. 13 sept 1987 is een opname bewaard gebleven.
-- Ook interessant is de uitvoering, gespeeld op het Steinmeyer-orgel in de Clemenskerk te Hilversum. Dat orgel staat nu geheel omgebouwd in de Koepelkerk in Bussum. Vergane glorie.
-- De cd-opname van Kints 'Een vaste Burg is onze God', op. 24, is in 1990 op het Willibrordorgel te Haarlem gemaakt.
De microfoon wist de genadeloze Bazuin 16' van de Adema's niet altijd in toom te houden. De eerste blz. is niet om aan te horen en jaagt de belangstellenden weg. De galm is overmatig. Retoucheren? Wij kozen voor verwijzing naar de cd en plaatsing van een opname op YouTube van een orgel met normale bazuin (Adventskerk Alphen, Vitus Bussum en Clemenskerk H'sum. Alle drie Steinmeyerorgels. Daarop kun je alle noten horen en van de mooie klank genieten.
De toonaarden zijn achtereenvolgens g-G-D-Es-D. Onderdominant, diens mediant, en de hoofdtoonaard. SDG, toeval of niet.

Grande Sonate  plaatsing volgt.

Opname in de Clemenskerk Hilversum op 12 aug 1987 door Gerco Schaap.

         

HILVERSUM - In de R.K. Clemenskerk aan de Bosdrift zal woensdag 12 augustus een bijzonder concert plaatsvinden. Op het fraaie Steinmeyer-orgel uit 1923 zal de organist Thijs Kramer werken spelen van de in 1944 in Hilversum overleden componist Cor Kint.

image.png

De Hilversumse organist en koordirigent Thijs Kramer, een warm pleitbezorger van orgelmuziek uit de romantiek en zelf componist van een orgel symfonie, raakte geïnteresseerd in het werk van Cor Kint en startte enige tijd geleden een diepgaand onderzoek naar biografische gegevens en nagelaten composities van Kint. Daarbij stuitte hij onder meer op een grote f-moll sonate voor orgel, die geheel in de vergetelheid is geraakt en nooit is uitgegeven. Het is dit werk, dat centraal staat in het Cor Kint-concert dat Thijs Kramer op 12 augustus gaat verzorgen. De gewaardeerde violist Dick de Reus, die Kint nog persoonlijk gekend heeft, zal medewerking verlenen in enkele werken voor viool en orgel.

PROGRAMMA

1 Sonate in f kl.t. voor orgel op. 10 (1014) - Larghetto / Allegro vivace - Intermezzo - Finale : Largo /Allegro vivace / Fuga
2 Légende voor viool en orgel op. 14
3 Hymne voor viool en orgel op. 8
PAUZE
4 Prélude pastoral voor orgel op. 33
5 Romanze in G gr.t. voor viool en orgel op. 26 van Johan Severin Svendsen (1840-1911)
6 Fantasie over 'Een vaste Burg'op. 24

Ter bestrijding van de kosten die voor de organisatie van dit concert werden gemaakt, zal aan de uitgang een schaalcollecte worden gehouden. Van harte aanbevolen !

          P R O G R A M M A B O E K J E          [invoegingen en correcties tussen haken]
COR KINT werd in 1890 te Enkhuizen geboren. In datzelfde jaar vestigde zich te Enkhuizen Reinhart Gerrit Creveceur (1867-1945) als organist aan de Westerkerk en stadsbeiaardier. Weldra was hij dirigent van alle plaatselijke muziekgezelschappen, en onder zijn leiding ontwikkelde zich een boeiend plaatselijk muziekleven.
De begaafdheid van de jonge Kint trad al vroeg aan de dag. Hij kreeg fluit-en vioolles van J.P.Roda en mocht al snel optreden o.l.v. Crevecoeur, eerst op de kinderconcerten van Toonkunst, vanaf zijn tiende jaar met 'de grote mensen'; Van Crevecoeur, die men tegenwoordig een mentor zou noemen, kreeg Kint de basis van het allround muzikantschap. Na het doorlopen van de HBS (met Latijn) in Enkhuizen en Hoorn (2 jaar) vestigde Kint zich in Amsterdam, waar hij zijn studies afmaakte en in 1909 altviolist in het Concertgebouworkest werd. In 1915 verliet hij het orkest om zich meer aan compositie, ensemblespel (Hollandsch Strijkkwartet) en solospel te kunnen wijden.
In 1940 ging hij in Hilversum wonen, waar hij als jongeman vóór de eerste wereldoorlog al als solo-violist met een begeleidend groepje musici in Hof van Holland had gespeeld. Kint was, zoals de meeste orkestmusici van zijn tijd, heel goed thuis in de 'betere lichte muziek'.
[Een eventuele rol van Kint in het verzet is onwaarschijnlijk.] We weten alleen dat hij eenmaal met verboden drukwerk bij zich is opgepakt, maar weer vrijgelaten. Zijn vrouw, Jenny Couperus, hielp [naar eigen zeggen] met een vriendin in Amsterdam en Rijssen joden en geallieerde piloten. [Ze was veel in het A'damse nachtleven te vinden om daar informatie op te doen. [Belcampo moest er om lachen.]
In 1944 overleed Cor Kint aan een buivliesontsteking, een maand na de invasie in NormandiÉ. Hij werkte op dat moment aan een Fantasie over het Wilheimus. Het eerste deel daarvan is een treurmars met het Wilhelmus er ingevlochten. Deze orgelcompositie is helaas onvoltooid gebleven.

image.png

image.png

In de pauze en na afloop van het concert kan een kleine expositie rond het leven en werk van Cor Kint bekeken worden. Het concert begint om 20.00 uur. De toegangsbewijzen zijn aan de kerk verkrijgbaar. 

           De Gooi en Eembode, 6 aug 1987.

★ Adagio religioso première.

In welke sfeer Kint het Adagio religioso [A.r.] gedacht heeft, kan misschien afgeleid worden uit het feit dat hij het hoofdthema van het A.r. een paar jaar later gebruikte in het middendeel (vanouds de consolation) van zijn Marche Funèbre op. 30, die in 1924 bij Seyffardt te Amsterdam is uitgegeven. De vorm van het lange en onbekende A.r. wordt hieronder uitgebreid beschreven, zodat men de componist gemakkelijker op zijn fantasierijke paden kan volgen.
   Na een korte inleiding klinkt het hoofdthema, een lang uitgesponnen cantilene. Die wordt gevarieerd herhaald, waarna uit de slotmaten een tweede thema gevormd wordt. Hier openbaart het 'religioso' zijn betekenis. Ik wil geen interpretatie opdringen, maar opmerken dat het eerste thema zonder opmaat begint (mannelijk), het tweede uit het eerste gevormd wordt en een opmaat heeft (vrouwelijk). Beide thema's verenigen zich. Ik associeer deze gegevens met het Genesis-verhaal en noem voor mijzelf de thema's Adam en Eva. Beide thema's laten zich canonisch horen. Dan worden ze gecombineerd op een rollende pedaalfiguur in 12/8 maat in F, de pastorale toonaard. Deze figuur zou normaliter een octaaf hoger liggen. Wat Kint bewogen heeft de figuur een octaaf lager te leggen, daar mag ieder het zijne van denken. Onderwereld ? Hades ? Tenslotte klinkt het eerste thema weer in de hoofdtoonsoort, Des majeur, majestueus, in de eerste maten begeleid door dubbelpedaal, en gecombineerd met het tweede thema. Mogelijk heeft Kint dit tot zover als een compleet stuk gezien, dat Andante amoroso zou hebben kunnen heten. Vandaar de illustratie van Rodin.
— Maar hij besloot de vleugelen wijder uit te slaan. Het vervolg opent met een zonderling duet (più vivo). de 'melodie' [A] begint met m. 3 en 4 van 'Adam', de tegenstem [B] bouwt zich op uit de laatste drie noten van [A]. Het contrapunctisch gestel is vier maten lang in orde, daarna gaat het een beetje mis. [B] geeft na vijf maten de indruk dat Kint met dit fragment nog niet klaar was. Het wordt al snel een ongemakkelijk trio, door een toegevoegde pedaalpartij op het moment dat de beide stemmen contrapuntisch van plaats wisselen. [A] weet zich redelijk te handhaven, maar in [B] loopt het totaal uit de hand. Het pedaal intoneert viermaal een fragment van vier noten uit een koraalmelodie (geen bestaande melodie, maar een door Kint gecomponeerde; vergelijk de Chorals van Franck en Andriessen), die ik hier Cantus firmus noem. Het trio eindigt onbestemd, waarop het koraal ingrijpt, mf en allegro. Tussen de koraalregels in horen we motieven uit de voorgaande muziek. Dan voert een combinatie van het duetthema in canon en het tweede thema in een snel crescendo tot een fortissimo. De oppergod Zeus (Jupiter) grijpt bliksemend in. De strijd is ten einde. Rust daalt neer. Een oorlogsinvalide loopt in het gehavende centrum van Veurne. Met het hoofdthema klinkt Adagio religioso uit.
   Ik zou het stuk een meditatieve elegie willen noemen, niet in de betekenis van klaagzang maar van 'vredig levensgevoel', onderbroken door de lelijke realiteit van alledag. In Kints Marche funèbre hoor ik nauwelijks een element van troost maar veeleer een elizisch (elizeïsch) visioen van voorbije - en wie weet komende - dagen. Het is geen sentimentele maar krachtige muziek die Kint schrijft.
   Op 8 juli 1988 heb ik het A.r. op het grote orgel in de Nieuwe Kerk in Katwijk gespeeld, een ideaal instrument, maar de opname is bij de organisatoren zoekgeraakt. Toch mag dit bijzondere stuk hier niet ontbreken. We hebben het samengesteld uit grote bewaarde fragmenten van andere concerten. O.a. mm 102-119 moesten (registratiefouten) opnieuw gemaakt worden. De tussenspelen tussen de koraalfragmenten zouden alleen met de strijkers van II moeten klinken, maar dat laat zich niet herstellen. Er komt wel een betere opname als het Adagio religioso in de belangstelling komt te staan. Daar wil deze opname toe bijdragen.
                De eerste drie regels van onderstaand gedicht staan in de bundel De tuin van Eros, als slotvers van de cantilene Vera Janacopoulos van Jan Engelman (1900-1972). De overige coupletten zijn van TK.

violen vlagen op het mos een Cantus firmus wrikt zich uit de aarde,
elysium, de vlinders los hoger en hoger, zweeft als een scheepsmast
en duizendjarig dolen langs en over de verwarde geesten
   
Elders zwoegen Hades' bannelingen ontzag bewerkt zijn stem, bezweert,
verdoemden aan de rand der aarde beveelt bezinning, smoort het straatgewoel,
donder rommelt in het duister geeft Kreutzers muze rust, Zeus' bliksems kraken
   
middenwerelds valt het volk uiteen nòg vlieren vlinders in elysium
er groeit een gekte in die koppen wier leeftij giftig fipronil vernielt
dreigend oproer rel na rel nòg strijken violen prachtig hoe onmachtig

Illustraties
De illustraties ('het filmpje') zijn natuurlijk niet voor deze opname - de eerste die wereldwijd verschijnt - gemaakt, maar hrbben hun eigen achtergrond, of geen achtergrond. Op het schilderij van Zeus zijn we zo vrij geweest de bliksems in te voegen. Geheel reëel is dan weer 'Na den oorlog', waarvan we de plaats waar de oorlogsinvalide loopt, in Veurne, dicht bij zee, achterhaald hebben.

★ Prélude pastoral  
Live-opname door Jos van der Linden, 16 mei 1992. Willibrordorgel Haarlem.

★ Berceuse romantique 
Live-opname door Jos van der Linden, 16 mei 1992. Willibrordorgel Haarlem.

★ Hymne voor viool en orkest

 

   

Marcel Dohmen, viool, Randstedelijk Begeleidings Orkest
o.l.v. Thijs Kramer, live, tijdens een concert in de Naarderkerk op 7 oct 2006.

Onderstaande hoestekst is overgenomen van de tweede oplaag van de cd die indertijd verschenen is.


Veel informatie over Cor Kint is te vinden op
www.corkint.info

Cornelis (Cor) Kint (* 9 jan.1890, † 8 juli 1944) woonde en werkte tot 1906 in Enkhuizen, tot 1940 in Amsterdam, en van 1940 tot zijn overlijden in Hilversum. In 1922 huwde hij Jansje (Jenny) Couperus (* 1898 te Bolsward). Kints vootouders woonden al eeuwen in Enkhuizen.
  Begonnen als een soort wonderkind was hij vroeg rijp. Van 1-9-1909 tot 1-9-1915 speelde Kint als altist in het Concertgebouworkest onder Mengelberg. Daar maakte hij Mahler (VII, 1909) en Strauss (1915) mee als dirigent van eigen werk, en zat een paar stoelen van Rachmaninoff vandaan toen deze in 1911 zijn Derde Pianoconcert speelde. Van 1911 tot 1922 was hij altist in het mede door hem opgerichte Concertgebouw-Quartet, dat na een jaar onder de beroemd geworden naam Hollandsch Strijkkwartet verder ging. Met uitzondering van de oorlogsjaren, 1914-1918 maakte het tournées door West- en Middeneuropa met inbegrip van Skandinavië en enkele zuidelijke landen. In 1923 verruilde Kint dit reizend bestaan voor een positie als leraar aan het Amsterdamsch Conservatorium voor viool, viola en viola d'amore. Vooral met dit laatste instrument bleef hij solistisch optreden; ook gaf hij in de 30er jaren bij Duitse uitgevers tientallen 18e-eeuwse werken voor viola d'amore uit. In 1912 speelde hij bij het Concertgebouworkest o.l.v. Evert Cornelis een altsolo (in Berlioz' Harold in Italie?). In 1913 voerde hij met hetzelfde orkest o.l.v. Cornelis Dopper zijn eigen "Concert voor Alt-viool en orkest" uit. Hij schreef o.m. twee strijkkwartetten, een suite voor strijkorkest, een blazerskwintet en liederen.
Zijn belangstelling voor het orgel markeerde het hoogtepunt van zijn scheppende leven in de jaren 1913-1917, met grote orgelwerken als de onuitgegeven Grande Sonate (1914) en de gedrukte Fantasie over Een vaste Burg (1915), waarmee hij zijn naam heeft gevestigd, en die altijd repertoire heeft gehouden.
    Ofschoon succesvol in zijn carrière als uitvoerend en scheppend kunstenaar begon het al voor 1920 tot hem door te dringen dat hij als niet-avantgardecomponist niet meetelde in het Nederland van Willem Pijper en Sem Dresden. Maar op de weg van Stravinsky en Schönberg wilde hij niet meegaan. Ook had hij vermoedelijk naar zijn eigen gevoel het einde bereikt van zijn ontwikkeling in het Westerse toonsysteem. In 1921-22 maakte Kint een crisis door. Binnen de traditionele harmonieleer had hij sinds ca. 1912 nieuwe expressiemogelijkheden gevonden, die hem een tijdlang een eigen niche verschaften in het vaderlandse componeren. Over de "prachtige harmonieën" van Kint werd gesproken door de bewonderaars die zijn composities en improvisaties kenden: leerlingen, concertbezoekers en de weinige organisten die zijn Vaste Burg konden spelen. Een groot publiek bereikte hij dus niet.. De overbescheiden componist kreeg zijn Grande Sonate – waarvan het eerste deel de Vaste Burg naar de kroon steekt – niet uitgegeven, ander werk voorzag hij niet eens van een opusnummer en gaf het niet op aan BUMA. – Na 1922 nam zijn produktie sterk af, en de geïnspireerdheid van zijn eerdere werk is eigenlijk alleen nog te vinden in de kleinere orgelwerken Prélude pastoral (1925, nog steeds veel gespeeld) en Fuga over b-a-c-h (1935, in 2006 bij Boeijenga uitgegeven). En in de bewerking van zijn Hymne op. 8.
    Deze Hymne uit 1915 (uitgegeven 1917 bij Seyffardt) is zo niet zijn chef-d'œuvre, dan toch een van zijn mooiste werken. Oorspronkelijk geschreven voor viool en orgel (of harmonium), werkte Kint in 1938 de Hymne om voor viool en orkest (onuitgegeven, pas eind 2008 bij Boeijenga verschenen). Die partituur geeft ons enig idee van de manier waarop Kint de begeleidende orgel- / harmoniumpartij gespeeld wilde hebben. Maar tevens is bekend uit interviews met oud-leerlingen die de Hymne studeerden en op les door Kint op piano of vaker op harmonium begeleid werden, dat Kint het betrekkelijk eenvoudige accompagnement speelde alsof het een echte orgelpartij of een klavieruittreksel was, kortom, hij waardeerde het accompagnement op tot een volwaardige partner van de solistische vioolpartij met behulp van de ‘trucs’ die een ervaren en handige begeleider in zijn arsenaal heeft.
   Gerard Mulder (concertmeester van het Orkest van de Omroep, evenals Kint leraar aan het Amsterdamsch Conservatorium) zou met Egbert Veen op Zorgvlied de Hymne bij Kints begrafenis spelen. Maar door stroomuitval o.i.d. kon het orgel niet bespeeld worden. Een harmonium te laten bezorgen of snel ergens te te ‘organiseren’ in Amsterdam-Zuid had te veel oponthoud en onrust met zich meegebracht, oordeelde men. Kint is op 13 juli 1944 zonder zijn Hymne begraven. Zijn nagelaten werken liggen in het Westfries Archief te Hoorn.
  Deze opname werd gemaakt tijdens een concert van de Nederlandse Händelvereniging op 7 oct. 2006 in de Grote Kerk te Naarden door Marcel Dohmen viool en RBO Sinfonia o.l.v. Thijs Kramer.
  Geluidstechniek Wim Passchier.

Hymne voor viool en orgel.  Het origineel uit 1915 voor viool en pedaalharmonium / orgel. Plaatsing volgt.

TK over Cor Kint aan de tafel van Tjako, jan 2013, RTi Hilversum en Gooi TV.
Zie hier de uitzending, interview begint bij 10'13".

TK over o.a. Hella Haasse en haar moeder Käthe Diehm-Winzenhöler aan de tafel van Tjako, sept 2015.
Zie hier de uitzending

KRAMER, Th.
★ Toccata voor orgel  
Thijs Kramer 1990 op het Will.-orgel in de St. Bavo te Haarlem. Toccata uit zijn orgelsymphonie Media Vita.
  De orgelsymphonie Media Vita voor orgelsolo werd in de jaren 1984/1985 geschreven. De gregoriaanse melodie 'Media Vita' kan ad libitum na deel IV (In memoriam) gezongen worden. De Toccata, het eerste deel, ontstond al rond 1970 (evenals fragmenten uit de andere delen). De componist/organist was destijds van mening dat hij het vak onvoldoende beheerste en bracht het stuk derhalve niet in druk en beperkte zich tot twee uitvoeringen : ter gelegenheid van de inhuldiging van het Willibrordorgel in de St. Bavo Basiliek in Haarlem op 21 maart 1971, en tijdens een televisieopname van de NCRV uitgezonden op 18 januari 1972. TK werkte verder aan de symphonie totdat die uit zijn voegen barstte. Een cd van het overvoltooide stuk verscheen 1990. Het was te lang. Aan een nieuwe editie wordt gewerkt.

★ Terar dum prosim
Uit de orgelsymphonie Media vita van Thijs Kramer. Dit deel is in een paar weken totstandgekomen en heeft niet onder uitbreidingsdrift geleden. De componist speelt op het Garrels-orgel in Maassluis.

★ In memoriam
Het In memoriam uit Media vita is van de latere toevoegingen ontdaan en klinkt hier in zijn oorspronkelijke vorm
. De cd (1990) van dit In memoriam is uit meerdere takes samengesteld, waar we veel last van hadden, we hebben zelf het nodige recht proberen te knutselen en drukfouten te corrigeren. We hopen dat van dat alles weinig te horen is.
   Om speculaties te voorkomen : dit stuk is geen muzikale schets van de persoon aan wie het opgedragen is.

MOZART, W. A.
★ Delen uit Requiem & Ave verum    plaatsing volgt
Het Requiem van Mozart is een torso, gedeeltelijk aangevuld door Mozarts leerling Süßmayr en anderen. Van het Amen dat het Lacrymosa had moeten besluiten is een schets van Mozart bewaard. Sinds de ontdekking van die schets in 1962 hebben velen getracht dat ontbrekende Amen te schrijven. Het Amen dat ik (TK) geschreven heb is voor het eerst door de NHV in 1993 uitgevoerd, en door een aantal leden van de NHV in Han Reizigers tv-programma "Reiziger in muziek" gezongen. Sanctus en Hosanna heb ik eveneens vervangen, op grond van teveel Süßmayr en te weinig Mozart.

Anton Herzog, Geiger, Lehrer der Patronatsschule des Grafen von Walsegg und Stuppach in Klamm am Semmering, schrieb den Bericht Wahre und ausführliche Geschchte des Requiem von W. A. Mozart. Vom Entstehen desselben im Jahre 1791 bis zur gegenwärtigen Zeit 1839.

Hieruit enkele citaten.

Das Requiem, das jährlich am Sterbetage der Frau Gräfin aufgeführt werden sollte, blieb länger aus, denn der Tod überraschte Mozart in der Mitte dieser ruhmvollen Arbeit. Nun war guther Rath theuer. Wer sollte sich herbeylassen einem Mozart nachzuarbeiten ? Und doch mußte das Werk vollendet werden, denn die Wittwe Mozart, die sich wirklich, wie bekannt ist, nicht in den besten Umständen befand, hatte den Betrag vonhundert Dukaten dafür zu empfangen. Ob Vorauszahlungen geschehen waren, ist uns nicht genau bekannt worden, obschon Gründe dafür sprechen. Endlich ließ sich Süßmayr herbey, das angefangene große Werk zu vollenden. […]
  Da nun alle Auflagestimmen ausgeschrieben waren, so wurde sogleich die Einleitung zur Aufführung des Requiem getroffen. Weil sich aber in der Umgegend von Stuppach, nicht alle dazu geeigneten Musiker aufbringen ließen, so wurde veranstaltet, daß die erste Aufführung des Requiem in Wiener Neustadt geschehen sollte. […]
Am 12. Dezember 1793 wurde Abends auf dem Chore in der Cisterzienzer-Stiftspfarrkirche zu Wiener-Neustad [Kirche des Stiftes Neukloster] die Probe, und am 14. Dezember um 10 Uhr ein Seelenamt in der nähmlichen Kirche abgehalten, wobey dieses berühmte Requiem zum ersten Mahle, zu seinem bestimmten Zwecke, aufgeführt wurde. Herr Graf von Walsegg dirigierte selbst das Ganze.
  Am 14. Februar 1794, am Sterbetag der Fr. Gräfin wurde das Requiem in der Patronatskirche des Hr. Grafen, zu Maria-Schutz am Semmering aufgeführt, und von dieser Zeit an wurde davon von dem Hr. Grafen sonst kein Gebrauch gemacht, als daß er dasselbe in Quintetten für Streichinstrumente setzte, deren Partitur ich auch einige Jahre in meiner Verwahrung hatte.

Diejenige Partitur des Requiem, welche von Süßmayrs Hand geschriebben seyn soll, habe weder ich, noch sonst jemand, außer dem Hr. Grafen, je zu Gesichte bekommen.

Süßmayr zal in 1794 de partituur samen met de dukaten die Mozart nog toekwamen, aan Constanze overhandigd hebben.

NIELAND, J.
Marche Triomphale
Opname uit 1968 op het Willibrordorgel te Amsterdam.
  Jan Nieland (1903-1963) was de eerste organist van het grote Willibrord-orgel. Marche Triomphale, een van zijn beste stukken. Merk op hoe natuurlijk het thema van het middendeel door omkering uit het thema van het eerste deel ontstaat. De fluitsolo wordt gespeeld op de Fluit Harmoniek 4' van het 3e manuaal (III).

REUBKE, J.
★ Sonate der 94. Psalm
Opname uit 1968 op het Willibrordorgel te Amsterdam.
  Julius Reubke is geboren 23 maart 1834 te Hausneindorf en gestorven op 3 juni 1858 in het kuuroord Pillnitz bij Dresden. Hij schreef een hemel-, hel- en orgelbestormend stuk onder de vredige titel : Sonate (der 94. Psalm) für Orgel. Voorwaar een understatement ! De spanwijdte der emoties - emoties jazeker, bevinden wij ons niet in de 19e eeuw ? - ligt in de orde van een Manfredsymphonie van Tschaikowsky. En dan te bedenken dat de componist nauwelijks 24 jaar oud is geworden . . .
  Vergeleken met verscheidene scheppingen van zijn leermeester Franz Liszt of b.v. de Grande Pièce Symphonique van César Franck, is dit lange orgelwerk veel meer coherent. Zoon van een orgelbouwer, had Reubke de gelegenheid van bepaalde nieuwe franse speelhulpen (de tong- en vulstemmenafsluiters bijv.) op de hoogte te zijn, en de komende technische verbeteringen in de orgelbouw te voorzien.
  Want hoewel Reubke's 'lay out' aanwijsbaar erop gericht is de organist mee te laten registreren, doen de registratiemoeilijkheden eigenlijk niet onder voor de speeltechnische, in dit moeilijkste orgelwerk der 19e eeuw.
  .   .   .  Citaat van de Gedenkplaat Sint Willibrordus Orgel - Amsterdam.

Reubke, al aangetast door TBC, speelde op 17 juni 1857 de première van zijn cmeesterwerk nog zelf, op het nieuwe Ladegast orgel in de Domkirche te Merseburg. De uitvoering werd geestdriftig besproken door Karl Franz Brendel, toen hoofdredactteur van Die Neue Zeitschrift für Musik. Dit was de enige bespreking van zijn chef-d'oeuvre die Reubke tijdens zijn korte leven ten deel viel. Ook later is er weinig over geschreven, het lag niet in de markt, immers, wie kon het spelen? "Men kan onmogelijk twijfelen aan zijn buitengewone gaven als uitvoerder en componist." Maar door het hele werk heen vallen de originaliteit, de frisheid van zijn ingevingen en vooral de tomeloze erergie waarmee hij de sonate voortdrijft, dermate op, dat volgens de overlevering een toehoorder opmerkte : "Jetzt hat der Schüler den Meister erschlagen".


 


In het atelier van Steinbildhauer Ole Göttschke, Dresden - Pillnitz.
Het Denkmal zoals het aan de oostelijke muur van Maria am Wasser hangt. De tekst luidt :
                                        JULIUS REUBKE
       PIANIST ORGANIST KOMPONIST / 1834 -1858 / BESTATTET IN                                              HOSTERWITZ.
                     ICH HATTE VIEL BEKÜMMERNISSE / IN MEINEM HERZEN
                        ABER DEINE TRÖSTUNGEN ERGÖTZEN MEINE SEELE
                                                 PSALM 91

       
Kerkje Maria am Wasser bij Pillnitz met kerkhof. Gustav Adolf Thamm (1859-1925).
Blik in zuidelijke richting langs de Elbe. 1850. Christian Gottlob Hammer (1779-1864).

RHEINBERGER, J.
★ Cantilene
op het Willibrordorgel van de St. Bavo in Haarlem. Opname door George de Vries in 1982 met twee montagefouten.

SCHUBERT, F.
★ Impromptu op. 90 no 3
Gespeeld tijdens een Kerstconcert op 16 dec. 2014 in de Grote Kerk van Naarden, waar een mooie piano staat, die voor deze intieme muziek heel geschikt is. Hoesters ten spijt hier dus geplaatst. Opname Paul Houba.

SVENDSEN, J.
Romanze in G op.26   plaatsing volgt

Dick de Reus, viool, TK orgel Clemenskerk Hilversum, Gerco Schaap opname 12 aug 1987.

Dick de Reus (1923-2007) kreeg o.a. les van Herman Leydensdorff.
Op 16-jarige leeftijd eindexamen viool cum laude Conservatorium Amsterdam
1941 - eerste violist Omroep Symphonie Orkest Hilversum
1942 - 1946 Concertgebouworkest 8e lessenaar 1e violen. Veel solowerk
1952 concertmeester Radio Kamerorkest NRU
1956 concertmeester Utrechts Stedelijk Orkest
1959 hoofdleraar viool Muzieklyceum Arnhem
1960 hoofdleraar viool Utrechts Conservatorium, concertmeester en solist bij het U.S.O.
1962 concertmeester Rotterdams Philharmonisch Orkest
1963 concertmeester Radio Philharmonisch Orkest

image.png

WESLEY, S. S.
★ Larghetto in f# minor
Live-opname, gemaakt door Gerco Schaap tijdens een concert van TK op 19 aug 1989 in de Oude Kerk te Amsterdam.
Samuel Sebastian Wesley (14 aug 1810 Londen – 19 apr 1876 Gloucester) was een telg uit een bekend muzikaal geslacht. Zijn biografie leze men elders ; hier zij vermeld dat hij jarenlang de beroemdste organist van Engeland was. In 1843 verving hij Mendelssohn als leider van het driejaarlijks muziekfestival. Dat ging hem niet zo goed af, maar door het opzien dat hij baarde met zijn spectaculair pedaalspel bleef zijn naam onaangetast. Zijn meest geliefde compositie is wel het vijfstemmige motet Thou wilt keep him in perfect peace (c. 1850).

WIDOR, Ch.-M.
★ Toccata uit Symphonie V
1) Live-opname uit 1967 of '68. De toccata is niet alleen een virtuoos moto perpetuo op de manualen, maar herbergt daaronder in het pedaal een koraalachtige melodie die alleen tot zingen komt als het stuk in hoog tempo in een ruime akoustiek gespeeld wordt op een orgel met zingende pedaaltongen 8' en 4' gespeeld wordt. Hubert Schreurs had ze in 1946 bij Mazure in Parijs besteld. In de droge akoustiek van een kleinere kerk, waarin het stuk helaas meestal te horen is, komt het niet tot zijn recht. De 'koraalregels' in het pedaal zien er zo uit :
* * * *  * * * *  *
* * * *  *
* * * *  *
* * * *  *
* * * *  * * * *  * * * *  *  *  *
Aan een tekst zal Widor niet gedacht hebben, hoogstens voor de eerste regel, maar hij heeft zich er nooit over uitgelaten.

★ Toccata uit Symphonie V
2) Opname op lp van Thijs Kramer uit 1984 op het orgel van de Petruskerk te Leiden, gemaakt t.g.v. de afbouw en ingebruikneming van het gerestaureerde en uitgebreide Pelsorgel. De uitvoering volgt de eerste druk.
Widor's Toccata in F, de Finale van zijn vijfde orgelsymphonie, wordt wel het 'inbegrip van de Toccata' (in modern Nederlands 'de moeder van alle Toccata's') genoemd. In de manualiter openingsmaten met hun aparte harmonieën en akkoordliggingen klinkt reeds het themabegin, dat door het pedaal overgenomen en in zijn geheel uitgespeeld wordt. Na een afwaarts modulerend decrescendo blijft in het intermezzo de toccata-motoriek onophoudelijk de muziek stuwen. Dit uitstapje op de nevenklavieren leidt in een crescendo tot in het hoogste bereik van de toetsen, waarna het pedaalthema weer inzet, nu in zijn meest statige vorm, zonder de aanvurende achtsten van het begin.
   De toccata gebruikt hier, op het hoogtepunt, de volledige omvang van het orgel van hoog tot laag. Groots afstandelijk als de Mont Blanc is dit visionaire toongebouw. Het ritmische schema van de eerste maat blijft met ijzeren onverzettelijkheid in het gehele stuk gehandhaafd. Maat na maat herhaalt zich hetzelfde patroon, een weergaloos ostinato, een souverein moto perpetuo zonder haast. Geschreven voor de immense ruimten van de Franse kathedralen, lijkt dit muziekstuk zich niettemin in zijn eigen dimensie voort te bewegen, de wetten van een onbekende canon volgend.
   Omdat Widor's orgel in de St. Sulpice een topprodukt uit de industriële bloeitijd was, een vernunftige machine, is niet uit te sluiten dat Widor in De Toccata machinale kenmerken, zoals het eindeloos uitvoeren van hetzelfde samenstel van bewegingen van treinwielen en stangen heeft willen verwerken, en de organist die over een adequate speeltechniek beschikt tot machinist heeft gepromoveerd. Een verband te zien met Kapitein Nemo van de Nautilus, bouwer en bestuurder van de Nautilus, is geen pure dwaasheid, temeer daar Nemo een piano-orgel aan boord had, waarop hij in de nachtelijke uren graag speelde.*) Jules Verne moet gefascineerd geweest zijn door de vernuftige constructies, waarlijke contrapten die de Franse orgelbouwers in de tweede helft van de 18e eeuw neerzetten. Hij was vrijzinnig katholiek, dus zal zo'n modern instrument weleens gehoord hebben. In Parijs, maar ook in Amiens, waar hij sinds 1871 woonde. Daar bouwde C.-Coll in 1889 een drieklaviers orgel. Te veronderstellen dat Widors Toccata een ode aan de techniek betreft gaat natuurlijk te ver, maar hier een verklaring te zien voor het feit dat deze muziek enerzijds als ongenaakbaar ervaren wordt en tegelijkertijd de luisteraar blijft boeien en verrassen, ligt niet geheel buiten de rede. Monotonie, hier monoritmiek, heeft vaak een bedwelmende maar soms ook een electriserende werking.
  Het orgel van de Petruskerk is het enige symphonische orgel in Leiden. Maar in Orgelstad Leiden speelt het geen rol, want de akoustiek van de Petruskerk is nul. Met twee microfoons, een dichtbij, een ver weg, en wat electronische hulp heeft de opname toch enige galm gekregen. De binnenmuren zouden bepleisterd moeten worden, maar dat heb ik niet door kunnen drukken, en nu de kerk monumentstatus heeft zijn de bakstenen van architect Kropholler heilig. Het front van de kerk oogt bepaald niet warm ontvangend, maar het gebouw als geheel valt wel mee, Kropholler kon veel beter, vgl zijn kerk op het Linnaeushof in Amsterdam (meer geld beschikbaar?). Maar die kerk is donker van binnen terwijl in de Petrus prettig licht hangt.

          *) Liszt had zo'n instrument, bovenmanuaal piano, ondermanuaal harmonium, manuaalkoppel, geen pedaal. Mijn oud-oudoom Arie Cornelisse, organist van de R.K. kerk in Uitgeest, heeft het een jaar of wat vóór 1914 in Boedapest gezien. Op Liszts vleugel mocht hij even spelen, op het piano-harmonium niet. Het is 2008-2013 gerestaureerd.
          Citaten uit de eerste druk van Jules Verne, Vingt-mille lieues sous les mers, 1870, ''het Oostelijk halfrond') :
p. 49 ... Un seul détail me revient à l'esprit. Pendant certaines accalmis de la mer et de vent, je crus entendre plusieurs fois des sons vagues, une sorte d'harmonie fugitive produite par des accords lointains.
p. 52 ... ses mains fines, allongées, éminemment 'psychiques' c'est-à-dire dignes de servir une âme haute et passionée.
p. 78 ... les partitions de Weber, de Rossini, de Mozart, de Beethoven, d'Haydn, de Meyerbeer, d'Herold, de Wagner, d'Auber, de Gounod, et nombre d'autres, éparses sur un piano-orgue de grand modèle qui occupait un des pannaux du salon.
——— [ Verne was voor zijn protagonist Nemo uiteraard meer geïnteresseerd in huisorgels dan in kerkorgels. Nemo was, naar Verne's opgave te oordelen, een liefhebber van opera-aria's. Hij zal zeker Wagners Lied an den Abendstern, voor dit instrument door Liszt gearrangeerd, gespeeld hebben ]. ———
p. 172 ... Je descendais au salon, d'où s'échappaient quelques accords. Le capitaine était là, courbé sur son orgue et plungé dans une extase musicale.
p. 314 ... Quelquefois, j''entendais résonner les sons mélancoliques de son orgue, dont il jouait avec beaucoup d'expression, mais la nuit seulement, au milieu de la plus secrète obscurité, lorsque le Nautilus s'endormait dans les déserts de l'Océan.
          Het tweede deel, 'het Westelijk halfrond', brengt in dit opzicht niets nieuws.
          De mensenhater Nemo, die zich Le Vengeur noemde, was echt 'van het pad geraakt', in tegenstelling tot Brahms, die op zijn oude dag aan Hanslick toevertrouwde dat hij, ondanks zijn gebrek aan savoir-vivre, hoopte dat het woord van Goethe “Seelig, wer sich vor der Welt / ohne Haß verschließt, / einen Freund am Busen hält” enigszins op hem van toepassing was.

★ SYMPHONIE VIII
opname uit 1971 door Leo Dijns en George de Vries op het Willibrordorgel in Haarlem.

1. Allegro risoluto  - Parijs
2. Moderato cantabile  - Amsterdam
3. Allegro  - Saint-Sulpice
4. Adagio  - Lyon
5. Finale  - Parijs

Moderato cantabile, deel 2, is ook op het Garrels-orgel in Maassluis te beluisteren. Opname van de NCRV uit 1989.
Nogmaals deel 2.
1. Op het eerste schilderij van Hogerwaard is middenop de Notre Dame te zien.
2. De eerste maat van deel 2 heeft de overbrenging van band naar plaat niet overleefd en is dus 'gerestaureerd'.
3. - -
4. Claude Monet 1840-1926. Zijn schilderij Impression, soleil levant uit 1872, aanvankelijk geridiculiseerd door de kunstkritiek, gaf aanleiding tot het ontstaan van begrip 'impressionisme'.
5. Adressen van Widor in Parijs :
1869 – 8 Rue Garancière, Hôtel de Sourdéac
1893 – 3 Rue de l’Abbaye
ca 1908 – 7 Rue des Saints Pères
1915 – Institut de France
1920 – 3 Rue de Belloy

                ■■■■■■■■■■■■■■■■■■ B  ■■■■■■■■■■■■■■■■

                             WIDOR IN AMSTERDAM

Bij nr 2, Moderato cantabile, kon aan Widors optreden in Amsterdam (Paleis voor Volksvlijt, De Augustinus a.d. Spinhuissteeg) niet passend gerefereerd worden.
Widor gaf in 1886 een concert op het Cavaillé-Coll orgel van het Paleis voor Volksvlijt. Voorzover wij nu weten heeft Widor in 1886 tweemaal in Amsterdam en eenmaal in den Haag (Waalse kerk) gespeeld.
Paleis Voor Volksvlijt : De grote, centrale zaal mat 112 bij 31 meter. De Grote Zaal van het Concertgebouw is 44 meter lang en 27,5 meter breed. De hoogteverschillen ken ik niet. In Volksvlijt gingen 9000 mensen.
In het Concertgebouw ruim 2000, kleine zaal meegerekend 2500.
De symphonie in F dur gespeeld in Volksvlijt kan de 4e of 5e geweest zijn. Een symfonie in F dur heeft Widor niet geschreven. De Vierde wordt tegenwoordig bijna nooit meer gespeeld, het is een saai stuk, op het beroemde Andante cantabile na.

Ik stel de heiligschennende vraag aan de orde of Volksvlijt beter klonk dan het Concertgebouw vóór 1988, mede gezien de interessante binnenarchitectuur vergeleken met de kale Ccgeb zaal. Een duidelijke plattegrond van Volksvlijt nadat het orgel er in geplaatst was wordt hieronder gegeven. De zaal had een houten vloer.


1908


1875


1883

image.jpeg
1890

Widor schiep een nieuw genre, de orgelsymphonie. In 1880 begon het 1879 gedrukte stuk zijn invloed in Frankrijk uit te oefenen. Vooral de Toccata nodigde tot navolging uit :
          Widor 1879
          Dubois 1889
          Gigout 1890
          Boëllmann 1895
          Dukas, 1900, Scherzo uit zijn symfonische pianosonate

Widor in Lyon

François Charles Widor, orgelbouwer, zoon van een orgelbouwer, bevriend met Aristide Cavaillé-Coll, huwde Françoise Elisabeth Peiron. Het echhtpaar vestigde zich in 1840 in Lyon.
Zij kregen drie kinderen, twee zoons en een dochter.
Charles-Marie was de oudste  *21 feb 1844
Marie-Joseph Albert Paul        *05 feb 1847
Jeanne Marie Françoise          *20 apr 1848

Charles-Marie trouwde met Mathilde Marie Anne Élisabeth de Montesquiou-Fezensac.

La place Widor in Lyon is een inham bij de église Saint François op de hoek van de rue Sala en de rue Auguste Comte in het 2e arrondissement. Het gezin Widor woonde aan de rue Sala 19, waar Ch.-M. ook geboren is, op het Presque-Île, het schiereiland tussen de Rhône en de Saône.

PRÉFACE van WIDOR uit 1904 bij A. Schweitzer Bach, le musicien-poète.
Via de volgende links te lezen Préface (fr) & Vorrede (du)

 

Widor kwam in november 1886 naar Nederland.

                1 8 8 6   :   W i d o r   s p e e l d e   z ij n  T o c c a t a   i n   A m s t e r d a m  
   o p   h e t   C a v a i l l é - C o l l o r g e l   v a n   h e t   P a l e i s   v o o r   V o l k s v l ij t

Het is dat ik schrijf en niet spreek, anders zou ik gaan stotteren.

Widor. A Life beyond the Toccata, John R. Near.
Pag 179 ev :

image.pngimage.png

noten :

image.png

Programmering


Organists and Organ Playing in Nineteenth-Century France and Belgium, Orpha Ochse.

Deze wijze van programmeren lijkt een aanvang te hebben genomen tijdens de 'Widoriade’ in Nederland. Widor speelde in Amsterdam in de Augustinus drie delen uit zijn - toen nog - onuitgegeven Symphonie VIII, in het Paleis voor Volksvlijt zijn Symphonie V en in Den Haag, in de Waalse kerk, de Toccata en Fuga van Bach.

Op vrijdag 26 nov 1886 speelde Widor in de H. Augustinuskerk ('De Spar'), in de Spinhuissteeg te Amsterdam :
image.png
De Tijd 30 nov 1886

Op zaterdag 27 nov 1886 speelde Widor in het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam :
image.png
Het nieuws van den dag : kleine courant 1 dec 1886

Op maandag 29 nov 1886 speelde Widor in de Waalse Kerk te 's-Gravenhage :

Caecilia 15 dec 1886
-- -- -- --

 
De heer Ch. M. Widor, componist en organist uit Parijs, was zoo welwillend, tijdens zijn verblijf alhier belangeloos een door ons zeer hoog geschat kunstgenot te verschaffen. Vrijdag-morgen 26 November gaf hij een orgelbespeling in de kerk van den H. Augustinus (Spinhuissteeg). Het programma bevatte alle werken van den heer Widor, en hoewel wij er geen in ons bezit hadden, werden wij toch in de gelegenheid gesteld het te kunnen vermelden. Het geheel was samengesteld als volgt : 1. Choral de la 7e symphonie en Improvisatiën op de grondstemmen. 2. a. Andante, b. Pastorale (2e Symphonie). 3. Improvisatiën over de verschillende stemmen van het orgel. 4. Transcription du 1er duo. 5. a. Andante, b. Scherzando (de la 8e Symphonie. 6. Finale de la 8e Symphonie. De nummers, 1, 5 en 8 zijn nog onuitgegeven werken.
   De inleiding gaf ons al testond het bewijs, dat aan deze compositie een groote gedachte ten grondslag lag en de bewerking, alleen voor de grondstemmen, van voortreffelijken aard was.
   In al de overige nummers van het programma bewees de heer Widor ten volle, den naam van groot componist en een de beroemdste organisten van den tegenwoordigen tijd waardig te zijn.

Zijn compositiën voor het orgel zijn degelijk bewerkt, contrapuntisch, een rijke harmonie en toch melodieus. Wij beschouwen ze, evenals die van zijn geachten en genialen collega Guilmant, als de best geschreven werken voor orgel van dezen tijd. Dat er niet alleen veel technische vaardigheid, maar ook een veelzijdige kennis der registratie voor deze werken wordt vereischt, zal ieder bevoegd beoordeelaar bij nadere kennismaking gaarne toestemmen.
 
Het effect, dat de heer Widor met zijn verschillende stemmen teweegbrengt, verleent eene groote versheidenheid aan zijn spel, en de prachtige improvisatiën op die stemmen van het orgel, welke vooraf in een streng gebonden stijl en met de meeste afwisseling werden behandeld, zullen ons nimmer het spel van dezen grooten meester doen vergeten.
   Dat dergelijke compositiën een instrument vereischen, 't welk ten volle aan het doel beantwoordt, zal wel niet worden betwijfeld. Derhalve was het kunstgenot te grooter, wijl een orgel van Cavaillé-Coll daarvoor was beschikbaar gesteld.
   Dit instrument, eenige jaren geleden in de kerk van den H. Augustinus geplaatst, voldoet geheel aan de eischen, die men in verhouding tot zijn grootte stellen kan. Wij kunnen dan ook geen lof genoeg geven aan den arbeid van den heer Cavaillé-Coll, wien wij ook het schoone instrument in 't Paleis voor Volksvlijt hebben te danken. Wij wenschen de parochie van den heiligen Augustinus geluk met zulk een kunstwerk, dat, met zijn twee klavieren en pedaal in verhouding met het aantal stemmen, het schoonste instrument is, 't welk van dien aard in ons Land bestaat.
   Wij besluiten met onzen oprechten dank aan den heer Widor en aan den zeereerw. pastoor der parochie voor hun bijzondere welwillendheid, en de gelegenheid tot het genieten van zulk een rein kunstgenot open te stellen.


De Tijd, 30 nov 1886


-- -- -- --
   MUZIKALE KRONIEK
   Concert  W I D O R

 
Zoals ik in mijn laatste schrijven aankondigde, gaf de Heer Widor, organist aan de kerk St. Sulpice te Parijs, een concert in het Paleis voor Volksvlijt. In tegenwoordigheid van een groot aantal toehoorders, vertolkte het Paleis-orkest op voorteffelijke wijze een sinfonie in A, een sérénade, eenige gedeelten uit de Opera 'Maître Ambros' en een Valse lente en Finale uit het ballet 'La Korrigane'. Daarnaast zong Mej. Lépine een ballade uit bovengenoemde Opéra, 'Nuit d'étoiles', 'Volkslied' en 'Enfants de Catane', terwijl de componist nog op het orgel voordroeg 'Sinfonie in F' en 'Allegretto'.
   Uit dit Programma ziet men, dat de toehoorders gelegenheid hadden den kunstenaar op allerlei gebied, zoowel als componist en als uitvoerende te leeren kennen. Mij was het niet mogelijk den geheelen avond tegenwoordig te zijn ; toch hoorde ik eene reeks van werken, die mij de overtuiging schonken, dat de Heer Widor in alle geheimen der kunst is ingedrongen. De hoedanigheden, die mij het meest in de werken van dezen componist troffen, zijn groote meesterschap over het technisch gedeelte (vorm, harmonie, motief bewerking en in het bijzonder de orkestratie), de eenvoudigheid en natuurlijkheid van uitdrukking en daarbij de gratie waarmede alles is bewerkt. Ik verklaar dan ook gaarne, dat dit optreden van den Heer Widor als componist mij met belangstelling voor zijne werkzaamheid en voor zijn talent heeft vervuld. Vooral wekt zijn streven sympathie, omdat hij zulk een eenvoudige, ongekunstelde taal spreekt. Hij tracht niet door diepzinnige of ingewikkelde harmonieën, door uitheemsche klankeffecten of gewrongen melodieën den indruk te wekken van een gemoed, dat door harde levenservaringen verbitterd, slechts klagende tonen of woesten hartstocht kent, of, door de veelvuldige verwikkelingen van het leven verward, slechts wijsgeerige problemen in de muziek weet uit te drukken. Neen, de Heer Widor heeft van de natuur muzikaal talent gekregen en schrijft zooals een ontwikkeld musicus met talent schrijven moet. Zijn talent neigt meer naar het bekoorlijke dan naar het grootsche, vandaar dat de werken in kleineren vorm, zooals de Ballade uit zijn Opera, zijn lied 'Enfants de Catane', het gedeelte getiteld 'Ronde de nuit' en de beide deelen uit het Ballet een grooteren indruk maken dan de oogenblikken van kracht. Trouwens wij Nederlanders, die de gevoelens van ons Germaansch karakter wel nooit zullen verloochenen, maken in de meer grootsche oogenblikken onwillekeurig een vergelijk tusschen de kunstwerken uit de Fransche en uit de Duitsche school, en zulk een vergelijk valt ten nadeele van eerstgenoemde uit. Wilden wij echter bij het hooren van Duitsche kunstwerken eens in de oogenblikken, waarin gratie op den voorgrond treedt, een zoodanig vergelijk stellen, wij zouden gewaar worden, dat te dien opzichte de Fransche school het geheel en al wint.

   De compositiën nu van den Heer Widor zijn geheel en al Fransch, en juist die eigenschap behaagt mij.
 
Ik betreurde het ten hoogste bij de sinfonie voor orgel niet tegenwoordig te zijn ; daardoor was ik niet in de gelegenheid den Heer Widor in zijne volle kracht als organist te waardeeren. In het Allegretto toch werd door dezen bekwamen kunstenaar slechts eene zijde van zijn talent ontwikkeld.
   Ook als directeur maakte deze kunstenaar een zeer goeden indruk. De groote mate van rust en duidelijkheid mag aan iederen directeur tot voorbeeld strekken. Daaruit make men niet op, dat in de uitvoering iets kouds of afgemetens lag ; het tegendeel is waar ; de Heer Widor wist de uitvoerenden te bezielen. Dank zij de voortreffelijke leiding en dank zij de groote mate van intelligentie van de leden van het Paleis-orkest, gelukte de uitvoering bijzonder goed. Er waren oogenblikken van buitengewone schoonheid, er waren in de soli hier en daar bewijzen van groot talent. Niemand wil ik afzonderlijk noemen, want vele uitvoerenden zou ik moeten opsommen. Liever dank ik allen zonder onderscheid voor deze uitvoering ; er lag voor mij een groot genot in het orkest zoo artistiek te hooren voordragen.
   Mejuffrouw F. Lépine, solo-zangeres van het conservatorium te Parijs, droeg zeer veel bij tot het goed gelukken van deze avond. Haar schoon sopraan-geluid, haar goede school en hare bijzonder gekuischte voordracht verdienen grooten lof. Niet vaak hoort men op deze wijze de werken uit de Fransche school vertolken. Te verwonderen vond ik het dan ook niet, dat de toehoorders de Ballade uit Maître Ambros ten tweede male verlangden. Aan dit verlangen werd door Mejuffrouw Lépine welwillend voldaan. Ook na de liederen was het succes dezer zangeres zeer groot ; ik vermoed zelfs, dat menigeen 'les Enfants de Catane' ten tweed male begeerd zou hebben. De aandacht dient op deze jeugdige verschijning gevestigd te blijven, vooral wanneer men bedenkt dat Fransche concert-zangeressen zeer schaars zijn.
   Ik eindig met de verzekering aan den directeur van het Paleis voor Volksvlijt, dat hij ongetwijfeld door dit concert aan vele muziekliefhebbers een avond van groot kunstgenot heeft verschaft. Wij zijn hier te lande te weinig bekend met de kunstuitingen der Fransche school buiten het dramatisch gebied.
   De Heer Widor nu is juist een geschikt kunstenaar om ons de eigenaardigheid van het niet dramatisch gebied te leeren liefhebben, en daardoor te leeren waarderen. Ongetwijfeld zal zijn optreden hier niet zonder invloed zijn en zeker zal men het in onze hoofdstad niet licht vergeten. Als zoodanig mag men het concert van Zaterdag ll. tot de gebeurtenissen in dit seizoen tellen.

DAN. DE LANGE.

Het nieuws van den dag : kleine courant, 1 dec 1886

-- -- -- --

                    Kranteknipsel 1972



Hubert Cuypers - Bernard van Vlijmen (1895-1972)
Stadsarchief Amsterdam.

Eerste druk 1911.

Addenda.
-- Cuypers was van 1891-1911 en 1913-1918 dirigent van het Alphonsuskoor in de Keizersgrachtkerk. Dat was een gemengd koor, en op zeker moment heeft Cuypers de Trinitatis voor dat koor bewerkt, waarbij hij de toonaard van Es naar D verlaagde. In 1911 verscheen de Trinitatis in druk, voor mannenkoor, evenals de 2e druk in 1922. Cuypers zal de gemengdkoor-versie kort na 1911 geschreven hebben, omdat hij in 1923 dirigent van het Keizersgrachtkerkkoor was geworden, en dat was een gemengd koor. De SATB-versie is niet gedrukt. Ik heb er twee onderling ietwat verschillende afschriften van en daaruit de partituur samengesteld die hier gezongen wordt..
-- 'Minnestrelen' werd in Cuypers' tijd 'Minnestreelen' geschreven.